/** * */

Gallipoli (slag)

De Dardanellencampagne (of Slag om Gallipoli) duurde van 15 februari 1915 tot 9 januari 1916 en liep uit op een catastrofe.

Inhoud


Het idee

De Britse Oorlogsraad kwam met het idee een tweede front te openen in Turkije omdat men dacht dat de loopgravenoorlog in het westen tevergeefs was. Men wilde Duitsland op deze manier via zijn bondgenoten ten onder brengen.

De zeestraat tussen de Egeïsche Zee en de Zee van Marmara noemt men de Dardanellen. Men zou proberen via deze zeestraat Rusland te bereiken. Het Turkse schiereiland Gallipoli begrenst de zeestraat in het noorden.


De aanloop


Als in 1913 de Jong Turken, een groep opstandige officieren, in Turkije aan de macht komen, betekent dit een eind aan de Britse invloed. Enver Pasha, die zijn militaire opleiding in Duitsland had gevolgd, wordt de nieuwe minister van Oorlog.

Op 2 augustus 1914 sluit hij een overeenkomst met Duitsland om Turkije veilig te stellen bij een aanval door Rusland. Hierdoor neemt de vijandelijkheid tussen de Duitse en Britse marine in de Middellandse Zee toe.

Twee dagen later, na een bombardement van de Duitse oorlogsschepen Goeben en Breslau, onder bevel van vice-admiraal Wilhelm Souchon, op de havens van Algerije, komt het tot een conflict met twee Britse slagkruisers, de Indefatigable en de Indomitable, onder leiding van vice-admiraal sir A. Berkeley-Milne. Er wordt niet geschoten omdat het Britse ultimatum (dat de Duitsers zich uit België moeten terugtrekken) pas om middernacht afloopt. Von Souchon vaart verder richting Turkije.

Hij was op weg naar Turkije omdat Groot-Brittannië eerder twee in aanbouw zijnde Turkse oorlogsschepen in beslag had genomen. Duitsland had ter compensatie de Goeben en de Breslau aangeboden, die Souchon daar zou afleveren. Enkele dagen later, in de nacht van 6 op 7 augustus 1914, merkt hij dat hij nog steeds gevolgd wordt door sir A. Berkeley-Milne en zijn slagkruisers. Pas op 10 augustus 1914, als hij de Dardanellen doorvaart, staken de Britten hun achtervolging.

Op 27 september 1914 houden de Britten een Turkse torpedoboot tegen die de Dardanellen wil uitvaren en sturen hem terug de zeestraat in. Dit blijkt een blunder van formaat. De Turken sluiten de Bosporus en Dardanellen voor alle scheepvaartverkeer waardoor Rusland wordt afgesneden van de geallieerden.

Een maand, op 28 oktober 1914, later beschiet de Turkse vloot, die nu onder leiding staat van de Duitser von Souchon, de Russische havens van Odessa, Sebastopol en Theodosia vanop de Zwarte Zee.

Rusland verklaart de oorlog aan Turkije op 2 november 1914. De volgende dag al bombarderen de Britten de ingang van de Dardanellen, met name de forten van Sedd el Bahr en Kum Kale. Op 5 november 1914 verklaren ook Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Turkije.

Op 13 januari 1915 beslist de Britse minister van Marine, sir Winston Churchill, samen met de oorlogsraad, de Dardanellen te openen voor bevoorrading van Rusland door een zeeaanval uit te voeren. Frankrijk beslist twee dagen later een vlooteenheid voor deze plannen ter beschikking te stellen.

Admiraal Carden, commandant de Britse strijdkrachten in de Egeïsche Zee, bereidt de aanval voor, die gepland is voor 15 februari 1915. In Londen wordt besloten het schiereiland Gallipoli door de 29° divisie van de landmacht, gesteund door Australische en Nieuw-Zeelandse troepen, te laten bezetten. De First Sea Lord, Jacky Fisher, keert zich tegen het plan en treedt terug.

Het Griekse eiland Lemnos, dat gebruikt zou worden als verzamelplaats van de Britse troepen, blijkt al snel te klein voor meer dan 50 000 manschappen en men moet naar andere havens uitwijken.


De voorbereidingen

Op 19 februari 1915 wordt de aanval op de Dardanellen geopend door bombardementen op de forten, maar door communicatieproblemen wordt de actie afgebroken. Enkele dagen later, op 25 februari 1915, wordt de aanval herhaald, en nu slaagt admiraal Carden erin een van de forten te vernietigen, maar drie schepen worden beschoten door verdekt opgestelde houwitsers.

Van 27 februari tot 3 maart 1915 landen eenheden mariniers op de Turkse kust en stellen 50 stukken geschut buiten werking. Deze actie wekt enthousiaste reacties in Londen. Lord Kitchener vermoedt dat bij het verschijnen van de Britse vloot, de Turken gewoon op de vlucht zullen slaan. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Grey, denkt dat het een staatsgreep in Turkije zal teweegbrengen.

Maar men vergeet dat de Turken door de aanvallen op de hoogte zijn van de Britse plannen en op 4 maart 1915 al moeten de Britten zich terugtrekken door de hevige Turkse tegenstand. Verdere pogingen om aan wal te komen mislukken en de plannen worden verschoven naar april.

In maart worden de troepen aangevuld en voorbereid. De Britse generaal Hamilton wordt benoemd tot commandant van de Expeditionary Forces die Gallipoli zullen innemen. Zijn kennis van het strijdgebied is nihil en hij moet zijn informatie halen uit toeristische folders over de streek. Ook de communicatie tussen de landmacht en de marine ontbreekt en de Turken zijn volledig van hun plannen op de hoogte door gebrek aan geheimhouding. De Duitse generaal Liman von Sanders krijgt het bevel over 60 000 Turkse troepen in de regio en begint de verdediging voor te bereiden.

Er wordt op 12 maart 1915 nog een poging ondernomen tot besprekingen met de Turkse regering maar deze lopen op niets uit omdat Groot-Brittannië niet kan garanderen dat Constantinopel gevrijwaard zal blijven.

De landing

Het Franse slagschip Bouvet kapseist na in de Erén Keui Baai op een mijn gelopen te zijn. Nog geen twee minuten na aanvaring zinkt het schip.  Ruim 660 bemanningsleden komen om
Enlarge
Het Franse slagschip Bouvet kapseist na in de Erén Keui Baai op een mijn gelopen te zijn. Nog geen twee minuten na aanvaring zinkt het schip. Ruim 660 bemanningsleden komen om

Een nieuwe poging werd op 18 maart 1915 ondernomen. 18 Britse slagschepen, kruisers en destroyers varen vergezeld van vele mijnenvegers de Dardanellen binnen. Ze openen op hetzelfde moment het vuur op de forten. Ze worden echter op granaten onthaald en rond de middag worden de Franse Gaulois met enkele andere schepen getroffen. Ze maken plaats voor de mijnenvegers door zich terug te trekken in de Erén Keui Bay, maar deze ligt vol mijnen en de Franse Bouvet wordt tot zinken gebracht. Ook de mijnenvegers moeten een veilig onderkomen zoeken door de aanhoudende granatenregen. Later in de middag, rond 16:00 uur lopen drie Britse schepen, de Inflexible, de Irresistable en de Ocean, op mijnen onder het wateroppervlak. De actie wordt afgeblazen.

Op de krijgsraad van 22 maart 1915, aan boord van de HMS Queen Elizabeth, spreken vice-admiraal Boue de Lapeyrère, commandant van de Franse Middellandse Zeevloot, generaal Hamilton, vice-admiraal De Robeck en de Franse generaal Baillard, af om op 14 april 1915 op Gallipoli te landen. De 29° divisie zal op Helles landen, de Anzacs bij Caba Tebe, de Royal Naval Division bij Bulais, een Franse eenheid bij Kum Kale en de Basika Baai en een Brits bataljon bij Morto Baai. Bij Krithia zal 2000 man worden afgezet. Men verwacht weinig of geen tegenstand.

Op 23 april 1915 zet de vloot zich in beweging en meer dan 200 schepen varen naar de Dardanellen en de landing begint. Om 03:00 uur komen Britse troepen met 70 000 manschappen aan bij de Hellespont op de punt van het schiereiland. De Anzac-troepen, zo'n 12.000 man moeten bij Ari Burna, Z-beach genaamd, landen, maar worden op de verkeerde plaats afgezet en worden onder vuur genomen door de Turkse 19° divisie als ze proberen de Sari Bair te beklimmen. De Britse generaal Birdwood vraagt om terug te trekken, maar wordt genegeerd. Op V-beach wil men de Turken overrompelen door opeens aan wal te verschijnen, maar ze worden neergemaaid door het gerichte Turkse machinegeweervuur. Op W-beach sneuvelen er nog eens honderden manschappen De derde landing vormt een afleidingsaanval door de Fransen bij Kum Kale waar ze bij het innemen van de stad, er zonder veel kleerscheuren vanaf komen.

Generaal Hamilton zendt op 27 april 1915 een telegram naar Londen met de boodschap dat alles naar wens is verlopen en dat de 30 000 Britten aan land zijn gezet.

De nederlaag

Op 28 april 1915, bereikt de Britse 29° divisie Krithia en lanceren een aanval op de Turken. Ze verliezen meer dan 3000 manschappen door verwarring in de gelederen en communicatiestoornissen. De Anzac bij Ari Burna slaagt er bijna in de bergkam van Chunuk Bair te veroveren, maar dit wordt verijdeld door de Turkse reservetroepen onder leiding van Mustafa Kemal (Atatürk), die later in 1923 de Turkse Republiek opricht.

De derde operatiefase gaat op 3 mei 1915 van start. Men plande een gecombineerde actie op het land en op zee, maar de geallieerde troepen worden klemgezet op het strand door sterk Turks verzet. Op 6 mei 1915 proberen de Britten nogmaals Krithia te veroveren, deze keer ten koste van 6500 gesneuvelden. Op 19 mei 1915 doen de Turken een tegenaanval met 40 000 manschappen, maar deze wordt door de Anzac, die slechts met 17 000 man zijn, afgeweerd.

Door de mislukte aanvallen op de Dardanellen, wordt de Britse minister van Marine sir Winston Churchill, op 26 mei 1915, ontslagen door eerste minister Herbert Asquith.

Er groeien nog meer twijfels over de operatie als op 4 juni 1915 ook de derde poging Krithia in te nemen mislukt. Weer sneuvelen er duizenden geallieerden.

De versterkingen arriveren begin augustus 1915 en men start de vierde operatiefase. Ze ontschepen in de baai van Suvla om de Turkse verdediging vanuit het zuiden aan te vallen. De Anzac valt tegelijkertijd aan op Chunuk Bair, maar wordt op 10 augustus 1915 verslagen door Mustafa Kemal. Ook de landing op Suvla is geen succes omdat sir Frederic Stopford zich laat overrompelen door de Turken die meteen het hoger gelegen gebied van de baai veroveren.

Een week later, op 17 augustus 1915, vraagt generaal sir Ian Hamilton nogmaals om versterkingen. Londen is verbijsterd door de vele tegenslagen.

Dezelfde dag probeert men een nieuwe aanval op Suvla, maar na het oprichten van een bruggenhoofd, worden ze door de Turkse verdediging tegen gehouden en geïsoleerd.

De gevechten voor Gallipoli duren onverminderd voort. Na de hitte van de zomer, krijgen ze nu af te rekenen met stormschade en koude.


De mislukking


De operatie is tot mislukken gedoemd, de strijdmachten kunnen het land niet binnentrekken. Het duurde maanden voor ze tot dit inzicht kwamen. Er vielen duizenden onnodige slachtoffers door de gevechten, maar ook door de enorme hitte in de zomermaanden en de ijzige kou in de winter.

Op 11 oktober 1915 verklaart de Britse minister van Oorlog, Lord Kitchener, dat een terugtrekking de rampzalige gebeurtenis uit de geschiedenis van het Britse Rijk zou zijn. Ook generaal sir Hamilton evalueert het risico en besluit dat bij zo'n onderneming minstens de helft van zijn troepen zal sneuvelen. Hij wordt op 14 oktober 1915 uit zijn functie ontheven en vervangen door generaal Monroe die de opdracht krijgt de situatie te eindigen.

Als blijkt dat Londen hem de nodige versterkingen niet kan geven, wil hij het eiland meteen aan de Turken overlaten. Lord Kitchener wil er het fijne van weten en gaat op 10 november 1915 op onderzoekscommissie naar Gallipoli. Op 15 november 1915 stuurt hij een telegram aan minister-president Asquith waarin hij eindelijk toegeeft dat de inname van Gallipoli onmogelijk is. Hij adviseert tot directe evacuatie over te gaan.

In december 1915 beginnen de geallieerden aan de evacuatie, maar doen dit in het geheim om de Turkse troepen op een dwaalspoor te brengen. Op 8 december 1915 begint de terugtrekking uit de baai van Suvla en Ari Burna volgens het plan van generaal William Birdwood. Op 28 december 1915 begint de evacuatie uit de Hellespont.

De geallieerden werden uiteindelijk in het grootste geheim geëvacueerd in december 1915 en januari 1916. Niemand sneuvelt tijdens deze complexe operatie.


Nadien

De Britse journalist Keith Murdoch brak het verbod om over Gallipoli te praten door een brief te schrijven aan de Australische premier die deze informatie doorspeelde aan het Britse kabinet in Londen.

Als herdenking van de vele onnodige slachtoffers van de nederlaag op dit schiereiland, vieren de Australiërs nog steeds de verjaardag van de eerste landing: 25 april. Ze noemen dit Anzac-day. Anzac: Australian and New Zealand Army Corps, codenaam voor de eerste landing.

Film

In 1981 maakte de Australische regisseur Peter Weir, bekend van andere films zoals The Truman Show (1998) en Master and Commander (2003), een film over deze veldslag met Mel Gibson en Mark Lee in de hoofdrol.

De film gaat over twee jonge Australische mannen die met de ANZAC's mee naar Europa komen om deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog. Ze worden naar Gallipoli gestuurd waar het onzinnige van de oorlog al snel duidelijk wordt.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Gallipoli_%28slag%29"
Personal tools