/** * */

Canon de 75 modèle 1897

Granaat gevuld met Chloorgas voor het geschut in het Museum Memorial Passchendaele. Het is een schrapnel met een 22/31mm Mle 1897 Fuze (24 seconden) die op een 75X350R huls werd voorzien. De Belgen maakten ook gebruik van de Franse schrapnel en Franse fuse voor hun Belgische 75mm-veldkanon, maar dan met een Belgische drijfband (herkenbaar aan de centrale horizontale groef in de band) en voorzien op een kortere Belgische 75X277R huls.
Enlarge
Granaat gevuld met Chloorgas voor het geschut in het Museum Memorial Passchendaele. Het is een schrapnel met een 22/31mm Mle 1897 Fuze (24 seconden) die op een 75X350R huls werd voorzien. De Belgen maakten ook gebruik van de Franse schrapnel en Franse fuse voor hun Belgische 75mm-veldkanon, maar dan met een Belgische drijfband (herkenbaar aan de centrale horizontale groef in de band) en voorzien op een kortere Belgische 75X277R huls.
Een Canon de 75 modèle 1897 in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.
Canon de 75 modèle 1897
Gebouwd door: Schneider
Bouwjaar: 1897-1940
Gewicht geschut: 1554 kg
Totale lengte:
Lengte loop: 2,72 m
Gewicht granaat: 6,195 kg
Kaliber: 75 mm
Elevatiehoek: min 11° tot plus 18°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: circa 20 schoten/minuut
Mondingssnelheid: 500 m/s
Bereik: 6900 m
Gebruik: Frankrijk, België, Portugal, Verenigde Staten, Finland, Roemenië, Polen en Duitsland (als Pak 97/38)
Bijzonderheden:

Het Canon de 75 modèle 1897 - ook wel bekend als Canon de 75 Mle 1897 - is een Frans kanon dat tijdens de Bokseropstand, de Eerste Wereldoorlog, de Pools-Russische Oorlog en de Tweede Wereldoorlog werd ingezet. Het kanon was een revolutionair ontwerp door zijn axiale terugslag, waardoor het vuren sneller maar ook doeltreffender was.

Door zijn speciale ontwerp konden de schutters de beweegbare loop achteraan openen, de granaat erin gooien en met een vuistslag dichtgooien. Bij het afvuren ging de loop 1,2 m achteruit in zijn houder en gleed door een hydraulisch terugslagsysteem terug naar zijn positie. De affuit bleef op zijn plaats staan zodat de schutters bij het kanon konden blijven staan, klaar voor een tweede schot. Bij het openen van de loop na het vuren gleed de lege huls automatisch uit het kanon zodat de lader onmiddellijk een nieuwe granaat kon laden. Een goede schutter en lader kon 13 tot 20 granaten afvuren in een minuut die een bereik konden halen tot 6900 meter.

Inhoud

Ontwikkeling

  • De eerste ontwikkelingen van dit kanon werden begonnen al voor 1894 toen de eerste prototypen werden gebouwd. Maar het perfectioneren van terugslagmechanisme nam nog veel tijd in beslag.

Daar voor de Duitsers niet kon worden verborgen worden dat er een nieuw type veldgeschut werd ontwikkeld waren er officieel 3 kandidaten: 75mm model A, B en C. Modellen A en B waren stukken zonder terugslagmechanisme en waren als afleidingsmaneuvre bedoeld. In documenten door dubbelspionnen naar Duitsland gesmokkeld werden kanonnen A en B beschreven en het feit dat dat één van deze uiteindelijk verkozen zou worden, kanon C werd afgedaan als een mislukking tegenover types A en B. Natuurlijk was het kanon C dat de uiteindelijke 75mm mle 1897 zou worden maar daar hadden de Duitsers geen benul van.

  • Toen kwam de meesterzet. De Fransen wisten dat Duitsland ook een nieuw stuk veldgeschut zou in dienst nemen nog steeds zonder terugslagmechanisme, en wachtten opzettelijk met de bouw van de 75 mle 1897. Pas toen de Duitsers de productie op volle gang hadden gebracht van het 7.7cm Feldkanone 96 (FK 96 a.A) vanaf 1896 en een groot deel van hun leger er al van voorzien was, begonnen de Fransen hun 75 mle 1897 in productie te nemen. De Duitsers beseften dat al hun pas aangeschafte geschut in één klap totaal verouderd was alhoewel het gloednieuw was en waren verplicht om terug nieuwe stukken aan te schaffen 7.7cm Feldkanone 96 n.A. vanaf 1904, wat een enorm stuk van hun budget moet gebruikt hebben. In het kort had Frankrijk ervoor gezorgd dat Duitsland in korte tijd tweemaal zijn leger van nieuw veldgeschut moest voorzien.
  • De capaciteiten van het canon 75 mle 1897 bleven zelfs daarna nog een goed bewaard geheim waarvan de details en mogelijkheden streng bewaard werden. Op manoeuvres werden de desbetreffende stukken land door de politie afgezet. Bij pauzes wanneer de stukken werden verzameld per batterij, waren er dag en nacht schildwachten. Wanneer de stukken niet gebruikt werden , werden ze steeds achter slot en grendel gehouden.
  • Het kwam zelfs zo ver dat wanneer men de blauwdrukken van de terugslagrem in 1918 aan de Amerikanen wilde overmaken zodat deze een eigen productie konden opstarten, er nog een enorm protest kwam van vele politici en generaals, die nog steeds niet "het geheim" wilden prijsgeven. Dit vertraagde de levering van de blauwdrukken met maanden.

Het geïntegreerde systeem

  • Het succes van de 75 mle 1897 lag niet enkel in het feit van de terugslagrem doch nog ook in vele andere details:
  • Zo had het een Nordenfelt sluitstuk dat door een simpele draai (zeer snel) kon geopend en gesloten worden.
  • De munitie was ook verniewend: oudere stukken hadden meestal de munitie in twee stukken geladen: granaat en aandrijflading. In de 75 mle 1897 werd dit vervangen door een schot in één stuk: de aandrijflading zat in een koperen huls die aan de granaat was bevestigd en zo in één keer in de loop werd geschoven. Na de terugslag werd de koperen huls er automatisch uitgeworpen.
  • Dan was er de zogenaamde "Abbatage". De Abbatage bestond erin dat onder de wielen houten schoenen werden gezet die met het affuit verbonden waren. Dit ter verhoging van de stabiliteit.
  • Verder was er een spade achter aan het affuit dat zich in de bodem ingroef en het stuk nog meer stabiliseerde.
  • Ook was er een (beperkte) traverse, die het mogelijk maakte kleine correcties te maken zonder het stuk uit batterij te hoeven nemen.
  • Nog meer: Bij het verschieten van een schrapnell moest deze worden ingesteld op het juiste ontploffingsmoment aangezien deze boven de vijandelijke troepen moest ontploffen. Tot dan toe werd deze tijd elke deer met de hand op de ontsteker ingesteld. De 75 mle 1897 had er echter een toestel bij dat dit automatisch deed. De tijd werd op het toestel ingesteld en verder hoefde men enkel de granaat met de ontsteker er in te duwen om de granaat af te stellen.
  • doordat het affuit zo stevig stabiel stond kon de richter op zijn stoel blijven zitten tijdens het schieten en constant het doel in het vizier houden.
  • Doordat met kleine wijzigingen in traverse en elevatie zonder uit batterij te gaan een groot gebied kon bestreken worden, samen met de snelle vuurkadens, kon een batterij van 4 kanons 17,000 Stalen kogels over een gebied 100m breed en 400m lang in één minuut afvuren, ideaal om infanterie of cavalerie zonder dekking uiteen te slagen.


Niet alle van deze zaken waren nieuw of nog niet gebruikt/getest, maar nieuw was zeker dat dit alles in één stuk tezamen werd gebracht om tot een geïntegreerd wapensysteem te komen.

Inzet

  • De kanonnen werden voor het eerst ingezet in 1900 tijdens de Bokseropstand toen de Fransen het samen met zeven andere landen opnamen tegen China.
  • Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog bezat het Franse leger meer dan 4000 exemplaren die bediend werden door gespecialiseerde eenheden. Tijdens de oorlog waren de kanonnen het standaardwapen van de Fransen, de Belgen, de Portugezen en later ook van de Amerikanen.
  • In 1914 en 1915 kon de industrie de verliezen aan kanonnen niet compenseren door nieuwe productie die te laag lag. Bovendien werden er te weinig obussen voor de noden van het front geproduceerd. Daarom moest er in sterke mate worden teruggegrepen op zijn voorganger: het Canon de campagne de 90mm mle 1877 De Bange waarvan uiteindelijk 1488 stuks werden ingezet op het hoogtepunt van de crisis.
  • In 1915 was er dan nog de "crise des obus". Doordat de productie van obussen grotendeels was uitbesteed aan privécontractors daalde de kwaliteit enorm, wat vaak prematuren tot gevolg hadden met de vernietiging van het kanon als gevolg.
  • Vanaf midden 1915 begon de productie te stijgen en het Franse leger eindigde de oorlog met meer 75 mle 97 dan waarmee het begonnen was: 5376 stuks.
  • De Franse St Chamond tanks werden ook voorzien van dit kanon.
  • Na de Eerste Wereldoorlog plaatsten de Polen een grote bestelling (zo'n 1400 stuks) die ze inzetten tussen 1919 en 1921 tegen Rusland tijdens de Pools-Russische Oorlog.
  • Sommige Franse kanonnen werden gemoderniseerd tussen de oorlogen om ze aan te passen als antitankwapen, wat resulteerde in het Canon de 75 MLE 1897/33.
  • Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het wapen reeds voorzien van banden - en werd ingezet door de Belgen, Fransen en Polen tegen de Duitse opmars. Maar ze werden al gauw in beslag genomen door de Duitsers.

Pak 97/38

  • Tijdens de veldtochten van 1939 en 1940 maakten de Duitsers enorme hoeveelheden 75 mle 1897 buit.Sommige werden later in originele staat in de Atlantikwal op betonnen beddingen (die ze een traverse van 360° gaf) ingezet als strandverdedigingsgeschut.
  • Meer dan 600 exemplaren werden herbouwd op het onderstel van de 5 cm Panzerabwehrkanone 38 en kregen de benaming "7,5 cm Panzerabwehrkanone 97/38", ook wel bekend als de 7,5 cm Pak 97/38. Deze stukken waren een noodmaatregel, om het tegen de steeds talrijker wordende T34 tanks te kunnen opnemen.
  • De loop nabij het sluitstuk werd versterkt zodat het kanon sterkere ladingen kon gebruiken. Zodat de mondingssnelheid met de originele Franse granten tot 577 m/sec werd opgedreven. Het werd ook voorzien van een enorme mondingsrem.
  • Het kanon was geen groot succes. Het geschut was eigenlijk te krachtig voor de affuit en dat was onstabiel bij het vuren. Ook begaf het affuit het vaak gewoonweg.
  • Voor antitankgeschut was de mondingssnelheid veel te laag. Naast de reeds door de Fransen en Polen ontwikkelde anti-tank granaten die een veel te laag penetratievermogen hadden, werd er door de Duitsers een granaat met holle lading voorzien die een veel groter penetratievermogen had. De holle lading loste grotendeels het gebrek aan penetratie op, maar door de lage mondingssnelheid moest in een redelijk kromme baan geschoten worden op de tanks, wat het vuur onnauwkeuriger maakte ("echte" AT kanons hebben een zeer hoge mondingssnelheid waardoor op gevechtsafstanden de elevatie weinig of geen belang heeft wegens de uiterst vlakke baan van de granaat)
  • Daarnaast kon het stuk nog steeds de enorme voorraden buitgemaakte Franse granaten gebruiken. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er ruim 3000 exemplaren van de Pak 97/98 gefabriceerd die vooral tegen de Russen werden ingezet. Enige werden ook in de Atlantikwal ingebouwd. In 1943 ging de Pak 97/38's uit dienst. Zo eindigde de carrière van de kanonnen.

Disque Malandrin

  • Het canon de 75mle 1897 was voor zijn tijd zo goed dat het ontwikkelen van krombaangeschut en zwaardere artillerie werd verwaarloosd. Trouwens de doctrine van het Franse leger bestond toen in het "élan" van de troepen. Verwacht werd dat de troepen zonder beschutting zouden aanvallen in geordende formaties tegen de vijand. Deze moesten dan ondersteund worden door veldgeschut dat over open vizieren direct vuur afgaf. Hiervoor was de 75mle 1897 uiterst geschikt en was er eigenlijk speciaal voor ontwikkeld.
  • Toen het leger de nood van krombaangeschut en zwaardere artillerie eindelijk besefte weigerden de politici fondsen voor nieuwe ontwikkelingen te voorzien. Aangezien men net zulke grote bedragen had gespendeerd aan het voorzien van het veldleger van een enorm aantal 75mm mle 1897, waarvan het leger had benadrukt dat dit de enige artillerie was die men nodig had en dus alle fondsen voor artillerie erin konden geïnvesteerd worden.
  • Een zekere meneer Malandrin kwam toen met een "oplossing": een schijf die op de neus van de granaat bevestigd kon worden. Deze schijf "vernietigde" als het ware de ballistische eigenschappen van de granaat en maakte dat deze onder een veel steilere hoek insloeg, waardoor de 75mle1897 als het ware in een soort "erzatz" houwitzer kon gebruikt worden. Het leger was niet blij met deze improvisatie, maar moest het er maar mee doen. De "disque Malandrin" werd de hele oorlog gebruikt en zelfs nog ingezet in 1939-1940.

Varianten en toepassingen

De Canon de 75 mm contre-aéroplanes mle 1917 in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.
Enlarge
De Canon de 75 mm contre-aéroplanes mle 1917 in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.
  • Canon de 75 Mle 1897: originele variant
  • Canon de 75 raccourci mle 1905 de tourelle: Gespecialiseerd stuk geschut om in zwaar gepansterde hefkoepels van de forten te gebruiken. Om de dimensies van de koepels te beperken (de volledige loop was binnen de koepel) werd de loop ingekort (twee kanonnen per koepel). Dit resulteerde in een verminderde dracht: 4680m.
  • St-Chamond: Franse tank voorzien van het kanon. (Vanaf het 165ste productie voertuig)
  • Canon de 75 G aanpassing voor het gebruik op schepen en als kustverdedigingsgeschut. Kanon met terugloopmechanisme op kandelaaraffuit geplaatst.
  • Canon de 75 Mle 1897/33: Franse variant als antitank-kanon.
  • Canon de 75 Mle 1897/38: Franse variant voorzien met ijzeren velgen en banden met een ander beschermschild
  • Autocanon de 75 mm Mle 1913: Franse variant die werd geplaatst op een De Dion-Bouton- chassis als luchtafweerkanon Kijk hier voor een stuk in dienst in het Poolse leger in actie te zien
  • Canon de 75 mm contre-aéroplanes sur plateforme Mle 1915: Franse variant geplaatst op platform als luchtafweerkanon
  • Canon de 75 mm contre-aéroplanes mle 1917: Franse variant geplaatst op éénassige wagon als luchtafweerkanon
  • 7.5 cm Panzerabwehrkanone 97/38 (Pak 97/38): Duitse variant als antitank geschut, ook geleverd aan Finland, Roemenië en Italië (Canone da 75/39).
  • 7,5 сm Pak 97/38(f) auf beute Pz.T-26 (r): Duitse variant, Pak 97/38 gebouwd op Russische T-26 tanks (10 stuks). De toren werd van de tank afgenomen, en het geschut werd gewoon met enkel het standaard schild als bescherming op de voorkant van de superstructuur gezet. De geschutsbemanning had dus bijna geen bescherming. Tien stuks gebouwd oktober 1943 (richtapperatuur pas in december beschikbaar)en kwamen in dienst op 7 januari 1944. Ze dienden bij de 3. Compagnie Pz.Jäg Abt. 563. Alle tien uit dienst genomen en vervangen door Marders op 1 maart 1944.
  • 75 mm gun M1897 A1: Amerikaans gebouwde mdle 1897, in totaal werden ongeveer 2000 stuks gebouwd, maar die werden niet meer aan het front ingezet. Allen werden pas na de oorlog voltooid. De Amerikaanse industrie had bijzonder veel moeilijkheden met het produceren van de hydropneumatische remmen met hun kleine toleranties zodat er aan het einde van de oorlog slechts één prototype was gebouwd. (De Amerikaanse troepen vochten met door de Fransen vervaardigde mdle 1897's 1828 stuks werden door Frankrijk geleverd )
  • 75 mm gun M1897 A2 (high speed): Versie ontwikkeld in Amerika om tegen hoge snelheden te kunnen worden getrokken. Daartoe werd er een tweede as onder de bestaande as gezet, met vering en remmen en pneumatische banden
  • 75 mm gun M1897 M2: Amerikaanse versie , waarbij enkel de originele loop en terugslag mechanisme werden behouden. Deze werden gemonteerd op een volledig nieuw affuit met 30 graden horizontale traversie en 49 graden elevatie.
  • 75mm Gun Motor Carriage M3: 75 mm M1897 M2 Gemonteerd op een gepantserde halftrack. Vooral als ondersteunende artillerie gebuikt, maar in noodgevallen als anti tank wapen (waarbij de pentratie veel te klein bleek te zijn) 2200 stuks werden gebouwd, tot de bestaande stock van 75 mm M1897 M2 kanons was uitgeput. Vooral in Noord Afrika en Italië en ook in de Pacific ingezet in het begin als "tanksubstituut". Verouderd verklaard en teruggetrokken van het front in september 1944. Ook door de vrije Franse troepen gebruikt.

Huidig Ceremonieel gebruik

Voor de "Ecole Militaire" te Parijs (het gebouw dat aan de andere kant de Dôme des Invalides met het graf van Napoleon en het Musée de l'Armée herbergt) staan twee stuks voor ceremonieel gebruik opgesteld. Deze vuren 21 schoten af bij de inauguratie van een nieuwe president.

Links

Personal tools