/** * */

Belgische bevolking tijdens en na de oorlog

Het Schlieffenplan voerde de oorlog dwars door België.
Enlarge
Het Schlieffenplan voerde de oorlog dwars door België.

Het Koninkrijk België was gedurende de vier jaar in oorlog. Het neutrale land werd door de Duitsers aangevallen. Maar wat gebeurde er met de Belgische bevolking? Wat bleef er van het 88-jarige koninkrijk na de oorlog over? In dit onderdeel wordt alles zorgvuldig opgesomd.

Inhoud

Duitse inval

De Duitsers vielen België binnen op 4 augustus 1914. De Duitse opmars werd tegengehouden door de Belgen die zich terugtrokken in de forten van Luik. Maar ondanks de zware forten werden de Belgen teruggedreven tot Antwerpen, waar men standhield achter de forten aldaar. Er deden zowel in België maar ook elders geruchten de ronde dat de Duitsers nonnen doodden en de handen van de kinderen afhakten, maar dit bleek allemaal geallieerde propaganda. Toch werden er heel wat burgers gedood en mishandeld, merendeels omdat ze zich verzetten. 183 burgers werden op 19 augustus 1914 terechtgesteld nadat men een Duitse officier neerschoot. Leuven viel diezelfde dag en werd in de nacht op 25 en 26 augustus als represaille platgebrand waardoor er circa 1130 gebouwen in vlammen opgingen en meer dan 200 burgers omkwamen. Onder die circa 1130 gebouwen was de bibliotheek met eeuwenoude waardevolle boeken die allemaal verloren gingen.

Terugtrekking achter de IJzer
Enlarge
Terugtrekking achter de IJzer

Terugtrekking achter de IJzer

Antwerpen viel op 10 oktober 1914. Al voor de val besloot koning Albert I om zich over te geven. Maar hij werd overtuigd om te blijven vechten tegen de Duitsers en trok zich terug naar Diksmuide achter de IJzer. Niet alle Belgische militairen trokken terug achter de IJzer, sommigen gingen naar het neutrale Nederland waar ze ontwapend werden en in speciale kampen werden ondergebracht. Daar zaten ze veilig tijdens de oorlog maar na de oorlog werden ze beschouwd als lafaards.
De foto vertoont een Belgische opleiding met een Franse Canon de 155 L modèle 1877 in het kamp van Mailly in Frankrijk. Omdat België compleet bezet was of in oorlog lag, werden de Belgen in Frankrijk opgeleid.
Enlarge
De foto vertoont een Belgische opleiding met een Franse Canon de 155 L modèle 1877 in het kamp van Mailly in Frankrijk. Omdat België compleet bezet was of in oorlog lag, werden de Belgen in Frankrijk opgeleid.
Ook de meeste Antwerpenaars vluchtten in paniek naar de Nederlandse gemeenten Roosendaal en Bergen-op-Zoom. De Nederlanders konden de toestroom (het ging om honderdduizenden vluchtelingen) nauwelijks aan maar besloten ze toch zo goed en zo kwaad als het ging onderdak te verlenen, in tenten, in stallen, bij particulieren, in kerken, ja, waar al niet. Later werden ze ondergebracht in zogenaamde vluchtelingenkampen.

Elektrische Gordijn

Er ontstond een vast front in België dat liep vanaf de Franse grens tussen Le Bizet en Frelinghien door Heuvelland om daarna rond Ieper richting de kust te gaan en daar te eindigen. Veel Belgen keerden daarom terug naar België. De Duitsers wilden dit niet. Daardoor werden België en Nederland in 1915 gescheiden met een draadversperring die liep vanaf Knokke tot Vaals. Dit zogenaamde Elektrische Gordijn, toen ook gekend als de "Dodendraad", was van 1,5 tot 2,5 meter hoog en bestond uit vijf tot tien stroomdraden die beurtelings onder hoogspanning werden gezet. Aan beide zijden van de elektrische versperring was er een draadversperring die niet onder spanning stond?. Het plan werkte maar gedeeltelijk. De Belgische spionnen, smokkelaars, passeurs en vluchtelingen waren immers handig en vindingrijk. Ze maakten o.a. een houten raamwerk, plaatsten dat tussen de draden en kropen er door. Toch vielen er slachtoffers: ruim 800 mensen kwamen om aan de draadversperring.

Elektrische Gordijn
Enlarge
Elektrische Gordijn

De Belgen die niet konden vluchten, werden letterlijk opgesloten. Ten noorden was het Elektrische Gordijn, ten oosten lag het land van de vijand, ten noorden en westen lag het front. De Duitsers waren ook veeleisend. Ze eisten allerhande producten om hun troepen te onderhouden. Alle steenkoolmijnen waren door de Duitsers in beslag genomen maar ook alle landbouwproducten zodat de bevolking afzwakte. Daarbij vorderden de Duitsers nog een enorme oorlogslast die in 1917 het dubbele bedroeg van de Belgische belastingen. Alsof dat nog niet genoeg was kregen degenen die achtergebleven waren te maken met enorme prijsstijgingen. De prijzen waren soms tienmaal zo hoog als vóór de oorlog. Vooral zeep was onbetaalbaar. Andere producten zoals specerijen en mosterd waren namaak, zelfs vleesextract had weinig met vlees te maken. Koffie werd vervangen door cichorei. De Duitsers eisten ook dieren op zoals paarden en postduiven. De duiven konden immers gebruikt worden voor communicatie met de vijand.

De Amerikaanse deelname aan de oorlog liet het tij keren. De Commision for Relief in Belgium werd opgericht, een organisatie die bevoorrading voor de Belgen regelde. Ondanks dat waren er toch tekorten. Brood, zuivel en aardappelen waren gerantsoeneerd maar ook aan andere goederen was er tekort. Elk gezin had het recht op een bepaalde hoeveelheid van deze goederen. Er ontstonden ziektes zoals tyfus, tuberculose en de Spaanse Griep die na de oorlog nog enkele jaren slachtoffers maakten.

Zivilarbeiter en het verzet

De Belgen waren in 1916 verplicht om een identititeitskaart bij zich te hebben met alle gegevens met foto. Dit was voor de Belgen nieuw. Zo konden de Duitsers de Belgen beter onder controle houden. De zogenaamde Zivilarbeiter werden in datzelfde jaar tewerkgesteld in Duitsland of achter het front. Dit zorgde voor enorme protesten zowel in binnen- als buitenland. Meer dan 120.000 Belgen werden dwangarbeider. Meer dan 2.600 stierven door uitputting, ziektes of door oorlogsgeweld.

Het verzet liet zich echter niet afschrikken door de Duitse maatregelen. In het geheim verspreidde het pamfletten, spotliederen en sluikbladen (ondergrondse verzetskrantjes). Om de Duitsers tegen te werken saboteerde het verzet allerlei fabrieken. Toch werden meer dan 1000 verzetslieden betrapt met de doodstraf als gevolg.

Evacuatie naar andere landen

Door het vaste front konden de burgers enkel vluchten naar het zuiden richting Frankrijk of richting het westen naar Groot-Brittannië. Steeds meer steden werden geëvacueerd. Zo werden de laatste Ieperlingen geëvacueerd in mei 1915; in 1917 Wervik en Roeselare waar de Duitse munitieposten gestationeerd waren en ten laatste - door het Duits Voorjaarsoffensief - Poperinge in 1918. Meer dan 1,5 miljoen burgers vluchtten. In Frankrijk werden de meeste Belgen opgenomen in Rouen en Le Havre. In Groot-Brittannië werden de Belgen overgebracht naar Birtley Elisabeth, dat speciaal was opgezet voor Belgische vluchtelingen. Daar konden de Belgen hun normale leven voortzetten. Om toch nog van betekenis te zijn voor hun vaderland werkten de Belgen in Groot-Brittannië in de munitiefabriek Pelabon in Richmond nabij Londen. Daar kregen Belgische winkeliers de kans om een eigen zaak te openen, enkel voor de Belgische vluchtelingen.

Na de oorlog

Na de wapenstilstand keerde de Belgische bevolking terug, maar lang niet iedereen. Ruim 585.000 burgers bleven in Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië. De meeste vluchtelingen waren afkomstig uit Groot-Brittannië en Nederland. Ruim 325.000 bleven in Frankrijk. Maar degenen die huiswaarts keerden troffen aldaar chaos aan. Van hun huis stond vaak niets meer overeind. En als dat wel het geval was, was de inboedel weggeroofd, hoewel dat niet eens het werk van de Duitsers hoefde te zijn. Na jaren afhankelijk buitenlandse hulp die vooral afkomstig was van Amerika, was het zijn bevoorechte positie als economische macht kwijt. De Belgen hadden een grote gebrek aan kolen, eten en kleren. Zo ontstonden hoge werkloosheidscijfers (tot 800.000). De overheid kon ook niet veel betekenen, omdat er niets was. Maar organiseerde, om de bevolking enigszins op te vrolijken en de aandacht af te leiden van alle ellende, de Olympische Spelen, die in 1920 in Antwerpen werden gehouden. Duitsland mocht daaraan niet meedoen.
Luchtfoto van Ieper 1919
Enlarge
Luchtfoto van Ieper 1919

Meer dan 60.000 Belgen waren omgekomen. Zowel militairen als burgers. Meer dan 50.000 waren verminkt. De armoede steeg door de hoge belastingen die acht keer hoger waren dan voor de oorlog. Het geld was nodig voor de wederopbouw. Vooral in de Westhoek was dit dringend nodig. De Eerste Wereldoorlog was afgelopen, toch stond een andere oorlog voor de deur. Niet de Tweede Wereldoorlog, maar de Europese burgeroorlog. Zo werden de vluchtelingen beschouwd als opportunisten zodat België uiteenviel in drie naties: Bezet België, vrij België en België in ballingschap. Dat beeld ontstond al in 1914 maar bleef na de oorlog een tijdje voortleven onder de burgers.

De steden die in de frontlinie lagen waren compleet verwoest. De streek vanaf Nieuwpoort, rond Ieper richting Ploegsteert werd beschouwd als "Verwoeste gewesten", want de burgers van de getroffen gebieden konden hun eigen woongebied niet meer herkennen. Geen enkel huis bleef onbeschadigd. Bomkraters vol met besmet water. Prikkeldraad waar afval bleef hangen zoals kledij, takken en stoffelijke resten. Onder water gelopen loopgraven die aan flarden werden geschoten. Bunkers die in een smerige toestand verkeerden, desondanks waren het geschikte plaatsen om te overnachten. Allerlei defect geschut, wapens, allerlei legermaterialen en vastgelopen tanks konden onderdak bieden. Het bosrijke gebied werd door vier jaar strijd veranderd in een troosteloze vlakte vol onkruid. Het ondergelopen gebied aan de IJzer is nu nog te herkennen. Vele hectaren aan grond moesten opnieuw ontgonnen worden.

Toch verloren de Belgen niet alle hoop. Alles werd ontmijnd, afgebroken en de velden werden geëffend. Zware klussen maar dat hadden ze er wel voor over. In 1921 begon de wederopbouw, maar zeker in Ieper was dit geen sinecure. De Britten wilden de middeleeuwse stad behouden in zijn oorspronkelijke staat, als herdenkingsplaats. Maar de Ieperlingen dachten daar anders over zodat de wederopbouw in 1921 begon. Merendeels betaald met Duits geld dat opgeëist was door het Vredesverdrag. Ook België had problemen met het Vredesverdrag. België kreeg gewoon niet genoeg hoewel alle oorlogsschade betaald moest worden door de Duitsers. De Oostkantons werden bij België gevoegd en het koloniale bezit werd met Rwanda-Burundi uitgebreid.

Personal tools