/** * */

Duitse kustbatterijen in Vlaanderen

Johan Ryheul

Inhoud

Inleiding

Toen het Duitse Marinekorps Flandern bezit genomen had van de Belgische kust tussen de Nederlandse grens en Westende - Lombardsijde en het hinterland van deze West-Vlaamse regio, werd reeds zeer snel duidelijk dat er nood was aan kustbatterijen. De vele Britse schepen die langs vaarden en de Vlaamse kuststeden op bombardementen trakteerden, samen met de zware beschietingen van de havens van de Britse monitors, waren een zwaar gevaar en maakten ook het gebruik van voor de Duitsers vitale havens zoals Brugge, Zeebrugge en Oostende onmogelijk. Daar het de bedoeling was deze ten volle in te zetten voor de duikbootoorlog en hier ook torpedoboten en torpedobootjagers te stationeren diende er één en ander te gebeuren.

Tijdens de allereerste oorlogsweken dat de kust bezet was, begon men met allerlei kleinere stukken te plaatsen, vooral in de omgeving van Oostende, die het meest populaire doelwit vormde van de Geallieerden. Het ging hier om mobiel buitgemaakt Belgisch geschut van klein kaliber. Doch het was meer dan duidelijk dat dit niet voldoende was.

Reeds in december 1914 arriveerden er alhier meerdere Pionierskompagnieën, aangevuld met een duizendtal arbeiders die vooral uit Keulen en Mainz kwamen. Later zouden ook Belgische firma’s en in enkele gevallen ook Russische krijgsgevangenen ingezet worden.

Vooral in het voorjaar van 1915 kwamen meerdere van deze, zij het wel lichtere batterijen klaar. Een tweede fase was er blijkbaar in het voorjaar van 1917, waar opnieuw serieuze bouwwoede vastgesteld kon worden. Ook werden een aantal batterijen toen gemoderniseerd.

De kalibers van deze batterijen varieerden van de kleine 5 cm kanonnen tot de reusachtige 38 cm van het type Max, meestal verkeerdelijk bekend als Lange Max.

Niet alle batterijen waren vaste batterijen, een aantal waren in feite spoorweggeschut die verplaatst kon worden, wat een groot voordeel was bij vijandelijke beschietingen.

Er was geen echte vaste indeling van de batterijen, in een enkel geval (Friedrichsort) stonden de batterijen bovenop de munitiebunkers, maar meestal stonden ze ernaast en was er per stuk een munitiebunker voorzien, met uitzondering alweer van de kleinere kalibers. Bij de grotere batterijen was het meestal zo, en dit is tot op hedentendage niet veranderd, dat er twee bunkers stonden per stuk. Eén rechts met de projectielen, één links met de aandrijfladingen.

De meeste batterijen waren vaste batterijen, doch ook hier weer met uitzonderingen gezien er een aantal waren met uitgerust met spoorweggeschut en er ééntje zelfs op een bootje geplaatst was! Meestal waren er ook vier stuks geschut per batterij.

Gezien de meeste batterijen in de duinen stonden, waren aan de achterzijde van de batterij de manschapsverblijven ingegraven in de duinen zelf. Bij een aantal batterijen in de steden zoals de Gneisenau II te Oostende bijvoorbeeld, was dit niet het geval en verbleven de manschappen in huizen. Deze personeelsverblijven waren meestal volledig in hout opgetrokken, alhoewel er een paar uitzonderingen in beton bekend zijn ook. Ze waren uitgerust met deuren en zelfs met vensters in veel gevallen. Aan de vensters zag je vaak een bloembakje hangen tijdens de zomer ! Binnenin was alles zeer elementair gehouden. Bedden, een tafel en een kachel. Zij waren ofwel zoals reeds gezegd ingegraven in de duinen ofwel werden ze achteraf bedekt met zand en duingras. Ze kwamen meestal uit in holle wegen, die in feite bijna loopgraven waren, met die uitzondering dat ze veel rechter liepen. Meestal waren er ook één of meerdere personeelsbunkers voorzien, al naar gelang de belangrijkheid en kaliber van de batterij. De meeste grotere batterijen waren meestal ook voorzien van een ontspanningsruimte voor de manschappen en een eigen keuken. Verder beschikten ze vaak over een eigen moestuintje, bloemperken, en soms werden er zelfs dieren gehouden. Pluimvee en konijnen waren zeer normaal en in enkele gevallen had men zelfs één of meerdere koeien en varkentjes ! Ontspanning bestond uit een krant lezen, kaarten, pootje baden, een bezoek aan een marinecasino, wedstrijden paalklimmen, zaklopen en zelfs beschikte men soms over een bibliotheek of was er om de week bezoek van een mobiele bibliotheek. De kustverdediging was opgesplitst in meerdere delen:

Artillerieabschnitt Ost

Zo was er eerstens de Artillerieabschnitt Ost, met personeel van het I Matrosen Artillerie Regiment, met hoofdkwartier te Duinbergen onder bevel van Kapitän zur See Darmer en vanaf 1 augustus 1918 Kap.z.S. Karl Schultz. Hieronder resorteerde eerstens de Fernkampfgruppe Duinbergen onder bevel van Korv.Kap. Fromsdorf. We vermelden telkens eerst de naam van de batterij, hun locatie, het aantal stuks en hun kaliber alsook de diverse bevelhebbers van de batterij.

Tot deze groep behoorden de volgende batterijen : - Keizer Wilhelm II Knokke, nabij Zegemeer 4 X 32.5 cm Kap.Lt. Bertelsmann, Korv.Kap. Fromsdorff - Hessen Uitkerke, nabij Donkerklokhoeve 4 X 28 cm (spoorweggeschut) Kap.Lt.d.R. Barde, Kap.Lt. Rotzbach - Braunschweig (spoorweggeschut) Knokke, nabij Golf en Zoute 4 X 28cm Oblt.d.R. Nithak, Kap.Lt.d.R. Menge - Freya Heist, tussen Duinbergen en Heist 4 X 21 cm Kap.Lt.d.R. Menge, Oblt.d.R. Heuer - Hertha Wenduine 4 X 21 cm Kap.Lt.d.R. Winter

Daarnaast was er de Nahkampfgruppe Knokke onder bevel van Korv.Kap. Riedel en hiertoe behoorden de batterijen : - Schleswig Holstein Knokke, huidig golfterrein 2 X 17 cm Oblt.d.R. Oberbeck, Oblt.d.R. Baer - Augusta Heist, Duinbergen 3 X 15 cm Oblt.d.R. Luyken, Oblt.d.R. Köhler - Hamburg Knokke, nabij huidig casino 4 X 10.5 cm Oblt.d.R. Krüger, Oblt.d.R. Niebert - Bremen Knokke, tegen Nederlandse grens aan 4 X 10.5 cm Oblt.d.R. Kreide, Selberger, Silberg - Lekkerbek Knokke, op de dijk 2 X 8.8 cm, later 4 X 8.8 cm Oblt.d.R. Mühlenbeck, Lt.d.R. Flikenschild - Schutzennest Knokke 6 X 5 cm Lt.z.S. Schnack

Derdens was er de Hafenschutzgruppe Zeebrugge onder bevel van Kap.Lt.d.R. Schütte met de batterijen : - Friedrichsort Zeebrugge, west van het Schipdonkkanaal 4 X 17 cm Kap.Lt.z.S. Liethschmidt, Kap.Lt.d.R. Körner - Lübeck Zeebrugge, aan de verbinding met de havendam 2 X 15 cm, later 4 X 15 cm Lt.d.R. Felgenhauer - Mole Zeebrugge, havendam

Kap.Lt.d.R. Schütte - Kanal Zeebrugge, oost van het Schipdonkkanaal 4 X 8.8 cm Oblt.d.R. Bontow, Lt.d.R. Zimmermann - Sachsen Uitkerke, naast de St.-Janskapel 4 X 17 cm (spoorweggeschut) Lt.d.R. Stüwe - Leopoldkanal Zeebrugge, Leopoldkanaal 2 X 5.2 cm Lt.d.R. Heder - Kaiserin Blankenberge, in de duinen 4 X 15 cm Kap.Lt.d.R. Bechel, Kap.Lt.z.S. Müchel, Oblt.d.R. Hinrichs

Vierdens de Hafenschutzgrupp Blankenberge onder bevel van Korv.Kap. Lenne met de batterijen : - Groden Zeebrugge 4 X 28 cm Kap.Lt. Schwartzenberg - Mittel Blankenberge, tegen de kustbaan aan 3 X 10,5 cm, later 4 X 10.5 cm Oblt.z.S. Ernst, Oblt.d.R. Niebert - Krüger - Hafen Wenduine, tegen Blankenberge aan 4 X 8.8 cm Oblt.d.R. Baustert, Mühlenbeck

Artillerieabschnitt West

Zo komen we terecht bij de Artillerieabschnitt West met manschappen van het II Matrosen Artillerie Regiment en onder bevel van Kap.z.S. Soffner. Hieronder bevonden zich eerstens de Fernkampfgruppe Oostende West onder bevel van Korv.Kap. Duassowski met batterijen : - Deutschland Tussen Bredene en Klemskerke, nabij de Jacobinessen hoeve 2 X 38 cm, later 4 X 38 cm Korv.Kap. Duassowski, Kap.Lt. von Schröder - Pommern Koekelare, Leugenboom 1 X 38 cm Kap.Lt.d.R. Breutz, Rifsthal, Oblt.d.R. Bahlsen, Lt.d.R. Christian - Tirpitz Nabij Stene en de Hamiltonhoeve, nabij de weg Torhout-Oostende 4 X 28 cm Kap.Lt. von Belken, von Schröder, Kap.Lt.d.R. Romberg - Preussen Bredene, nabij het Turkeyenhof 4 X 28 cm (spoorweggeschut) Kap.Lt. von Belken, Oblt.d.R. Eugen Bogt - Hannover Vlissegem 3 X 28 cm (spoorweggeschut) Kap.Lt.d.R. Riefsthal, Kap.Lt.z.S. Rotzbach

Tweedens de Nahkampfgruppe Mariakerke die eerst onder bevel stond van Korv.Kap. Luhmann en daarna van Korv.Kap. Helmuth Kellermann met de batterijen : - Oldenburg Raversijde, richting Leffinge (onder huidig vliegveld Oostende) 4 X 17 cm Oblt.d.R. Burckhardt - Gneisenau II Oostende, dijk, voor Palace Hotel 4 X 17 cm Lt.d.R. Köhler - Cecilie Mariakerke, in de duinen, oost van batterij Beseler 4 X 15 cm Kap.Lt.d.R. Neudeck, Breutz, Kästner - Aachen Raversijde, tussen Duinenstraat en Zeedijk-kustbaan, thans museum 4 X 15 cm Oblt.d.R. Abshagen, Kap.Lt.z.S. Rotzbach, Kap.Lt.d.R. Breutz, Emil Bogt, Lt.d.R. Broistedt - Beseler Mariakerke, west van de Ceciliebatterij, in de duinen 4 X 15 cm Oblt.d.R. Biernatzki, Merkle - Antwerpen Raversijde, oost van de batterij Aachen 6 X 10.5 cm, later 4 X 10.5 cm Oblt.d.R. Burckhardt, Oblt.z.S. Prins Friedrich von Schleswig-Holstein Sonderburg-Augustenburg

Derdens de Hafenschutzgruppe Oostende Ost die een ganse reeks bevelhebbers kende, de Korv.Kap.’s Luhmann, Brinhagen, Ane, Meine en daarna de Kap.Lt.’s d.R. Heefe en Krüger met als batterijen : - Hindenburg Oostende, nabij Fort Napoleon 4 X 28 cm, model 1887 Kap.lt. Lühmann, Kap.Lt.z.S. Rotzbach, Oblt.d.R. Witt, Kap.Lt.d.R. Emil Bogt - Schlesien Bredene, nabij de Blauwe Sluis 4 X 17 cm (spoorweggeschut) Oblt.d.R. Seekamp, Leimkühler, Witt - Ludendorff Bredene, 600 meter N-O van de batterij Irene 4 X 15 cm Oblt.d.R. Radke - Irene Bredene, oostelijk oud militair hospitaal 3 X 15 cm, later 4 X 15 cm Oblt.d.R. Weber, Eich, Samwer

Vierdens : Besonders dem Einfahrtkommandanten Kap.Lt.d.R. Biernasski unterstellt met de batterijen : - Blücher Oostende, nabij de haveningang 3 X 15 cm, 1 X 8.8 cm, en 1 X 10,5 cm op een binnenschip Lt.d.R. Schulte-Herkendorff - Eylau Oostende, in de duinen nabij de Halve Maan 3 X 8.8 cm, later 5 X 8.8 cm, 3 X 3.7 cm, 2 X 5 cm, 1 X 10.5 cm op affuit Vicefeuerwerker Dumrese (officier op 16/04/1915), Oblt.d.E. Radke, Lt.d.R. Rosanowski - Gneisenau I Oostende dijk, tussen Kapucijnenstraat en Louisastraat 4 X 17 cm Oblt.d.R. Pfeiffer - Batterie Seekamp Verplaatsbare batterij 2 X 17 cm Oblt.d.R. Seekamp - Württemberg Zeebrugge, westelijk van de batterij Lübeck, tegen de dijk aan 4 X 10.5 cm bevelhebbers niet bekend

Andere batterijen

Daarnaast waren er nog ganse reeksen kleinere luchtafweerbatterijen die in deze officiele lijst niet vermeld waren. Tot de voornaamste dienen we toch even te vermelden in het Knokse o.a. de batterijen : - Schutzennest - Bayernschanze - Heinrich - Hauptstrasse - St. Paul

Te Oostende vermelden we ook nog even de batterijen : - Gross Herzog I 4 X 8.8 cm, later 2 X 8.8 cm - Gross Herzog II 2 X 8.8 cm - Friedrich 4 X 8.8 cm

En één batterij bevond zich tevens op een drijvend ponton in het kanaal Brugge-Oostende.

Vele van de zwaardere batterijen hadden hun eigen luchtafweer, net zoals de vliegvelden dit hadden. Vanaf de zomer van 1917 werden luchtaanvallen schering en inslag en werd overgegaan tot reorganisatie. Hierdoor ontstonden de Flakgruppe Brugge van Kap.lt.d.R. Hollweg, de Flakgruppe Küste van Oblt.d.R. Hoffmann die te Zeebrugge gestationeerd was en de Flakgruppe West van Kap.lt.d.R. Reymann die te Gistel zijn hoofdkwartier had.

Vermelden we tenslotte volledigheidshalve nog even de mobiele luchtafweereenheid, de Bayerische Flugabwehr Maschinengewehr Abteilung van Hauptmann Bösmiller die te Stalhille gestationeerd was. Een misleidende naam want men beschikte blijkbaar ook over mobiel 3.7 en mogelijks 5 cm geschut zoals op foto’s te zien is. De eenheid verplaatste zich blijkbaar ook vaak per spoor en werd daar aan het front ingezet in de regio waar het nodig was.

Vermelden we tenslotte ook nog een aantal nepbatterijen. Er stond er ééntje tussen de batterijen Aachen en Antwerpen te Raversijde met vier oude Warendorff kanonnen uit Luik daterende van 1865 en nog een tweede met vier dergelijk uitgeruste museumstukken net ten oosten van Blankenberge, bekend als de Block batterij. Ook op Zeebrugge mole stonden namaakbatterijen die uit hout vervaardigd waren. Feit is dat er ook nog stonden op andere plaatsen in de duinen. We hebben van één van deze batterijen trouwens ook nog een foto teruggevonden, doch geen lokatie.


Evolutie van het 38 cm geschut en gebruik Westelijk Front

Bij Krupp werd het allereerste 38 cm kanon gebouwd als 38 cm SKL/45C/1913 en werd het reeds beproefd op het oefenschietterrein van de fabriek te Meppen. En dit reeds in het begin van 1914, wat meteen duidelijk maakt dat het kaliber op dit ogenblik reeds bestond, wat nog steeds betwist werd tot op heden door een aantal nochtans gerenomeerde auteurs. Met het oog op de schepen van de Bayern klasse werden er twintig meer voorzien te bouwen. Het is zelfs zo dat de eerste stukken vermoedelijk ergens in augustus van 1914 reeds klaar waren, wat een gans ander zicht geeft op de ontwikkeling van het kanon dan tot op heden algemeen was aangenomen! En ondertussen was dus ook de Eerste Wereldoorlog net begonnen. Het Duitse leger zelf had zonder enige twijfel snel door dat dit 38 cm geschut, die van de Kaiserliche Marine was, heel wat mogelijkheden kon bieden als zwaar geschut en als lange-afstandsgeschut aan het westelijk front in het bijzonder. Daar de bouw van de schepen van de Bayern klasse vertraging had opgelopen, wilde het leger deze stukken graag gebruiken die ondertussen in constructie waren en die reeds klaar waren. Het is blijkbaar zelfs zo dat het Duitse leger voorzien had om het 38 cm geschut in te zetten tijdens de belegering van Antwerpen en dat men hiervoor een geschutsbedding wilde bouwen te Mechelen ! Er zijn aanwijzingen dat de bouw van deze geschutsbedding effectief begonnen waren maar nog niet voltooid toen Antwerpen viel. Een andere locatie waar het 5e Duitse leger vastliep was Verdun en dit in dezelfde periode. Gezien dit het leger was van de Duitse kroonprins, was het geen probleem om aan 38 cm geschut te geraken. Doch hier klemde een ander schoentje. Het experimenteel geschut was niet gemaakt geweest voor gebruik aan het front. Zo was er een maximum elevatie van slechts 24 graden en een schietveld van slechts 30 graden. Toch schijnen de werken tegen het einde van het eerste oorlogsjaar reeds bezig geweest te zijn en werd er gekozen voor de locatie van de boerderij Sorel in het bos van Muzeray. Om toch de elevatie van de experimentele stukken te verbeteren werd een betonnen platform gebouwd met een helling van 5 graden, waardoor de totale elevatie van het stuk verhoogd kon worden tot 29 graden. Bij gebruik van de zwaarste obussen had men zo toch een bereik van niet minder dan 27 kilometer !

Reeds op 15 februari 1915 blijkt alles klaar geweest te zijn en vuurde men de eerste schoten naar het Fort van Douaumont en in de regio Vaux. Vanaf de 25ste volgde ook de côte de l’Oie. Opvallend is dat de Geallieerden nooit doorhadden dat ze beschoten werden door 38 cm geschut van op lange afstand, omdat het vuur telkens gecombineerd werd met 42cm mortiergeschut van het type Dikke Bertha, die dichter bij het front van Verdun geplaatst waren. Ondertussen waren de ingenieurs van Krupp ook nog steeds bezig met het testen van een 35,5 cm kanon op de schietstand te Meppen. Dit gebruik was zuiver ter studie van een aantal zaken, zoals het onderzoek naar het vuren van projectielen die de stratosfeer bereikten, en de specifieke uitwerking die dit had op baan, traject en bereik. Voornamelijk dit laatste was doorslaggevend voor de Duitse legerleiding, wat begrijpelijk is. Ondertussen waren reeds in oktober van 1914 zes extra 38 cm kanonnen besteld geweest bij Krupp te Essen, die speciaal gebouwd werden met het oog om ze vanuit een bedding op het land te gebruiken. Zij dienden een elevatie toe te laten van 45 graden en een geschutsveld van 360 graden. Tevens waren deze stukken direct afgeleid van het 35,5 cm stuk, die het schietveld van Meppen niet verliet. Deze zes stukken werden dan op hun beurt door de Kaiserliche Marine ter beschikking gesteld van het leger, omdat het ondertussen duidelijk geworden was dat de Bayern en Baden pas in 1916 zouden afgewerkt geraken. Zo kon het Duitse leger in het eerste halfjaar van 1915 gebruik maken van niet minder dan acht 38 cm kanonnen, zij het wel zo dat de twee originele slechts een beperkt gebruik toelieten. Men had ondertussen uitgekeken naar een tiental mogelijke locaties en uiteindelijk werden er daarvan nog eens zes nieuwe gekozen. We weten zo dat het allereerste stuk die actief werd na de beide originele kanonnen die het op Verdun gemunt hadden, dit van de Predikboom was te Klerken.

Omdat de methode van werken zoals te Klerken nogal verslindend was wat geld, materiaal en manschappen betrof, besloot men uit te kijken naar een economischer manier van werken en de mogelijkheden te onderzoeken om een verplaatsbaar kanon in te zetten. Zo construeerde Krupp dan maar in het begin van 1916 een drietal geschutsplatformen in staal die een eenvoudige demontage toelieten en een verveelvuldiging van de locaties van waar gevuurd kon worden. Het geschutsveld van deze stukken kon variëren van 33 tot 123 graden. Het eerste stuk die zo ingezet werd was de 35/38 cm König Luitpold, een 38 cm kanon met daarin een tweede kaliber beperkend tot 35 cm. Locatie was de hoeve Vaucelette van waar 245 obussen gevuurd werden tot de terugtrekking van het stuk in februari 1917 tijdens de tweede slag om de Somme.

Het tweede platform kreeg een experimenteel 35,5 cm kanon en werd te Oudan geplaatst in december van 1916 en in april 1917 verplaatst naar Sancourt. In 1917 werden trouwens ook nog twee nieuwe metalen platformen gereserveerd voor het toekomstige Parijs geschut. Het derde platform tenslotte werd the Chuignes geïnstalleerd in mei 1918 om Amiens mee te bestoken. Dit stuk, weliswaar gesaboteerd door de troepen die het bedienden, viel in handen van Australische troepen van het IV Britse leger op 23 augustus 1918.

In juni 1916 werden nog een vier kanonnen besteld bij Krupp die een elevatie mogelijk maakten van 55 graden om het bereik van de kanonnen te verbeteren. De eerste twee stuks waren bestemd voor Vlaanderen, de twee volgende waren gereserveerd voor het Parijs geschut.

Het ene stuk was bestemd voor de inbouw zijnde batterij Deutschland te Bredene, het andere voor de eveneens in opbouw zijnde batterij Pommern te Koekelare. Wat de Deutschland betreft was dit het enige stuk die werkelijk een geschutstoren kreeg ter bescherming. De drie andere stukken van de Deutschland waren vermoedelijk reeds in gebruik geweest in het noorden van Frankrijk en werden er terug getrokken in maart 1917. Wat betreft de kanonnen die Eisenbahn und Bettungsschiessgerüst waren, de constructie van deze stukken begon vermoedelijk pas tegen het einde van 1917. En dit doordat de Kaiserliche Marine opnieuw een aantal 38 cm kanonnen ter beschikking stelde van het leger omdat de afbouw van de Württemberg en de Sachsen andermaal een grote vertraging opgelopen hadden. In totaal werden vermoedelijk negen stuks van dit spoorweggeschut gebouwd en zij kwamen één voor één in dienst vanaf januari 1918. Deze kanonnen boden twee mogelijkheden wat hun gebruik betrof. Enerzijds als spoorweggeschut, en dit dan enkel van op speciaal voorbereide beddingen, met een beperkt bereik van 22000 meter, ofwel van op kleine aangelegde platformen wat het bereik verhoogde tot 47500 meter. De eerste platformen hadden een speciale betonnen ondergrond nodig maar later werden dit speciale demonteerbare metalen platformen. Vermelden we tenslotte nog even dat één van de stukken spoorweggeschut in Belgische handen viel, toen het achtergelaten werd door de terugtrekkende Duitsers in een station ten westen van Brussel. Zeven andere stukken spoorweggeschut verhuisden naar Schillig waar ze gebruikt zouden worden als batterij ter verdediging van Wilhelmshaven. De nieuwe batterij werd Bismarck genoemd. Nabij Kiel waren ook nog eens vier betonnen geschutsbeddingen in aanbouw van het type zoals de Deutschland, tegen het einde van de oorlog was één van de beddingen afgebouwd met een 38 cm kanon met maximum elevatie van 45 graden en twee andere waren nog in aanbouw. Ons Belgenlandje hield één van de 38 cm stukken, maar het werd niet gebruikt, tot de Fransen het in 1924 van ons land afkochten en het opnieuw in orde stelden om het voor het eerst te gebruiken in april van hetzelfde jaar op het schietterrein van St.-Pierre Quiberon. Het zou er blijven tot juni 1940, om weer in handen te vallen van de oorspronkelijke bezitters. De batterij Leughenboom alias Pommern was hetzelfde lot beschoren.

38 cm geschutsstellingen aan het Westelijk Front en de geschiedenis van het 38 cm geschut aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog

Ook te Zillisheim zijn nog intacte resten te bezichtigen van een 38 cm geschutsbedding, alsook een ondergronds tunnelsysteem. De site te Zillisheim is gelegen halfweg tussen Mulhouse en Altkirch langs de D432 in het Bois d’Altenburg, nabij Cafe Canon 14-18. Eind 1915 begonnen de werken aan de bouw van de geschutsbedding. Op 8 februari 1916 werd voor het eerst gevuurd en het doelwit was het Franse Belfort. Dit kaderde in de Operation Jura, die tot doel had de Geallieerden te doen geloven dat men een aanval op Belfort wou doen, dit als afleidingsmanoeuvre voor de voorbereidingen en echte aanval te Verdun. Tegen 13 februari had men 20 maal op de stad geschoten en ook andere eenheden bombardeerden de stad. Daarna blijkt de activiteit aldaar geëindigd te zijn. Of er op de site ook munitiebunkers te bezichtigen zijn, hebben wij net kunnen achterhalen.

Te Hampont was eveneens een dergelijke bedding, en voor zover wij konden natrekken, blijken hier eveneens nog uitgebreide resten van te bestaan. Dit stuk vuurde op Nancy en Lunéville en was gelegen tegen de D28, oostelijk van Chateau Salins.

Andere locaties waar nog resten van de 38 cm batterijen te bewonderen zijn kan men allemaal in Frankrijk vinden, het gaat om Warphemont, Hampont en Semide.

Vermelden we toch even dat er Bettungsgerüst stukken stonden van de diverse typen te Klerken, Coucy le Chateau, Saint Hilaire le petit, bos van Warphemont, Santes, Hampont, Zillisheim en Semide, Sancourt en Chuignes. De batterij die voorzien was van dit type te Illfurt werd nooit afgewerkt.

Te vermelden valt ook een aantal andere vormen van gebruik van het 38 cm kanon. Enkele stukken stonden op treinstellen gemonteerd. Het waren de zogenaamde 38 cm S.K. K/45 Max E. und B. Gerüst. E und B stonden voor Eisenbahn und Bettung.

Deze waren terug te vinden te Saint-André, Meurchin, Goeulzin, Ferme Scru, Bapaume, Laventie, Pontfaverger, het bos van le Chatelet.


Ook nog even aanhalen dat Belgie in 1919, een gewone 38 cm van het type Bettung und Eisenbahn Gerüst kreeg. Naar het schijnt heeft dit stuk lange tijd gestaan nabij een spoordepot te Brasschaat, waar ieder die dat wilde het kon gaan bekijken. Deze artillerie beschouwde men van Belgische zijde blijkbaar als nutteloos en zou uiteindelijk weggeschonken worden zoals reeds vermeld in 1924.

En vermelden we ook nog even de locaties die uitgerust waren voor het speciale 35,5 cm kanon, namelijk Quéant, Sancourt en Maugré.

Extracten uit : Het Duits 38 cm geschut ‘Lange’ Max - De complete geschiedenis van het Duitse 38 cm geschut te Klerken, Koekelare en Bredene Of de batterijen Predikboom, Pommern-Leughenboom en Deutschland - Ryheul Johan - 2002

Personal tools