/** * */

Britse 'S' klasse

De S1 vaart Brindisi binnen in 1915. De boot was in, Engeland gebouwd naar Italiaans ontwerp en deed een jaar dienst bij de Royal Navy voordat hij overging naar Italië. De 'S' boten waren qua afmeting gelijk aan de Britse 'C' klasse en iets langer, maar hadden een grote drijfreserve.
Enlarge
De S1 vaart Brindisi binnen in 1915. De boot was in, Engeland gebouwd naar Italiaans ontwerp en deed een jaar dienst bij de Royal Navy voordat hij overging naar Italië. De 'S' boten waren qua afmeting gelijk aan de Britse 'C' klasse en iets langer, maar hadden een grote drijfreserve.
Kustonderzeeër
Land: Groot-Brittannië en Italië
Klasse: 'S' klasse
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 265 ton aan de oppervlakte en 324 ton onder water.
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 45,2 m / 4,4 m / 3,2 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): Twee 18-inch (457-mm) torpedobuizen (boeg) met vier torpedo's.
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens):
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): Twee Scott-FIAT 6-cylinder dieselmotoren en twee elektromotoren
Totale APK: dieselmotoren: 650 as-pk (485 kW), elektromotoren: 400 as-pk (298 kW)
Brandstofvoorraad:
Prestaties (snelheid / actieradius): 13 knp (24 km/u) aan de oppervlakte en 8,5 knp (15,7 km/u) onder water. / 2960 km bij 8,5 knp aan de oppervlakte en 16 km bij 8,5 knp onder water.
Bemanning: 18
Gebouwd door: Scotts, Greenock
Opdracht verstrekt:
Kiel gelegd: 1914
Tewaterlating: februari 1914
In dienst gesteld: Groot-Brittannië: 1914-1915 / Italië:1915-1919.
Einde: 1919


Bij de 'D' en ['E' klasse] die vanaf 1910 werden gebouwd, ging de Britse Admiraliteit over van de eerdere sigaarvorm op onderzeeërs met zadeltanks. Buitenlandse scheepswerven waren ondertussen begonnen met de bouw van een ander type met een dubbele romp. Deze bestond uit een drukromp die geheel omgeven was door externe tankruimtes. Omdat deze buitenste romp een vorm kreeg die geoptimaliseerd was voor het varen aan de oppervlakte, werd dit type 'submersible' genoemd om het te onderscheiden van eerdere 'submarines', waarbij de hele buitenkant was geoptimaliseerd voor onderwateroperaties. Er was veel over het idee te zeggen; ballasttanks en casco konden buiten de drukromp gesitueerd worden, waardoor de ruimte binnenin toenam. Ook was de boot sterker, en door de platte bovenzijde kon de bemanning makkelijker af en toe aan dek passagieren om even te ontkomen aan de zware leefomstandigheden in de romp. De grotere drijfreserve kwam de veiligheid ten goede, maar had als nadeel dat het duiken trager ging.

Laubeuf in Frankrijk en Laurenti in Italië waren de belangrijkster fabrikanten van dit type vaartuigen. Na een bezoek in 1911 aan Fiat-San Giorgio bestelde de Britten een Laurenti van Scotts, gevolgd door nog twee boten in 1913. Deze boten werden bekend als de 'S' klasse en bestonden uit de S1 tot S3. De S gaf de bouwer aan en de boten werden als prototypes gezien. Ze waren slechts iets groter dan de eerdere Britse 'C' klasse en werden geclassificeerd als kustonderzeeërs.

Zwakke romp

De beide torpedobuizen zaten laag aan de voorzijde, bijna op kielniveau. De drukromp had dientengevolge een vreemde dwarsdoorsnede. Een zwak punt in het ontwerp was het aantal onderbrekingen (en daarom zwakheden) in de drukromp. Er waren niet minder dan tien interne waterdichte schotten en de drijfreserve van 47% was een verdubbeling ten opzichte van eerdere Britse boten. De machinekamer was naar Italiaans ontwerp en de tweetaktmotoren konden in beide richtingen draaien. Een opmerkelijke eigenschap was dat de duikroeren aan voor- en achterzijde konden worden ingetrokken. De onderzeeboten waren impopulair en niet geschikt voor de Royal Navy en gingen over naar Italië, waar ze in 1915 operationeel werden ingezet. In 1919 werden de onderzeeboten afgedankt.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Britse_%27S%27_klasse"
Personal tools