/** * */

De inname van het fort van Lier

(Doorverwezen vanaf Belegering van Antwerpen)

De belegering van Antwerpen in 1914

Inhoud

De fortengordel en het fort van Lier


Het fort van Lier is vanaf 1877 gebouwd als een van de drie bruggenhoofden van een nieuwe fortengordel rond Antwerpen. Het fort bestaat uit bakstenen gebouwen beschermd door aarden wallen. Na de uitvinding van de mijngranaat en de brisantgranaat moet het fort al in 1890 aangepast worden. Bestaande gebouwen krijgen een betonnen bovenlaag, nieuwe gebouwen –zoals de kazerne– worden opgetrokken met bakstenen muren en betonnen gewelven. In 1906 wordt met de bouw van de volledige fortengordel rond Antwerpen het fort verder uitgerust met nieuwe betonnen geschutsstellingen.

Door discussies over de kredieten en traagheid bij uitvoering van de werken, is de fortenlinie in 1914 verre van voltooid. In allerijl start men in september 1914 met het delven van loopgraven en het leggen van prikkeldraadversperringen tussen de forten en schansen. Om het zichtveld van het Lierse fort vrij te maken sloopt het leger 18 gebouwen in de nabije omgeving. Op verschillende plaatsen aan de Nete en de Rupel worden overstromingen veroorzaakt.

Het vestingsleger van de vesting Antwerpen telt 65.000 soldaten, maar dit garnizoen is hoofdzakelijk samengesteld uit oudere klassen en reservisten. De commandant van het fort van Lier, luitenant-kolonel Doneux verklaart in 1919:

Het garnizoen bestond uit kavalerie uit het depot van Beveren. Ze waren uitgerust met eerst Mauser en later Lebel geweren. De soldaten konden de Mauser en ook al de Lebel niet gebruiken. Er moesten bijzondere maatregelen genomen worden om deze ongedisciplineerde en luie manschappen in toom te houden.

Eén dag na de Duitse inval wordt op 5 augustus de aanval ingezet op de forten van Luik. De publieke opinie gelooft in de onkwetsbaarheid van de forten, maar de wapenindustrie had intussen veel zwaardere artillerie ontwikkeld. Zware kanonnen schieten de forten een voor een in puin. Op 16 augustus geeft het laatste fort zich over.

Het Belgisch veldleger heeft zich intussen al teruggetrokken achter de rivier de Gete. Bij Halen (12 augustus), Sint-Margrieten Houtem (18 augustus) en Aarschot (19 augustus) kunnen de Belgen tijdelijk standhouden, maar onder druk van de Duitsers wordt besloten het veldleger terug te trekken in Antwerpen. Op 20 augustus marcheren de Duitsers Brussel binnen. Zoals voorzien in hun oorlogsplan zwenken de Duitse legers naar het zuiden en zuidwesten. Het Duitse opperbevel beschouwt het Belgisch leger als verslagen en laat alleen het derde reserve-korps achter voor Antwerpen.

Om de druk op de geallieerde legers weg te nemen doet het Belgisch leger op 25 augustus en op 9 september uitvallen vanuit de vesting Antwerpen. Belgische eenheden dringen door tot ver in de Duitse linies en bedreigen de aanvoerlijnen naar het front aan de Marne. De aanvallen worden echter niet doorgezet. Van zodra de weerstand te groot wordt door de aanvoer van verse Duitse troepen, trekken de Belgen zich terug.

Deze uitvallen verstoren de Duitse plannen. Er wordt besloten Antwerpen aan te pakken van zodra de zware belegeringsartillerie klaar is met de forten rond Maubeuge. Het derde reservekorps wordt versterkt, zodat de Duitse bevelhebber generaal von Beseler nu 5 infanteriedivisies met 120 stukken belegeringsartillerie ter beschikking heeft. Op 27 september begint de belegering van Antwerpen.


De Belegering


Voor zijn aanval kiest von Beseler de sector Mechelen-Lier uit. Een systematische beschieting van de forten van Walem, Sint-Katelijne Waver, Koningshooikt en Lier en van de tussenliggende schansen moet de weg openen voor een infanterie-aanval.

Figuur 1. Plan van de Duitse aanval tegen Antwerpen (Von Tichischwitz, E. Schlachten des Weltkrieges. Volume III: Antwerpen 1914. Berlijn, 1925)
Figuur 1. Plan van de Duitse aanval tegen Antwerpen (Von Tichischwitz, E. Schlachten des Weltkrieges. Volume III: Antwerpen 1914. Berlijn, 1925)

Op 28 september 1914 arriveert de Kurze Marinekanonen Batterie 3 van Hauptmann Erdmann in Aarschot. Deze batterij had eerder de forten Pontisse en Loncin in Luik en drie forten bij Namen in puin geschoten. De batterij is uitgerust met twee 42 cm kanonnen, de ‘Dikke Bertha’s’. Dit type kanon was pas in 1913 ontwikkeld en woog in geschutsopstelling zo’n 42.600 kg. Het kon projectielen van 800 kg over een afstand van 9.300 m schieten. Voor het transport waren vijf speciale stoomtraktoren nodig.

Op 29 september trekt de batterij op naar Heist-op-den-Berg samen met twee beschermende compagnieën infanterie: de 12de compagnie van het 3 de infanterieregiment (IR) en de 4de compagnie van het 85ste IR. Ten noordwesten van het station –op een afstand in vogelvlucht van 7,8 km van het fort– worden in een rekordtijd van 4 uur de kanonnen opgesteld. Een Belgisch verkenningsvliegtuig merkt de stukken op. Even later slaan de granaten van een Belgische batterij in tot op een afstand van 80 meter, zonder echter schade aan te richten. ’s Middags is de opstelling compleet.

Dezelfde dag wordt het fort al bestookt door een batterij van kleiner kaliber. In totaal krijgt het fort die dag 64 inslagen te verwerken. Meer dan een aantal gesneuvelde ruiten en een ‘gekraste’ koepel levert deze beschieting echter niet op.

Op 30 september raken verkenners raken tot op 800 m van het fort. Vanaf 8.00 uur start opnieuw de beschieting met het kleine kaliber, vermoedelijk voor het bepalen van de schootsafstand. Net na de middag wordt het eerste schot met het 42cm kanon gelost. Een Belgisch officier op het fort schrijft later:

30 september. Om 12.20 uur horen we eerst een onheilspellend gieren, dan een geruis vergelijkbaar met een aanstormende sneltrein. Met een ontzettende explosie slaat het projectiel in op de kazerne. Een hagel van beton en baksteen slaat neer op het hele fort. Ononderbroken komt tot 19.00 uur alle 6 minuten een granaat neer op het fort. In totaal wordt het fort 57 keer geraakt. Overal barsten de gewelven. De kasseien zijn uit de bodem gesprongen, die vol scheuren en bulten zit. Verbindingsgangen zijn ingestort. De doormeter van de kraters is groter dan de afstand tussen twee steunpilaren. Die zijn verzakt en de betongewelven zijn onder hun gewicht geknakt.

In totaal vuurt de batterij Erdmann die dag 62 schoten af. Op 1 oktober gaat de beschieting verder. Er worden nog eens 32 schoten afgevuurd. De eerste en de derde companie van het Duitse 35ste Reserve Infanterie Regiment (RIR) rukken op tot op 700 m van het fort.

De Belgische officier vertelt verder:

1 oktober. De beschieting gaat verder. Steeds minder schuilplaatsen zijn nog bruikbaar. De infanteriekommandant wordt bevangen door de gassen die bij een explosie vrijkomen en valt bewusteloos. De gassen hebben een zeer beangstigend effect. Sommigen vallen flauw, bij anderen tranen de ogen. Anderen zijn kompleet uitgeput en wachten schijnbaar alleen nog op een voltreffer. Noch vermaningen, noch dreigementen van de commandanten, de verzorgers en de aalmoezenier kunnen het moreel van de mannen terugbrengen. Ze wachten op de dood als een redeloos dier. Tegen 19.30 uur zwakt de beschieting af. Daarna stopt ze volledig.

Het fort is zwaar beschadigd. Eén schot vernielde vier lokalen van het officiersgebouw. De kazerne, het hoofdfrontgebouw en de koepels zijn geraakt.

Figuur 2. Duitse soldaten op een vernielde geschutskoepel.
Figuur 2. Duitse soldaten op een vernielde geschutskoepel.

Het fort wordt verlaten


De vijandelijke troepen blijven op een afstand. In de nacht van 1 op 2 oktober barst van op het fort een wilde schietpartij los, die de aanvallers zinloos lijkt. Het vuur is echter niet tegen het 35ste RIR gericht, maar tegen het 26ste RIR dat de Belgen meer naar het zuiden aanvallen.

Op 2 oktober herneemt de batterij Erdmann om 07.00 uur het vuur op het fort samen met enkele kleinere geschutsmonden van 21 cm. De soldaten van het 35ste RIR zien waterfonteinen en rood baksteenstof opspatten telkens het fort geraakt wordt. In de loop van de voormiddag verlaten de bezetters het fort met de bedoeling het ’s nachts terug te bezetten. Het garnizoen stelt zich 150 m achter het fort op. Om 17.00 uur stopt de beschieting. Wanneer men het fort komt inspecteren blijkt dat alle koepels buiten gevecht zijn gesteld of ontoegankelijk zijn. Het fort wordt definitief verlaten. Twee Duitse patrouilles trekken om 18.00 op tot nabij het fort. Het fort is verlaten, maar de tussenruimtes tussen de forten zijn nog bezet door Belgische infanterie.

In de vroege morgen van 3 oktober hebben alle Belgen zich teruggetrokken achter de Nete. De eerste companie van het 35ste RIR onder leiding van luitenant Baar dringt het fort binnen en hijst de Duitse vlag.

Bij het betreden van het fort was duidelijk dat de Belgen het fort hals over kop verlaten hadden. De brug over de gracht was met dynamiet ondermijnd om ze te laten springen. De ijzeren poorten stonden wijd open. Daarachter stonden twee machinegeweren klaar om te vuren, met klaarliggende patroongordels. De toestand van de kazerne maakte een diepe indruk: door twee voltreffers van 42 cm was het gebouw op twee plaatsen tot op de begane grond doorboord. In een van de kamers lag op een schrijftafel het bodemstuk van een 42 cm granaat met daarbij een meetstok. We vermoedden dat dit de kamer van de commandant moest zijn, die na het vaststellen van het kaliber besloten had het fort te verlaten. Op de linker voorkant van het fort was een geschutstoren volledig vernield door een voltreffer. De pantserkoepel met het 5,7 cm geschut was uit het beton gerukt en van de wallen gevallen. Doden hebben we niet aangetroffen in het fort. Wel vonden we een schat aan verpleegmiddelen en voedsel.

De forten en schansen worden een voor een in puin geschoten en veroverd. Op 1 oktober had het veldleger zich al opgesteld achter de Nete. Op 4 oktober arriveert een brigade Britse mariniers als versterking. Op 5 oktober slagen de Duitsers er na zware gevechten in om de Nete even ten zuiden van Lier over te steken. Ook de stad Lier wordt hierbij zwaar beschoten.


Figuur 3. Vernielde woningen aan de Grote Markt in Lier, 1914.
Figuur 3. Vernielde woningen aan de Grote Markt in Lier, 1914.

Antwerpen verloren


De legerleiding beseft dat Antwerpen verloren is en vanaf 7 oktober wordt de stad geëvacueerd. De Duitsers hebben nagelaten de vesting helemaal te omsingelen en zo kan het grootste deel van het leger ontsnappen richting Gent. Later wordt aangesloten bij de linkervleugel van de geallieerde legers. De Belgen stellen zich op aan de Ijzer en de Ieperlee, waar de loopgravenoorlog nog vier jaar zal duren …

Het is niet exact geweten hoeveel slachtoffers gevallen zijn op het fort. Door de chaos tijdens de laatste maanden van 1914 zijn deze gegevens niet bijgehouden of verloren gegaan. Recent opzoekingswerk wijst met zekerheid vier doden aan. Ramingen gaan uit van tiental doden, waarvan er zich mogelijk nog steeds onder het puin bevinden.

auteur: Bert Van Goidsenhoven

Bibliografie

Met dank aan Willem Segers voor het nalezen en het advies.

Referentiewerken

Lampaert, R. België in oorlog 6. Stabilisatie in Vlaanderen. Erpe-Mere, s.d.

Tasnier en Van Overstraeten. La Belgique et la Guerre. Volume III : les opérations militaires. Brussel, 1923.

Von Tichischwitz, E. Schlachten des Weltkrieges. Volume III: Antwerpen 1914. Berlijn, 1925.

Tijdschriften

Gils, R. De invloed van de artillerie op de vestingbouw. In: Vesting, tijdschrift van de Simon Stevinstichting. Jaargang 1991, nummer 2.

Gils R. Het ontstaan van de Vesting Antwerpen systeem 1859. In: Vesting, tijdschrift van de Simon Stevinstichting. Jaargang 1990, nummer 3.

Gils R. Fort Lier. In: Vesting, tijdschrift van de Simon Stevinstichting. Jaargang 1990, nummer 3.

Schalich G. Festung Antwerpen 1914. In: Interessengemeinschaft fur Befestungsanlagen beider Weltkriege. 1992, Sonderheft 23.

Tentoonstelling

'Den Oorlog Verklaard' Stedelijk Museum Wuyts-Van Campen, Lier (14 mei tot 4 juli 2004)

Personal tools