/** * */

Canon G de 240 mle 1884 de côte

Canon G de 240 mle 1884 de côte.( G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 3, p 22)
Enlarge
Canon G de 240 mle 1884 de côte.( G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 3, p 22)
.
Canon G de 240 mm Mle 1884
Gebouwd door:
Bouwjaar: vanaf 1884
Gewicht geschut: 42700kg
Totale lengte:
Lengte loop: 6,24 m
Gewicht granaat: 157-163kg
Kaliber: 240 mm
Elevatiehoek: min 5° tot plus 20°
Traverse: 300°
Vuursnelheid: 1 schot/ 2minuten
Mondingssnelheid: 499-575m/s
Bereik: 12,4 km
Gebruik: Frankrijk
Bijzonderheden: Kustverdedigingsgeschut


Inhoud


Ontwikkeling

Het Canon G de 240 mm Mle 1884 is het enige stuk ontwikkeld door Colonel De Bange dat bedoeld was om ingezet te worden als kustverdedigingsgeschut. Daar was het de opvolger van het Canon G de 24 cm Mle 1870-87 (dat we verderop in het artikel nog zullen tegenkomen), een stuk dat bestond uit een stalen binnenbuis omlegd door een smeedijzeren buitenbuis. Het Het Canon G de 240 mm Mle 1884 daarentegen was, zoals alle stukken ontwikkeld door Kolonel De Bange, een volledig stalen stuk. Het affuit bestond uit een ronde basis die op een betonnen ondergrond werd vastgeschroefd. Hierop werd een onderaffuit gelegd door middel van een krans kogellagers. Hierdoor kreeg het stuk een traverse van 300 graden. Op het onderaffuit werd een bovenaffuit gelegd dat de eigenlijke loop droeg. Het bovenafffuit liep bij het afvuren op een korte glijbaan op het onderaffuit naar boven en werd ook geremd door een hydraulische rem. Door de zwaartekracht werd het terug in stelling gebracht. Voor zover bekend heeft geen van deze stukken in zijn originele vorm dienst gedaan tijdens de eerste wereldoorlog. De loop van dit stuk werd echter in een verscheidenheid van affuiten gebruikt aan het front.

Meid voor alle werk

Aangezien 149 van deze krachtige kanonnen in 1914 werkloos aan de kusten stonden opgesteld werd er snel naar manieren gekeken om deze aan het front in te zetten. Een bijkomend voordeel was dat de kanonnen reeds eigendom waren van het “Ministère de Guerre” (landmacht) en dus niet van het “Ministère de Marine” moesten worden afgebedeld. De oude, doch hoogwaardige loop werd ingezet op minstens 5 verschillende affuiten aan het westelijk front: 2 statische affuiten en 3 spoorwegaffuiten.


Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à échantigolles.(F. Kosar, Die Schweren Geschütze der welt, p 103)
Enlarge
Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à échantigolles.(F. Kosar, Die Schweren Geschütze der welt, p 103)
.

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à échantigolles

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à échantigolles
Gebouwd door: Arsenal de Toulon
Bouwjaar: 1915
Gewicht geschut: 25000 kg
Totale lengte:
Lengte loop: 6,24 m
Gewicht granaat: 161kg
Kaliber: 240 mm
Elevatiehoek: min ?° tot plus 36°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: 1 schot/ 6minuten
Mondingssnelheid: 575m/s
Bereik: 16,5 km
Gebruik: Frankrijk
Bijzonderheden: Improvisatie


Om het tekort aan langeafstandsgeschut aan het front op te vangen werd de loop van het Canon G de 240 mm Mle 1884 ingelegd in een zeer archaïsch uitziend affuit. In de marinearsenalen van Toulon werd een affuit uit houten en stalen balken geïmproviseerd waarin het kanon werd ingelegd. Dit affuit had wel wat weg van de affuiten voor scheepsgeschut uit de tijd van de zeilende oorlogsschepen en was in feite niet veel gesofistikeerder dan deze (rolpaarden). De elevatie werd ingesteld door wiggen onder het kulas te leggen. Het geheel werd op een houten platform gezet. Het stuk had geen traverse, richten was enkel mogelijk door het gehele affuit op het platform te verschuiven. De terugslag werd opgevangen door de wrijving tussen affuit en platform en door twee hydraulische remmen waarmee het affuit met het platform werd verbonden. Van deze improvisatie werden 16 stuks in 1915 gebouwd, die een welkome aanvulling waren op het zeer gering aantal stukken met lange dracht in het Franse arsenaal op dat moment.

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût de circonstance Schneider

In deze improvisatie werd het stuk omgebouwd tot spoorweggeschut. Het volledige affuit van het geschut werd van de ondergrond afgenomen en op een 5 assige spoorwagon bevestigd. De wagon had 4 houten transversale balken die naar beneden konden worden geschroefd om het gewicht van het affuit op te nemen, zoals in een glij-affuit. In tegenstelling tot een echt glij-affuit werd de spoorwagon met kettingen en kabels aan verankeringspunten aan de grond bevestigd zodat deze niet zou bewegen bij het vuren. De terugslag werd opgevangen door het originele affuit,dat immers in zijn geheel op de wagon was gevezen. Hoewel het stuk over 300 graden kon roteren in het horizontale vlak, waren er geen dwarse steunen voor tijdens het afvuren. Daardoor kon enkel geschoten worden binnen 10 graden aan elke zijde van de aslijn van de wagon. Een nadeel van dit stuk was het zeer hoge profiel doordat de volledige originele affuit bovenop een spoorwegwagon werd gemonteerd. Ook was het gewicht (72 ton) zeer hoog voor een spoorweggeschut van dit kaliber met geringe traverse.


Schematische voorstelling van het Canon 240 mm Mle 1884 sur affût-Trucs 240 T.A.Z.
Enlarge
Schematische voorstelling van het Canon 240 mm Mle 1884 sur affût-Trucs 240 T.A.Z.
.

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût-Trucs 240 T.A.Z.

Dit was oorspronkelijk het Canon de 24 cm modèle 1870-87 et modèle 1870-93 sur affut tous azimuts Batignolles . Dit stuk geschut werd als één van de eerste stukken spoorweggeschut in opdracht gegeven aan de firma Batignolles, eind 1914. De bedoeling was om het Canon G de 24 cm Mle 1870-87 in op een spoorwegaffuit te monteren met een traverse van 360°. Het affuit was zeer geslaagd en geliefd bij de artilleristen. Men was echter minder tevreden over de loop van het stuk. De loop (Canon G de 24 cm modèle 1870-93) was immer een zeer oud stuk opgebouwd met een binnenste buis van staal, omringd door smeedijzeren ringen. In de praktijk bleek dit geen goede combinatie te zijn doordat het smeedijzer en staal verschillend reageerden op veranderingen in druk en temperatuur bij het afvuren. Daarom werd in begin 1917 besloten om de acht bestaande stuks van dit geschut te voorzien van de loop van het Canon G de 240 mm Mle 1884. De combinatie werd als zeer geslaagd gezien en werd beschouwd als één van de beste stukken Frans spoorweggeschut door de combinatie van een redelijk krachtige, zeer nauwkeurige loop met de mogelijkheid voor rondomvuur. Het werd dan ook bewaard tot in de tweede wereldoorlog, gemobiliseerd en door het Duitse leger buitgemaakt, dat enkele stukken als kustverdedigingsgeschut zou inzetten. In deze vorm rustte het geschut op twee drie-assige draaistellen. Voor het afvuren werden er 4 stalen balken dwars aan het spoor verankerd en werden er 4 extra steunen zijwaarts naast het spoor uitgeklapt om de stabiliteit bij vuren dwars op het spoor te garanderen. Het stuk kon met een traverse van 360 graden vuren. Op het draaiende gedeelte van het affuit was er plaats voorzien voor 5 granaten en hun ladingen zodat 5 schoten snel konden worden afgevuurd onder elke traverse voordat het stuk terug op de aslijn van de wagon moest gedraaid worden om herladen te worden. (In de praktijk betekende dit dat er 4 schoten in 5 minuten konden worden afgevuurd, waarna er herladen moest worden.)


Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à Tracteur(S. Ferrard, Les Matériels de l’armée de terre Française 1940, Tome 2, p85)
Enlarge
Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à Tracteur(S. Ferrard, Les Matériels de l’armée de terre Française 1940, Tome 2, p85)
.

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à Tracteur Saint-Chamont

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à Tracteur Saint-Chamont Modèle 1916
Gebouwd door: Arsenal de Toulon
Bouwjaar: 1916-1917
Gewicht geschut: 31000 kg
Totale lengte:
Lengte loop: 6,24 m
Gewicht granaat: 161kg
Kaliber: 240 mm
Elevatiehoek: min 5° tot plus 38°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: 1 schot/ 3 minuten
Mondingssnelheid: 575m/s
Bereik: 16,6 km
Gebruik: Frankrijk
Bijzonderheden:


Nadat het Canon 240 mm Mle 1884 sur affût à échantigolles ondanks zijn primitieve uitvoering toch een redelijk succes was gebleken, werd aan Saint-Chamond gevraagd om een moderner en mobieler affuit voor de 240mm kanonsloop te bouwen. In 1916 presenteerde de firma het voltooide affuit en er werden er 60 van gebouwd tussen oktober 1916 en oktober 1917.

het affuit bestond uit drie delen. Onderaan was er een rechthoekige stalen sokkel, waar het geheel op rustte. Deze werd met grondankers vastgelegd voor het vuren begon. Op deze sokkel stond dan het eigenlijke affuit. Dit affuit was met een spil en tandraden met de sokkel verbonden zodat een traverse van 10 graden mogelijk was. De loop werd vastgemaakt aan twee hydraulische remcilinders om de terugslag op te vangen. Op het affuit was een elevatie van 38 graden mogelijk. Over de bereikte vuursnelheid lopen de bronnen uit elkaar: 1 schot per twee of drie minuten. Om het stuk in stelling te brengen was 24 uur nodig.

Voor het transport werden affuit en loop op twee aparte wagens gelegd. Het gewicht van de wagons (resp. 20,5 en 20,4 ton) maakte dat er voor de meeste verplaatsingen twee trekkers per wagen nodig waren. De trekkers verbruikten met zijn vieren zo'n 1000 liter benzine per 100 km. Daarom werden de trekkers enkel nabij het front gebruikt en voor langere verplaatsingen werd alles op treinwagons geplaatst.

Ook transport met la voie de 60 was mogelijk.

Deze kanonnen waren zeer geliefd wegens hun combinatie van lange dracht en zware granaat. Ze werden veel gebruikt en reeds in 1917 moest men nieuwe lopen vervaardigen daar de originelen uitgeschoten waren. Met de nieuwe loop (mle 1917), die langer was, reikte het stuk tot 18 km. In 1939 werden er 12 stuks gemobiliseerd en later werden er verschillende stukken door de wehrmacht buitgemaakt. Ook stukken met de 1884 loop werden nog ingezet onder het fremdegerätenummer 24 cm kanone 556(f)

Canon 240 mm Mle 1884 sur affût de fortune Mle 1917

Dit « noodaffuit » was een improvisatie uit 1917 en werd oorspronkelijk ontwikkeld voor de loop van het Canon de 24 G mle 1876. Nadat er 97 stuks van dit geschut gebouwd waren, werd besloten de krachtigere en betrouwbaardere loop van het Canon 240 mm Mle 1884 op hetzelfde affuit te plaatsen. Net zoals bij het eerder vermelde Canon 240 mm Mle 1884 sur affût de circonstance Schneider werd als basis voor dit geschut een wagon met 5 assen geconstrueerd. Tussen elk stel assen was er een transversale houten balk die naar beneden kon geschroefd worden zodat het gewicht van het kanon hierop kwam te rusten. Het kanon stond op zijn beurt op een affuit opgesteld dat op een oplopende glijbaan op de wagon gemonteerd was. Door de wrijving en de zwaartekracht werd de terugslag bij afvuren opgevangen en het stuk terug in afvuurstelling gebracht. De volledige wagon schoof ook een stukje achteruit, en vooraan was er een lier om het stuk terug op zijn juiste positie te trekken. Van dit type geschut werden 32 stuks gebouwd, doch het is twijfelachtig of ze ook op tijd voltooid werden om aan het front te worden ingezet. In 1939 schijnen ze reeds allemaal verschroot te zijn geweest.

Literatuur:

  • S. Ferrard, Les Matériels de l’armée de terre Française 1940, Tome 2, p83-85, p124-125.
  • G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 2, Artillerie Lourde à Grande Puissance, p15, p20, p30, 32.
  • G. François, Les canons de la Victoire. Tôme 3, l’Artillerie de côte et l’artillerie de tranchée, p22.
  • G. François, Histoire de l’artillerie lourde sur voie ferrée française de 1886 à 1918, p31.
  • F. Kosar, Die Schweren Geschütze der welt, p 102-103.
  • F. Kosar, Die Eisenbahn-Geschütze der welt, p 86.
  • H. Miller, Railway Artillery: A Report on the Characteristics, Scope of Utility, Etc., of Railway Artillery , 1921.
Personal tools