/** * */

Casemate Pamart

Pamart-kazemat bij Fort de Souville.
Enlarge
Pamart-kazemat bij Fort de Souville.
Doorsnede van een Pamart-kazemat. Hoewel de algemene vorm en de inplanting in een blok beton juist zijn weergegeven, is het mechanisme van de mitrailleurs sterk vereenvoudigd in deze afbeelding.
Enlarge
Doorsnede van een Pamart-kazemat. Hoewel de algemene vorm en de inplanting in een blok beton juist zijn weergegeven, is het mechanisme van de mitrailleurs sterk vereenvoudigd in deze afbeelding.

In 1917 kwam er, rond de verschillende Franse fortificatielinies, een nieuw soort kazemat in gebruik. Dit waren de zogenaamde Pamart-kazematten. Deze kazemat is ontworpen door commandant Pamart van het Fort de Génicourt. Het waren mitrailleurkazematten, gemaakt van staal, die in 1917 en 1918 geplaatst werden ter extra verdediging van een aantal forten. Ze werden gebouwd in de glacis van een aantal forten.

Inhoud

Beschrijving

Het duurde 45 dagen voor 20 man om de kazemat te installeren. De eerste kazemat werd gebouwd in september 1916. De door 15 cm dik staal beschermde Pamart-kazemat kon granaten tot 220 millimeter verdragen. Buiten de bepantsering was de Pamart kazemat vooral beschermd door zijn kleine profiel (de kazemat stak slechts 80cm beven het oppervlakte uit), wat de waarneming en het plaatsen van voltreffers vermoeilijkte. Ook werden er naast de schietgaten in het staal "ribbels " voorzien zodat afketsende kogels of lichte granaten hopelijk niet zoals in een trechter naar het schietgat werden geleid.

Raar genoeg verschillen de betonnen blocs waarin deze kazematten opgesteld staan enorm van vorm. Het lijkt erop dat de bouwers van deze blocs geen standaardinstructies hadden, doch naar eigen inzicht handelden. In de beste gevallen werd het block zo uitgevoerd dat het minimaal boven de grond uitstak en het lage profiel van de Pamart kazemat ook zo laag mogelijk voortzette. In sommige uitvoeringen echter werd er naast en achter de kazemat een relatief gezien enorm blok beton aangebracht, wat het minimale profiel van de kazemat verknoeide en de stelling veel zichtbaarder maakte. (zie voor een voorbeeld de bijgevoegde foto van de kazemat nabij fort de Souville, maar het kon nog erger, voor een voorbeeld van een goede opstelling, met minimaal profiel zie naar de externe link onderaan de pagina: (http://www.maginot.info/uk/pamart.html)) Achter de kazemat zelf had het bloc normaal gezien een nooduitgang: een verticale schacht omhoog door het beton heen. Aangezien tegenwoordig de afdekkingen hiervan meestal verdwenen zijn, durven onvoorzichtige toeristen hier soms in te sukkelen. De hoofdtoegang verliep echter door een schacht naar beneden dat naar de diepe gangen van de travaux 17 voerde, die de kazematten met de rest van het fort verbonden.

De kazemat had ook twee kleine ronde openingen in het dak waardoor periscopen voor de observatie konden worden gestoken.

Overigens werd de dubbele kazetmat ook wel de "olifantenkop" genoemd door zijn typische vorm die wel leek op een olifantenhoofd dat net boven het wateroppervlak kwam met een slurf vooraan en oren aan de zijkanten.

Bewapening

Detail van het gepantserde gedeelte van een Pamart kazemat met twee schietopeningen. Goed te zien is het mechanisme van de twee mitrailleurs die rond een horizontale as draaien, de plaats van de periscopen in het dak en de ribbels in het pantser om ricochets niet naar de vuuropening te leiden.
Enlarge
Detail van het gepantserde gedeelte van een Pamart kazemat met twee schietopeningen. Goed te zien is het mechanisme van de twee mitrailleurs die rond een horizontale as draaien, de plaats van de periscopen in het dak en de ribbels in het pantser om ricochets niet naar de vuuropening te leiden.

De dubbele Pamart-kazemat was bewapend met twee Hotchkiss-mitrailleurs, de enkele kazemat met slechts één. De twee mitrailleurs stonden opgesteld boven en onder een centrale horizontale draaias. De bovenste werd door het schietgat naar buiten gestoken en kon dan vuren. De onderste lag dan ondersteboven onder de draaias. Doordat de Hotchkiss een luchtgekoeld wapen was, liep dit sneller warm dan watergekoelde wapens en was het tijdige wisselen naar de onderste gekoelde mitrailleur wenselijk. Daarvoor werden de twee mitrailleurs naar achter getrokken, draaide men het hele boeltje 180° rond de horizontale as, en stak de afgekoelde mitrailleur naar buiten. Ook de onderste mitrailleur werd naar voren gestoken in een nis om plaats voor de bediening te winnen. Deze opstelling was ook bedoeld om snel van mitrailleur te wisselen indien degene die vuurde vastliep of aan andere defecten bezweek. Door de geringe ruimte in de kazemat lijkt het echter onwaarschijnlijk dat er grotere herstellingen aan de onderste mitrailleur konden worden gemaakt zonder deze uit het affuit te nemen (zoals het wisselen van loop). Het is niet duidelijk uit de bronnen of er bv. reservelopen in de kazemat aanwezig waren (of andere reserveonderdelen voor de vuurwapens) en hoeveel munitie erin was opgeslagen.

Steeds vuurde één mitrailleur door een van de twee schietopeningen. De mitrailleur stak 30 centimeter naar buiten als hij werd afgevuurd. De hoek waaronder men kon vuren bedroeg 160 graden (in het model met twee schietopeningen, de vuurhoeken van de twee schietopeningen overlapten lichtjes, maar dit was in de praktijk meestal niet mogelijk doordat de bouwers van de betonnen blocs waar de kazematten werden ingelegd vaak een te groot naar voren stekend stuk beton aanbrachten tussen de schietgaten aanbrachten, wat de vuurhoeken verminderde). Een manuele ventilator zorgde voor verversing van de lucht in de kleine kazemat.

De kazemat bestond in twee varianten: één met één schietopening en een gewicht van 2.5 ton, en één (de meest gebruikte) met twee schietopeningen met een gewicht van 3.7 ton.

Beoordeling

Als de kazemat niet gebruikt werd, konden de twee schietopeningen afgesloten worden met metalen platen. De Pamart-kazemat kon niet, zoals de beweegbare geschuttorens, naar binnen getrokken worden of verdwijnen onder de grond, maar het had geen last van rondvliegend puin. De ringen waarin de geschuttorens konden bewegen wilden nog wel eens verstopt raken met puin dat door explosies werd opgeworpen. De Pamart-kasemat was daarentegen mechanisch zeer eenvoudig, wat bijdroeg tot de duurzaamheid onder vuur. De Pamart-kazemat werd door travaux-17 gangen verbonden met de in de buurt gelegen forten, ze stond immers opgesteld buiten de grachten van het fort zelf.

Daartegenover staat dat geen enkele Pamart-kazemat onder zwaar bombardement is komen te liggen en het ontwerp dus eigenlijk nooit getest is in de strijd. Een mogelijke zwakheid was immers dat de schietgaten misschien snel door opgeworpen zand of rondvliegend puin konden geblokkeerd raken. (ze liggen nauwelijks boven grondniveau) Een andere duidelijke zwakte was dat het pantser niet naar onder doorliep en de kazemat gemakkelijk kon onderdoorschoten worden door granaten die door het op die plaats dunne en relatief veel zwakkere beton onder de bepantsering konden doorslaan.

Het concept van de Pamart-kazemat is later ook gebruikt in de Maginot-linie in sommige vormen van de "cloches" en 9 onveranderde Pamart-kasematen werden ingebouwd in bunkers van de tweede lijn (dus niet in de grote forten). Drie verdere Pamarts werden aangepast aan de nieuwe standaarden van de "cloches" van de Maginot lijn en konden dus de modernere bewapening alsook lichte mortieren en verrekijkers ter waarneming gebruiken.

De Pamart-kazemat rond Verdun

Er zijn 47 Pamart kasematen gebouwd waarvan er 34 in de forten rondom Verdun werden ingebouwd (26 met twee schietgaten, 8 met één schietgat). De volgende forten rondom Verdun werden uitgerust met Pamart-kazematten: Fort de Saint-Michel (1 kazemat); Fort de Souville (3 kazematten); Fort de Tavannes (1 kazemat); Ouvrage du Chana (2 kazematten); Fort de Choisel (2 kazematten); Fort de Bois Bourrus (1 kazemat); Poste de Belle Epine (1 kazemat); Fort de Vacherauville (2 kazematten); Fort de Dugny (1 kazemat); Fort de Génicourt (8 kazematten); Fort des Sartelles (2 kazematten) ; Fort de Troyon (2 kazematten), maar dit fort behoorde niet meer tot de gefortifieerd plaats Verdun.

Tussen de acht kazematten van Fort de Génicourt zijn nog veel experimentele modellen te vinden met afwijkende vormen of met één enkel schietgat. Het is wel raar dat er 8 kazematten rond het Fort de Génicourt werden opgesteld , een fort dat niet direct bedreigd werd door aanvallen. Zou de aanwezigheid daar van Capitaine Pamart himself hier iets mee te maken hebben ?

Bronnen

  • Informatietafel bij de Pamart-kazemat van Fort de Souville
  • Verdun - Secrets d'une place forte', Jean-Luc Kaluzko and Frédéric Radet
  • http://www.maginot.info/uk/pamart.html
  • P. Truttmann, La Barrière de fer, L'architecture des Forts du Général Séré de Riviéres.
  • Interssengemeinschaft für Befestungsanlagen beider Weltkriege, Kleiner Führer zu den Festungsanlagen von Verdun, Sonderheft nr. 15.
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Casemate_Pamart"
Personal tools