/** * */

De gevechten om de Hartmannsweilerkopf

Overzichtkaartje Hartmannswillerkopf
Enlarge
Overzichtkaartje Hartmannswillerkopf

Inhoud

Inleiding

Hoewel deze bergtop in de Vogezen in bijna de hele Eerste Wereldoorlog het toneel van verbitterde gevechten zou worden, was dat in de eerste maanden nog geenszins het geval. Blijkbaar zagen nog geen van beide partijen de strategische betekenis van het bezit van de Hartmannsweilerkopf (HWK) in, terwijl deze hoogte toch wel een zeer uitgebreid uitzichtspunt vormt. Niet alleen op de vlakte van de Elzas, maar ook op de aanvoerwegen uit Frankrijk via verscheidene paswegen. De HWK zou pas geleidelijk ontwaken uit zijn diepe slaap, maar met verregaande gevolgen voor beide strijdende partijen.

Het begin

Franse begraafplaats Vieil-Armand op het Silberloch
Enlarge
Franse begraafplaats Vieil-Armand op het Silberloch

Op 18 december 1914 melden Duitse patrouilles van het 123e Landwehr-regiment na een verkenningstocht op de HWK dat er geen vijanden zijn aangetroffen. Ondertussen zijn verder Noordelijk bij de Buchenkopf al felle gevechten aan de gang. Op 21 december 1914 stuit een andere patrouille of Franse soldaten. Er ontstaat een vuurgevecht waarbij 3 gewonden aan Duitse zijde vallen, de eersten op de HWK. Het Franse 28e BCA (Bataillon Chasseurs Alpins) bezet het plateau van Silberloch en richt een voorpost in aan de Westkant van de top, de eerste vaste stelling op de berg. Op dit plateau zal later de Franse soldatenbegraafplaats “Vieil-Armand” verrijzen.

Ook de Duitsers beginnen met het bezetten van de berg. Op 28 december 1914 bezetten troepen van het 123e de uitzichtsrots ten Oosten van de eigenlijke top, zonder zich bewust te zijn van de Franse activiteiten. Een verkenningspatrouille beweegt zich op 30 december in Westlijke richting en raakt onder Frans vuur. Terug op de basis wordt deze korte tijd later door een groep Fransen onder vuur genomen. De Duitsers zenden opnieuw een patrouille uit om de Fransen te verdrijven. Daarbij sneuvelt Wehrmann Maximilian Ott van de 8e compagnie van het 123e. Hij is het eerste Duitse slachtoffer van de HWK; duizenden zullen nog volgen. (Ott werd begraven in Soultz, maar is in 1970 herbegraven op het Duitse soldatenkerkhof in Cernay).

1915

Op 4 januari proberen troepen van de 8e compagnie van het 123e samen met delen van het Landsturmbataillon Heidelberg de voorposten van de BCA in de tang te nemen. Dit plan mislukt omdat de Fransen versterkingen krijgen vanaf de Silberloch. Eindelijk, op 9 januari om 10.40, wordt de Duitse artillerie ingeschakeld. Na inleidende beschietingen bestormt het 123e regiment opnieuw de bergtop, opnieuw zonder succes. Vooral de vrijwel onzichtbare schutters in de nog aanwezige bomen maken de aanval moeilijk (De Duitsers noemden ze boomapen). De aanval kost 34 doden en 81 gewonden aan Duitse kant. Hierna besluit de legerleiding om meer actieve troepen in te zetten voor de bestorming van de HWK.

Hirzstein in WO1
Enlarge
Hirzstein in WO1

19 januari. Het 1e Rheinische Infanterieregiment Nr. 25 verovert de Hirzstein, een lager gelegen zuidelijker top op 570 meter, die bij het HWK-massief hoort en beschouwd wordt als een noodzakelijke springplank voor de HWK zelf. 42 Chasseurs Alpins van het 28e BCA worden hierbij krijgsgevangen gemaakt. Tegelijk begint een nieuwe Duitse aanval op de eigenlijke bergtop. De ingezette troepen horen bij de 119e en 123e Landwehrregimenten , het 14e Groothertogelijk –Mecklenburgse bataljon Jagers en de Ulanen van het 42e Cavaleriebataillon, die nu als infanteristen ingezet worden. De “Ringburg” van de BCA, zoals de Duitsers de Franse versterkingen op de HWK noemen, wordt omsingeld en van de andere Franse troepen afgesneden. Ondanks herhaalde pogingen lukt het vervolgens niet de stelling te ontzetten. Telkens weer doen verscheidene Alpenjagers van het 13e en 27e BCA vermetele pogingen hun ingesloten kameraden te bevrijden, zonder succes. Bij deze operatie sneuvelt ook de commandant van het 13e BCA, Majoor Barrié. De Duitsers zetten nieuwe troepen in; delen van het uit Noord-Sleeswijk stammende 84e regiment infanterie von Manstein, het 31e Thüringer regiment en de grenadiers van het 89e regiment uit Schwerin.


De verovering door de Duitsers

De uitzichtrots tegenwoordig, gezien vanaf de HWK
Enlarge
De uitzichtrots tegenwoordig, gezien vanaf de HWK

21 januari. Opnieuw proberen de Fransen met hun 18e, 27e en 53e BCA met massale aanvallen door te breken. Het komt tot verbitterde gevechten op korte afstand met grote verliezen aan beide zijden. De kans draait tenslotte ten gunste van de Duitsers als plotseling een middelzware mortier wordt ingezet. Deze was, met munitie en al, door 20 geniesoldaten en 50 arbeiders tegen de steile en ijsgladde helling naar boven gebracht, iets dat op dat moment in de oorlog nog voor onmogelijk werd gehouden. Nadat 20 granaten op de versterkte top zijn afgeschoten geeft de Franse bezetting van 3 officiers en 127 Chasseurs d’Alpes zich over. Het verhaal gaat dat de Duitsers het geweer presenteerden ter ere van de dappere tegenstanders toen die afgemarcheerden als krijgsgevangenen. De top is nu in Duitse handen. De verovering heeft aan beide zijden in totaal al meer dan 1000 doden en duizenden gewonden gekost, en dit zal nog maar het begin zijn.

Stellingbouw

Nu beginnen beide zijden hun stellingen zo goed mogelijk te versterken en uit te bouwen. Bunkers en Abris worden in de rotsen gebouwd, munitiedepots en verbandposten ingericht. Terwijl de Fransen twee aanvoerwegen naar het Silberloch aanleggen bouwen de Duitsers vanaf Wünheim de beroemde “Serpentinenstrasse”, die met 7 haarspeldbochten tot vlak onder de kop voert. Voor de bevoorrading worden twee nieuwe kabelbanen aangelegd. Bijna 1000 arbeiders worden ingezet, geholpen door rond 170 ezels en muildieren. Het strategisch belang van de Hartmannsweilerkopf was dus inmiddels beide partijen wel duidelijk geworden.

Nieuwe gevechten

27 februari. Na zware inleidende beschietingen vallen de 7e, 13e en 53e BCA de Duitse voorpost aan de “Jägertanne” aan. Deze voorpost ligt in een uitstulping van het front. Ze worden echter door het Rheinische 161e IR, delen van het Mannheimer Landstormbataillon en de tweede groep Ulanen 11 teruggedreven.

5 maart. Na een Frans trommelvuur op de Jägertanne, die door de 3e compagnie van RI 161 wordt gehouden, lukt het het 13e Franse BCA de stelling in te nemen. Van de bezetting blijft niets over. Tegenaanvallen van andere compagnieën van het 161e en 25e RI mislukken. Aan Duitse zijde vallen hier 200 doden, gewonden en vermisten. Een tweede Duitse tegenaanval op 7 maart verloopt zonder succes. In de dagen daarna wordt het uitgeputte Franse 13e BCA afgelost door het Franse 152e Regiment Infanterie.

23 maart. Na een inleidend artilleriebombardement uit 57 kanonnen lukt het het Franse 152e R.I. de laagte tussen de Molkenrain en de HWK te veroveren en komen zo tot 150 meter van laatstgenoemde top. De Duitse 25e en 75e I.R. doen dezelfde dag en in de komende dagen meerdere tegenaanvallen, maar zonder enig succes. Het is de Duitsers duidelijk dat de Fransen niet tevreden zullen zijn met dit kleine succes en vrezen het ergste. Terecht, naar zal blijken...

Frans succes

Drie dagen later breekt weer een Frans trommelvuur uit. Drie en een half uur lang denderen granaten op de Duitse stellingen op de top van de KWK. Vervolgens bestormt het 152e R.I. samen met delen van de 7e, 13e, 15e, 27e, 28e en 53e BCA en overloopt de resten van het Duitse 25e IR. Onmiddellijk stoten ze verder door naar de uitzichtsrots en verder Noordelijk tot de Bischofshut en van daar verder tot aan de 7e haarspeldbocht van de Serpentinenstrasse. Ook de bovenste en middelste Rehfelsen aan de Zuidkant vallen in Franse handen. De restanden van de Duitse verdediging, delen van het 15e Landwehr IR, 75e reserve IR, 25e IR en de Ulanen 11 en 15 klemmen zich nog vast aan de Oostelijke hellingen. De onderste Rehfelsen blijft behouden. De Fransen kunnen nu de Elzasser vlakte overzien en het slagveld rond Sennheim (na 1918 Cernay). Ze kunnen nu voortaan ook de voor de Duitsers buitengewoon belangrijke spoorweg Colmar-Mülhausen, de wegen en dorpen in de omgeving van de HWK beschieten. Het is voor de Duitsers beslist noodzakelijk de verliezen van deze dag goed te maken. Toch is het nog belangrijker te verhinderen dat ze geheel van de berg verdreven worden, omdat herovering vanuit de Elzasser vlakte bijna onmogelijk zou zijn. De uitgedunde en totaal uitgeputte Duitse troepen zijn daartoe niet in staat, zodat er op korte termijn verse troepen zullen moeten aangevoerd.

Nieuwe troepen, nieuwe kansen

Op 27 maart worden van Duitse kant twee verse bataillons aangevoerd: het II Landwehr IR 40 en dito 126. Het uitgedunde 25e IR wordt afgevoerd. Begin April komen nieuwe troepen van de Garde Jagers en het Garde Schützen Bataillon uit Vlaanderen resp. Champagne aan. Het komt de Duitsers goed uit dat de Fransen, om voordeel van hun nieuwe positie te hebben, veel van hun artillerie over de besneeuwde berg naar voren moeten verplaatsen. Dat heeft hen tijd zich op de Oostelijke hellingen van de HWK in de bevroren bodem in te graven, beschoten door de Fransen boven.

Op 3 april wordt het “Armée des Vosges” omgenoemd tot 7e leger onder commando van generaal Maud´hui. De Franse pogingen om op 6 april de onderste Rehfelsen in te nemen en de Duitse linies tussen die rots en de HWK te doorbreken mislukt maar nauwelijks.

De Duitsers komen terug

Duitse troepen op de Hartmannsweilerkopf
Enlarge
Duitse troepen op de Hartmannsweilerkopf

Terwijl het in de komende dagen steeds weer tot zware gevechten bij de verschillende brandpunten van de stellingen komt, die aan beide zijden grote verliezen geven, bereiden de Duitsers nu systematisch hun tegenaanval voor om de HWK en de uitzichtrots terug te veroveren.

Op 16 april rukt het 87e Landwehr IR op naar de stellingen bij de HWK om rugdekking te bieden voor de aanstaande Duitse aanval.

19 april. Het 75e R.IR probeert met een deel van de Garde Jagers na een uur artillerievoorbereiding tegen de Oostelijke flank op de Franse stellingen te bestormen. De aanval blijkt onvoldoende voorbereid te zijn en mislukt jammerlijk. De Duitsers trekken lering uit deze mislukking en bereiden een volgende aanval nog zorgvuldiger voor. Plannen voor een tegenaanval op 23 en 24 april moeten worden afgeblazen vanwege de mist.

Op 25 april volgt een artilleriebombardement van 2 uur. Daarna worden de Franse stellingen om 18.00 uur bestormd door het 75e RIR, het reserve 8e Jagersbataillon en het 56e Landwehr IR. De bestormers worden ondersteund door eenheden genietroepen. Het lukt ze om de bovenste Rehfelsen en de uitzichtrots terug te veroveren. Ongeveer 1000 soldaten van het Franse 152e R.I. en het 57e R.I.T (Régiment d´Infanterie Territorial) worden op de top ingesloten en krijgsgevangen gemaakt. Hoewel hun voorhoede al verder is opgerukt trekken de Duitsers zich toch achter de eigenlijke top van de HWK terug, omdat deze stelling onder de gegeven omstandigheden niet houdbaar blijkt. Dat geldt voor beide kanten! De top van de HWK ligt zozeer onder vuur van artillerie van beide kanten dat hij tot december van het jaar niemandsland zal blijven.

Het houdt niet op

de onderste Rehfelsen in WO1
Enlarge
de onderste Rehfelsen in WO1

De frontlijn loopt van nu af parallel van de top vanaf de top tot de onderste Rehfelsen en de Hirzstein, die beide door de Duitsers bezet blijven. De eens zo dichte bossen zijn verdwenen. Als afgebroken lucifers staan de eens zo machtige Vogezendennen eenzaam op de desolate hellingen. Het voortdurende artillerievuur heeft de Hartmannswillerkopf veranderd in een woestijn van steen en gruis, blanke aarde en gevelde bomen.

Ondanks deze verschrikkelijke vernielingen en het al in de duizenden lopende aantal gesneuvelden aan beide kanten is het einde van de waanzin nog lang niet in zicht gekomen. Duitsers en Fransen graven zich opnieuw in, bouwen hun stellingen uit en proberen voorlopig alleen nog met vele kleine speldeprikken zoals artillerie-aanvallen en stoottroepenacties met vele verliezen het de vijand, die hier en daar maar 3 meter verder ligt, het leven zo zuur mogelijk te maken. Maar het ergste moet voor alle partijen nog komen; de slag om de HWK is nog bij lange na niet beslist! Voorlopig verleggen de gevechten zich in de loop van de zomer in Noordelijke richting, waar in het Fechtdal bij Münster, en vervolgens rond de Lingekopf de Fransen proberen de Duitse linies te doorbreken en via Münster naar Colmar op te rukken

De najaarsoffensieven

Op 9 september zetten de Duitsers vlammenwerpers in op de Hartmannswillerkopf. Dit verschrikkelijke wapen, dat geleid wordt door sldaten van het Garde geniebataillon ondersteunt een aanval van het 14e bataillon Jagers in de omgeving van Bischofshut aan de noordflank van de HWK. Deze aanval dient niet duidelijk een militair belang.

Franse overval

Schlummerklippe met Duitse bunkers
Enlarge
Schlummerklippe met Duitse bunkers

Op 21 december om 9 uur begint de Franse artillerie met een trommelvuur van een intensiteit die in dit deel van het front ongedacht is. Meer dan 300 kanonnen en mortieren beuken meer dan 5 uur lang op de Duitse stellingen in en veroorzaken vreselijke verliezen toe aan de Duitse verdedigers. Aan Duitse kant liggen vooral het 14e Jagers, het 78e RIR en het 99e Landwehr IR aan het front. Als tegen 14.15 de Hirzstein door het 27e en 28e BCA wordt bestormd is daar nauwelijks nog enige tegenstand. Bij de onderste Rehfelsen mislukt echter de poging van het 23e RI en de 15e BCP om deze stelling te nemen. Daarentegen lukt het het 152e RI stuk voor stuk de vestingen Rohrburg en Grossherzog, die tussen de HWK en de uitzichtrots liggen in te nemen en daarna zonder al te grote problemen tot de 6e haarspeld van de Serpentinestrasse naar beneden te stormen. Aan de andere kant bestormen andere onderdelen van het 152e de Bischofshut en haarspeld 7, het 5e BCP dringt ook diep in de Duitse stellingen door, over de Schlummerklippe tot aan de 700-Meterweg. Hoewel de Duitsers al langer hadden gerekend op een Franse tegenaanval zijn ze door dit geweld volledig verrast! Er zijn berichten dat aan Duitse kant werkelijk iedereen die een geweer kon bedienen werd ingezet bij de verdediging, getraind of niet. Op een afstand van ruim 150 meter voor de Duitse commandobunker op de HWK stopt de Franse aanval. Blijkbaar is het de Fransen niet duidelijk hoe dicht ze genaderd zijn tot een volledige doorbraak.

het monument voor de Diables Bleus
Enlarge
het monument voor de Diables Bleus

De aanval heeft ook de Franse stormtroepen grote verliezen opgeleverd, zodat ook hun voorhoede flink uitgedund is. Deze grote verliezen, het aanbreken van de nacht, de tekort schietende verbindingen tussen de Franse aanvallers en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over de gevechtspositie verhinderen uiteindelijk wel een volledige katastrofe voor de Duitsers. Deze dag kost 800 doden en gewonden. 1400 soldaten worden krijgsgevangen gemaakt. Om de gaten te dichten en daarmee een ramp te voorkomen, maar ook om het verloren gegane terrein zo snel mogelijk te heroveren, worden meer compagnieën van de 8e reserve-Jagers uit Sulz en Bühl, en ook de Landwehr-regimenten 40 en 56 uit de omgeving van Mülhausen gealarmeerd en per spoor of door snelmarsen naar de HWK gevoerd.

de Duitsers slaan weer terug

De volgende dag al, op 22 december, komt de Duitse tegenaanval, veel eerder dan de Fransen hadden verwacht. De Duitsers veroveren bijna alle posities terug die de vorige dag verloren gingen, op de Hirzstein na! Op de top van de HWK wordt het Franse 152e RI door het 8e reservebataillon Jagers ingesloten en bijna helemaal in de pan gehakt. In totaal sneuvelen ongeveer 600 Fransen en 1500 werden krijgsgevangen. Aan de Oostkant van de uitzichtrots herinnert tegenwoordig een monument aan dat 152e RI, dat door zijn dapperheid, ook in Duitse ogen, terecht de naam Les Diables Rouges (rode duivels) droeg. De HWK was overdekt met lijken. Vanaf dat moment werden de gevechten meer en meer verlegd naar de Zuidelijke hellingen, bij de onderste Rehfelsen en de Hirtzstein.

Verdere schermutselingen

28 december. Na twee uur trommelvuur herovert het 12e BCA delen van de onderste Rehfelsen. Een deel van de Duitse bezetting, 30 man van het 74e RIR raakt ingesloten maar blijft verbitterd tegenstand bieden. Een tegenaanval de volgende dag om de kameraden te bevrijden en de rots terug te veroveren mislukt. Op dezelfde dag wordt de Franse generaal Serret, commandant van de 66e infanteriedivisie, door een granaatsplinter in zijn been getroffen (in januari 1916 zal hij in Moosch overlijden na een amputatie van zijn been, en op 8 januari van dat jaar worden begraven). Nog een dag later, op 30 december, lukt het de Garde Jagers om de verloren stukken van de onderste Rehfelsen terug te veroveren. De mannen van het 74e RIR worden na twee dagen, zonder aanvoer of verzorging en aan het einde van hun krachten, bevrijd. In de volgende dagen komt het steeds werer tot verbitterde strijd om een paar meter terrein. Artillerieduels en nabijgevechten wisselen elkaar af.

1916, de laatste grote operaties

8 januari. De Duitsers hebben weer nieuwe troepen aangevoerd. Met 5 uur trommelvuur uit meer dan 100 stukken geschut bereiden de Duitsers hun stormaanval op de Hirtzstein voor. De aanval door het 188e Anhaltinisch-Dessauische IR en het 189e Märkische IR, versterkt met speciale storm- en genie-eenheden, is een succes. Een Franse tegenaanval wordt afgeslagen. De laatste grote operatie op de Hartmannsweilerkopf is voorbij. Nu, begin januari, liggen de Duitsers en Fransen vrijwel precies in de stellingen die ze voor 21 december 1915 al hadden! Sindsdien hebben de gevechten duizenden doden en gewonden gekostzonder een van de kanten enig voordeel te brengen. Van nu af ebben de gevechten langzamerhand af, hoewel er tot het einde van de oorlog nog schermutselingen blijven. Dagelijks vielen nog slachtoffers op de berg.

Ongeval op de Ziegelrückenstolle

Op 28 februari 1917 worden 63 manschappen van het 124e Würtembergse Landwehrregiment in een klap gedood door het ontploffen van het munitiedepot van een zware mortier in de Ziegelrückenstolle. De overledenen rusten nog waar ze gesneuveld zijn; het depot werd kort na het ongeval dichtgemetseld.


Het einde

Op 15 oktober 1918 worden de Franse stellingen op de HWK deels overgenomen door troepen uit de USA. Op 4 november sneuvelt de laatste Duitse soldaat op deze met noodlot overgoten berg. De omstandigheden lijken sterk op die van het eerste slachtoffer uit 1915: Een patrouille van het 124e Landwehr-regiment dat sinds 1 januari op de berg gelegen is raakt onder Frans vuur. De leider van de patrouille, hulpofficier Weckerle, werd dodelijk verwond.

Op 15 november, vier dagen na de wapenstilstand, verlaat de achterhoede van het 124e de Hartmannswillerkopf.

Nawoord

De gevechten zijn voorbij. Hoevelen lieten hun leven in de gevechten om deze berg? Over de aantallen bestaan nog steeds verschillende opgaven. De meest realistische schatting lijkt het aantal van 15.000 gesneuvelden aan beide kanten. De doden rusten nu op de Franse soldatenbegraafplaatsen Vieil-Armand en Cernay en de Duitse begraafplaats in Cernay. In de crypte van de Vieil-Armand rusten ook nog ongetelde resten van onbekende soldaten van beide zijden. Voor de toekomst lijkt het even ongelooflijk als bemoedigend dat een van de gedenkplaten ter plaatse geschonken werd door de "Deutsch-Französischen Brigade".

(vertaald en bewerkt met toestemming van http://www.vogesenkaempfe14-18.de/ )

Personal tools