/** * */

Elzas-Lotharingen

Elzas-Lotharingen (naar Meyer, Kleiner Handatlas, 1921)
Enlarge
Elzas-Lotharingen (naar Meyer, Kleiner Handatlas, 1921)
Elzas-Lotharingen (Duits Elsass-Lothringen, Frans Alsace-Lorraine), bestaande uit de qua bevolking en natuur geheel verschillende gebieden Elzas en Lotharingen was een Duitse provincie ("Reichsland"). De gebieden waren door de Duitse overwinning in de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 aan Duitsland toegewezen en moesten door de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog in 1918 weer aan Frankrijk worden afgestaan. Elzas-Lotharingen was 14.522 km2 groot en telde in 1914 1,8 miljoen inwoners (onder wie 200.000 Franstaligen).

De Elzas behoorde sinds 870 tot het Oost-Frankische (Duitse) Rijk. In de Dertigjarige Oorlog (1618-48) kreeg Frankrijk voor het eerst vaste voet in de Elzas en kreeg bij de Westfaalse Vrede (1648) delen ervan in bezit. In 1681 bezetten de Fransen Straatsburg en in 1697 (Vrede van Rijswijk) waren ze tot aan de Rijn gevorderd. Maar de Elzas ging niet in Frankrijk op; het was slechts een buitengebied van de Kroon en de culturele onafhankelijkheid van de Duitse bevolking werd gerespecteerd. De Franse Revolutie maakte ook hieraan een eind, slokte de laatst overgebleven Duitse enclaves op en verdeelde de Elzas in twee departementen. Sindsdien was er sprake van een sterke "verfransing" van het gebied. Duitse pogingen op het Congres van Wenen (1815) om de Elzas terug te krijgen faalden.


De politieke geschiedenis van Lotharingen is wegens de territoriale versnippering te ingewikkeld om hier in het kort weer te geven. Ooit strekte dit naar Lotharius II, voorm. heerser van 855-869 genoemde koninkrijk zich uit van Nijmegen in het noorden tot langs de Rijn in het oosten tot bij Bazel in het zuiden tot aan de Schelde in het westen, tot het in de loop der eeuwen na meermalen van eigenaar te zijn verwisseld verschrompelde tot een gebied dat aan de vooravond van de Frans-Duitse Oorlog ca. 26.000 km2 (gerekend naar de departementen die er deel van uitmaakten) omvatte. Een deel ter grootte van 6.226 km2 werd opgenomen in Elzas-Lotharingen. De bevolking heeft zowel Duitse als Franse wortels.



Taalgrens in Elzas-Lotharingen rond 1870 (Uit: Schrader, Atlas de Géographie Historique, 1896)
Enlarge
Taalgrens in Elzas-Lotharingen rond 1870 (Uit: Schrader, Atlas de Géographie Historique, 1896)
De eerste Duitse overwinningen in de oorlog van 1870 leidden al spoedig tot internationale politieke discussies over de bestemming van Elzas-Lotharingen. Het idee van een neutrale bufferstaat werd door Bismarck van begin af aan afgewezen. Hij weigerde eveneens van het strategisch belangrijke Metz ten gunste van het Duitstalige deel van Luxemburg (wat immers helemaal niet tot Frankrijk behoorde) af te zien. Zwitserland had wel belangstelling voor het gebied rond Mülhausen. De publieke opinie in Duitsland eiste echter eenstemmig de teruggave van het gehele gebied, dat als voormalig Duits territorium werd beschouwd en het vastleggen van een goed te verdedigen grens. Deze lijn werd door Bismarck in al zijn besluiten gevolgd. Daarentegen had hij zich steeds gekant tegen de annexatie van Belfort met het oog op het Franse karakter daarvan, hoewel dit uit militaire overwegingen wenselijk zou zijn geweest. Elzas-Lotharingen werd op 9 juni 1871 met het Duitse Rijk verenigd. In het algemeen werd dit in het buitenland destijds als redelijk gezien, maar na verloop van tijd begon de Franse propaganda zich te roeren door de aansluiting van Elzas-Lotharingen bij Duitsland voor te stellen als landroof, waarover het laatste woord nog niet gesproken was. Elzas-Lotharingen was een van de voornaamste oorzaken, zo niet de voornaamste, die de Eerste Wereldoorlog deden ontbranden. Dit zijn in het kort de gevechtshandelingen in dit gebied tijdens deze oorlog:

Elzas: Op 7 aug. 1914 uit de omgeving van Belfort naar Mülhausen opgerukte Franse troepen werden op 9 en 10 aug. door het Duitse 7de leger bij Mülhausen verslagen en over de grens achtervolgd. Andere tegen de Vogezenpassen gerichte aanvallen van Franse colonnes stuitten op Duitse grensbewakingstroepen.

Bij het op 15 aug. ingezette grote offensief van hun Armée d'Alsace en het 1ste en 2de leger drongen de Fransen via Dammerkirch en Thann op 19 aug. opnieuw Mülhausen binnen, waarna de Duitse landweerbrigades na hevig tegenstand te hebben geboden naar de Rijn uitweken, en de Fransen de oostrand van de Vogezen tot bij Colmar en Schlettstadt (Sélestat) bereikten. De over de passen en in het dal van de Breusch (rivier in de Vogezen) binnengedrongen Fransen werden door het XIVde Duitse reservekorps, versterkt met de landweer en een Beierse reservebrigade in een moeizame strijd die tot 24 aug. duurde en waarbij zware verliezen werden geleden, verdreven. De Armée d'Alsace handhaafde zich tussen Altkirch en Mülhausen ten zuiden van Colmar tot 26 aug.

De achtergebleven troepen verschansten zich daarna in stellingen en bestookten elkaar in hardnekkige en telkens weer oplaaiende gevechten, die echter niet van invloed waren op het algehele verloop van de operaties. Er werd felle strijd geleverd om de Hartmannsweilerkopf en Hirzstein (jan. tot mei 1915, sept. en okt. 1915, jaarwisseling 1915/1916) en in twee veldslagen om Münster (19/20 febr. 1915, waarbij de Reichsackerkopf tijdelijk moest worden prijsgegeven, en 20 juli tot 14 okt. 1915, waarbij Barrenkopf, Schratzmännle en Lingekopf in Duits bezit bleven). Sinds die tijd liep de Duitse linie van Pfetterhausen bij de Zwitserse grens recht vooruit naar Altkirch en Sennheim (Thann bleef Frans) via de Hartmannsweilerkopf pal naar het oosten langs Metzeral naar de Reichsackerkopf en via Schratzmännle, Barrenkopf, Lingekopf en Buchenkopf (Tête des Faux) tot aan de grens, die de linie bij de heuvel van St. Didier ten zuidwesten van Markirch (Ste.-Marie-aux-Mines) passeerde. De door de legerafdeling Gaede (later "B" genoemd) verdedigde stelling werd bij de wapenstilstand ontruimd. Zie ook het afzonderlijke artikel over de Vogezen in de Wereldoorlog.

Lotharingen: De Slag in Lotharingen (tussen Metz en de Vogezen) van 20-22 aug. 1914 maakte een eind aan de opmars van het 1ste Franse leger onder Dubail en het 2de Franse leger onder de Castelnau door de overwinning van het 6de Duitse leger tussen Saarburg en Mörchingen en dwong de Fransen over de grens terug te trekken.

Door de wapenstilstand werd Frankrijk heer en meester in Elzas-Lotharingen. Op 19 nov. 1918 trok maarschalk Pétain Metz binnen, op 10 dec. Poincaré Straatsburg. Duitse overheidsfunctionarissen en de professoren van de universiteit van Straatsburg werden onmiddellijk verdreven (tezamen 140.000 personen) en op 1 febr. 1919 werd het gehele gebied bij Frankrijk ingelijfd.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Elzas-Lotharingen"
Personal tools