/** * */

Bunkers

Opschonen: Deze pagina dient gecontroleerd te worden.

Inhoud

Inleiding

Een bunker is een militair verdedigingswerk dat een zekere mate van bescherming biedt tegen beschietingen en bombardementen. Een bunker is een klein op zichzelf staand verdedigingswerk dat meestal gebouwd is uit gemetselde baksteen of al dan niet gewapend beton. Bunkers hebben meestal een enkelvoudige functie zoals geschutsopstelling (vooral voor machinegeweren), commandopost of schuilplaats. De term bunker komt uit het Duits en werd voor het eerst toegepast in de Eerste Wereldoorlog.

Vele bunkers uit de Eerste en Tweede wereldoorlog hebben nu een andere bestemming gekregen: veeschuilplaats, kelder, wijnopslag ...

Bedford House nabij Ieper
Enlarge
Bedford House nabij Ieper

Britse bunkers

Britse Pillbox langs de Hunter Avenue in het Ploegsteert ("Plugstreet") Wood. Hierin werd een machinegeweer geplaatst van het type Vickers. Onder het schietgat is er een uitholling voor de driepoot van het machinegeweer
Enlarge
Britse Pillbox langs de Hunter Avenue in het Ploegsteert ("Plugstreet") Wood. Hierin werd een machinegeweer geplaatst van het type Vickers. Onder het schietgat is er een uitholling voor de driepoot van het machinegeweer

De Britse bunkers waren nogal eenvoudig en tamelijk eenvormig gebouwd. Zij maakten meestal gebruik van zogenaamde golfplaten (Olifantplaten) die halfcirkelvormig waren en de wapening vormden. Een aantal van deze platen achter elkaar vormde het binnenwerk van de bunker. Daaromheen werd dan een bekisting gemaakt met wat maar voor handen was. Aan Britse zijde was dit meestal beplanking of zandzakken, zodanig dat er een mooie doos van rechthoekige vorm gegoten werd die aan één zijde open was, logischerwijze de zijde tegengesteld aan de frontlijn.

Er zijn varianten op dit thema: bij sommige van deze bunkers werd er geen volledig open zijde gemaakt, maar enkel een deuropening. Bij sommige vinden we een deuropening en één of twee 'vensters'.

De meest bijzondere opmerking hierover is dat de meeste van deze bunkers niet stevig genoeg waren om een voltreffer te incasseren van een middelzwaar granaattype. In de meeste gevallen had dit de onmiddellijke dood tot gevolg van de inzittenden. Men ziet dan ook op diverse plaatsen dat er nog een laag beton gegoten werd bovenop het dak. Ook wat de daken betreft van de Britse bunkers zien we heel wat verschillen. Zo lagen er bepaalde rond, die dus zuiver de vorm volgden van de golfplaten en andere waren plat bovenaan.

Toch zou het verkeerd zijn om te zeggen dat alle bunkers in deze sector van één van deze vormen waren. Er zijn uitzonderingen op de regel. Zo bijvoorbeeld de bunkers nabij Essex Farm Cemetary langs de Diksmuidseweg te Boezinge, het best bekend omdat John McCrae hier zijn befaamde In Flanders Fields geschreven heeft. Dit was een zogenaamde ADS, Advanced Dressing Station. Origineel zag het er trouwens anders uit dan nu, want wat er nu overblijft is slechts de helft van het origineel.

Wat er nu nog van overblijft is van links naar rechts :

  • Kamer voor gewonden voor overbrenging
  • Eetruimte en keuken
  • Dressing room
  • Latrines
  • Ruimte voor gewonden op draagbaar
  • Tweede ruimte voor gewonden
  • Officiersmess
Britse bunker nabij Polygon Wood in Zonnebeke. Een bunker die toebehoorde tot de  Sans Souci Valley, bij de Duitsers bekend als de Albrecht-Stellung.
Enlarge
Britse bunker nabij Polygon Wood in Zonnebeke. Een bunker die toebehoorde tot de Sans Souci Valley, bij de Duitsers bekend als de Albrecht-Stellung.

Maar aan de linkerzijde stond nog een betonnen gedeelte, met moeite half zo breed, en mooi gecentreerd tegen de zijkant aangebouwd. Daar zaten nog eens zes ruimtes die dienst deden als drie officiersverblijven, een bureau, een QM store en een ruimte voor de koks.

Aan de overzijde daarvan stonden nog eens vijf dugouts voor het personeel die de helft waren van oppervlakte van de vorige bunkertjes.

Dit even ter voorbeeld. De Britten hadden op het gebied van bunkerbouw een gans andere strategie dan de Duitsers. Eenvoud en eenvormigheid waren er voor de personeelsbunkers aan het front. Men ging er van uit dat er niet zeer veel bunkers nodig waren en dat deze zo simpel mogelijk dienden gebouwd te worden omdat men de linies die men had toch niet lang zou gebruiken en men binnenkort door zou breken door de vijandelijke linies en men dan toch nieuwe zou moeten bouwen op de plaats waar men nieuwe linies had. En dan kon men ook gebruik maken van deze van de vijand, van de Duitsers. Dat was het ganse principe die er achter schuilde, gedurende quasi de ganse oorlog.

Vandaar dat er ook een zeer groot verschil is tussen de personeelsverblijven aan Duitse en aan Britse zijde in de loopgraven, die veel eenvoudiger zijn, gaande van een gewoon uitgegraven hol in de aarde om in te slapen of te rusten, tot meestal meer eenvoudige constructies van hout.

Natuurlijk waren er ook grote ondergrondse uitgegraven 'kazernes' die van hout gemaakt waren, dugouts is nog te onderschattend hiervoor als je soms kijkt naar de grote oppervlakte ervan, maar dit is niet het onderwerp.

Op plaatsen waar men gedurende langere tijd zou verblijven, achter het front, werden wel meer duurzame constructies gebouwd, en ook meer ingewikkelde bunkers neergezet.
In de omgeving van Nieuwpoort zijn er nog heel wat bunkers te vinden van Britse origine, die geheel anders zijn gebouwd dan die in de omgeving van Ieper. Hier staan bijvoorbeeld nog de restanten van een aantal artillerieposten. Daarbij vinden we opvallend vierkante blokbunkers met een deur, die dienstig waren voor de opslag van munitie en ladingen. Een aantal bunkers waren er ook voor het personeel, maar van enkele is het gebruik ons nog niet duidelijk. Hier vinden we ook voorbeelden van bunkers waar takken gebruikt werden voor de bekisting te maken. Het is duidelijk dat het hier gaat om een meer stabiele frontlijn, waarbij de Britten niet direct verwacht hadden dat er in dit gedeelte snel verandering zou komen, wat andermaal aantoont dat er hier meer aandacht besteed werd aan de bouw en vorm.

Belgische bunkers

Veel bunkers hebben de Belgen niet achter gelaten. Pierre heeft enkele mooie voorbeelden in zijn nieuwe fotoreeks op zijn site. Het Onze Lieve Vrouw hoekje, Pervijze, Ramskapelle,... In de meeste gevallen gaat het om een betonnen constructie binnenin een bestaande constructie en dan met het oog op een observatiepost in de meeste gevallen. Zo o.a. zelfs in een schoorsteen van een steenbakkerij !

De meeste andere zijn meer betonnen lichte versterkingen, die niet echt het woord bunker waardig zijn. Hier hebben we het over voorbeelden zoals bij de Dodengang te Diksmuide. Toch zijn er een paar uitzonderingen ingebouwd in de IJzerbank, verder langs het front, waar echt sprake is van een rechthoekige bunker, maar spijtig genoeg hebben we hiervan geen grondplannen en zitten ze ook nog eens ingebouwd in de dijk, en daarnaast is ook de origine onzeker... (Brits ? Belgisch ? Frans ?)

Langs de spoorwegbedding van Nieuwpoort naar Diksmuide vinden we het grootste aantal overlevenden van Belgische origine, maar het gros is zijn dak kwijt. De Belgen hebben zich hier bijna vier jaar lang langs ingegraven en maakten in de of tegen de spoorwegdijk aan allerlei "abri's"

Een gemetselde bunker (Bron: Nieuwpoort sector 1917
Enlarge
Een gemetselde bunker (Bron: Nieuwpoort sector 1917

We kunnen dit in een aantal gevallen bunkers noemen (voor de officieren en de bevelposten) van een zeer eenvoudig type, rechthoeking met één of twee ingangen, niet te zwaar versterkt, een dikte van vaak maar een 60 cm en dus niet bestand tegen echte voltreffers, maar normaal voldoende gezien de beschutting van de spoorwegdijk, was de kans op een voltreffer al eerder klein, want het gebied aan de overkant stond onder water...

Er staan achter deze lijn nabij Diksmuide enkele uitzonderingen op deze regel in open veld, doch we gaan het hier niet echt over hebben. Ook over hun origine hebben we trouwens vraagtekens.

Naast de bunkers vonden we hier ook allerlei eigengemaakte versterkingen tegen de dijk aangebouwd waarbij stenen gebruikt werden van stukgeschoten huizen en boerderijen, waarmee een tweetal muurtjes gebouwd werden, waarboven dan een platte dakconstructie kwam van gevonden hout, oude deuren, enz, met daarboven opnieuw stenen en aarde. Of dit een goede bescherming was zullen we maar in het midden laten maar het was in ieder geval een dak boven het hoofd. Varianten hierop hadden langs drie zijden een stenen murrtje met in het midden aan de voorzijde een gat die als deur moest dienst doen. In het gat ging dan vaak een jute zak die als deur dienstig was.

Duitse bunkers

Over Duitse bunkerbouw beginnen is niet een eenvoudige opgave. Er zijn zo enorm veel types en er zijn er ook enorm veel gebouwd geweest door hen.

Duitse Bunker in Bayerwald
Enlarge
Duitse Bunker in Bayerwald

In een Geallieerd rapport vinden we de samenstelling terug van de Duitse beton zoals dat door hen opgegeven werd in een aantal richtlijnen uit 1915 : 1 deel beton, 2 delen zand, 5 delen stenen Ofwel 1 deel beton, 3 delen zand en 6 delen gebroken stenen

Ter vergelijking de Fransen hanteerden voornamelijk de volgende samenstelling op dat ogenblik : 400 kg cement in combinatie met 0.3 m³ zand en 0.9 m³ stenen

In december 1916, dus na Verdun, hebben de Duitsers één en ander geleerd en beslissen ze tot de volgende samenstelling : 1 deel cement, 2 zand, 4 stenen

Vanaf dat ogenblik begonnen ze ook veel intenser bunkers te bouwen dan daarvoor. In tegenstelling tot de Britten, die zoals reeds vermeld, er vanuit gingen dat de loopgraven slechts zeer tijdelijk bezet zouden blijven en bij deze stelling bleven gedurende het grootste deel van de oorlog, hadden de Duitsers door dat de zaak grotendeels vastzat. Daarnaast zaten er aan Duitse zijde minder soldaten in de loopgraven dan aan de Geallieerde zijde, doordat men op twee fronten aan het strijden was. Men moest dus zorgen voor een betere bescherming van de troepen, ze waren als het ware kostbaarder dan voor de Geallieerden. Sterke posities zorgden er trouwens automatisch voor dat men er minder manschappen moest op plaatsen. Deze strategie werd in de volgende oorlog opnieuw gevolgd (Atlantikwall).

Wat de bunkers betreft, moeten we aan Duitse zijde onderscheid maken in West-Vlaanderen tussen drie regio’s :

  1. Het echte front en de tweede stelling (Flandern I en II)
  2. De kustbatterijen
  3. De Hollandstellung

We zullen zien dat de bunkerbouw op al deze plaatsen soms sterk verschillend was.

Het Front

We stellen vast dat de Duitsers heel vaak de hoogtes in bezit hadden, veel vaker dan aan Geallieerde zijde het geval was. Dit had bepaalde voordelen maar ook bepaalde nadelen, in die zin dat hun bunkers vaak niet ingegraven stonden maar bovengronds geplaatst werden vanwege het feit dat hun doel niet alleen de bescherming van personeel had maar ook defensief, vaak als machinegeweerpost en dergelijke.

Zichtbare wapening (stalen staven) in Duitse bunker
Enlarge
Zichtbare wapening (stalen staven) in Duitse bunker

Ook de vroege constructies waren soms echte kunstwerken van het bouwen met wat voor handen was. Ze werden meestal ’s nachts gebouwd en vaak werd er gebruik gemaakt van rails, bomen, metalen dragers, en dergelijk meer. Meestal kwam er bovenop ook nog eens een halve meter aarde. De meeste Duitse bunkers waren dus dan ook van gewapend beton, nog een duidelijk verschil met de Britse en Belgische. Ook de Duitsers maakten gebruik van golfplaten. Tegenover de Britse golfplaten hadden Duitse platen kleinere golven. De Duitse term voor dit soort bunkers is "Wellblech" en ze werden ook nog in de Tweede Wereldoorlog gebouwd.

Voor de bekisting werd aan Duitse zijde alles gebruikt die voor handen was, en vaak was dat niet beplanking zoals bij de Geallieerden het geval was, maar takkenbundels, combinaties van takken en planken en alles wat kon zorgen voor een enigszins effen oppervlakte.

We zullen ook zien dat men van een enorme diversiteit in het begin van de oorlog gaat beginnen terugvallen op zogenaamde Regelbauten in de laatste jaren van de oorlog, vanaf halfweg 1917. Dit systeem, waarbij van elk type precies bekend was hoeveel staal en beton voor de bouw nodig was, werd in de Tweede Wereldoorlog geperfectioneerd.

Er is ook veel meer onderscheid in types van bunkers naargelang de omstandigheden. Zo zijn er de simpele personeelsbunkers in de frontlinies, meestal klein (slechts voor enkele personen en er zijn zelfs voorbeelden voor één of 2 personen), vaak met maar één ingang, terwijl die in de 2e en 3e linies een stuk groter zijn en meestal twee in en uitgangen hebben, meestal goed voor een achttal personen. Deze in- en uitgangen situeren zich aan de twee buitenzijden van de bunker aan de achterzijde.

Later in de oorlog ziet men in dit type ook een gang achter de in en uitgangen met nog eens twee in en uitgangen tot één of twee verschillende ruimtes die in dit laatste geval even groot zijn en vaak is er ook nog een deur gemaakt tussen deze twee kamers.

Deze vorm van bunker zal één van de eerste Regelbauten worden, ook al zijn ze niet aldus beschreven. Maar we zien ze op diverse plaatsen opduiken en hun afmetingen zijn meestal dezelfde maar dan lokaal. Hiermee bedoel ik dat ze dezelfde vorm hebben maar dat hun afmetingen verschillen van plaats tot plaats en van eenheid die ze gebouwd had.

Nog een opvallend verschil met de bunkers in de frontlinie is het feit dat de deuren en eventuele vensters vaak afgedekt zijn met pantserplaten met scharnieren. Ook de binneninrichting in deze bunkers is meestal tamelijk in orde, er zijn vaak bedden, een tafel en stoelen in te vinden, soms een kacheltje en bovenaan is er naast een gat voor de kachelpijp ook nog vaak een gat voor een periscoop. De plafonds van deze bunkers zijn meestal ook zeer dik en gaan van een meter in de vroegere jaren naar 1.2 en 1.5 meter in de latere jaren.

We zien in de tweede hoofdstelling, dus enkele kilometer achter de eerste lijn, ook een dergelijk soort bunker opduiken. In een aantal gevallen is er geen gang en zit je direct in de bunker, maar de twee ingangen blijven, ze zijn in feite gelijk aan het oudere type. Echter aan de achterkant staat een trap aan beide zijden met een plateau op ongeveer halve hoogte van de bunker, zodat een machinegeweer crew hier kan op staan en de machinegeweer op het dak plaatsen, een ideale positie om de vijand te bestoken. Een dergelijk type werd ook gevonden in de nabijheid van een ballonafdeling, hier dan voor luchtafweer blijkbaar…

Terwijl in de eerste jaren vooral de bunkers in hun geheel gegoten werden tijdens de nacht gaat men deels op een ander systeem over voor de bunkers nabij het front en zal er gebruik gemaakt worden van geprefabriceerde betonnen blokken met twee gaten in de meeste gevallen waardoor dan ijzeren staven gestoken werden die het zaakje moesten bewapenen en waardoor men de stenen kon boven elkaar zetten zoals bij een klassieke bouw. Vaak werden verschillende lagen na elkaar geplaatst om tot de gewenste dikte te komen van de bunker.

Naast de gewone bunkers zitten we dan ook nog met alle mogelijke soorten van machinegeweerbunkers. De meeste waren rond, toch voor wat betreft het gedeelte die boven de grond stak en op die manier had men al gauw een schootsveld van ongeveer 270 graden. De wanden waren meestal een meter dik en de daken zoals de andere bunkers dus 1.2 tot 1.5 meter dik. Toch waren er diverse varianten in dit type, sommige hadden een zeer beperkt schootsveld van met moeite 90 graden en waren een vierkant met een driehoek vooraan waarin in dit deel enkele schietgaten gebouwd waren. Sommige waren meer van vierkante vorm en hadden een schietgat aan drie zijden van de bunker, of slechts aan één of twee zijden, andere waren dan weer een combinatie van twee torens met een personeelsbunker en op zich kleine forten.

Ook nog opvallend in de frontstreek, en waarvan er niet echt geen voorbeelden meer zijn, is het gebruik van stukgeschoten woningen waar dan een bunker in gebouwd werd, zodat die niet zichtbaar was en een zeer gevaarlijke hindernis vormde en in een aantal gevallen kennen wij voorbeelden van bunkers die gewoon in een gave woning gebouwd werden, maar die zijn nog een stuk zeldzamer.

Kustbatterijen

Deze zijn een geval apart. Wat ik me zeer lange tijd heb zitten afvragen was hoe het dan ook maar kwam dat er geen, maar dan geen plannen te vinden waren van de inplantingen van de kustbatterijen en van hun bunkers. Had ik het volgende verhaal niet gelezen dan zou ik het beslist nooit durven geloven hebben. Het komt echter van de commandant van enkele der kustbatterijen hier in Vlaanderen zelf, Kap.lt.Biernasski. En die vertelde hoe het systeem werkte : Hij keek rond op de locatie van de toekomstige batterij en vroeg dan om vier lange stokken. Dan liep hij rond in de duinen en op een bepaald moment plaatste hij zijn eerste stok. Zoveel passen verder zette hij de tweede, enz. En daarmee was voor hem de kous af. Dit was de plaats waar de vier stuk geschut moesten komen zei hij, jullie weten wat jullie moeten doen en jullie hebben de ervaring, begin er maar aan. Welgeteld een uur later kwamen er 150 mariniers toe en die konden beginnen met de zaken uit te graven. De enige instructies die de manschappen op papier hadden betroffen praktische zaken die ze in de gaten moesten houden voor de bouw en dat was het.

Het is dan ook ongelooflijk hoeveel varianten er bestaan van deze bunkers. Het is voor een deel afhankelijk van hun kalibergrootte maar zelfs dan zijn er de nodige varianten. Bij sommige stukken stond het kanon bovenop de munitiebunker net zoals het geval is op de schepen. Bij sommige stond er één bunker per stuk geschut, bij sommige stond er links en rechts een bunker per stuk geschut. Meestal was er ook nog een grote bunker die de hoofdopslagplaats was voor de munitie. In bepaalde gevallen liep er een smalspoor door de munitiebunker naast de stukken. Buiten het feit dat de batterijen binnen iedere batterij dezelfde waren is er anders bijna geen vergelijking mogelijk tussen de batterijen zelf. De enige constante was hoe groter het kaliber van de stukken, hoe groter de bunkers.

Sommige batterijen waren echter spoorweggeschut en hadden geen vaste bunkers.

Ook was er één batterij waarvan de bunkers zo goed gecamoufleerd waren dat de Geallieerden ze nooit ontdekt hebben, het ging hier om de batterij Oldenburg tussen Raversijde en Leffinge, nu onder de startbaan van het huidige vliegveld te Oostende. Hier stonden 4 x 17 cm stukken met een bereik van 18 kilometer en gebouwd in het voorjaar van 1917. Links van ieder stuk stond één munitiebunker. Deze had echter een rieten dak boven zijn dak en was beschilderd met ramen en deuren, zodat het eruit zag als een kleine landelijke woning. Na de oorlog is deze batterij nog zeer lang gebruikt geweest als het voorbeeld van camouflage met bunkers aan de Koninklijke Militaire School.

De Hollandstellung

Deze linie was gebouwd om twee redenen. Enerzijds verhinderen dat de Belgen en de Nederlanders goederen en of personen zouden smokkelen over de grens ( er waren genoeg Belgen die weg wilden ) en zeker ook uit vrees voor spionnen. Anderzijds was er het feit dat de Duitsers vreesden dat de Geallieerden wel eens zouden durven landen in Zeeuws Vlaanderen en zo een flank aanval zouden doen op de kuststreek. Het aantal types van bunkers is hier eerder beperkt. We zien hier vooral de klassieke eerder vermeldde bunker met zijn twee ingangen, gang met twee nieuwe ingangen en met al dan niet twee kamers met al dan niet een onderlinge verbinding. En deze komt voor in al deze varianten. Omdat de zaken niet zouden opvallen in het landschap werd dit grote type telkens gecamoufleerd op dezelfde manier als eerder vermeld met de batterij Oldenburg, maar in plaats van een kleine landwoning werden het hier boerderijen, zelfs vaak werd er nog een zogenaamde open schuur naast gebouwd met enkel een rieten dak zoals de ‘boerderij’ zelf. Deze bunkers waren 9.5 a 10 op 23 meter en dus echte mastodonten.

Een kleinere variant had twee ingangen op het uiteinde van de zijkanten, naar de achterzijde van de bunker dus toe, en zaten dus meestal met een loopgraaf in verbinding. Aan beide zijden was er een kleine gang binnenin. Deze bunkers waren slechts 12 op 5 of 6 meter. Ook bunkers van vijf op zeven of zes opzeven met één ingang en een kleine gang daarachter.

Op steunpunt Heinrich zit een observatiebunkertje in de vorm van een achthoekig torentje net boven de grond, een beetje zoals de ronde mitrailleursposten die we reeds vermeldden.

Er zitten ook minibunkertjes tussen van drie op drie met twee ingangen waar je precies gewoon kan doorwandelen.

Alle beschikken ze echter over solide klassieke daken van 1.2 tot 1.5 meter.

In Oost-Vlaanderen zitten een aantal andere types die men nergens anders zal tegenkomen in de stelling. Ze zitten ingebouwd in de middenberm van twee naast elkaar lopende kanalen, maar dat is een andere provincie…

Speciale gevallen

Hieronder vallen de Duitse hospitaalbunkers en duikbootbunkers.

Wat de hospitaalbunkers betreft is er slechts één overblijvende, te Menen. Deze is echter ingebouwd in een stal van een hoeve en kan onmogelijk bezocht worden want de eigenares verzet zich op alle mogelijk manieren dat er iemand de bunker zou bekijken en heeft haar huurster hiervoor sterk onder druk gezet. In de omgeving hebben we echter nog de fundamenten van eenzelfde exemplaar gevonden zodat we toch een beschrijving ervan kunnen geven. De afmetingen zijn ongeveer 17 op 8 meter en er is slechts één in- en uitgang. De eerste ruimte is de grootste en deed vermoedelijk dienst als een algemene ruimte, maar er zit ook een redelijke kans in dat het de plaats was waar de dokter en verpleegkundigen hun werk deden. Daarop volgen drie ruimtes die even groot zijn en waar vermoedelijk de gewonden en geopereerden lagen.

Indien iemand hier een echte beschrijving moest van vinden is die zeer welkom !

De duikbootbunkers waren erg speciaal, en te vinden in Brugge en Zeebrugge en een enkel exemplaar te Oostende. Eén vorm is terug te vinden op alle drie de locaties. Het gaat hier om een metalen constructie gemaakt van grotendeels ijzeren draagbalken die uitsteekt boven het dok met daarover een laag beton van ongeveer een halve meter. Hieronder konden de duikboten dus schuilen tegen luchtaanvallen. Er is duidelijk gebleken dat ze bij een voltreffer totaal geen bescherming boden.

Te Zeebrugge en Oostende vinden we nog een langwerpige constructie terug op betonnen palen of als dok respectievelijk met een betonnen dak, doch ook dit was niet bestand tegen voltreffers, of men had hier ook een dakconstructie van ongeveer 60 cm dik, een laag beton en ijzer, zand en opnieuw een laag beton en ijzer.

De stevigste constructie was de voorloper van de exemplaren zoals men die nu nog kan zien bvb te Saint Nazaire uit de 2e Wereldoorlog. Hier was een dak van bijna 1.7 meter dik boven, er waren acht compartimenten van 62 op 8.8 meter. Men begon er aan te bouwen in Augustus 1917 en de werken waren gedaan in februari 1918.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Bunkers"
Personal tools