/** * */

Canon de 95 modèle 1888 de Lahitolle

Twee stukken 95mm de Lahitolle in stelling , bron: P. Touzin et F. Vauvillier, Les canons de la Victoire 1914-1918 - Tome I - L'Artillerie de campagne, Histoire et Collection, 2006, p23
Enlarge
Twee stukken 95mm de Lahitolle in stelling , bron: P. Touzin et F. Vauvillier, Les canons de la Victoire 1914-1918 - Tome I - L'Artillerie de campagne, Histoire et Collection, 2006, p23
Canon de 95 modèle 1888 de Lahitolle
Gebouwd door:
Bouwjaar: 1875-
Gewicht geschut: 1850kg
Totale lengte:
Lengte loop: 2,26m
Gewicht granaat: 12 kg
Kaliber: 95 mm
Elevatiehoek: min 10° tot plus 40°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: 1 schot/minuut
Mondingssnelheid: 400 m/s
Bereik: 9800 m (obus mdel 1915)
Gebruik: Frankrijk
Bijzonderheden:


Inhoud

Inleiding

Het Canon de 95 modèle 1888 de Lahitolle werd reeds in 1875 in prototypevorm geproduceerd. Het was het eerste volledig stalen veldgeschut in het Franse leger. Het werd in beperkte productie genomen aangezien men het als een provisorisch stuk beschouwde tot de komst van de stukken van Het Système de Bange. In 1888 werd het stuk dan toch nog in volwaardige productie genomen (met enkele aanpassingen) om het gat in calibers tussen het Canon de campagne de 90mm mle 1877 De Bange en het Canon de 120L mle 1878 De Bange op te vullen.

Dit lijkt een merkwaardige keuze aangezien het slechts 5mm groter was dan het 90mm de Bange, doch dit vertaalde zich in een granaat 50% zwaarder. Ook het gebruik verschilde van het 90mm de Bange. Dit laatste werd toegewezen aan de veldartillerie van het veldleger terwijl de 95 de Lahitolle een canon de siège et de place werd (een stuk om te gebruiken in belegeringen en in fortificaties).

Beschrijving

Zoals reeds gezegd was dit het eerste volledige stalen kanon in het Franse leger. De loop bestond uit een stalen buis waar 6 korte ringen omheen gekrompen waren nabij het kulas. In tegenstelling tot de stukken de Bange opende het kulas naar rechts in plaats van naar links.

Er waren twee affuiten beschikbaar: een veldaffuit, dat sterk op dat van het Canon de campagne de 90mm mle 1877 De Bange lijkt doch dat weinig gebruikt lijkt te zijn geweest, en een affuit de siège et de place. Dit laatste affuit leek sterk op een verkleinde uitvoering van dat van het Canon de 120L mle 1878 De Bange, doch was vaak van stalen wielen voorzien. Dit affuit werd ook het "affût omnibus" genoemd aangezien het naast de 95 mm Lahitolle ook ook de stukken van 80mm en 90 mm de Bange kon dragen wanneer deze in een fortificatie werden gebruikt.

In 1914 waren er 1524 stuks voorraaddig. Ze werden gebruikt als zware artillerie als aanvulling op het veel modernere Canon 105mm L mle 1913 Schneider

een Canon G de côte de 95mm Mle 1893 bron: G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 3, l’Artillerie de côte et l’artillerie de tranchée, p 11
Enlarge
een Canon G de côte de 95mm Mle 1893 bron: G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 3, l’Artillerie de côte et l’artillerie de tranchée, p 11

Gebruik als kustverdedigingsgeschut

In 1893 werd er een nieuwe variant in gebruik gesteld waarbij de originele loop in een nieuw affuit werd ingelegd ter gebruik als kustgeschut. Het was een sokkelaffuit waarin het kanon was ingelegd met een hydraulische rem. Ook werd het voorzien van een dik schild ter bescherming van de bemanning. Door het nieuwe affuit kon de vuursnelheid worden opgedreven tot 6 schoten per minuut voor korte perioden. De traverse was 360 graden.

In deze vorm werd het geschut gebruikt om in zogenaamde "nevenbatterijen" grotere batterijen kustgeschut tegen kleine schepen te beschermen en kreeg de benaming Canon G de côte de 95mm Mle 1893 andere bronnen spreken van het Canon G de côte de 95mm Mle 1888. In totaal werden er 474 van gebouwd. Na 1940 werden nog bestaande stuks door de Duitse bezetter gebruikt onder de benaming: 9,5 cm KstK(f)

Gebruik op pantsertreinen

In 1914 werd besloten 4 pantsertreinen te bouwen en deze te bewapenen met het Canon G de côte de 95mm Mle 1888. Iedere trein kreeg 4 stuks van dit geschut. Drie treinen kregen hun geschut verdeeld over 4 wagons (1 per wagon) de vierde had twee wagons met ieder twee stuks geschut. De wagons waren voorzien van een doosvormige bepantsering en het kanon Canon G de côte de 95mm Mle 1893 werd er in zijn geheel opgeklonken. het kreeg de benaming Canon de 95mm Mle 1888 de côte sur wagon blindé Deze pantsertreinen lijken geen groot succes geweest te zijn want ze werden reeds in 1916 terug uit de sterkte afgevoerd. Een mogelijke reden was de overbelasting van de assen van de wagons.

Gebruik in forten

De twee eerste gebouwde casemate de Bourges op het Fort d'Haudainville (Verdun) waren bewapend met het Canon G de côte de 95mm Mle 1893, in later gebouwde exemplaren werd de de kazemat voorzien van het Canon de 75 modèle 1897. Verder was er nog een fort nabij Briançon (Fort du Janus) dat met 4 van deze stukken werd bewapend. Dit fort zag actie in juni 1940 tegen Italiaanse troepen.


Bronnen:

  • Col. Alvin & Com. André, Les Canons de la Victoire, 1923, p 221-230.
  • S. Ferrard, Les Matériels de l’armée de terre Française 1940, Tome 2, p 60-61.
  • G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 2, Artillerie Lourde à Grande Puissance, p 11.
  • G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 3, l’Artillerie de côte et l’artillerie de tranchée, p 9.
  • G. François, Histoire de l’artillerie lourde sur voie ferrée française de 1886 à 1918, p 44.
  • T. Gander, P Chamberlain, Enzyklopädie Deutscher Waffen, p 273.
  • P. Touzin et F. Vauvillier, Les canons de la Victoire 1914-1918 - Tome I - L'Artillerie de campagne, p 27.
Personal tools