/** * */

Fort van Ertbrand

Zie tekst voor beschrijving.
Enlarge
Zie tekst voor beschrijving.
Het fort nadat het verlaten werd door het Belgische leger in 1914.
Enlarge
Het fort nadat het verlaten werd door het Belgische leger in 1914.
De huidige toestand van het fort.
Enlarge
De huidige toestand van het fort.
Plan van het fort.
Enlarge
Plan van het fort.
Het Fort van Ertbrand ligt op het grondgebied van Kapellen, ten noorden van Antwerpen, en maakt deel uit van de buitenste fortengordel. De beslissing tot bouwen werd genomen op 30 maart 1906 door de regering De Smet de Naeyer en werd gebouwd tussen 1908 en 1914. De totale oppervlakte beslaat 17 hectare en werd opgericht door de firma Bolsee uit Antwerpen. Voor de bouw werd er een speciaal ontsluitingsspoor van Stabroek naar Putte aangelegd voor de aanvoer van bouwmaterialen vanuit de haven van Lillo.

Ten westen van het fort bevindt zich het Fort van Stabroek en ten oosten het Fort van Brasschaat.

Inhoud

Beschrijving

Het fort heeft een trapeziumvorm waarvan de kleine basis het hoofdfront, de grote basis het keelfront en de zijden de zijfronten vormen. Het is omringd door een 40 à 50 meter brede natte gracht. De voor- en zijgrachten worden geflankeerd vanuit samengevoegde gekazemateerde caponnières (A) en de keelgracht vanuit de benedenverdieping van de traditorebatterij (B). De grachtflankering geschiedt door middel van 5,7-cm kanonnen op plaataffuit. Zes kanonnen kruisen hun vuren, elk zijfront en beide gedeelten van het keelfront worden geflankeerd door telkens twee kanonnen. De schouderhoeken en de traditorebatterij kunnen onder vuur gehouden worden vanuit twee draaikoepels met een 5,7-cm kanonnen.(C)

Als fort van 2e orde beschikte Ertbrand voor zijn verdediging over: - Een draaikoepel voor twee 15-cm kanonnen (D) - Twee draaikoepels voor een 12-cm houwitser (E) - Vier draaikoepels voor een 7,5-cm kanon (F) Alle koepels zijn van het type Cockerill, model 1909. De waarneming geschiedt vanuit twee stalen waarnemingsklokken.(G)

In het keelfront is de traditorebatterij uitgebouwd, bestemd om de intervals tussen de werken onder vuur te houden. Op de verdieping van elke flank staan er telkens twee 12-cm kanonnen en twee 7,5-cm kanonnen op plaataffuit, alsook een zoeklicht. Voor het tracé van de gevelmuur van het keelfrontgebouw is rekening gehouden met de richting van de te steunen nevenwerken. De 12-cm batterij in de rechterflank vuurt in de richting van Fort Kapellen en is hierdoor meer naar achteren gericht.

De betondekking is voorzien om te weerstaan aan een beschieting met 28-cm kalibers.

De enige toegang tot het fort,door de traditorebatterij, wordt verdedigd door een rolbrug, twee gecreneleerde (met schietgaten voorziene) lokalen en een poort.

De grachtbreedte is principiëel 50 m bij het wateroppervlak. Langs de buitenzijde ligt nog een horizontale berm die de gracht scheidt van het glacis. Dit glacis bergt een zekere hoeveelheid aarde van de uitgraving en maskeert de caponnières. De beide grachtbermen worden bij alarm voorzien van prikkeldraadnetten.

Een centrale gang doorloopt achtereenvolgens de traditorebatterij, het keelfrontgebouw en het hoofdfrontgebouw. In het keelfrontgebouw vinden we ondermeer de machinekamers en de kazerneringslokalen. Twee kruitmagazijnen en enkele andere magazijnen bevinden zich aan weerszijden van de centrale gang.

In het hoofdfrontgebouw zijn de logementen ondergebracht. Twee binnenplaatsen zorgen voor licht en lucht in dit gebouw. Gangen leiden naar de caponnières en naar de koepels.

Uiteindelijk kon men nog, op de borstwering, in open lucht, kanonnen 5,7-cm op wielen opstellen tot ten minste 8 stuks. Die waren geborgen in een bomvrije holtravers (of artillerieremise) die ingericht was achter de koepel (D), ofwel in reserve gehouden in de fortpoterne.

Op de borstwering kon tevens infanterie in stelling komen. De borstwering waren bereikbaar vanuit de open binnenplaatsen langs aarden opritten, ofwel langs binnen via een brede trap, vertrekkend uit het keelfrontgebouw en uitgevend achter de betondekking van de koepel (D).

Het fort tijdens Wereldoorlog I

In augustus 1914 werd het effectief op oorlogssterkte gebracht (+/- 500 man).

Het fort stond onder het bevel van kapitein-commandant Henri Pierre Jean Vogels. Deze militair werd geboren te Antwerpen op 20 augustus 1875 en aangesteld tot onder-luitenant op 1895.

Het garnizoen kreeg geen Duitser te zien. Toen de commandant vernam dat Antwerpen bezet werd door de Duitsers liet hij in de avond van 9 oktober 1914 het fort evacueren, na de koepels te hebben vernietigd. Het garnizoen trachtte tevergeefs de Schelde over te steken en liet zich daarna interneren in Nederland, te Assen en Nunspeet. Na de oorlog werd de kapitein-commandant vrijgesproken door de Krijgsraad en werd tewerkgesteld bij het Fonds Koning Albert. Hij ging op 1 juni 1922 op pensioen en werd op 19 oktober 1923 benoemd tot Ere-majoor.

In het fort hebben de Duitsers de tweezijdige uitgang van 5 m breedte voor de helft verspringend dichtgemetseld en van een schermmuur voorzien om de luchtverplaatsing van ontploffingen te dempen en om de toegang gemakkelijker te kunnen verdedigen, zulks vanwege de inschakeling van het fort in de Duitse defensieve linie van 1917.

Het fort na Wereldoorlog II

Na Wereldoorlog II werd het fort gebruikt door de Belgische ontmijningsdienst voor het vernietigen van oude springstoffen en munitie. Hiervoor werden heel wat grondwerk verzet en enkele gebouwen, zoals de caponnières, werden verder afgebroken.

Het fort is momenteel in privébezit, de toegang is verboden en zelfs gevaarlijk. Het is één van de belangrijkste overwinteringsplaatsen voor vleermuizen van Europa.

Bronnen

Brochure Open Monumentendag 1993, "Militaire domeinen".

Inventaris Ontroerend Erfgoed

Situering van het fort

Antwerpen, vestingstad (1860 - 1945)

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Fort_van_Ertbrand"
Personal tools