/** * */

Gasoorlog

Duitsers van de 27th regiment met een dik verbandgaas dat voor de mond werd gebonden als gasmasker. De gasmasker was gelijkaardig aan het Franse gasmasker, de Tampon T, die in 1916 werd gebruikt. Ze worden vaak ook gekend als de Maske der AOK Ghent.
Enlarge
Duitsers van de 27th regiment met een dik verbandgaas dat voor de mond werd gebonden als gasmasker. De gasmasker was gelijkaardig aan het Franse gasmasker, de Tampon T, die in 1916 werd gebruikt. Ze worden vaak ook gekend als de Maske der AOK Ghent.

De gasoorlog heeft na de Eerste Wereldoorlog een enorme indruk achtergelaten. Hoewel er relatief weinig slachtoffers waren, was de manier van oorlogvoeren zeer beangstigend. Als de bel, gong, of een van de waarschuwingssignalen klonk, deed iedereen vliegensvlug een gasmasker op. De vele gasaanvallen zorgden ervoor dat aan het einde van de Eerste Wereldoorlog iedereen altijd een goed gasmasker bij de hand had.

Er zijn vele wetenschappers bezig geweest met de ontwikkeling en de productie van gas. Er was echter één persoon die in de geschiedenis van het strijdgas een bijzonder grote rol heeft gespeeld: Fritz Haber, een Duitse geleerde.


Inhoud

De eerste experimenten

Gas als wapen was in 1914 nog in een experimenteel stadium, maar de Fransen hadden in 1915 al granaten met traangas, en de Engelsen gebruikten het eerst traangas bij een aanval op Neuve Chapelle in oktober 1914. Het had weinig effect, maar de enorme ontwikkeling van de Duitse chemische industrie resulteerde in strijdgassen waarvan de eerste werden ingezet op 22 april 1915 bij Boezinge tegen koloniale troepen van de Fransen. Dat was chlorine, een zeer bijtend gas dat de luchtwegen aantastte en de ogen verbrandde. De aanval was in eerste instantie een succes, maar omdat er vlug reserves werden aangevoerd, werd de aanval gestopt. Nadien is er aan beide kanten veel gebruik gemaakt van strijdgassen, hoewel die nooit van doorslaggevende betekenis zijn geweest.

Belgische soldaten met het Dräger gasmasker.
Enlarge
Belgische soldaten met het Dräger gasmasker.

De ontwikkeling van het gas als wapen

Reeds aan het einde van de 19de eeuw werd er gedacht aan strijdgassen. Men was al ver gevorderd met enkele gassen, maar de grote vraag was, hoe men het gas bij de tegenstander kreeg en hoe men het gas moest laten ontsnappen. De Duitse wetenschappers Lommel en Steinkopf onderzochten de gassen die in 1860 en 1886 door Niemann en Meyer waren ontdekt en wisten die samen te voegen. Het gevaarlijkste gas was "dichloordiaethylsulfide". Dit gas was zelfs niet met rubberhandschoenen te bewerken.

De twee geleerden slaagden er na veel onderzoekingen en proeven in om een gas samen te stellen dat na de bruikbaarheidsproeven goed functioneerde. Het kreeg de naam "Lost", een samenvoeging van de eerste letters van hun namen. Nu moest men nog zorgen dat het gas bij de vijand kwam. Het was Dr. von Tappen, die het idee had om het gas via een granaat naar de vijand te schieten. De granaat moest een dunne wand hebben, zodat die gemakkelijk in stukken brak waardoor het gas vrijkwam. Men experimenteerde met traangas (Xylyl Bromide), maar dat voldeed niet. Bij de proeven werd een professor gedood, wat de experimenten op een laag pitje zette. Pas nadat de oorlog in een loopgravengevecht was ontaard, en het Duitse opperbevel opdracht gaf om een goed strijdgas te maken, kwam de ontwikkeling snel op gang. Na vele proeven werd er een granaat met een speciale ontsteker ontwikkeld die het gas (Xylyl Bromide) kon verschieten. De codenaam was T-Stoff. Het nieuwe gaswapen werd ingezet aan het oostfront bij Bolimov, een plaatsje tussen Lodz en Warschau in januari 1915 als onderdeel van een Duits offensief. Het werd geen succes, omdat het bitter koud was, en de gassubstantie bevroor voordat deze zich kon verspreiden.

De eerste gasaanvallen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Duitser tijdens een gasaanval
Enlarge
Duitser tijdens een gasaanval

Alhoewel bepaalde bronnen beweren dat voor de Eerste Wereldoorlog ook gasaanvallen plaats vonden, baseren wij ons enkel op de Eerste Wereldoorlog. De eerste gasaanvallen tijdens de Eerste Wereldoorlogen waren niet zoals meestal wordt geschreven bij Ieper op 22, 23 en 24 april 1915 en ook niet bij Neuve Chapelle op 27 oktober 1914 door de Duitsers, maar door de Fransen op 23 augustus 1914. Zij waren de eerste die gas inzetten met behulp van 26 mm granaten gevuld met Ethyl bromoacetate traangas, ongeveer 19 cc per patroon. De voorraden waren snel verbruikt en in november werd een nieuwe bestelling opgemaakt door het Franse leger. Maar Ethyl bromoacetate werd schaars onder de Entente zodat Ethyl bromoacetate werd gewijzigd in Chlooraceton.

De eerste Duitse aanval vond plaats bij Neuve Chapelle op 27 oktober 1914. Men had geëxperimenteerd met een shrapnelgranaat door de musketkogels van de granaat met een substantie van traangas in te smeren. Bij het vrijkomen na de explosie moest het gas, dat vloeibaar was, een gaswolk vormen en zo de vijand tijdelijk verblinden. Ook dat was op een fiasco uitgelopen.

Op 31 januari 1915 hebben de Duitsers opnieuw gas ingezet tijdens de Slag bij Bolimów, tegen de Russen die gelegen lagen naast de spoorlijn Łódź - Warschau. Ruim 18.000 artilleriegranaten met vloeibaar Xylylbromide traangas werden op de Russische stellingen afgeschoten. Maar het gas dreef terug naar eigen linies en de vrieskou liet het gas bevriezen zodat het inefficiënt bleek te zijn. De gasaanval eiste weinig slachtoffers, maar lag bij de Duitsers hoger dan de Russen, en de aanval werd door August von Mackensen afgeblazen.

Op 14 februari 1915 onderzocht de Vlaamse hulpdokter Joseph De Cuyper, zes soldaten van de 1st Legerdivisie die duizelden en braakten na een Duitse beschieting bij Ramskapelle. In zijn rapport verwees hij dat de Duitsers toen een gasaanval hadden ingezet. Als dit eenmaal zou kloppen, werd mogelijk toen ook Xylylbromide gebruikt.

In maart van hetzelfde jaar gebruikten de Duitse troepen bij Nieuwpoort nogmaals gasgranaten tegen Britse troepen. Bij de ontploffing kwam uit de granaten telkens Xylylbromide vrij.

Na verscheidene mislukte proeven werd door de Duitsers een systeem met gascilinders ontwikkeld. Op 16 april 1915 werden ongewone activiteiten bij het Duitse XXVI Reservekorps gesignaleerd die aankwamen met gasflessen. Dit systeem werd bij Ieper op 22 april 1915 toegepast. Als gas werd het nieuwe Chloorgas gebruikt werdne gevuld in 5.730 flessen met een totale volume van 168 ton. Dit gas veroorzaakte acute aandoeningen aan de long- en luchtwegen. De cilinders waren in de loopgraven geplaatst en bij een gunstige wind liet men het gas onder hoge druk naar de geallieerde loopgraven toe drijven. De Duitsers hadden een monddoekje besprenkeld met een vloeistof als bescherming. Deze eerste gasmaskers werd ontwikkeld voor de gasaanval. Want Duitse krijgsgevangenen toonden in april een pakje met een kompres die hun artsen zouden doordrenken en die ze bij een gasaanval voor mond en neus moesten vastmaken. Hoewel het Engelse opperbevel was ingelicht, maakte men zich geen zorgen. Het gas dreef naar de 4 km brede ruimte tussen de Franse en Engelse linies tussen Steenstraat en Langemark. Een dichte gele wolk welke bijna geheel uit chloor bestond, veroorzaakte bij een kleine dosis hevige irritaties aan de slijmvliezen, gevolgd door bloedspuwingen en zeer pijnlijk hoesten. De gevolgen waren meteen merkbaar. De onbeschermde manschappen van de Franse 87ste territoriale divisie en de 45ste Algerijnse infanteriedivisie trokken zich haastig terug achter het IJzer-Ieperkanaal en het dorpje St.Juliaan.

De geallieerde stellingen werden over een afstand van 4 km doorbroken. De Duitse infanterie trok achter de gaswolk aan en veroverde 9 batterijen. De geallieerden waren in grote verwarring, ondanks de reservetroepen die werden ingezet. Diezelfde nacht was bevelhebber Foch de situatie echter weer meester door troepen in te zetten die bestemd waren voor een offensief in Artois. Er werden snel drie divisies naar de bedreigde frontlinie verplaatst, en om 12 uur 's nachts was de linie weer hersteld. Er werden nog wel wat tegenaanvallen gedaan, maar het resultaat was nihil. Na verscheidene gasaanvallen waardoor de Duitsers een strook grond konden veroveren van 12 km lengte en 3 km breedte keerde op 27 mei 1915 de rust weer. De Duitsers hebben ca. 24 x een gasaanval uitgevoerd tijdens de 2de Ieperslag.

Een dag na de eerste gasaanval was de directeur van de Franse gezondheidsdienst aan het front aanwezig om vast te stellen welk gas er was gebruikt. Direct erna begonnen de geallieerden koortsachtig te zoeken naar een middel dat bescherming bood tegen gasaanvallen: gasmaskers (ook voor paarden, want paarden moesten in geval van nood de artilleriestukken wegtrekken). In 1916 was na vele proefnemingen het gasmasker zover ontwikkeld, dat het gas geen invloed meer had op de soldaten, mits men het masker op tijd had opgedaan. Na de slag die van 22 april tot 27 mei 1915 duurde waren de verliezen:

Gasaanval op Pilkem
Enlarge
Gasaanval op Pilkem
  • Engeland: 53.806.
  • Canada: 5469.
  • Duitsland: 34.933.
  • Frankrijk: ca. 10.000.

In deze cijfers zijn de gasslachtoffers opgenomen. Van de Duitsers is bekend dat het de soldaten verboden was om over gas en gasslachtoffers te praten, zodat daar geen cijfers van bekend zijn.

Tijdens de Duitse aanval op de Lingekopf op 31 augustus 1915 gebruikten de Duitsers voor het eerst gas op dit front gevolgd door een grondaanval. De grondaanval levert wat terreinwinst op maar niet genoeg. Op 9 september volgt een nieuwe gasaanval, gevolgd door een aanval met vlammenwerpers. De aanval eiste meer dan 1000 Chasseurs het leven. Op 12 en 15 oktober volgen de twee laatste Duitse aanvallen, maar het lukt niet de Fransen van de Lingekopf te verdrijven. .

Mosterdgas

De ontwikkeling van strijdgassen ging bij alle partijen gestaag door. De Duitsers waren vanwege hun grote kennis van de chemie in het voordeel. Een van de bekendste gassoorten en tevens de beruchtste was mosterdgas, ook wel Yperite genoemd. Dit gas was zeer zuiver gefabriceerd zodat het reukloos en onzichtbaar was. Mosterdgas werd voor het eerst ingezet in Nieuwpoort tegen de Belgen als proef in combinatie met Blaukreuz en chloorgas, twee dagen voor de eerste grootschalige inzet tijdens de 3de Ieperslag van 12 juli 1917. Het werd met granaten naar de Engelse linies geschoten, waar zich een grote wolk vormde. De Engelsen die altijd het gas roken merkten er niets van, dus werd er geen alarm geslagen en men was dus onbeschermd. De geur van mosterdgas is te herkennen omdat het een etenslucht verspreidt. De uitwerking was verschrikkelijk. Het gas is besmettelijk en hardnekkig. Na enige tijd waren de gevolgen merkbaar: prikkeling aan de luchtwegen, benauwdheid en irritaties van de slijmvliezen, algehele blindheid en zeer pijnlijke ogen. De huid verbrandt en de bloedsomloop wordt verstoord. Na een paar dagen zijn de longen verbrand en stikt men.

Als een terrein met mosterdgas was besmet, had de aanvaller en de verdediger er eerst weinig aan. Als beide partijen een aanval wilden doen werd er altijd rekening mee gehouden dat het terrein pas na 3 à 4 dagen kon worden betreden nadat het beschoten was met mosterdgas. Het duurde enige maanden na de 3de Ieperslag tot ook de Engelsen en de Fransen dit gas konden produceren. De artilleristen moesten vanwege het gevaar met gasmaskers op hun werk doen.

De uitwerking was reeds door Prof. Niemann in 1880 beschreven. Ongeveer 2500 Engelsen werden vergiftigd, er stierven slechts 87, maar de rest was voor maanden uitgeschakeld, wat eigenlijk de bedoeling was. Een geplande Engelse aanval moest daardoor worden uitgesteld. De Fransen die er later ook mee te doen kregen, noemden het angstaanjagende, reukloze en onzichtbare "Yperite" naar de stad waar het voor het eerst werd gebruikt, Ieper.

Granaten en projectoren

Britten met PH gasmaskers, die in 1915 in dienst werden genomen, bemannen een Vickers M.18
Enlarge
Britten met PH gasmaskers, die in 1915 in dienst werden genomen, bemannen een Vickers M.18
.

Naarmate de oorlog verliep en er steeds meer verschillende strijdgassen aan het front verschenen, werd ook de beveiliging verbeterd. Meestal ging de gong, of werd tegen een grote granaathuls geslagen, of loeiden er sirenes als er gas werd geroken.

Het strijdgas is veel gebruikt tijdens de veldslagen in de Eerste Wereldoorlog. Meestal werd een offensief gepland met eerst een gasaanval, om de vijand gasmaskers op te laten zetten omdat die hinderden bij de werkzaamheden. Bijv. artilleristen die moesten richten, of tijdbuisafstellers konden vaak door de beslagen glazen de cijfers niet zien. Voor de infanterie was het vooral vermoeiend met een gasmasker op door een terrein te lopen dat was doorploegd door granaten en waarin prikkeldraadversperringen waren aangebracht.

Het gas werd meestal op de vijand afgevuurd met een granaat. De Engelsen hadden ook een systeem met een gasprojector, de Livens. Verschil is dat met een granaat het gas meteen op de plaats is waar men het wil hebben. Met de projector wordt een grote hoeveelheid gas naar de vijandelijke linies "gespoten". De Duitsers hebben vanaf juli 1917 tot november 1918 ca. 5000 ton gas geproduceerd. De laatste maanden van de oorlog ca. 30 ton per dag.


Slachtoffers

Slachtoffer van een mosterdgasaanval
Enlarge
Slachtoffer van een mosterdgasaanval
Ook dieren werden voorzien tegen een gasaanval. Honden kregen een gasmasker over de kop. Paarden en ezels kregen een zak voor hun mond. Postduiven waren belangrijker en werden in speciale hokken geplaatst.
Enlarge
Ook dieren werden voorzien tegen een gasaanval. Honden kregen een gasmasker over de kop. Paarden en ezels kregen een zak voor hun mond. Postduiven waren belangrijker en werden in speciale hokken geplaatst.

De beste manier was toch nog altijd de soldaat in de voorste linie die het gas het eerst opmerkte. Aan het eind van de oorlog had elk land zijn eigen gasmasker, en waren deze goed bestand tegen de verschillende soorten gas.

Hoewel het strijdgas een angstaanjagende naam heeft, zijn naar omstandigheden in de Eerste Wereldoorlog niet eens zoveel doden gevallen, wel veel gewonden. Op de verliezenlijst van de Engelsen ziet men dat naarmate de oorlog afliep ook het aantal slachtoffers terugliep.

Engelse verliezen bij gasaanvallen
periode gas gewonden doden
april-mei 1915 chlorine 7000 350
dec.-aug. 1915-1916 lachrymator  ?  ?
dec.-aug. 1915-1916 fosgeen 4207 1013
juli 1915-juli 1916 lethal gas 8806 532
juli-nov. 1917-1918 mosterdgas 160526 4086
dec. 1917 –mei 1918 cyanogen bromide 444 81


Gasgewonden en doden Eerste Wereldoorlog. (Geschat)
land gewond doden totaal
Engeland 180.597 8109 188.706
Frankrijk 182.000 8000 190.000
Amerika 71.345 1462 72.807
Italië 55.373 4627 60.000
Rusland 419.340 56.000 475.340
Duitsland 191.000 9000 200.000
Oostenrijk 97.000 3000 10.000
Overige landen 9000 1000 10.000
Totaal 1.205.655 91.198 1.296.853

Al deze cijfers zijn globale schattingen, want in de vele gevallen kon men nooit achterhalen wie er door gas was gedood of verwond. Men moet ook rekening houden met de lange termijn effecten. Van de Canadese troepen die de eerste chloorgasaanval in Ieper overleefden, waren er 50% bij het einde van de eerste wereldoorlog (3 jaar later) nog steeds gevechtsongeschikt. Ook zij die de onmiddellijke gevolgen van een gasaanval overleefden waren vaak voor het leven getekend. In het bijzonder schade aan de longen was zeer ernstig gezien het feit dat longweefsel nauwelijks terug regenereerd. Vele slachtoffers van gasaanvallen zouden gedurende hun leven sterk kwetsbaar blijven voor longziekten, en een verhoging van het aantal TBC slachtoffers in de jaren dertig blijkt verbonden te zijn met het gebruik van gifgas in de eerste wereldoorlog.

varianten Britse gasmaskers
Enlarge
varianten Britse gasmaskers

Disciplines

De strijdgassen worden onderverdeeld in twee hoofdagentia die elk verdeeld worden in type agentia:

Een granaat van Blaukreuz (Arseen): 1 E.K.Z.17 ontsteker (kan ook bestaan uit een E.K.Z.16 ontsteker), 2 hoofdring, 3 springstof, 4 glazen fles, 5 gasinhoud, 6 drijfband, 7 dop van fles
Enlarge
Een granaat van Blaukreuz (Arseen): 1 E.K.Z.17 ontsteker (kan ook bestaan uit een E.K.Z.16 ontsteker), 2 hoofdring, 3 springstof, 4 glazen fles, 5 gasinhoud, 6 drijfband, 7 dop van fles
  • Toxische agentia
    • Stik agentia (vb: Fosgeen stikgas)
    • Blaartrekkende agentia (vb: Mosterdgas/Ypertiet)
    • Bloed agentia (Vb: Cyanogeenchloride/Chloorcyanide)
  • Hinderende agentia
    • Traan agentia (vb: Chloorpicrine)
    • Braak agentia (vb: [[Adamsiet])
    • Nies agentia (vb: Adamsiet)

Benaming van de meest gebruikte strijdgassen en introductiejaar.

  • Chlorine 1915. Benzyl bromide.
  • Fosgeen 1915. Xylyl bromide.
  • Chlormethyl-chloroformate 1915. Ethyl-iodoacetate.
  • Chloropicrin 1916. Bromacetone.
  • Stannic chloride 1916.
  • Dibrom-methyl-hylketone. 1916.
  • Cyanogen bromide 1918. Acrolein
  • Dichlor-menthyl-ether 1918. Methyl-hlorsulphonate
  • Lachrymators werden meestal met andere gassoorten gemengd om het effect te vergroten.
  • Sternutators. Traangas (gemengd), veroorzaakt neus- en luchtwegenaandoeningen.
  • Diphenyl-chlorarsine 1917.
  • Diphenyl-cyanarsine 1918.
  • Ethyl-dibrom-arsine 1918.
  • N.ethyl-carbazol 1918.


Engelse gasvullingen in granaten welke in de Eerste Wereldoorlog zijn gebruikt.

Paard met gasmasker
Enlarge
Paard met gasmasker
  • BB. Mosterdgas. Afgeleid van de samenstelling: Beta-Beta-Dichlorethylsulphide
  • CG. Fosgeengas.(Collongite). Geleverd door een Frans bedrijf in Coulogne.
  • CBR. Arsenious Chloride mixture.
  • DA. Diphenyl Chlorarsine.
  • DM. Diphenylamine Chlorarsine.
  • HS. Hun Stuff. Een mosterdgas genoemd naar de vijand.
  • KJ. Stannic Chloride.
  • NC. Chloropicrin + 20% Stannic Chloride voor penetratie van gasmaskers.
  • NG. Sulphuretted Hydrogeen. (H2S).
  • NG2. H2S 90% + Carbon Disulphide 20% gemengd. Werd genoemd Red Star.
  • PS. Chloropicrin.
  • PG. Chloropicrin 75% + Colognite 25% gemengd voor loopgraafmortieren.
  • SK. Ethyl Iodoacetate.
  • GS. Sulphuretted Hydrogeen 35% + Chloropicrin 65% gemengd. Green star.
  • YS. Chlorine 70%+ Chloropicrin 30% gemengd. Werd genoemd Yellow Star.
  • WS. Chlorine-fosgeen gemengd. Werd genoemd White Star.
  • VN. Prussic Acid Gas. Franse benaming (Vincennite). Gemaakt in Vincennes.
  • LA. en JE. Lancastrite en Jellite waren van onbekende samenstelling, en zeer gevaarlijk wanneer er granaten mee gevuld werden.

Deze codeletters waren op de granaten geverfd. Meestal in een cirkel voor herkenning.

De gassen en hun kenmerken
AgentiaDuitse kruisIUPAC-naamSoortVoornaamste effectVerschijningen
van de symptomen
Persistentie
(Zomer)
Persistentie
(Winter)
VormGeur
Mosterdgas
Yperiet
Gelbkreuz1,1-thiobis(2-chloorethaan)BlaartrekkendVernietiging v/d cellenEnkele uren2 tot 7 dagen2 tot 8 wekenVloeistof met damp effectMosterd
FosgeenGrünkreuzStikagentiaLetsel aan de ademhalingswegenEnkele urenEnkele minutenEnkele minuten-Gas
-Dampvorm
Gesneden hooi
DifosgeenGrünkreuzStikagentiaLetsel aan de ademhalingswegenEnkele urenEnkele minutenEnkele minuten-Gas
-Dampvorm
Gesneden hooi
ChloorpicrineGrünkreuzTrichloornitromethaanTraan agentiaIrriteert de ogen, huid en luchtwegen en veroorzaakt tranende ogen; bij blootstelling aan hoge concentraties kan dodelijk longoedeem optreden.
AdamsietBlaukreuzDiphenylaminechlorarsineNiesagentia/BraakagentiaPrikkeling van de slijmvliezen2 à 3 minuten- Gas
- Aërosol
Rook
Clark 1BlaukreuzDiphenylarsinchlorid
Clark 2BlaukreuzDiphenylarsincyanid
Clark 3BlaukreuzDiphenylaminarsincyanid

Chrono gasaanvallen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd voortdurend gevochten met gas. Hierdoor is het onmogelijk om een volledige chrono te verkijgen met alle gasaanvallen uit de Eerste Wereldoorlog. Aanvullen is welkom!

  • 23 augustus 1914: uitbreken van de oorlog, Mulhouse in de Elzas (Franse aanval met Traangas tegen de Duitsers)
  • 27 oktober 1914: nabij Neuve Chapelle (Duitse aanval met Traangas tegen de Britten)
  • 31 januari 1915: Oostelijk front, nabij Bolimów (Duitse aanval met Traangas tegen de Russen)
  • 14 februari 1915: mogelijk de eerste gasaanval tegen de Belgen. Maar op deze dag, onderzocht de Vlaamse hulpdokter Joseph De Cuyper zes soldaten te onderzoeken die in de omgeving van Ramskapelle bedwelmd werden door een verstikkend gas. (Duitse aanval met Weisskreuz tegen de Fransen).
  • ?? Maart 1915: nabij Nieuwpoort (Duitse aanval met Weisskreuz tegen de Fransen)
  • 22 april 1915: Tweede Slag om Ieper, sector Steenstrate - Schreiboom (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Britten, Canadesen en Fransen).
  • 24 april 1915: Tweede Slag om Ieper, Sint-Juliaan - Kitchener's Wood - ’s Graventafel (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Canadezen).
  • 26 - 27 april 1915: Tweede Slag om Ieper, Steenstrate-Lizerne (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Sikhs, Britse en Franse kolonie).
  • 27 & 29 april 1915: nabij Ieper (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Britse, sikhs, Pathanen, Frans en Algerijnen)
  • 1 & 2 mei 1915: nabij Ieper (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Britse, sikhs, Pathanen, Frans en Algerijnen)
  • 2 mei 1915: Tweede Slag om Ieper, Mouse Trap Farm (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Canadezen (???)).
  • 5 mei 1915: Tweede Slag om Ieper, aanval op Hill 60 (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Britten)
  • 12 augustus 1915: Noordschote (Duitse aanval tegen de Belgen)
  • 31 augustus 1915: Elzas-Lotharingen, de aanval op Lingekopf (Duitse aanval tegen de Fransen)
  • 24 september 1915: Herfstslag bij La Bassée, nabij Loos (Britse aanval met chloorgas tegen de Duitsers).
  • 19 december 1915: op t Wieltje in Ieper (Duitse aanval met een combinatie van Chloorgas en Phosgeen tegen de Britten)
  • 30 april 1915: Duitsers vielen om 12:35 aan, tussen Petit Douve en de Spanbroekmolen, met een gasaanval met combinatie van chloor en fosgeen. De aanval bestond uit 4 duizend cilinders! Kort nadien vielen de Duitse 211de en de 212de Reserve Regiment de Britse linies aan. De wind was te krachtig waardoor het gas snel voorbij waaide en de verdediger gauw hun gasmaskers konden afdoen. De Duitsers leden hierdoor veel verlies. Ondanks het terrein winst bij de Spanbroekmolen, door de 10th Royal Welsh terug te slagen, moesten de Duitsers terug trekken. 562 Britten werden door de gasaanval gedood of verwond.
  • 17 juni 1916: na het faalde gasaanval op 30 april 1916, vielen de Duitsers terug aan met gas maar met een grotere concentratie. Ondanks dit, werd de gasaanval als falend gezien vanwege het kleine briesje die het gas moeilijk liet verplaatsen. Het viel de vijand aan, de 1st North Staffordshire, maar dreef al gauw terug naar de aanvaller. Enkele Duitsers vielen aan, maar werden gauw gedood door Britse mitrailleur.
  • 8 augustus 1916: Boezinge en Steenstrate (Duitse aanval tegen de Fransen)
  • 29 augustus 1916: Boezinge en Steenstrate (Duitse aanval tegen de Fransen)
  • 23 april 1917: Slag aan de Ijzer, nabij Nieuwpoort (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Belgen/Fransen)
  • 4 mei 1917: Slag aan de Ijzer, nabij Nieuwpoort en Diksmuide (Duitse aanval met Chloorgas tegen de Belgen/Fransen)
  • 10 juli 1917: Operation Strandfest, ten Noord-Oosten van de van de IJzermonding in Nieuwpoort (Duitse aanval met Mosterdgas tegen de Belgen/Fransen)
  • 12 juli 1917: Derde Slag om Ieper, ten westen van Ieper (Duitse aanval met Mosterdgas tegen de Canadezen en Britten)
  • ?? september 1917: Oostelijk front, nabij het Russische Riga (Duitse aanval met Mosterdgas tegen de Russen).
  • 21 maart 1918: Operation Michael, Flesquières (Duitse aanval met Mosterdgas)
  • 28 mei 1918: Derde Slag aan de Aisne (Duitse gasaanval).
De Franse traangas handgranaat, de Mle 1915 Suffocante "Bertrand"
Enlarge
De Franse traangas handgranaat, de Mle 1915 Suffocante "Bertrand"

Literatuur

  • Gas! I.V. Hogg.
  • World war one source book. P.J. Haythornthwaite.
  • Gas! The battle for Ypres. J.Williams-R. Steel.
  • A western front companion. J. Laffin.
  • History of the first world war. Deel 3. Purnell. London.

Links

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Gasoorlog"
Personal tools