/** * */

Canone da 75 mod 1911 Déport

Een bijzonder mooi bewaard exemplaar van het Canone da 75 mod 1911 Déport, met het typische uitzicht van dit stuk
Enlarge
Een bijzonder mooi bewaard exemplaar van het Canone da 75 mod 1911 Déport, met het typische uitzicht van dit stuk


Canone da 75 mod 1911 Déport
Gebouwd door: Ontwikkeld door Forges de Chantillon, gebouwd door: Vickers-Terni, OTO
Bouwjaar: 1911-
Gewicht geschut: 1076kg
Totale lengte: TEKST
Lengte loop: 2,132 m
Gewicht granaat: 6,5 kg
Kaliber: 75 mm
Elevatiehoek: min 15° tot plus 65°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: schoten/minuut
Mondingssnelheid: 510 m/s
Bereik: 7600 m, later 10250
Gebruik: Italië, Spanje, Polen, Roemenië, Duitsland
Bijzonderheden: Eén van de eerste kanonnen met tweebenig affuit.


Inhoud

Genese

Het eerste door Italië aangeschafte stuk snelvuur veldgeschut was het canone 75/27 Mod 1906, ontworpen door Krupp. Hiervan waren een aantal aangekocht en gebouwd onder licentie. Na de oorlog in 1911 in Libië werd besloten het leger uit te breiden. Er was dus meer veldgeschut nodig. Daarom besloot men het arsenaal uit te breiden met een modern stuk.

Er werden 3 batterijen geschut aangekocht voor testen: één bij Krupp, één bij Schneider en één bij Forges de Chantillon. Na een intensieve test, waarbij 500 schoten snelvuur op verschillende doelen moest worden afgevuurd, werd het Forges de Chantillon als winnaar van de competitie uitgeroepen.

Ontwerp

Het stuk was nogal bijzonder op twee gebieden: het affuit en het terugslagmechanisme. Het was ontworpen door Kolonel Deport (nu werkend voor een privé firma) die destijds ook had meegewerkt aan het ontwerp van het Canon de 75 modèle 1897.

Het affuit was een zogenaamd spreid-affuit. Wanneer het stuk in stelling ging werden de twee benen van het affuit uit elkaar getrokken tot een hoek van ongeveer 60°. Dit maakte dat het kanon een grote traverse had en dat het een grote elevatie kon hebben aangezien de loop naar achter (beneden) kon teruglopen zonder op het affuit te botsen.

Het terugslagmechanisme was in tweeën gedeeld: Eén stuk van het mechanisme lag parallel aan de loop en ving een klein gedeelte van de terugslag op (vooral de verticale component) en liet een terugloop van 38 cm toe. Het tweede lag horizontaal in het affuit en ving de meestal grotere horizontale component van de terugslag op en liet een terugloop van 1 meter toe.

Deze twee nieuwigheden lieten toe dat dit stuk de schiettest won: Ten eerste kon zeer vlug van doel naar doel worden gewisseld aangezien het niet uit batterij moest worden genomen gezien de grote traverse. Ten tweede was het belangrijkste terugslagmechanisme (het horizontale) gescheiden van de steeds heter wordende loop en bleef koel. Bij de concurrentie lag het terugslagmechanisme zoals normaal tegen de loop aan en bezweek het onder de hitte van de loop voor de 500 schoten snelvuur waren afgegeven. In de praktijk werd (wordt) nooit zulke hoeveelheid schoten in snelvuur achter elkaar afgegeven, geschutsbemannningen hebben tabellen waarop stond na hoeveel tijd ze de vuurkadens steeds moesten minderen en eventueel pauzeren om oververhitting te voorkomen.

De dubbele terugloop is eigenlijk nooit doorgebroken, maar het spreid-affuit werd later zeer vaak als affuit gebruikt. (Voor een ander vroeg gebruik van het spreid-affuit zie het Franse Canon de 155 Grande Puissance Filloux modèle 1917 en de Britse berghowitzer 3.7 inch Mountain Howitzer)

Gebruik

Het stuk werd onmiddellijk in productie genomen en was er reeds bij aan het begin van de eerste wereldoorlog (1915 voor Italië). Toen waren er al ongeveer 500 stuks beschikbaar. Het oudere canone 75/27 Mod 1906 was toen nog veel talrijker (1005 stuks) en bleef vreemd genoeg ook in productie, maar al snel werd de 75 mod 1911 Deport het standaardstuk van het veldleger. In november 1917, waren er 488 Batterijen met 1931 stuks in dienst. Bij de rampzalige ineenstorting van het Italiaanse leger bij Caporetto (ook bekend als de Twaalfde slag aan de Isonzo) gingen er ongeveer 560 stuks verloren! Daarom waren er (oa ook met verdere zware verliezen) aan het einde van de oorlog nog zo'n 820 in dienst.


75mm Deport kanon op geimproviseerde statische luchtafweermontering (bron:A. Curami, A. Massignani (eds.), L'artiglieria Italiana Nella Grande Guerra ,p141.)
Enlarge
75mm Deport kanon op geimproviseerde statische luchtafweermontering (bron:A. Curami, A. Massignani (eds.), L'artiglieria Italiana Nella Grande Guerra ,p141.)

Luchtafweer

De grote traverse en elevatie, verleidden de Italianen ertoe tests te doen om het stuk als luchtafweergeschut in dienst te nemen. Doch een traverse van 360° en meer elevatie bleken nodig. Daarom werd het stuk op een betonnen ringsokkel gezet met een houten onderaffuit dat het stuk hoger liftte om meer elevatie(85°) te krijgen. Het stuk werd dan ruw gericht op het betonnen sokkel en gebruikte dan de traverse van het originele affuit om fijn te richten en het doel te volgen. Dit was een redelijk succes en tegen het einde van de eerste wereldoorlog waren er 43 zulke luchtafweerbatterijen in dienst.

Na de eerste wereldoorlog

Het stuk bleef blijkbaar in productie want aan het begin van de tweede wereldoorlog waren er zo'n 1300 in stock, doch velen waren niet direct inzetbaar door defecten. Het werd op alle fronten waar Italië vocht ingezet, maar in Noord Afrika werd het oudere canone 75/27 Mod 1906 verkozen als zijnde beter door de troepen. Aan het oostfront deed het ook dienst als nood anti tank kanon, mogelijk door de grote traverse, met ondermeer een granaat met holle lading tegen de Russische T-34 tank. Na de overgave van Italië werden de stukken door de voormalige Duitse bondgenoten in beslag genomen en ingezet bij het Duitse leger onder de benaming 7,5 cm FK 244 (i). Het stuk deed dienst in de artilleriescholen tot in 1950.

Personal tools