/** * */

Eugène Gilbert

Gilbert in Vitoria
Enlarge
Gilbert in Vitoria

Inhoud

Inleiding

De meeste azen en topvliegers uit de begindagen van de luchtoorlog van 1914-1918, zoals Navarre, Roland Garros, Max Immelmann, Oswald Boelcke, Hawker en Adolphe Pégoud, hebben wel een plek of plekje gekregen in het collectieve geheugen van het publiek van toen en in elk geval de WOI-geinteresseerden en luchtvaartliefhebbers van nu. Deze eer is merkwaardig genoeg niet weggelegd geweest voor tweede luitenant Eugène Gilbert, een Franse gevechtsvlieger met een toch opmerkelijke staat van dienst maar wiens naam je zelden of nooit tegenkomt.

Begin

Gilbert, geboren op 19 juli 1889 te Riom, is rond 1910 chauffeur en automonteur in Clermont-Ferrand als hij leest over de pioniers van de luchtvaart in die dagen en besluit dat hij zelf wil gaan vliegen. Het zit hem financieel mee en in de zomer van 1910 meldt hij zich bij vliegtuigfabrikant Blériot. Gilbert blijkt een uitzonderlijk talent want al binnen een maand mag hij zijn brevet in ontvangst nemen. Gilbert vliegt bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog dus al vier jaar!

Dienstplicht en luchtracer

Kort na het halen van zijn brevet moet Gilbert in dienst en hij vervult zijn tweejarige plicht bij het prille Franse vliegwezen, wat zijn vliegervaring uiteraard te goede zal zijn gekomen.

Deperdussin racer
Enlarge
Deperdussin racer
Als Gilbert afzwaait werpt hij zich enthousiast op zijn civiele vliegcarrière en slaat een aantal fraaie piketpalen. Hij breekt het ene na het andere snelheidsrecord, vooral in races van stad naar stad door heel Europa, waaronder in oktober 1913 de Henry Deutsch de la Meurthe luchtrace rond Parijs. Hij vliegt als eerste over de Pyreneeën waarbij hij naar verluidt wordt aangevallen door een roofvogel(!), iets wat later nog wordt geïllustreerd in een boekwerk. Gilbert vliegt vaak in een uitgesproken snelheidsduivel van die dagen, de Deperdussin Racer. Vlak voor het uitbreken van WOI weet hij de Gordon Bennett Trophy te winnen, een prestigeuze snelheidsvliegwedstrijd. Curieus genoeg ontvangt hij voor zijn verdiensten in de vliegerij de Medaille Militaire, uitzonderlijk voor een burger.

Aas in WO1

Als in augustus 1914 de oorlog uitbreekt, gaat Gilbert als vanzelfsprekend bij het vliegwezen. Was hij in zijn diensttijd niet verder gekomen dan de rang van korporaal, nu wordt hij vlot bevorderd tot tweede luitenant. Na een paar maanden veranderen verkenningsvluchten in aanvals- en bombardementsvluchten. Gilbert raakt bevriend met Roland Garros en helpt hem zijn afketsmechanisme ontwikkelen waarmee de Fransen door de schroefcirkel heen kunnen vuren met een machinegeweer, wat hen een geweldig voordeel in het begin van de luchtoorlog zal geven.

Gilbert vliegt Morane-Saulnier-eendekkers, waarschijnlijk types G en/of L en haalt al op 31 oktober 1914 zijn eerste tegenstander omlaag. Op zichzelf al vrij bijzonder omdat in het eerste oorlogsjaar uberhaupt niet veel piloten overwinningen boekten. Hij schrijft zelf hierover:
"Ten oosten van Arras zag ik een Taube een Franse tweedekker achterna zitten. Ik naderde op het moment dat de piloot van de Taube met zijn revolver op de tweedekker richtte. Kapitein V. schoot. De piloot keek op en schrok om ons boven hem te zien. De kapitein schoot nog twee keer, de Taube ging steil omlaag en stortte neer in een veld op vijandelijk grondgebied.”
Op 17 december volgt een aanval op een Albatros: "Ik doe alsof ik naar Arras vlieg en laat hem boven onze linies komen. Ik ga abrupt in de aanval, hij draait terug en wil in de tegenaanval. Ik snijd hem af en Kapitein B. schiet nogmaals. Ik zie dat zijn romp beschadigd is door een kogel. Hij duikt. We zitten op 2200 meter. Ik duik ook en haal hem in. Kapitein B. .. vuurt nog steeds. De bestuurder springt op en ik zie bloed op zijn helm. Hij duikt nog steeds, en omdat ik ben nog slechts 1800 voet hoog ben, stijg ik weer op en kijk. Het toestel ligt vernietigd in een veld. Arme Albatros!"
Hij zal dat jaar als leidende jachtpiloot in de wereld afsluiten met minimaal twee en wellicht drie overwinningen. Na het afschieten van Garros krijgt hij toestemming om met het eigenlijke racevliegtuig Morane-Saulnier N te gaan vliegen. Het volgende gevecht leverde hem het oorlogskruis op:
10 januari 1915: "Ik vertrek om 9 uur met de Fr ... Ik zie een Duits vliegtuig voor me Ik ga achter hem aan en haal hem pas bij Amiens in. Ik klim naar 2500 voet en duik op hem neer, ik stop de motor en P. .. schiet. De piloot wordt geraakt, hij duikt. Tweede kogel: de waarnemer wordt gedood, hij stort hij in. De derde kogel doorboort de hals van de piloot, hij duikt nog steeds steken en stort spoedig neer op R.... Ik draai omhoog; zijn motor draait en rookt. Politiemannen komen aan, ik land. De piloot wordt in de ambulance gelegd."

foto's van het op 10 januari 1915 neergeschoten Duitse Rumpler-vliegtuig
Enlarge
foto's van het op 10 januari 1915 neergeschoten Duitse Rumpler-vliegtuig

Het laatste van deze grote luchtgevechten is niet de minst indrukwekkende: Op 17 juni 1915 houdt Gilbert, voor de ogen van generaal T. .., een demonstratievlucht, het simuleren van een aanval, wanneer een Duits vliegtuig verschijnt:
"Ik klim in mijn enkele cockpit en ga op de moffen af, en ik laat ze niet uit het oog. We komen terug in de wolken op 3200 meter. Hij volgt me op een paar meter afstand in de wolken, al dalende. Ik slaag erin om te duiken en val op 3000 meter aan. Hij opent het vuur. Ook ik schiet mijn drie magazijnen in een keer leeg. Terwijl ik dichterbij kom zie ik gaten in de romp. Ik zet het vierde magazijn in en terwijl ik opnieuw aanval zie ik de piloot zijn armen omhoog slaan en zijn vliegtuig duikt verticaal neer. Ik merk nu dat mijn vliegtuig is doorzeefd met kogels. Ik voel bloed stromen in mijn mouw, ik heb een doorboorde vleugel. Ik heb trouwens ook de kogels van die mof in mijn vliegtuig in horen slaan. Hij duikt nog steeds en ik ook. Wat een snelheid! Ik heb besloten om me op de rug te draaien in plaats van met de punt de grond te raken. Eindelijk! Hij verdwijnt in de bomen op de heuvel boven X. ... Ik daal af naar 100 meter en zie alleen de gebroken bomen die de plaats van de val markeren. Ik denk erover te landen in de vallei, maar de vrees voor een crash weerhoudt me. Bovendien hapert mijn motor. Ik kom terug op 100 meter boven Thann. In de straten heffen de mensen hun armen naar me op. De motor sputtert steeds meer en uiteindelijk land ik op het moment dat de motor er genoeg van heeft. Ik word omringd en gefeliciteerd. Ik kleed me uit en vind een kras op mijn elleboog. waarschijnlijk veroorzaakt door een explosieve kogel.
Dan rijden we met de auto in de richting van de plaats waar Aviatik van de moffen viel. Onderweg komt iedereen er aan met een stuk van het toestel. Wat zal ervan overblijven? Na een paar stops, komen we eindelijk in de nacht aan bij wat overbleef van het vliegtuig. Verwrongen buizen en de motor, waarvan twee cilinders stuk zijn. Geen canvas of hout. Na wat flitsfoto's genomen dalen we weer af. Wat een dag!”
Hij is hiermee aas geworden, niet als eerste jachtvlieger omdat zijn vriend Pegoud hem voor was, maar als tweede.

Geïnterneerd en ontsnapt

In juni 1915 krijgt Gilbert opdracht om de Zeppelin-loods in Friedrichshafen te gaan bombarderen. Hierbij wordt zijn hoofdbenzinetank getroffen en hij moet in Zwitserland een noodlanding maken. Hij wordt daar hoffelijk ontvangen maar wel geinterneerd. Hij weet na een jaar te ontsnappen. Hier is zijn eigen relaas over dit avontuur:
Het is een zondag. Het is is mooi weer. Gilbert is gewekt door zijn trouwe D. .. en begint zijn voorbereidingen.

Het vertrek

"Ik heb mijn papieren gestempeld en ik zet als voorzorgsmaatregel dingen apart die in geval van een ramp - wie weet? – moeten worden toegezonden aan de heer Bafard. Wat houdt voor mij deze reis in? Zal het goed of slecht gaan? Ik houd me bezig met het zelf laden van de granaten op mijn vliegtuig en ik ontbijt. Een laatste blik, en ik vraag die beste Pégoud om me te begeleiden tot Basel en me te beschermen tegen de Aviatik’s. Wat een ironie!
Vanaf 7 uur 30: Goede start: 2000 meter hoog in twintig minuten. Pégoud voegt zich bij me op 2300 meter. Ik passeer de linies om 8 uur. Geen kanonschoten. We reizen behoedzaam, als ik een Aviatik zie op links. Zal hij ons komen storen? Nee. Ik passeer L. ..; mensen zullen denken dat we hen komen bombarderen. Op dat moment verlaat Pégoud me. We nemen afscheid met tranen in mijn ogen. Zullen ze hem aanvallen op zijn terugweg?
''Eindelijk ben ik boven de Rijn, die ik heel goed zie. Ik ben op de gewenste afstand van de Zwitserse grens. Ik zie Schaffhausen, Vervolgens omzeil ik wijselijk de enclave, en vanaf daar duik ik naar het Bodenmeer dat ik ondanks de wolkenlucht heel goed kan zien. Ik neem foto's en ik kom aan bij Friedrichshafen, doel van mijn missie.“
"Op dat moment word ik beschoten op een bijzondere manier. Het is 10 uur en ik ben tevreden, want het ging goed. De hangars komen in zicht. Ik zoek er een uit en, na het dichtdraaien van het gas, laat ik mijn granaten links los. Ik draai om en zie opnieuw hangars en werkplaatsen en werp mijn laatste granaten af. Ik geef gas om weg te gaan, omdat de kanonnen nu voluit schieten. Ik draai over de bergkam weg en wil de schade opnemen. Maar de wolken zijn dichtgelopen en ik kan nauwelijks iets onderscheiden. Ik neem enkele foto's en ik draai opnieuw om te ontsnappen aan de granaten die enkele honderden meters boven en beneden mij ontploffen. Ik neem de weg terug. Het is verschrikkelijk koud, want ik zit op 3600 meter.
Ik zie met moeite de Rijn door een paar gaten in de wolken die steeds dikker worden. Ik vlieg weer ver rondom Schaffhausen, om te vermijden dat ik over de Zwitserse grens raak.

Brandstofproblemen

De benzinevoorraad in mijn voorste tank daalt snel. Ik wil pompen om hem opnieuw te vullen, maar er komt niets, ik pomp harder, nog steeds niets. Ik controleer de afsluiter om te zien of hij dicht zou zijn. Neen. Ik zoek overal en uiteindelijk merk ik ik dat de klep er is afgeblazen. Verdomme! Drie keer verdomme! Ik zoek in de romp. Niets. Hij moet door het gat in de vloer gevallen zijn. En nog erger, de tegenwind vertraagt mijn snelheid en meer als ik vooraf aan de ronde, sneed ik de kortste, terwijl ik de Zwitserse grens wil vermijden. Ik heb nog 20 liter benzine en meer dan 125 mijl te gaan! Ik aankomen? Ik ben bezig met mijn vingers om het lek te dichten in de afsluiter maar ik kan niet lang doorgaan, want mijn toestel begint te duiken en af te glijden. De druk valt weg. Ik stop er mijn zakdoek in. De tijd dringt en de brandstof daalt. Wat als de benzine opraakt voor onze linies? Landen in Duitsland? Nooit! Zwitserland? Dan word ik zeker gevangen. Er blijft me één hoop: een goed terrein op Zwitsers grondgebied kiezen, ver weg van huizen, landen, benzine overpompen en snel weg zijn voordat ze komen. Ik moet snel beslissen, want ik heb maar een paar liter benzine en nog 60 kilometer te gaan. Ik zie Basel, en kan Belfort onderscheiden en het heilige Fontaine. Wat een vreselijke situatie! Het is een Tantaluskwelling. Het zien van haar nest en het moeten verhuizen naar een opvangtehuis dat in een gevangenis kan veranderen! Enkel door brandstofproblemen. Ik moet afdalen en hou de motor terug in geval van een slecht terrein.

Een ongelukkige landing

"Ik maak een bocht naar het zuiden. Het is 11.30. Daar is Rheinfelden. Een grote weide omringd door bossen tussen M. .. en Rheinfelden komt in zicht. Ik duik naar beneden, want het is ver genoeg verwijderd van huizen. Het veld lijkt mij gunstig, de propeller zal stoppen, en ik start de motor. Ik begin te rollen en zeg: "Oef! Maar voordat ik tijd heb om na te denken lig ik ondersteboven en hangend aan mijn veiligheidsgordel. Wat is er gebeurd? Ik snap er niets van. Ik maak me los en spring uit mijn toestel. Ik ben helemaal verdoofd door de vreselijke kou heb ik te verduren heb gehad. Immers, ik zat vijf minuten voor mijn landing nog op 3000 meter in een wolk van sneeuw. Ik kijk naar m'n arme vliegtuig. Woede en vloek! De propeller is gebroken en de cabine is ook stuk. Ik begrijp nog steeds niet de oorzaak van mijn voorover slaan. Niemand komt eraan, en ik zou dus genoeg tijd hebben gehad om te vertrekken; wat jammer! Wat moet ik doen? Mij redden? Waar zou ik heen moeten? Ik ben versuft en gevoelloos. Ik kan nauwelijks lopen. Een fietser passeert op de weg; Hij kijkt me naïef aan en ik zie hem weer verder rijden. Niet erg nieuwsgierig, de Zwitsers. Zouden ze bang zijn?

Ik zit nog in gedachten als ik een auto naar beneden zie komen waar soldaten en officieren uitstappen. Ze zijn vlakbij en de officier stelt zich voor. Dat doet me ontwaken. Ik stel me op mijn beurt voor en, na het beantwoorden van de gebruikelijke vragen ben ik erbij, want ik zal worden geïnterneerd. Ik weet mijn woede te onderdrukken om te worden veroordeeld tot nietsdoen en ik gehoorzaam. En vervolgens merk ik een paaltje op, half verborgen in het gras, en het was niet pijnlijk te zien dat dit de oorzaak was van mijn ongeluk.

Op de weg naar het station, want ik moet met de trein via Basel naar Bern, ben ik het voorwerp van warm applaus. Ze roepen: "Vive la France! 'Vrouwen gooien bloemen naar me. Het is een grote vreugde voor mij om de vele blijken van medeleven te ervaren van de kant van de bevolking.

Men laat me binnen in een klein kantoor. Ik ben verlaten, altijd vergezeld door dezelfde luitenant, naar Bern. In de trein denk ik aan mijn klasgenoten en de goede Pégoud die me zou moeten komen bezoeken. Mijn enige troost is de gedachte dat ik mijn missie volledig heb uitgevoerd. Helaas! Zou ik ooit nog andere kunnen vervullen? Wij komen hier in Bern aan. Alweer vraagt de stationschef me om een kamertje in te gaan om me te beschermen tegen de nieuwsgierigheid van het publiek. Omdat het al laat is, komt een majoor mij vertellen dat ik de volgende dag zal worden ondervraagd. Ik werd naar een hotel gebracht dat wordt bewaakt door twee schildwachten, een aan mijn deur, de andere op de stoep. Ik kan niet slapen, er gaat teveel door mijn hoofd en dat windt me op. Wat een trieste dag! Wat een nachtmerrie! "


Het einde

Over zijn carrière na zijn ontsnapping in de zomer van 1916 is minder bekend, vaststaat wel dat hij geen overwinningen meer boekt en op zeker moment testvlieger wordt. Op 17 mei 1918 verongelukt Eugene Gilbert, inmiddels drager van het Légion d'Honneur, Croix de Guerre en de Medaille Militaire, op 28-jarige leeftijd bij een testvlucht. Hij werd begraven op het cimetière d'Auteuil in Paris (5ème divisie, 6e rij, 21e graf, concession n° 100 bis PA van 1921).


Bronnen:
http://earlyaviators.com/egilbert.htm
http://www.theaerodrome.com/aces/france/gilbert.php
http://www.ctie.monash.edu.au/hargrave/morane-saulnier.html.
http://www.pilotfriend.com/photo_albums/timeline/deperdussin.htm
http://www.greatwardifferent.com/Great_War/Great_War_Great_Escapes/Gilbert_01.htm (vertaling van delen van Bontemps)

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Eug%C3%A8ne_Gilbert"
Personal tools