/** * */

De Slag om Diksmuide en de Fusiliers Marins

Diksmuide voor de Oorlog
Enlarge
Diksmuide voor de Oorlog
Enlarge

De Slag om Diksmuide is tevens de geschiedenis van de Franse Fusiliers Marins gedurende de Eerste Wereldoorlog.

Deze marins, meestal van Bretoense afkomst, waren de voorlopers van onze huidige commando’s of seal-troepen. Ze hebben gedurende het eerste oorlogsjaar, na eerst in Parijs de orde te hebben gehandhaafd en in Melle hun vuurdoop te hebben ondergaan, zij aan zij met de Belgen ter verdediging van de IJzerstroom gestaan. Hun gloednieuwe vlag wapperde nadien als teken van hun aanwezigheid, totdat hun korps einde 1915 opgeheven werd, ook gedurende de rest van het conflict op de verworven posities in de IJzervlakte. De marins hebben de Duitsers fel bestreden. De gehele Brigade Fusiliers Marins is er in gebleven: na 16 maanden aan het IJzerfront was er bijna niemand meer over van de FM, maar de Duitse verliezen waren eveneens aanzienlijk.

Pendant les seize mois que la brigade a passée au front des armées, elle a perdu, en tués, blessés ou disparus, 172 officiers, 346 officiers mariniers et environ 6.000 quartiers maîtres et marins, soit la totalité de son effectif normal (Admiral Ronarc'h).


Inhoud


De geschiedenis van de Franse Fusiliers Marins

De geschiedenis van de Franse Fusiliers Marins kan in twee duidelijke periodes worden onderverdeeld. De geschiedenis van de Brigade des Fusiliers Marins is

  • het verhaal van ongeveer 6400 mannen die vanaf het begin van de oorlog tot aan de ontbinding van de brigade in november 1915 – toen de marine ze nodig had in de strijd tegen de Duitse onderzeeërs – zo fel strijd leverden dat er uiteindelijk bijna geen overlevenden waren en
  • de geschiedenis van het Bataljon des Fusiliers, ongeveer 850 manschappen die in november 1915 onder hun eigen vlag – pas in januari 1915 kregen ze er een – aan de IJzer de aflossing en de wacht op zich namen, en zodoende een blijvende Franse Fusiliers Marins-aanwezigheid ter verdediging van een zwaar betaald stuk front opeisten en daar alle recht toe hadden.
Enlarge

Want na Melle (De Slag bij Melle, 9-10 oktober 1914) trekken ze zich via Torhout terug richting Diksmuide over wegen volgepropt met vluchtende burgers, onderwijl het contact met de Engelsen verliezend, om het bruggehoofd Diksmuide kost wat kost te houden. Bij het station stelden ze het laatste binnenkomende materiaal uit Antwerpen veilig. Diksmuide is immers een spoorwegknooppunt waar lijnen uit Nieuwpoort - Duinkerken - Veurne – Rijsel - Roeselare -Thorhout en Oostende samenkomen. De westelijke IJzeroever wordt in een onoverzichtelijke precaire verdedigingslijn herschapen.

Enlarge
Een Fusilier Marin
Enlarge
Een Fusilier Marin

Samen met de Belgische batterijen van majoor Pontus komen de FM in de gutsende regen op 16 oktober te Diksmuide aan waar ze afgemat op 1 km buiten de stad, samen met enkele compagnieën van de Belgische genie een summiere verdedigingsgordel bouwen. Want buiten de IJzerstroom is er in deze vlakte ter verdediging niets voorhanden, geen loopgraaf en geen beschutting. Dan maar die loopgraven maken tot 1m70 diep. Passerellen en bruggetjes worden over de IJzer gebouwd. Het bruggehoofd Diksmuide wordt in twee sectoren onderverdeeld, gesplitst door de weg naar Caeskerke waar Admiraal Ronarc'h zijn hoofdkwartier betrekt.

De Fusiliers Marins hebben het anker uitgeworpen te Diksmuide dat samen met Nieuwpoort twee uitstulpingen in de verdedigingslinie naar de Duitsers toe vormt. Zonder noemenswaardige ondersteuning van artillerie of vliegtuigen, aflossing of bevoorrading, wachten de 6000 Fusiliers Marins en 5000 Belgen van de Brigade Meiser (11de linie kolonel Leermans, 12de linie regiment kolonel Jacques) de komst van het 4de Duitse legercorps af.

Het is de tijd van het begin van de race naar de zee. Met haar terugtrekking heeft de brigade geholpen de Belgische rechterflank te dekken. Iedereen en al het materiaal dat uit Antwerpen gered kon worden is de IJzer over, de laatste treinen zijn aangekomen, de laatste groepen soldaten komen aan. Ze worden achternagezeten door 50 à 60.000 Duitsers. Links van hen zit het uitgeputte Belgische leger en rechts van hen, rondom Ieper, de Engelsen. De burgerbevolking van 4000 zielen is nog te Diksmuide, maar niet meer voor lang.

Op 16-17 oktober beginnen de Duitsers aan hun verkenningsoffensief en maken op de frontlijn Nieuwpoort-Diksmuide contact met de geallieerde verdediging. Het blijft stil in Diksmuide. De Duitsers proberen een rechtstreekse aanval op Diksmuide te voorkomen en zoeken een andere weg richting Duinkerken en Calais om zo een confrontatie met Les Demoiselles au Pompon Rouge te vermijden. Misschien lukt de doorbraak bij les petits Belges...

Les Demoiselles au Pompon Rouge: een van de bijnamen die de Fusiliers Marins, vanwege hun zo jonge en playboyachtig uiterlijk en de rode pompon op hun muts, van de Duitsers hadden gekregen. Het was een bijnaam die de Fusiliers Marins maar al te graag droegen.

Op 18 oktober na een hevig bombardement beukt het Duitse leger op de schaarse Belgische voorposten te Westende - St Pieterskapelle en de lijn Mannekensvere-Schoore-Leke-Keyem en Beerst. Deze lijn werd verdedigd door eenheden van het 2de, 1ste en 4de Belgische DI. De IJzerslag is begonnen!

Overzicht
Enlarge
Overzicht
Enlarge
Een grenadier
Enlarge
Een grenadier
Een eenheid Fusiliers in kleur
Enlarge
Een eenheid Fusiliers in kleur
Ruïne van Kapel De bon secours
Enlarge
Ruïne van Kapel De bon secours

Het begin van de IJzerslag

19 oktober: nieuwe Duitse aanvallen op de uiteinden van genoemde verdedigingslijn. Nieuwpoort en Lombartzijde krijgen het zwaar te verduren, de Belgen maken de hele dag loopgrachten langs de spoorweg naar Pervijze. De 2de Belgische DI houdt stand, en slaat 3 Duitse aanvalsgolven af.

Admiraal Ronarc'h stuurt, ter ondersteuning van de wankelende Belgen, vanuit Diksmuide in geforceerde marsen 2 bataljons FM naar Vladsloo (en Hoogstade?), Leke en Keyem – Beerst. Aan de rechtervleugel hervatten de Duitsers verwoed hun aanval op het dorp Keyem, waar ze daags voordien door de Belgen werden verjaagd. Meer naar het zuiden bij het dorp Beerst vindt een zwaar treffen met de net aangekomen Fusiliers Marins plaats.

19 oktober: De IJzerslag is in volle gang. De FM zijn naar Vladslo – Keyem en Beerst gestuurd. Bij Beerst komt het tot een zwaar treffen om dit dorp te heroveren. Langs het Praetbos, in de grachten tot op 500 meter van de huizen sluipen ze, wat ze niet goed kunnen die FM, en bij de hoeve Hebert stormen ze op de Duitsers toe met getrokken bajonet! Aanvallend over open weiland, op 200 meter van de huizen hernemen de Fusiliers Marins, vele verliezen lijdend, de eerste huizen van Beerst, en zijn om 5 uur 's namiddags meester van het dorp.

Ondertussen heeft het bataljon Mauros van de Fusiliers Marins de Duitsers met de hulp van een Belgische auto-mitailleuse uit Vladslo verdreven.

Tegen de avond komt er een Belgisch bevel om naar de oude posities en naar Diksmuide terug te keren. Achter hen brandt de horizon. Het zijn Hoogstade - Beerst en Vladsloo die de Duitsers opnieuw bezet hebben. De Belgen geven op 20 oktober Lombartzijde op. De vrijgekomen Duitse artillerie van Antwerpen wordt erbij gehaald en op 20 oktober om 11 uur 's morgens, vallen de eerste granaten op Diksmuide, en op de kerk die vlam vat.

Op bevel van de burgemeester ontruimt de bevolking haar stad, op de karmelieten en een 12-tal koppigaards na, die nadien wel zullen moeten vluchten, want een voor een worden de gebouwen tot puin geschoten, en woeden overal branden die de stad verpulveren. De Fusiliers Marins en de Belgen wachten gelaten de verwachte aanval af, die vanuit alle hoeken rondom de stad elk ogenblik kan aanvangen.

Ondertussen zijn de voorhoedes van de 43ste reservedivisie rondom Diksmuide aangekomen. Er wordt besloten om in het dorp Esen een bivak op te slaan voor de nacht. Ondertussen komen 's avonds van de lange dagmars de doodvermoeide hongerige kinderregimenten ook aan te Esen en iedereen zoekt een onderkomen voor de nacht.

Plotseling weergalmt uit alle richtingen hevig geweervuur. Geroep, geschrei, een geharrewar van jewelste op de propvolle wegen in het pikdonker. Geen vijand te zien en men zit volop in het reeds te vaak gebeurde verhaal van een franktireuraanval. Met als bekend eindresultaat een in brand gestoken kerk, want vandaaruit kwamen de schoten. Verschillende huizen van het dorp ondergaan hetzelfde lot en de wraak der furor teutonicus.

Deze oorlogsmisdaad staat samen met het dorp Zarren de 20ste oktober en Esen op 21 oktober op naam van RIR 202, RIR 203 en RIR 204 in de listing van de studie over German Atrocities van Horne en Kramer. Ze waren blijkbaar niet aan hun proefstuk toe, want met het RIR 201 erbij, hadden ze daags voordien te Zarren 118 gebouwen vernield en 11 burgers gedood. Hier in Esen komen 47 burgers om die nacht, en vele huizen gaan in de vlammen op! De Duitsers verklaarden dat de Belgen in die nachtelijke gloed een uitval deden. Een aanval die waarschijnlijk daags tevoren met de burgers van Esen was afgesproken, aldus de Duitsers.

Op 21 oktober voor Diksmuide gaat het XXIIste reservekorps voor een omsingelingsaanval met de 43ste Reservedivision vanuit het oosten en zuiden samen direkt op de stad af terwijl de 44ste RD ten noorden naar Beerst, Keyem en de IJzer oprukt. Het 202ste RIR heeft het slot Woumen als hoofddoel. Het 201ste RIR ondersteund door de 15de Jagers valt langs beide zijden van de baan van Esen uit het noorden recht op de stad aan. Kost wat kost moet tegen de avond de stadsrand bereikt zijn, en aan de kanaaldam kunnen beide aanvalsregimenten zich hergroeperen. Om 10 uur 's morgens beginnen ze eraan onder dekking van zwaar artillerievuur.

Maar al snel verliezen de regimenten tussen de ontelbare beekjes, kanalen, grachten, hekken en hagen contact met elkaar. Sommigen geraken onder zwaar machinegeweervuur, moeten terug en zaaien daarmede verwarring bij de anderen. De aanvalsgolven van de Duitsers, 16 rijen diep, worden een voor een afgeslagen, en na verwoede gevechten teruggeworpen.

Het 201ste RIR komt helemaal niet vooruit. Het 202ste RIR komt moeizaam tot voor het slot Woumen. Het 204ste RIR geraakt ten zuiden nog het beste vooruit en bereikt de steenweg Diksmuide-Bikschoote, en kort daarop bezetten ze het dorp Woumen waar de compagnieën bij de spoorwegdam blijven liggen.

De Di stuurt het 203ste RIR ter versterking naar het zuiden van de stad, en beveelt samen met het 201ste RIR en de 15de Jagers gelijktijdig aan te vallen. Maar om 14 uur is die aanval nog niet op gang, deels door het felle verweer met geweervuur uit Diksmuide en twee voltreffers van de artillerie, die in de rangen van de infanterie dood, vernieling en paniek zaaien. De Franse batterij is goed ingeschoten en het is telkenmale raak.

Na een hergroepering begint de Duitse aanval onder grote verliezen opnieuw. Over de rapenvelden bereiken de eerste rangen van het 201ste RIR ten slotte de eerste huizen en muurtjes van de stad. Messengevechten en met de bajonet erop los! Maar de Duitsers zitten vastgepind, en de aanvallende reserves worden neergemaaid, blijven liggen en moeten terug. De artillerie heeft geen verbinding meer. Majoor Vogel von Falkenstein, commandeur van de Jagers wordt door een kogel getroffen en stervend naar Esen teruggebracht. Wanneer de Duitsers ergens in de linie bijna doorbreken worden reservesecties van de Fusiliers Marins met getrokken bajonet erop afgestuurd, in een verwoede tegenaanval, die telkenmale de Duitsers terugwerpt.

Wanneer de zon ondergaat is het lot aan de oostrand bezegeld, de munitie is op en men moet terug. Dit heeft onmiddellijk gevolgen voor alle manschappen. Er is geen houden meer aan, een paar overlevende officieren proberen het nog, maar onder het razende geweervuur is het hopeloos. Iedereen vlucht terug naar Esen en graaft zich in rond brandende hofsteden. Goed dat er geen tegenaanval is.

Het 1ste bataljon van het 201ste RIR telt 30 doden -169 gewonden en 187 vermisten. De Duitsers zijn nergens doorgebroken, de volledige lijn houdt stand. De eerste aanval op Diksmuide is mislukt omdat de zeer goed verschanste tegenstanders onderschat werden, en omdat de kinderregimenten daar nog niet tegen opgewassen waren.

Der Angriff auf Dixmude sei unter allen Umständen sofort zu wiederholen und unbedingt durchzufuhren!

In de nacht van 21 op 22 oktober dreigt er omsingelingsgevaar wanneer de Duitsers (26RI - 6de reservedivisie) bij Tervate de IJzer kunnen oversteken (dit gebeurt op zo’n 800 meter ten zuiden van de Schoorbakkebrug) en langs de linkeroever Diksmuide naderen. Met bovenmenselijke krachtsinspanning van de 1st Di, en met een tegenaanval werpen de te hulp gekomen Grenadiers (2de bataljon 1st regiment) en Carabiniers de Duitsers na een ware slachting bijna terug over de IJzer, de tegenaanval stokt op een paar honderd meter van de IJzerboord (ruim 1000 man sneuvelen). Maar de situatie is uiterst kritiek. De laatste reserves worden aangesproken. Gelukkig komt er wat hulp van de befaamde divisie Grossetti 42Di (Slag aan de Marne) die bij Nieuwpoort de Belgen gaat aflossen.

Maar bij Tervaete en het centrum van de lijn bij Stuivekenskerke blijft de situatie op 23 oktober zeer wankel. De Duitsers hebben een andere loopbrug over de IJzer geworpen en hierlangs bereiken nog eens honderden Duitsers de westelijke IJzeroever. De 1ste en 4de divisie zijn aan het eind van hun krachten, de Duitsers werpen bij de bocht van Tervaete 10 bataljons in de strijd, en breken ten slotte door bij Schoorbakke en Tervate om onmiddellijk naar Diksmuide af te zwenken. Ze steken massaal de IJzer over, veroveren de hoeve De Toren en de latere beruchte petroleumtanks. Ze zijn slechts op 2 km van Diksmuide.

Admiraal Ronarc'h in Diksmuide zendt, als de gevechten daar in volle gang zijn, twee bataljons naar de Belgen ter ondersteuning, die onmiddellijk een verdediginglinie opwerpen tussen het kanaal van de IJzer en de spoorwegberm Nieuwpoort –Diksmuide, en die ook houden, kost wat kost, een moeilijke manoeuvre in een veldslag met uitgeputte, slapeloze en door de koude verkleumde soldaten. De 83ste brigade van de Grossetti Di komt van uit Nieuwpoort te hulp net wanneer de Duitsers de overgang van de IJzer l’Union bij St Georges oversteken.

Gedurende de dag van 24 oktober waagt het fusiliersbataljon Rabot onder Duits mitrailleurvuur een aanval op de petroleumtanks, die de vijand in brand steekt, en zo de volledige vlakte in een vuurzee herschept en de aanval gruwelijk in de kiem smoort. Vele FM komen in die brand om. Maar toch is de Duitse opmars langs die zijde afgeslagen en tegengehouden. De aan kilometerpaal 16 gelegen stellingen van de FM, zullen de basis worden van de latere Boyau de la mort of Dodengang.

Twee vernielde petroleumtanks
Enlarge
Twee vernielde petroleumtanks

Boven Diksmuide, de loopgraven, het station van Caeskerke (hoofdkwartier van de admiraal) barst een bombardement van een nog nooit aanschouwde hevigheid los. Onder deze orkaan houden de verdedigers zich schuil. Aan het einde van de middag in een gigantische gezamenlijke krachtsinspanning houden de verdedigers van Diksmuide 11 Duitse aanvalsgolven op de noordoostsector, en 15 aanvalsgolven op de zuidoostsector tegen. Het zijn wederom het 201ste RiR en de 15 Jagers in het noorden en het 203ste RIR in het zuiden die ten aanval trekken. Een voor een worden die aanvallen teruggeslagen en afgeweerd.

De Duitsers komen wederom tot aan en in de eerste huizen waar ze onder flankvuur komen te liggen. De Duitse lijken stapelen zich op aan de rand der loopgraven. De strijd woedt verder in vreselijke man tegen man-gevechten in de glibberige modder tot middernacht. De Duitsers zijn aan het eind van hun krachten en laten eindelijk af. Zähneknirschend kriechen die Gruppen zurück.

Diksmuide blijft onneembaar

Enlarge
 Een kaart die aantoont hoe ver de Duitsers over de IJzer waren.
Enlarge
Een kaart die aantoont hoe ver de Duitsers over de IJzer waren.

Der Name von Dixmude wird in den Herzen deutscher Mütter stets einen schrecklichen Klang erhalten. Dixmude Dixmude. ....Manches Klaglied ward um dich gesungen. De nacht van 24 op 25 oktober blijft rustig, iedereen is bekaf.

De volgende dag, 25 oktober, na het optrekken van de ochtendmist, begint de beschieting op de stad weer. Maar er is een betrekkelijke rust, een pauze, iedereen vertoont tekenen van vermoeidheid. De Belgen kunnen niet meer zijn aan het eind van hun krachten, en na 10 dagen vechten zonder fatsoenlijke artillerieondersteuning wordt een terugtrekking naar Duinkerken overwogen. Maar tijdens een ontmoedigende krijgsraad waar toevallig Foch telefonisch aan deelneemt, wordt uiteindelijk besloten de sluizen bij Nieuwpoort te openen en zodoende het land geleidelijk onder water te zetten.

's Avonds om 19 uur proberen de Duitsers met een nachtelijke aanval door te breken. En in de avond en nacht van 25 op 26 oktober breken de 3de en 4de compagnie III bataljon van het 202de RIR * toevallig? door de duisternis en door de regen met een 100-tal manschappen bij Caeskerke door de Belgische linies, en zaaien verwarring in en rondom Diksmuide. Want ze zijn in de stad, er wordt op de markt en in de huizen er rond verwoed gevochten, met messen en bajonetten. 1ste luitenant Dugend wordt zwaar gewond gevangen genomen, en 1ste luitenant Von Weiher ondergaat het zelfde lot, maar wordt door zijn manschappen teruggesleept. Onmiddellijk na het alarm wordt de volledige verdedigingslinie beter gesloten, en de Duitse compagnie zit in de val, kan niet meer terug. Slechts 25 man van beide compagnieën komen terug. Het is een woeste dronken bende die met de moed der alcohol en een ambulance zich een weg terug probeert te banen, verschillende Franse en Belgische gevangenen neemt, waaronder meerdere Belgische doktoren, en Fusilier Marin commandant Jeanniot die bij Beerst zo vele manschapen verloor bij de stormloop (hij is in de pikdonkere nacht in de stad de Duitsers stomweg in de armen gelopen, denkende met zijn mannen te doen te hebben) zit in de val. Omsingeld achter de linies niet terug naar de hunne kunnende, vermoorden de Duitsers onder protest van verschillende hunner kameraden bij dageraad vele van hun gevangenen, waaronder commandant Jeaninniot, de Belgische dokters sparend, alvorens zelf door een sectie Fusiliers Marins gevat te worden. Aan deze moordpartij ontsnappen maar enkele gevangenen, waaronder een kwartiermeester. De FM nemen 109 man gevangen. Drie Duitsers van deze nachtelijke raid worden naderhand zonder pardon gefusileerd. De overigen worden naar achteren in gevangenschap gebracht.

Ondertussen even na middernacht ondernemen de Fm een korte tegenaanval bij de kapel De bon secours naast de steenweg op Esen en poogt het 203de RIR ook tijdens die donkere nachtaanval in het zuiden door te breken. Het 1ste bataljon komt met 24 doden, 102 gewonden en 34 vermisten terug naar hun uitgangsposities.

Dixmude. .. Dixmude manche Träne hast du fliessen gemacht und manche Träne wurde um dich vergossen.

De uitgeputte Belgische troepen van kolonel Jacques worden in de morgen van 26 oktober afgelost door twee bataljons Senegalezen, en een Belgisch bataljon van de 1st ligne. De Duitsers voor Diksmuide gunnen zich na de gruwelijke en spookachtige nachtaanval 2 dagen de tijd om een nieuwe aanval voor te bereiden,

Onder de dagelijkse bombardementen houdt Diksmuide stand. De Duitsers pogen tussen Nieuwpoort en Diksmuide door te breken. Het regent elke dag en de modder maakt de loopgraven onbruikbaar. De Fusiliers Marins, verkleumd, tot aan de knieën in het water rillend van de koude of koorts, blootvoets en ziek, houden stand samen met de Belgen en de Senegalezen.

De inundatie

Ondertussen sluipt het water van de opengestelde IJzersluizen (stille bondgenoot) stilletjes aan over de IJzervlakte.

Duitse inname van Diksmuide op kaart
Enlarge
Duitse inname van Diksmuide op kaart
Schets van Diksmuide tijdens de Oorlog
Enlarge
Schets van Diksmuide tijdens de Oorlog

Op 26 oktober bij een nieuwe aanval nemen de Duitsers Oud-Stuivenskerke en Stuivenskerke in. De Belgen geven de verdediging van de Beverdijk prijs en verhinderen in extremis een doorbraak door zich met de Fransen terug te trekken en zich te verschansen achter de spoorwegberm met het bevel bij Nieuwpoort – Diksmuide stand te houden, kost wat kost.

27 oktober: het water begint zijn werk te doen en de posities van de nietsvermoedende Duitsers die deze nieuwe tegenstander nog niet kennen komen onder water te staan.

28-29 oktober blijft het water voor de Duitsers vervaarlijk stijgen na het openen van de sluis van de Noordvaart. Het is de reddende vloed en geen uur te laat.

In Diksmuide hervatten de Duitsers na 2 dagen rust hun aanval. Maar wederom zonder resultaat, de verliezen zijn enorm. En 29 oktober beslist de 4de Armee deze verliesrijke aanvallen te stoppen. Er wordt bevolen de bruggen over de IJzer en het oosten van de stad met zware mortieren te beschieten.

Een hevig bombardement op 29 oktober is de voorbode van een uiterste Duitse krachtsinspanning en de doorbraak die op 30 oktober bij Ramskapelle en Pervijse plaatsheeft. Dit brengt de toestand naar een zeer gevaarlijke climax, want de verdedigingslinie aan de IJzer is doorbroken. De Duitsers nemen Ramskapelle in.

31 oktober: Alle reserves worden met een laatste ultieme krachtsinspanning in de strijd geworpen. De 42 di en de overblijfselen van de 6de, 7de en 14de ligne verdrijven onder luid klaroengeschal en met een woeste bajonetcharge de Duitsers uit Ramskapelle en Pervijse. Bij de 42 di sneuvelen 700 man, de rest vlucht, materiaal en gewonden achterlatend. De weg in het ondertussen goed overstroomde achterland niet terugvindend, vluchten de Duitsers in totale wanorde. Alleen het stuk ten westen van de IJzer van Tervate tot aan de petroleumtanks blijft Duits.

Enlarge

De IJzerslag is gewonnen!

Generaal Grosseti informeert Admiraal Ronarc’h dat er een aanval ten zuiden van Diksmuide op til is, maar dat hij zelf zal aanvallen met twee bataljons die hij naar Oostkerke stuurt met artillerieversterking om samen met de FM te pogen de Duitsers te verhinderen hun zuidfront te versterken met hun troepen gelegerd voor Diksmuide want de slag om Ieper is met een zware kannonade begonnen.

De 1ste november maakt Max Deauville een wandeling door het verwoeste Dixmuide die hij in zijn boek "Jusqu’à l’Yser"beschrijft.

Diksmuide na de Oorlog
Enlarge
Diksmuide na de Oorlog
Diksmuide na de Oorlog
Enlarge
Diksmuide na de Oorlog

Het is rustig in Diksmuide en de FM gebruiken dit om hun stellingen te versterken. De 2de november om 8 uur 's morgens na een povere voorbereiding van de artillerie (Franse 75), wordt opgerukt naar de steenweg en het kasteel van Woumen. Kwestie van de linies wat op te schuiven en misschien een doorbraak te wagen, nu men weet dat de Duitsers bij Merkem hun handen vol hebben met de Franse territorialen en de Britten. 4 infanteriebataljons van de 42Di onder bevel van kolonel Chaudron met 4 bataljons van het 151ste RI en het 8ste Btl Chasseurs en een bataljon FM die van de Jonquieres, rukken op in de richting Esen en het kasteel van Woumen.

Kasteel van Woumen tijdens de oorlog
Enlarge
Kasteel van Woumen tijdens de oorlog

Onder hevig Duits mitrailleurvuur komen de mannen haast niet vooruit; een luttele 200 meter, richting Esen en idem richting Woumen. Men blijft in zijn uitgangsposities steken.

Woumen tijdens de Oorlog
Enlarge
Woumen tijdens de Oorlog

De strijd bij Woumen

De 3de november hervat men 's morgens de aanval, die wederom niet vooruit komt. De generale staf beslist dat de gehele 42Di plus versterking van 2 nieuwe FM-bataljons als ondersteuning zal worden ingezet. Twee loopbruggen over de IJzer worden gemaakt daar een der FM btjs langs de stroom ook zal aanvallen en die later zal oversteken, om zo bij het Kasteel te komen. De 8ste Jagers vallen van uit het noorden aan. 50 kannonnen bestoken het goed verdedigde kasteeel, er hangt mist. Maar verder dan het kasteelpark op 400 meter van het gebouw komen ze 's avonds niet meer.

Bij Esen geen enkele vooruitgang. Richting Beerst melden de Belgen dat ze met te weinig zijn om het noordfront te houden, en 2 compagnieën van het btl FM van Keros die in eerste reserve lagen gaan helpen.

De 4de november gaat de 42st Di in de aanval op het kasteel van Woumen, maar wederom zonder enig resultaat, en zo gaat het verder. En op de 5de november is er bijna sprake van success.

Een klaroenblazer
Enlarge
Een klaroenblazer

Onder klaroengeschal, en Vive la France-kreten, heeft het btl FM in enkele sprongen van een stormloop onder een hels geweervuur het kasteelpark en de hoeve ingenomen en men is aan de voet van het kasteel ! Maar daarna was de fut eruit. Wat men ook moge vertellen, het Kasteel van Woumen werd nooit ingenomen. De verdediging ervan was uitstekend ingericht. 's Avonds wordt de terugtocht geblazen. De 42Di moet ondersteuning geven aan het 38ste verder naar het zuiden en vertrekt. en de brigade FM komt onder bevel te staan van Generaal Bidon.

De val van Diksmuide

Gedurende de nacht van 9 op 10 november sluipt de Duitse Di tot stormloop afstand van de verdediging tot op 200 meter. Met een hels bombardement, het zwaarste dat de verdedigers van Diksmuide ooit ondergingen, beginnen de Duitsers om 10 uur de 10de november uiteindelijk aan hun finale aanval op Diksmuide. De Artillerie 105 en 77 schieten raak en precies van achter het kasteel Woumen, en treffen de verschillende loopgraven, heel veel slachtoffers makend. Na 's morgens de loopgraven ten zuiden van de stad en de baan naar Caeskerke hevig te hebben gebombardeerd komen de in diepe aanvalsgolven met 12000 man versterkte Duitsers, die de zwakke punten van de verdediging kennen, op Diksmuide af – ook vanuit Beerst.

Een gedeelte van de verdediging van de oostsector ten zuiden tussen de spoorweg en de baan van Esen, gehouden door de Belgen, laat los, en neemt in zijn val, de twee pijlers, de twee flanken van de verdediging, die door de Senegalezen worden verdedigd met zich mee. De lijn is in het centrum doorbroken (een beetje boven het station van Diksmuide tussen de spoorwegberm en de baan naar Esen, om nauwkeurig te zijn). Het is de enige sector niet door de FM bezet. De Duitsers stoten door naar het noorden langs en over het kanaal van Handzame, en vallen zijwaarts de loopgraven van de 11de compagnie aan waarvan de weinige overlevenden zich naar hun buren terugtrekken.

Een afdeling Duitsers glipt langst het kanaal recht op de commandopost van het 3de bataljon en neemt op zijn weg de verbandpost van Dr Guillet gevangen. 4 FM van de 60 man reserve Rabot kunnen ontsnappen. In het zuiden stoten ze langs het kerkhof recht op de posities die gehouden worden door de FM.

De ruïnes van Handzame
Enlarge
De ruïnes van Handzame

De Admiraal beslist om zijn versterkingen achter de IJzer te houden en die niet de stad in te sturen. De Duitsers zijn in Diksmuide, en de versterkingen blijven in golven komen.

Hoe zit het met de andere compagnieën, die van het kerkhof en van de baan naar Beerst ? En de Reserve Rabot?

Van loopgracht naar loopgracht springend, achternagezeten, staan een 15-tal overlevenden rondom lt Serieyx en worden gevangen genomen. Een compagnie met Cmd Mauros werpt een barricade op bij de spoorwegovergang van de baan naar Esen, en op alle wegen die naar de IJzer leiden. Deze helpen de stad nog een tijdlang te behouden, maar Duitse onderdelen van de grote markt komend overrompelen de barricade op de weg naar Esen.

Een na een vallen de posities, het worden woeste straatgevechten, man tegen man, de Duitsers gebruiken gevangen FM als schild om vooruit te komen. Daar speelt de gevangen genomen lt Serieyx nog een spelletje met een Duitse majoor, om tijd te winnen door een ingewikkelde uitleg te tekenen over de overgangen van de IJzer. Hij wordt tenslotte als schild voor de Duitsers geplaatst en moet roepen dat zijn mannen zich moeten overgeven. Hoe kan ik dat nu, zei Lt Serieux, ze zijn met 10.000 (terwijl ze nog maar nauwelijks met 200 over waren.) Gebruikmakend van plotselinge hevige geweersalvo’s kan de luitenant en een aantal van zijn mannen ontsnappen door in de IJzer te springen en naar de overkant te zwemmen. Gewond door een kogel in de arm bereikt hij de overkant.

Om 15 uur is de helft van de FM uitgeschakeld. Door de bres blijven de Duitsers de stad binnenkomen, en duwen de overblijvenden naar de IJzer. Generaal Von Sendewitz, commandeur van het 201ste RIR, steeds in de voorste linies, sneuvelt om 3 uur 30 aan het hoofd van zijn Regiment als hij de stad binnenstormt.

Nog een charge om de comp Mauros te dekken die zich terugtrekt. Om 17 uur is iedereen die zich redden kan op de linkeroever van de IJzer, waar alle overlevenden zich verschansen. De twee bruggen worden opgeblazen en de artillerie schiet nu op de Duitsers in Diksmuide en houden hun de overtocht van de IJzer tegen. Om 18 uur komt er Belgische versterking opdagen maar zonder munitie of artillerie.

Vroeg of laat zonder voldoende artillerieondersteuning moest Diksmuide wel vallen. Deze dag, 10 november 1914, kost de Fusiliers Marins 2000 man.

Die Beute von Dixmude war gross. Wir führten an Gefangenen allein 17 Offiziere und 1400 Mann zurück.

Maar nu, verlost van dit bruggehoofd, kan de verdediging langs de linkeroever van de IJzer beter uitgebouwd worden, te meer daar de overstroming de weilanden ten zuiden van Diksmuide nu onder water zet. De Duitsers zijn trouwens rustig geworden, op het bombarderen,en het mitraileurvuur na, dat ze niet nalaten.

De Admiraal is er gerust op, hier komen ze de IJzer niet over, en hun opdracht is volbracht, ze hebben Diksmuide zolang ze konden en tot bijna de laatste man gehouden.

De Fusiliers Marins zullen eindelijk worden afgelost door het 89st DIT (het zal maar een korte aflossing zijn), en deze aflossing is hoognodig want al een maand lang en meer leven deze mariniers onder erbarmelijke omstandigheden zonder dekens, schoeisel of behoorlijk werkend materiaal. Velen hebben totaal uitgerafelde, soms nog zomerkledij aan.

Links

Kaarten

Literatuur:

  • Het Drama van de Dodengang: Sigfried Bracke, 2004
  • L’Yser et la côte belge: Guides Michelins, 1920
  • La Brigade Jean Le Gouin (1917)
  • Fusiliers-Marins de Dixmude door George Le Bail
  • Dixmude door Charles Goffic (1915)
  • Un chapitre de l’histoire des Fusiliers-Marins

Enige van de betere werken hierover:

  • L’agonie de Dixmude (Leon Broquet)
  • Reichsarchiv: Schlachten des Weltkrieges. Band 10. Ypern. 1925.
  • Die Schlacht an der IJzer und bei Ypern. Der grosse Krieg in Einzeldarstellungen. 1918.
  • Starben in Flandern: Bruno Schwietzke

Web:

Goede bondige uitleg in het Frans over de FM:

Historie van het FM in 14 blz. pdf formaat door admiraal Ronarc’h, met mooie pentekeningen:

Foto's Malte Znaniecki e.a.

Personal tools