/** * */

De Eerste Wereldoorlog in (Duits) retrospectief

Wat in de Wereldoorlog van 1914-1918 in vier jaar niet gelukt was, lukte de Duitsers in 1940 in evenzovele weken: Frankrijk te verslaan. In de communiqués van het Duitse leger en het bijbehorende commentaar wordt niet alleen ingegaan op de actualiteit, maar ook – en dat is interessant - geregeld teruggeblikt op de Eerste Wereldoorlog als de situatie daar aanleiding toe geeft, uiteraard vanuit een Duitse invalshoek. Hieronder een selectie.

14 mei 1940. Luik is gevallen! Onwillekeurig gaan onze gedachten terug naar augustus 1914. Toen werd van 4-16 augustus, dus 12 dagen lang, een verbitterde strijd met de Belgen gevoerd om de stad en de vesting Luik, tot het onder het commando van generaal v. Emmich lukte, de vesting te bedwingen. Destijds was de door tijdgenoten als ongeëvenaard snel ervaren uitschakeling van Luik een wezenlijke voorwaarde voor de opmars van de rechter Duitse vleugel zonder Nederlands grondgebied te hoeven schenden.

Op Frans grondgebied lukte het op enkele plaatsen al de Maas over te steken. Al in 1914 heeft de streek rond de Maas bij de gevechten van het Duitse leger in augustus een grote en beslissende rol gespeeld. De zuidelijkste hoekpilaar is zoals bekend de vesting Verdun, waarvoor in de Wereldoorlog zoveel kostbaar Duits en Frans bloed is gevloeid.

15 mei 1940. Duitse troepen hebben de Maas tussen Namen en Givet overschreden. Beide plaatsen hebben overigens ook in augustus 1914 een rol gespeeld. Bij Namen, dat op 25 augustus werd ingenomen, versloeg het Duitse 2de leger onder kolonel-generaal v. Bülow van 21 – 24 augustus 1914 het Franse 5de leger. Ook bij Sedan lukte het de Maas over te steken en werd de noordwestelijke uitloper van de Maginotlinie doorbroken. In augustus 1914 bevocht het toenmalige 4de Duitse leger van 25-29 augustus hier een beslissende overwinning op het Franse 4de leger.

17 mei 1940. Het succes van de eerste week is verrassend en overweldigend. Dat ervaren beslist ook alle in het vaderland aanwezige veteranen uit de Wereldoorlog van 1914 tot 1918, die sinds de 10de mei geen rust meer kennen, en dagelijks met gespannen aandacht de berichten van de weermacht en de extra uitzendingen volgen. Al spoedig werden weer de vertrouwde namen van plaatsen gehoord, waarmee voor eeuwig dierbare herinneringen aan het front zijn verbonden. Luik werd genoemd, Namen, Dinant, Givet en niet te vergeten Sedan, dat immers al op Franse bodem ligt. De door deze namen opgewekte herinneringen krijgen nu nieuwe glans, terwijl de koene daden van onze huidige frontsoldaten en hun doorslaand succes tegelijkertijd ook een genoegdoening vormen voor hen, die zo verbeten gevochten hebben in de Wereldoorlog, en die in 1918 ondanks al hun opofferingen bedrogen uitkwamen. Bij velen van hen, die thans in het vaderland de troepenbewegingen met de vinger op de kaart volgen, zal zoiets als een heimelijk verlangen naar het front zijn bovengekomen, en een zekere afgunst, om niet zelf aan de glansrijke acties van de Duitse troepen te kunnen meedoen. (…) Maar de grootste verrassing van vandaag ligt toch op Frans grondgebied. De huidige situatie wordt volgens Franse militaire zegslieden vergeleken met die van maart 1918, toen het de Duitsers gelukt was, het geallieerde front bij St. Quentin aan de Somme terug te dringen.

18 mei 1940. Mechelen en Leuven zijn wederom vertrouwde namen voor de veteranen uit de Wereldoorlog. Bij Mechelen werd, namelijk van 25-27 augustus 1914, het Belgische leger onder opperbevel van de Belgische koning al eens een totale nederlaag toegebracht door de Duitse troepen. Aan de gevechten vooraf ging de verraderlijke overval in Leuven door Belgische sluipschutters op 25 augustus 1914, wat nog altijd een schandvlek moet worden genoemd, en waardoor het toenmalige IXde reservekorps verwikkeld raakte in felle straatgevechten en de prachtige oude Vlaamse stad destijds zwaar te lijden had. In dit verband kan erop gewezen worden, dat de Belgische burgerij zich nu terughoudend heeft opgesteld en dat geen incidenten met francs-tireurs zijn gemeld.

19 mei 1940. In een enkel fort van de verdedigingsgordel van Antwerpen wordt nog weerstand geboden. Antwerpen werd in 1914 na een belegering door de troepen van generaal v. Beseler die van 27 september tot 9 oktober duurde veroverd. Het leverde veel krijgsgevangenen en een rijke oorlogsbuit op.

20 mei 1940. Weer staan Duitse troepen aan de Somme. Pantsertroepen hebben het slagveld van de Slag aan de Somme van 1916 bij de weg Cambrai-Péronne bereikt. Wij denken terug aan de tijd, dat de Somme gedurende de Wereldoorlog een van de rivieren was die het Duitse lot bepaalden. Reeds in augustus 1914 stuitte het na de Slag bij Le Cateau naar het zuidwesten oprukkende toenmalige Duitse 1ste leger onder kolonel-generaal v. Kluck in het gebied van de Somme bij verrassing op het zojuist in de strijd geworpen Franse 6de leger onder generaal Maunoury. De Fransen, die aanvankelijk met verrassingsaanvallen plaatselijk successen boekten, werden toen verslagen en tot een snelle terugtocht naar het zuiden en westen gedwongen. Een nieuwe slag ontbrandde aan de Somme van 23 september tot 6 oktober 1914, toen het Duitse en het Franse front probeerden elkaar in noordelijke richting te overvleugelen. Daarbij schoof het zwaartepunt van de strijd langzamerhand steeds meer naar het noorden op, terwijl zich aan twee kanten van de Somme de loopgravenoorlog ontwikkelde.

Voor de meerderheid van de oud-strijders is aan de naam "Somme" echter in de eerste plaats de herinnering aan de eerste grote materiaal- en uitputtingsslag van de Wereldoorlog verbonden. Deze werd door de Engelse en Franse troepen op aandringen van generaal Joffre in 1916 in gang gezet en duurde zoals bekend van 24 juni tot 26 november 1916. Het resultaat was een diepe, wigvormige penetratie in de Duitse linies aan twee kanten van de Somme, die echter niet de gehoopte doorbraak opleverde. De geallieerden schakelden daarmee onmiskenbaar grote delen van het Duitse leger uit, hoewel geen beslissing werd afgedwongen, maar moesten dit met zware eigen verliezen bekopen. Ook het grootste deel van de zogenaamde Grote Slag in Frankrijk van 21 maart tot 6 april 1918 speelde zich in het Sommegebied af, waarbij de Duitse aanval door gebrek aan munitie aan twee kanten van de Somme ten slotte bij Amiens bleef steken. In augustus 1918 werd nog eenmaal aansluitend op de grote tankaanval aan twee kanten van de "Römerstrasse" westelijk van Roye aan beide oevers van de Somme een afweerslag uitgevochten. Bij dergelijke herinneringen spreekt het vanzelf, dat de gedachten van de veteranen van de Somme in de eerste plaats uitgaan naar onze troepen, die daar nu opnieuw opereren.

21 mei 1940. Duitse troepen hebben via Amiens en Abbeville Het Kanaal bereikt. Amiens was het helaas nooit bereikte doel van het grote Duitse doorbraakoffensief van maart 1918. Zoals de zaken er toen voorstonden moest dit bijzonder belangrijke knooppunt van straat- en spoorwegen de redding voor het in het gebied Valenciennes-Maubeuge strijdende gecombineerde Belgisch-Franse leger zijn, als het nog tijdig aan een dreigende omsingeling wilde ontsnappen. (…) Opnieuw is bij Cambrai, op het klassieke slagveld van de tankslag van 1917, een grote tankslag ontbrand. (…) Bijzondere aandacht verdient de gemelde opmars over de Chemin-des-Dames tot aan het Aisne-Oisekanaal. Steeds weer duiken daarbij namen op, die de veteranen van de Wereldoorlog vertrouwd zijn. De Chemin-des-Dames – in het Duits "Damenweg" – is een heuvelrug ten zuiden van Laon tussen de rivieren Aisne en Ailette. Er werd destijds aansluitend aan de terugtocht van de Marne in 1914 fel om gevochten, maar de Damenweg bleef toen in hoofdzaak in Duitse handen. In het voorjaar van 1917 ging de Chemin-des-Dames in de Aisne-Champagneslag deels verloren en werd na afloop van de strijd om de "Laffaux-Ecke" in oktober 1917 ontruimd. Het Duitse offensief in mei 1918 leidde tot herovering van de Chemin-des-Dames, die bij de eerste aanval op 17 mei 1918 werd ingenomen. Onze huidige frontsoldaten hebben deze door veel Duits bloed geheiligde grond nu nogmaals overmeesterd.

22 mei 1940. De strijd speelt zich nu in feite in de beide landstreken Vlaanderen en Artois af. Het Vlaamse landschap is voor ons heilige grond door de grote gevechten, die daar in de jaren 1914, 1917 en 1918 plaatsvonden en die zich voornamelijk in een grote boog om de plaats Ieper afspeelden. Elke dorpsnaam in deze omgeving getuigt van de heroïsche strijd van de Duitse soldaten in de Wereldoorlog, begonnen met de offerdood van de oorlogsvrijwilligers van 1914 tot aan het noodgedwongen afbreken van de gevechten in de herfst van 1918. Langemarck, Wytschaete en Messines zijn daar slechts enkele van. De grote Slag in Vlaanderen begon in de late herfst van 1914 op 18 oktober met de Slag aan de IJzer en duurde tot november 1914. Ze vlamde na een lange loopgravenoorlog in juni 1917 weer op en eindigde na enkele tussenpauzes pas in december 1917. Ook in de herfst van 1918 ontbrandde eind september nog eenmaal tot ongeveer midden oktober een grote afweerslag in Vlaanderen. Het doel van deze gevechten was van Duitse kant het steeds opnieuw pogen een doorbraak naar de havens aan het Franse Kanaalkust te forceren, terwijl de geallieerden – voornamelijk Engelsen – met het inzetten van een enorm aanbod aan mensen en materiaal probeerden de Duitse onderzeebootbases aan de Vlaamse kust in Ostende en Zeebrugge in handen te krijgen. Dat is hun weliswaar niet gelukt, maar daarvoor bonden ze steeds weer grote delen van het Duitse leger aan zich.

Het fenomeen van de strijder van Vlaanderen is in de Wereldoorlog net zo bekend geworden als dat van de Somme en van Verdun. Er zullen maar weinig Duitse formaties zijn geweest, die in de loop van de oorlog in het westen nooit in Vlaanderen waren. Wel echter waren er ook veel Duitse troepen, waarvoor het Vlaamse land, waar ze herhaaldelijk werden ingezet, tot een soort van tweede thuis is geworden. Onder de formaties oorlogsvrijwilligers, die in de herfst van 1914 als eersten op Vlaamse bodem tegen de ervaren soldaten uit de Britse koloniën moesten optornen, bevond zich ook de 6de Beierse reservedivisie. Het daartoe behorende 16de Beierse reserve-infanterieregiment, ook "Regiment List" genaamd, telde onder zijn militairen de toenmalige oorlogsvrijwilliger Adolf Hitler.

25 mei 1940. Steeds opnieuw verschijnen de oude bekende namen in de berichten van de weermacht! Vooral de stad Arras wordt de laatste dagen genoemd. Daar ontbrandde van 1 tot 13 oktober 1914 een grote veldslag van het toenmalige Duitse 6de leger tegen delen van de Franse legergroep Foch. Deze strijd kwam voort uit de zogenaamde wedloop naar de zee. Aansluitend aan de eerste Marneslag probeerden namelijk de Fransen en Engelsen het Duitse leger aan de west- of noordkant te omvatten. Dat had tot gevolg, dat de Duitse leiding door de inzet van versterkingen van haar kant trachtte de Franse vleugel, die de omsingeling wilde uitvoeren, te verpulveren. Alle Duitse inspanningen faalden toen echter, omdat Arras niet kon worden ingenomen en de slag zonder succes beëindigd moest worden. Het Duitse opperbevel moest nieuwe maatregelen nemen ter bescherming van zijn noordvleugel. Daaruit vloeiden dan weer de gevechten in Vlaanderen in de streek tussen Lille en Ostende voort. Van 2 april tot 20 mei 1917 werd het inmiddels verstarde front bij Arras herhaaldelijk het toneel van massale aanvallen door de Engelsen, die weliswaar tot kritieke situaties voor de Duitse verdedigers leidden, maar niet tot de door de Engelsen gehoopte doorbraak. Door deze mislukking verplaatsten de Engelsen toen het zwaartepunt van hun aanvalsacties weer naar Vlaanderen.

Het huidige weermachtbericht meldt de verovering van de Vimy-heuvel. Deze Vimy-heuvel ligt ten noorden van Arras en biedt een weids uitzicht op het noordoostelijk van Arras gelegen terrein tot voorbij Lens en Douai. De heuvel moest helaas in het verloop van de Slag bij Arras van 1917 opgegeven worden. In het bericht worden ook de Loretto-heuvels genoemd, die van de herfst van 1914 tot aan mei 1915 het brandpunt van verbitterde strijd tussen Duitsers en Fransen waren. Het gaat hierbij om een door een kapel gekroonde heuvelrug in Artois, ten noordwesten van Arras, die in het uiterste oosten uitsteekt in het Noord-Franse laagland en dit tot ver in de richting Vimy-Lens beheerst.

27 mei 1940. Calais is in Duitse handen! In de herfst van 1914 was het Duitsland bijna gelukt, de Franse Kanaalkust bij Calais in bezit te nemen. Destijds kon Engeland met zijn bondgenoten Frankrijk en België deze bedreiging ternauwernood afwenden en zijn positie op het continent tot aan het slot van de Wereldoorlog handhaven. De in de loop van de Duitse operaties in de herfst van 1914 doorgevoerde bezetting van de Belgische kust met de bases Brugge-Zeebrugge en Ostende en de verdediging daarvan tot aan het eind van de Wereldoorlog was echter genoeg om Engeland zeer veel hoofdbrekens te bezorgen en de toenmalige maritiem-strategische positie van Duitsland tegenover Engeland wezenlijk te verbeteren. Het benutten van de flankstelling van de Vlaamse kust ten opzichte van de zeeverbinding van Engeland met Nederland en Frankrijk alsmede die tussen Het Kanaal en de Theemsmonding waren destijds essentieel voor de zeeoorlogsvoering. Door de frequente aanvalsstoten van de Duitse vloot naar de monding van Het Kanaal en door verrassende aanvallen door Duitse torpedoboten op de bewaking van het Nauw van Calais werd de Britse maritieme oorlogsvoering gedwongen tot voortdurende patrouilles en daardoor genoodzaakt ruggesteun verder in de zuidelijke Noordzee te verplaatsen.

Bijzonder waardevol waren de Vlaamse bases als onderzeeboothavens. De Duitse onderzeebootflottieljes hadden een groot aandeel in de aantallen tot zinken gebrachte schepen in de handelsoorlog van 1914 tot 1918, terwijl de boten snel in de beste jachtgebieden van de Theems, de Engelse oostkust, de westelijke uitgang van Het Kanaal en de Ierse Zee konden komen. Hoe onaangenaam onze bezetting van de Vlaamse havens door de Engelsen in de Wereldoorlog werd ervaren, bleek wel uit de talrijke Britse aanvallen op onze steunpunten daar, zowel te land door de steeds herhaalde massale offensieven van de Engelsen en hun bondgenoten in Vlaanderen als van zee uit door beschietingen, landings- en blokkadepogingen, bijv. de aanval op de strekdam van Zeebrugge op 23 april 1918. Het gebruik van deze steunpunten door de marine werd er echter geenszins door gehinderd.

De oorlogsvrijwilliger van 1914 is nu vaak bataljonscommandant, de actieve luitenant echter al generaal. De Eerste Slag om Ieper werd van 30 oktober tot 24 november 1914 tussen het toenmalige Duitse 6de leger en de Engelsen onder maarschalk French uitgevochten. Gedurende de gehele Wereldoorlog was Ieper een van de plaatsen aan het westelijk front om welke steeds weer hevige strijd werd gevoerd. De grote Slag in Vlaanderen van 1917 leidde tot een wezenlijke uitbreiding van de Engelse stellingen rond Ieper, terwijl de Duitse troepen tijdens het voorjaarsoffensief van 1918 bij de Slag om de Kemmel opnieuw terrein wonnen, zonder echter Ieper zelf te bereiken en daarmee de doorbraak naar zee te kunnen afdwingen.

29 mei 1940. Het bericht van de capitulatie van het Belgische leger is in de wereld als een bom ingeslagen. Het zou voor de hand liggen, wanneer wij Duitsers nu van onze voldoening blijk zouden geven, dat het Belgische leger na zo lange tijd nog voor de wandaden moet boeten, waaraan het zich door de Belgische bezetting van het gebied van de Nederrijn na 1918 en door de zogenaamde strafbezetting van de steden Düsseldorf en Duisburg van 8 maart 1921 tot 25 augustus 1925, heeft schuldig gemaakt. Alle Duitsers, die destijds in dit deel van Duitsland woonden, zullen die nog niet zijn vergeten. Men moet echter het Belgische leger nageven, dat het zich in een veldtocht van 18 dagen manmoedig heeft geweerd en waarschijnlijk zware verliezen heeft geleden.

1 juni 1940. De ongewoon grote uitgestrektheid van het frontgebied en de snelheid van de opmars van gemotoriseerde eenheden stellen totaal andere eisen aan het verzenden en ontvangen van berichten dan in de Wereldoorlog. Tot welke noodlottige gevolgen gebrekkige communicatie tussen de bevelvoering en de troepen leiden kan, is ons allen nog pijnlijk duidelijk van de eerste Marneslag in 1914. De ervaringen van de Wereldoorlog hebben in de tijd na de oorlog dan ook tot een enorme uitbreiding van de verbindingsdiensten aanleiding gegeven.

5 juni 1940. België en Noord-Frankrijk. Klassiek is het terrein waarop deze reusachtige veldslag wordt uitgevochten. Door de eeuwen heen werd daar steeds weer om de vrijheid van Duitsland gestreden. Er dient vooral te worden herinnerd aan de definitieve nederlaag van Napoleon bij Waterloo en de geweldige worsteling tijdens de Wereldoorlog. Nogmaals moet beklemtoond worden, met welke voldoening de oud-strijders in het nieuws van de overwinningen dezelfde plaatsnamen hebben gelezen, waaraan zoveel dramatische herinneringen uit de tijd van de Wereldoorlog van 1914 tot 1918 verbonden zijn.

11 juni 1940. De huidige situatie in Frankrijk toont in zeker opzicht gelijkenis met die van begin september 1914. Daarop is ook gewezen door de militaire commentator van de Franse krant "Intransigeant" enkele dagen geleden. Hij legde er daarbij echter de nadruk op, dat tussen de situatie van 1940 en die van 1914 in zoverre een aanzienlijk verschil bestaat, dat de Duitsers in 1914 voor hun linkervleugel niets te vrezen hadden, omdat deze zich van de Vogezen, steunend op Metz en in het bezit van de Maas, tot aan de rand van Verdun uitstrekte. Ons schijnt eerder het grote verschil tussen de schijnbaar zo verwante situatie van juni 1940 en die van september 1914 in een paar andere wezenlijke punten te liggen, die echter ten gunste van de Duitsers spreken en niet van de Fransen.

1. Ditmaal valt de rechter Duitse vleugel met sterke krachten ten westen van Parijs in de richting van de Kanaalkust en de Seinemonding aan, terwijl deze in 1914 ten oosten van Parijs voorbij de Marne naar het zuiden oprukte. 2. Deze keer staan de Fransen, die in de vernietigingsslag in Vlaanderen en Artois drie legers met elitetroepen hebben verloren, er alleen voor. Het Engelse expeditieleger heeft zich al naar Engeland teruggetrokken. 3. Duitsland kan nu zijn totale troepenmacht op het westfront samenballen, terwijl het in 1914 aanzienlijke krachten voor de verdediging van de oostgrens moest inzetten. 4. Door de actieve deelname aan de oorlog door Italië wordt een substantieel gedeelte van de geallieerde troepen aan Zuid-Frankrijk gebonden. Dat kon in 1914 nog tijdig bij de Marneslag worden ingezet.

12 juni 1940. Met bijzondere voldoening zullen alle Duitsers van het huidige bericht hebben kennis genomen, dat de stad Compiègne in onze handen is gevallen. Compiègne ligt rond 70 km noordoostelijk van Parijs, daar waar ongeveer de Aisne in de Oise uitmondt, en is voor alle Duitsers een allertreurigste herinnering, omdat in het Bos van Compiègne in november 1918 de onderhandelingen over de wapenstilstand met de toenmalige geallieerden onder de meest beschamende omstandigheden plaatsvonden. Bij de wapenstilstand van Compiègne werd reeds de kiem gelegd voor het latere smadelijke vredesdictaat van Versailles. (…) Ook Reims is in Duitse handen! Daarmee is een stad, om het bezit waarvan na een korte, tijdelijke bezetting in de Wereldoorlog van 1914 tot 1918 een hevige strijd werd geleverd, door onze troepen ingenomen.

13 juni 1940. De stad Châlons aan de Marne is ingenomen. Châlons, dat reeds begin september 1914 tijdelijk in Duitse handen was, is niet alleen een uiterst belangrijke passage over de Marne, maar is ook een knooppunt van straat- en spoorwegen van de eerste orde, vooral van Parijs naar Verdun, Metz en Nancy. Het huidige weermachtbericht vermeldt nadrukkelijk, dat in Champagne Duitse troepen de slagvelden van 1915 zijn overgetrokken. Daarmee wordt de herinnering opgeroepen aan de voortdurende en zware strijd, die daar tijdens de Wereldoorlog plaatsvond, zonder dat dit tot een tastbaar resultaat voor een van beide partijen heeft geleid. Wij bedenken, dat Champagne al bij de Duitse opmars eind augustus tot begin september 1914 al strijdend werd gepasseerd om vervolgens na de Slag aan de Marne weer vrijwillig te worden prijsgegeven. Middelpunt van zware strijd was Champagne in het jaar 1915. Eerst ging het om de zogeheten Winterslag in Champagne, die van 21 februari tot 20 maart 1915 werd uitgevochten, nadat daar al sinds 1 december 1914 een aantal grotere gevechten bij Perthes aan waren voorafgegaan. Deze plaats is, evenals Souain, Beauséjour, St. Souplet, Somme-Py, Tahure en Ripont, bij iedere veteraan, die ooit in de Wereldoorlog in dat eigenaardige krijtlandschap van Champagne is ingezet, vertrouwd.

De Winterslag in Champagne was een uitgesproken materiaalslag met zeer sterk krachtenverbruik zowel aan Duitse als Franse kant. De door de Fransen met hun aanvallen gehoopte doorbraak werd toen ook al verijdeld net als zeven maanden eerder in de Herfstslag in Champagne van 22 september tot 3 november 1915. Ondanks een uiterste krachtsinspanning en enige terreinwinst moesten de geallieerden echter ook deze slag weer zonder succes afbreken, die in feite als ontlasting voor hun in het oosten en zuiden strijdende bondgenoten was bedoeld. Ongeveer twee jaar lang was daarna Champagne een betrekkelijk rustig front, tot de Franse generaal Nivelle van 16 april tot 15 mei 1917 hier zijn grote doorbraakoffensief begon, waar men zich bij de geallieerden veel van voorstelde en die bij ons onder de naam Aisne-Champagneslag bekend is. De heldhaftige Duitse afweer verhinderde het plan van Nivelle. De kolossale verliezen van de Fransen bezorgden deze generaal de weinig vleiende bijnaam van "bloedzuiper" (Blutsäufer) en leidden er bovendien toe, dat rond 30 Franse divisies openlijk aan het muiten sloegen. De toenmalige generaal Pétain slaagde er slechts met veel moeite en energie in het mislukken van deze offensieven glad te strijken.

Ook in het jaar 1918 werd er in Champagne nog zware strijd geleverd. Eerst moet het Duitse juli-offensief van 15/16 juli 1918 worden genoemd, dat bij ons als "Slag aan de Marne en in Champagne" bekend is en dat als gevolg van verraad in de door de Fransen voorbereide diepe verdedigingslinie bleef steken. De laatste gevechten in Champagne vonden daarna van september tot november 1918 als "Afweerslag tussen Reims en Verdun" tegen de Fransen en Amerikanen plaats. - Zoals overal in Frankrijk zullen ook hier weer de veteranen uit de Wereldoorlog in de loop van deze dagen met hun formaties strijdend de oude slagvelden doorkruist hebben. Degenen echter, die in het vaderland moesten achterblijven, zullen opnieuw terugdenken aan de vele zware, maar ook waardevolle uren van hun leven aan het front.

14 juni 1940. Parijs ingenomen! In de Wereldoorlog werd Parijs weliswaar door de Duitse troepen rechtstreeks bedreigd, maar de stad zelf werd echter nooit bereikt; noch in de herfst van 1914, noch in het voorjaar van 1918. De beroemde afmars naar links van de Duitse rechter vleugel eind augustus 1914 liet Parijs westelijk liggen, maar de nachtmerrie van de Duitse dreiging verflauwde pas na de Duitse terugtrekking na de ongelukkige Marneslag. In 1918 ging er van het succes van het Duitse maartoffensief in de richting van de Marne opnieuw een ernstige dreiging voor de Franse hoofdstad uit.

15 juni 1940. Vergeefs heeft men zich in Frankrijk in deze tijd met een haast religieus verlangen vastgeklampt aan de hoop op een nieuw wonder, dat net als in de Wereldoorlog zou geschieden zodra de Duitsers de Marne zouden overschrijden. Maar dan heeft men helemaal vergeten, dat de Fransen ook in 1914 niet de overwinnaars, maar slechts de profiteurs van de Marne waren. Zoals bekend had de Duitse legerleiding de eerste Marneslag van de Wereldoorlog, die van 5 tot 9 september 1914 tegen het gecombineerde Frans/Britse leger geleverd werd, zelf afgebroken met het oog op de rechter vleugel, die gevaar liep, hoewel op de voornaamste punten de vijand reeds verslagen was. – Als daarna in het jaar 1918 een Duits offensief van 15 mei tot 17 juli 1918 nogmaals tot bij en over de Marne opdrong, was de Duitse slagkracht niet meer toereikend om de vruchten van deze nieuwe Marne-overwinning te plukken.

16 juni 1940. Het huidige weermachtbericht vermeldt de trotse zin, die vele veteranen van de Wereldoorlog diepe voldoening en bevrediging zal schenken: "De vesting Verdun is met al haar forten veroverd!" Daarmee is iets gebeurd, dat op de Fransen een net zo verpletterende indruk zal maken als de val van de Maginotlinie. Verdun was het sleutelwoord voor de gevechten aan het westelijke front in 1916. Het verlies aan doden en gewonden in de Slag bij Verdun in het jaar 1916 wordt op rond 700.000 geschat. Geen wonder, dat de Fransen deze slag als bloedbad of vleesmolen betitelen. Van 21 februari tot 9 september duurde deze vernietigingsslag, met weliswaar hier en daar een Duits succes zoals de inname van de forten Vaux en Douaumont, maar wat niet tot een definitieve beslissing leidde. Er is veel te weinig bekend, dat de Franse generaal Joffre al op de derde dag na het begin van het Duitse offensief de verdediging van Verdun als uitzichtloos wilde opgeven en dat het slechts aan de interventie van de taaie Briand te danken was, dat deze hoekpijler van de Franse verdediging voor de Franse legerleiding behouden bleef.

18 juni 1940. De Fransen hebben naar de voorwaarden van een wapenstilstand gevraagd. Herinneren wij ons nog een keer dezelfde situatie aan het einde van de Wereldoorlog. Destijds heeft de Duitse rijksregering op 5 oktober 1918 een wapenstilstand aangeboden aan de Amerikaanse president Wilson. Op wens van de geallieerden werd dit verzoek onder doorzichtige voorwendsels wekenlang getraineerd, zodat na een veelvuldige notawisseling pas op 5 november – dus precies een maand later – het antwoord van Wilson volgde, dat maarschalk Foch toestemming had, daartoe gemachtigde afgezanten van de Duitse regering deze voorwaarden mee te delen. De hierna benoemde Duitse wapenstilstandscommissie kwam op 8 november bij de Franse voorposten aan. De wapenstilstand zelf werd echter pas op 11 november 1918 om 11 uur van kracht. We mogen ook niet vergeten, dat in 1918 na het aanbieden van het Duitse verzoek om een wapenstilstand de legers van de geallieerden nog met inspanning van alle krachten hebben geprobeerd, de Duitse troepen te verslaan, en dat tot aan de 11de november 's morgens steeds weer door de geallieerden werd aangevallen, zodat in feite pas op 11 november 's middags de wapens zwegen. Daarom gaat ook nu, ondanks het Franse aanbod, de strijd aan het westfront door.

19 juni 1940. Vergelijkt men de huidige situatie van de Franse troepen met die van het Duitse front voor en tot aan de wapenstilstand van 1918, dan doemen opmerkelijke verschillen op. Het huidige Franse front is na een oorlog van nauwelijks 10 maanden en na een offensief van totaal een maand en 10 dagen totaal verslagen en voor het grootste gedeelte vernietigd. Ook het Franse verdedigingssysteem en de belangrijkste onderdelen van de Franse wapenindustrie zijn in onze handen gevallen. Van een front kan nu helemaal geen sprake meer zijn, omdat de Franse troepen na de ineenstorting in eigen land overal op de vlucht zijn. Toen op 11 november 1918 om 11 uur de laatste schoten van de Wereldoorlog wegstierven, was het Duitse front, op een klein stuk in de Elzas na, nog aaneengesloten, en stond westelijk van de rijksgrens nog ver in Frankrijk en België.

21 juni 1940. Op 21 juni werd op de historische plaats in het Bos van Compiègne in tegenwoordigheid van de Führer en opperbevelhebber van de strijdkrachten tijdens een feestelijke plechtigheid de smaad van november 1918 uitgewist. Aansluitend nam de Franse delegatie de wapenstilstandsvoorwaarden in ontvangst. Deze werden op 22 juni om 18.30 uur ondertekend.

Bron: Erich Murawki: Der Durchbruch im Westen. Chronik des holländischen, belgischen und französischen Zusammenbruchs. Oldenburg [etc.]: Stalling, 1940.

Personal tools