/** * */

De oorzaken van de Eerste Wereldoorlog

Alhoewel er slechts één directe aanleiding was tot de Eerste Wereldoorlog, zijn de achterliggende oorzaken, die tot deze internationale massamoord hebben geleid, velerlei. Men kan wijzen op het Duitse expansionisme; het Franse revanchisme na de verloren oorlog van 1870/71; het Britse koloniale imperialisme; de vrijheidsdrang binnen de veelvolkerenstaat Oostenrijk-Hongarije of het Russisch/Servische panslavisme. De Amerikaanse geograaf Isaiah Bowman zegt hierover in zijn standaardwerk "The New World" (1926) :

"Het was niet de dood van de aartshertog in Serajewo of de invasie van België; noch waren het de ambities van de Duitse regering of de "Deutschland über alles"-mentaliteit van de Duitse jonkers – het was niet één van deze zaken die de oorlog ontketende. Het was een combinatie van allerlei factoren, gevoed door de strijd om de macht over de productie van goederen en grondstoffen en het beheersen van de transportroutes: kolen en olie en hennep en katoen en ijzer en staal en mangaan, die de fundamenten zijn van de moderne industriële wereld. Deze handelsartikelen konden de oorzaak worden van een conflict op grote schaal, en in de handen van gewetenloze mensen of naties kunnen ze gebruikt worden om de gehele wereld te ontwrichten. Dat geldt niet alleen de vernietiging van materiële rijkdommen, maar ook de vernietiging van politieke en religieuze vrijheden. (..) Voor sommigen betekende de oorlog politieke vrijheid; voor anderen de bevrijding van onderdrukte minderheden. Onder het begrip "freedom of the seas" bijvoorbeeld, verstond men in Engeland iets geheel anders dan in Duitsland. "Zelfbestuur" in Rusland betekende voor de ene bevolkingsgroep onafhankelijkheid, voor een andere autonomie, en voor de derde de macht van het proletariaat. De ene Amerikaanse soldaat mocht hopen op betere levensomstandigheden na de oorlog terwijl een andere er slechts aan dacht Frankrijk te helpen of Duitsland te verslaan, of misschien hoopte op een spannend avontuur of een kans een mooie daad te stellen. Er was niet één gemeenschappelijk doel, waarvoor de mannen op de slagvelden leden of stierven."

De voorgeschiedenis van de Wereldoorlog gaat terug tot de Vrede van Frankfort in 1871 tussen Frankrijk en Duitsland na de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 die in een Franse nederlaag eindigde. Nimmer had Frankrijk zich verzoend met deze nederlaag en met het daaraan verbonden verlies van Elzas-Lotharingen. De roep om revanche was in Frankrijk in de loop der jaren zeker niet verstomd en laaide van tijd tot tijd op als politieke opportunisten daar heil in zagen. Belangrijke etappes in de voorgeschiedenis waren verder het Berlijnse Congres in 1878 over de gevolgen voor Zuidoost-Europa van de Russisch-Turkse oorlog, dat de verwijdering tussen Duitsland en Rusland inluidde; het niet verlengen van het Duits-Russische niet-aanvalsverdrag in 1890, wat voor Rusland de toenadering tot het republikeinse Frankrijk vergemakkelijkte (1891-93) en de rol van Duitsland in de Vrede van Shimonoseki in 1895 na een Japans-Chinees conflict, die in Japan als pijnlijk werd ervaren.

De Brits-Duitse handels- en vlootrivaliteit, het mislukken van de Duits-Engelse onderhandelingen over een bondgenootschap (1899-1901) en het besluit van Groot-Brittannië, zijn splendid isolation op te geven, leidden in 1904 tot de Brits-Franse Entente, die in de kort hierop volgende Eerste Marokkocrisis (1904-1905) en tijdens de Conferentie van Algeciras (1906) stand hield (hier werden de eerste tekenen zichtbaar van een politiek, die erop was gericht Duitsland te isoleren) en in 1907 tot de toetreding tot dit verbond van Rusland, dat na het verlies van de oorlog tegen Japan (1904-05) in politiek opzicht toenadering tot het westen zocht.

De relatie tussen Duitsland en Italië kwam onder druk te staan, omdat dit land ondanks het lidmaatschap van de Dreibund (waarin het sinds 1882 met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije verenigd was) steeds intensievere contacten met Frankrijk en Engeland aanging. Dan waren er de Russisch-Oostenrijkse tegenstellingen over de Balkan die reeds in 1908 na de annexatie van Bosnië en Hercegowina in een Europese oorlog dreigden te ontaarden, als Rusland toen niet was teruggeschrokken voor de Duitse dreigementen met oorlog en Servië niet in de steek had gelaten. Sindsdien bleef het op de Balkan onrustig.

De koortsachtige bewapeningswedloop tussen de grootmachten sinds 1911 (de Tweede Marokkocrisis die leidde tot een conflict tussen Duitsland en Frankrijk, dat nog tijdig kon worden bezworen) verhoogde de kans op oorlog voortdurend. De Duits-Engelse onderhandelingen over een vlootverdrag en koloniale belangen konden het gevaar niet keren; ze liepen al direct stuk op wederzijds wantrouwen. Duitse pogingen, Rusland tot een vriendschapsverdrag te bewegen (de gesprekken in de Zuid-Finse stad Björkö in 1905 en 1909 en de entrevue in Potsdam in 1910 tussen de Duitse keizer en de Russische tsaar Nicolaas II) konden de onderlinge spanningen niet wegnemen en leden schipbreuk door de vijandige houding van de Russische panslavisten.

Het imperialistische karakter van de politiek van de Europese grootmachten moest vroeg of laat tot een conflict op grote schaal leiden, dat door ernstige fouten van de betrokken regeringen nog eerder ontstond, dan men algemeen (ca. 1916/17) had verwacht. Het was onjuist, zo was de Duitse overtuiging, te spreken van een bewuste schuld aan de oorlog in de zin van een misdadig, vooropgezet plan van een van de partijen; wel echter hadden de grootmachten elk voor zich jarenlang politieke doelen nagestreefd en deze dan na het uitbreken van de Wereldoorlog gepoogd te realiseren, voorzover ze zonder oorlog niet te verwezenlijken waren. Dat gold Frankrijk, dat nooit bereid was definitief afstand te doen van Elzas-Lotharingen; het gold Rusland, dat middels zijn Balkanpolitiek Oostenrijk-Hongarije wilde terugdringen en de Turkse zeestraten wilde veroveren; doelstellingen, die alleen door een oorlog bereikt konden worden. Ook het politieke doel van Groot-Brittannië om de uitbreiding van de Duitse marine te verhinderen of althans te beperken, zou, toen een vreedzame oplossing door het Britse dreigement Duitsland te isoleren uitbleef, uiteindelijk oorlog met Duitsland betekenen. In het algemeen kan men stellen dat Engeland en Duitsland in de geschetste periode een zekere mate van compromisbereidheid aan de dag legden, Frankrijk in mindere mate en Rusland nauwelijks.

Hoe was onder deze omstandigheden nu de situatie in Berlijn en omgeving? Daar vond men dat Duitsland zich onder Bismarcks leiding steeds nadrukkelijk "verzadigd" had getoond, en ook onder Wilhelm II was het nooit anders geweest: nimmer waren er onmogelijke eisen gesteld die de Europese vrede in de waagschaal konden stellen. De Duitse bewapeningsinspanningen waren zowel te land als ter zee steeds een reactie op die van de naaste buren geweest, ja zelfs wat betreft een politiek riskant plan als de spoorweg tussen Berlijn en Bagdad was naar een aanvaardbare oplossing met Rusland en Engeland gezocht. En in Wenen dan. Voor Oostenrijk-Hongarije gold uitsluitend de strijd om het bestaan. Als het in het kader daarvan de oorlog aan Servië verklaarde, dan toch niet met het voornemen "om de wereld te veroveren." Want het vredesverdrag van 1919 was immers gebaseerd op de bewering, dat de Centrale Mogendheden met deze bedoeling op een oorlog hadden aangestuurd. Zo verklaarde de Britse minister-president Lloyd George op 3 maart 1921: "Voor de geallieerden is de Duitse verantwoordelijkheid voor de oorlog het belangrijkste. Het is het fundament, waarop het Verdrag van Versailles is gebouwd, en als dat wordt afgewezen of verworpen, dan is het verdrag niets waard. Wij wensen daarom eens en voor altijd duidelijk te maken dat de Duitse verantwoordelijkheid voor deze oorlog door de geallieerden als een "chose jugée" wordt beschouwd." Maar zover was het nog niet in 1914.

Hierna: Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Literatuur

  • Bowman, Isaiah: The New World. Problems in political geography. Revised and enlarged ed. London [etc.]: Harrap & Co, 1926.
  • Fay, Sidney Bradshaw: The origins of the World War. New York: Macmillan, 1939.
  • Reiners, Ludwig: The lamps went out in Europe. New York: Pantheon Books, 1955.
  • Remak, Joachim: Serajevo – The story of a political murder. New York: Criterion, 1959.
  • id.: Origins of World War I – 1871-1914. New York: Holt, Rinehart & Winston, 1967.
  • Mombauer, Annika: Helmuth von Moltke and the origins of the First World War. Cambridge University Press, 2001.
Personal tools