/** * */

Canon de 155 Grande Puissance Filloux modèle 1917

Canon de 155 Grande Puissance Filloux modèle 1917
Gebouwd door: onbekend
Bouwjaar: 1917 - ?
Gewicht geschut: 13.000 kg
Totale lengte:
Lengte loop: 5,91 m
Gewicht granaat: 42 kg
Kaliber: 155 mm
Elevatiehoek: 0° tot plus 35°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: 5 schoten/minuut
Mondingssnelheid: 735 m/s
Bereik: 20 km
Gebruik: Frankrijk, Verenigde Staten, Polen, Filipijnen en Duitsland.
Bijzonderheden: Behoort tot de meest moderne artillerie uit de Eerste Wereldoorlog.

De Canon de 155 Grande Puissance Filloux modèle 1917, afgekort als Canon de 155 GPF mle 1917, was een Franse 155mm veldhouwitser en later ook kustgeschut. Het geschut werd in 1917 ontworpen door luitenant-kolonel L.J.F. Filloux.

Het was zo succesvol, dat de Amerikanen uit het geschut hun eigen ontwerpen maakten, nl. de 155 mm M1, M2 en M59 "Long Tom". Tussen de oorlogen in werd het stuk veel gebruikt bij de Amerikaanse kust artillerie waarbij het soms een gepantsterd schild kreeg en op een betonnen cirkel werd gezet om 360 graden traverse te verkrijgen, dit was de zogenaamde "Panama mount"

Reeds vóór de oorlog was Filloux betrokken geweest bij projecten gericht op de verbetering van verschillende wapens. Zijn ideeën voor een nieuw, langeafstands 155mm-kanon presenteerde hij al vóór 1914 maar die werden genegeerd. Het beroemde Franse 75mm veldgeschut voldeed immers geheel aan de behoeften. Dit veranderde snel, en in 1916 kon Filloux wederom aanwezig zijn om zijn idee voor een nieuw wapen voor te stellen. Deze keer werd het aanvaard, omdat het Franse leger had gevraagd om geschut dat een bereik kon halen van ten minste 16.000 m, en snel en gemakkelijk verplaatst konden worden en ook een grote traverse bezat.

Het resultaat was een prototype en had invloed op de meeste van de modellen. De Canon de 155 GPF mle 1917 (GPF = Grand Puissance Filloux, Frans voor Grote Kracht Filloux) had een slanke 5,91 m lange loop, geplaatst op een eenvoudig onderstel, dat bestond uit een tweedelige traverse die, bij het verplaatsen, samengevouwen kon worden. Aan ieder deel werd onderaan een spade aangebracht om de terugslag op te vangen. Het geschut werd ondersteund met ijzeren, klassieke spaakwielen die later vervangen zouden worden door rubberen wielen.

Vaak werden op de oude wielen pantoffels aangebracht. Het geschut werd vervoerd met een Latil-TAR trekker en hoefde niet gedemonteerd worden. Enkel moest de loop, voor de balans, compleet achteruit getrokken worden tot over het hydraulische terugslagsysteem. De Schneiderachterlader, die op het geschut werd aangebracht bestond uit een hefboom. Hierdoor konden de laders het geschut sneller laden en afvuren. Een goed opgeleide bediening kon 5 43kg granaten per minuut afvuren met dit geschut.

Het affuit van het stuk was eigenlijk te zwaar uitgevoerd voor het 155mm kanon. Proefnemingen werden (succesvol) genomen om op hetzelfde affuit een 194mm stuk te plaatsen. Het vervoer moest dan wel met twee wagens gebeuren: één voor de loop en één voor het affuit.

Ook was er een variant: Pièce de 155mm G.P.F. sur petit affût surélevé, waarbij de affuit een kleine wijziging kreeg en de elevatie tot 45° verhoogde, met als gevolg een dracht van 22km.

De bediening bestond uit minimaal vijf personen, de richter, de schutter en drie laders. De drie laders + schutter stonden in een put, die iedere keer moest worden gegraven om het geschut te laden omdat de achterlader nogal laag was. Het geschut werd in 1917 in productie genomen en werd in augustus, van hetzelfde jaar, ingezet op Vlaamse gronden door de Amerikanen. Samen met de Schneider 155mm mle 1917 houwitser en de 75mm mle 1897 veldgeschut, had het Franse leger er een goed wapen aan.

Na 1918 bezat het Amerikaanse leger de GPF als de M1917 en M1918 en begon de productie van hun eigen variant, de 155 mm M1, M2 en M59 "Long Tom". Het stuk werd ook op een gemodificeerd M3 Medium tank chassis gezet, omdat de modernere "Long Tom" te zwaar was voor het chassis (latere versies met een M4 Sherman chassis konden de Long Tom wel dragen, maar kwamen pas zeer laat in WWII in dienst). Deze combinatie was vooral geliefd om bunkers uit te schakelen met direct vuur. (anecdote: een Duitser die zich uit zulke beschoten bunker overgaf klaagde "dat het oneerlijk was met zwaar geschut directvuur op zijn bunker te geven".)

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, deed de GPF - reeds voorzien van rubberen wielen - nog steeds dienst als de beste artillerie uit zijn tijd. Een modernisatie van het geschut betrof het verwijderen van de wielen en deze te vervangen door een gevederde looptrein van 4 pneumatische wielen, deze variant kreeg de naam 155 mm GPFT. en kon met een snelheid van 25km/h getrokken worden i.p.v. 8 km/h. Wat het stuk terug als één van de betere in zijn klasse plaatste. De vier wielen verbeterden ook de terreingankelijkheid. Spijtig genoeg werden slechts weinige kanons omgebouwd (zo'n 50 stuks). Het Franse leger had ongeveer 450 exemplaren GPF.. Toen Duitsland Europa veroverde, werd het geschut ingezet op de Atlantikwall als de 15.5 cm Kanone 418(f), of afgekort als de 15.5 cm K 418(f). Een van de grootste batterijen van dit type bevond zich op Pointe Du Hoc. Daar bevonden zich 6 exemplaren, die in staat waren om de Amerikaanse invasie op Utah- en Omaha-Beach te bemoeilijken, of zelfs te dwarsbomen, samen met het overige geschut op het Atlantikwall.

Het affuit werd later ook door de Duitsers in WWII gebruikt om er een 128mm antitank kanon op te plaatsen.

Na de Tweede Wereldoorlog bouwden de Fransen een verbeterde versie, namelijk de Obusier de 155 mm Modèle 50 die in dienst werd genomen vanaf 1950, door de legers van Frankrijk, Zweden, Zwitserland, Israël & Syrië.

Personal tools