/** * */

Duitsland

Duitsland vóór de Eerste Wereldoorlog (naar "Vollständiger Hand-Atlas von Deutschland und den Kolonien", ca. 1910)
Enlarge
Duitsland vóór de Eerste Wereldoorlog (naar "Vollständiger Hand-Atlas von Deutschland und den Kolonien", ca. 1910)
Duitsland – gebiedsverlies na WO I
afkomstig van (provincie) km² inwoners toegevallen aan (land)
Oostpruisen 2.657 141.000 Litouwen (Memelgebied)
Oostpruisen 501 25.000 Polen (Soldauer Ecke)
Westpruisen 15.864 965.000 Polen
Westpruisen 1.914 331.000 Danzig
Posen 26.042 1.946.500 Polen
Brandenburg 0,5 --- Polen
Pommeren 10 224 Polen
Neder-Silezië 512 26.200 Polen (Kr. Namslau enz.)
Opper-Silezië 316 48.500 Tsjechoslowakije (Hultschiner Ländchen)
Rijnprovincie 1.036 60.000 België (Eupen-Malmedy)
Elzas-Lotharingen 14.522 1.874.000 Frankrijk
na volksstemming
Noord-Sleeswijk 3.993 166.300 Denemarken
Oostelijk Opper-Silezië 3.221 893.000 Polen
totaal 70.588 6.477.000

Duitsland is een door Duitsers bewoond cultuurgebied in Midden-Europa, in de loop der eeuwen al naar gelang de politieke situatie afgebakend door vaste grenzen. Na de Duitse overwinning in de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 (Vrede van Frankfort, 10 mei 1871) was Duitsland een staat (officiële benaming "Deutsches Reich") die 540.858 km² besloeg met in 1914 67.790.000 inwoners en na de Duitse nederlaag na de Eerste Wereldoorlog (Vrede van Versailles, 1919) 470.270 km² met in 1920 61.979.000 inwoners (Ter vergelijking: het huidige Duitsland beslaat 357.093 km² en telde medio 2007 82.438.000 inwoners).

De vermindering van het aantal inwoners werd maar voor een klein deel veroorzaakt door de 2.036.000 gevallenen in de Wereldoorlog en door het grotere sterftecijfer in de oorlogsjaren; voor een groter deel door gebiedsverlies: 70.588 km² met (1910) 6.477.000 inwoners, d.w.z. meer dan 1/8 van de oppervlakte met bijna 1/10 van de bevolking van 1914. Genoemd aantal van 2.036.000 gevallenen bestond uit gesneuvelden, 170.000 vermisten, waarvan het grootste gedeelte als gesneuveld moest worden beschouwd, en hen die aan verwondingen of ziektes waren bezweken; verder nog 14.000 kleurlingen in de Duitse koloniën.

In het keizerlijke Duitsland van vóór de Wereldoorlog bestond in vredestijd feitelijk geen Duits leger als geheel, maar was het leger samengesteld uit de troepen van de bondsstaten tezamen. Slechts in de oorlog had de keizer het opperbevel over de totale landmacht. Pruisen, Beieren, Saksen en Wurtemberg hadden eigen legers en eigen oorlogsministeries; een Duitse minister van Oorlog bestond niet. De overige bondsstaten hadden afgezien van het recht op de benoeming in een officiersrang en zetten hun soldaten in het Pruisische leger in. Tussen de staten was overeengekomen dat de keizer bepaalde bevoegdheden bezat bij benoemingen en voor de uitoefening van toezicht, terwijl er vaste afspraken waren over wederzijdse verantwoordelijkheden, bewapening, opleiding en dienstuitvoering. In vredestijd (1914) was het leger onderverdeeld in 19 Pruisische, drie Beierse en twee Saksische legerkorpsen en één uit Wurtemberg; verder stonden er lichte eenheden in de Duitse koloniën.

Duitsland - gebiedsverlies door Verdrag van Versailles
Enlarge
Duitsland - gebiedsverlies door Verdrag van Versailles
Iedere Duitser van mannelijke kunne was dienstplichtig. De dienstplicht omvatte 1/ dienstplicht in het staande leger (2 jaar bij de infanterie en de veldartillerie, 3 jaar bij de cavalerie en de bereden artillerie); 2/ bij de reserve (5 c.q. 4 jaar). Eenjaars-vrijwilligers en onderwijzers aan de volksschool dienden slechts één jaar in het staande leger en 6 jaar bij de reserve; 3/ de landweerplicht (5 jaar bij 1ste oproep, aansluitend een 2de oproep tot de leeftijd van 40 jaar); 4/ de landstormplicht, die gold voor alle niet tot het leger behorende dienstplichtigen van 17 t.e.m. 45 jaar.

Alles bijeen had Duitsland in 1914 786.000 man onder de wapenen, d.i. 1,2 % van de bevolking. De uitgaven voor het leger bedroegen 20 Mark per hoofd van de bevolking. Door het Verdrag van Versailles werd de zogeheten Reichswehr teruggebracht tot een sterkte van 100.000 man; het mocht geen zware artillerie, tanks en vliegtuigen hebben en evenmin versterkt worden door reservisten, gardetroepen, douaniers of boswachters, zodat staten als België, Polen en Tsjecho-Slowakije Duitsland militair de baas waren. De grote generale staf en soortgelijke organisaties, en mobilisaties of de voorbereiding daarvan, waren verboden. De bewapening was gelimiteerd tot 84.000 geweren, 18.000 karabijnen, 792 zware en 1134 lichte machinegeweren, 63 mijnwerpers, 204 stuks 7,7 cm-geschut en 84 10,5 cm-houwitsers.

Na de Wereldoorlog was de Duitse Hochseeflotte in Scapa Flow door de eigen bemanningen tot zinken gebracht. De Duitse marine werd door het Verdrag van Versailles beperkt tot 6 pre-dreadnoughts uit de jaren 1902-06, 6 lichte kruisers (1900-03), 24 torpedoboten/torpedojagers en verder een aantal mijnenvegers.

Zie ook: Duitse legers in de Eerste Wereldoorlog (overzicht); Legersterkten en verliezen.


Bron: Meyers Lexikon, 1925, e.a.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Duitsland"
Personal tools