/** * */

Beleg van Al Koet

Opschonen: Deze pagina dient gecontroleerd te worden.

Inhoud

Inleiding

overzicht van het strijdtoneel
Enlarge
overzicht van het strijdtoneel

Het Beleg van Al Koet was een strijd tussen het Britse leger (Mesopotamian Expeditionary Force (MEF) en de troepen van het Brits-Indische leger) en het Ottomaanse leger (de Turken van toen), die plaats vond tussen 7 december 1915 en 29 april 1916 in Irak tijdens de Mesopotamische Campagne. Al Koet (ook gekend als Al Kut, Koet-el-Amara en Koet-Al-Imara) is een stad in Irak op de linkeroever van de Tigris. Hij ligt 350 km stroomopwaarts van Basra en ongeveer 170 km van Bagdad en had in 1915 ruim 6500 inwoners.








Het begin

Britse soldaten die bij Koet-el-Amara door de Turken krijgsgevangen zijn gemaakt.
Enlarge
Britse soldaten die bij Koet-el-Amara door de Turken krijgsgevangen zijn gemaakt.

De troepen van de 6de Indische divisie, onder generaal-majoor Charles Townshend, werden in november 1915 bij Ctesiphon verslagen en moesten terugtrekken. Op 3 december 1915 bereikten de troepen Koet-el-Amara. Bij die de nederlaag had de eenheid aanzienlijke verliezen geleden. Ongeveer 11 000 soldaten, inclusief de Cavalerie, overleefden de slag. Townshend verkoos te blijven en hield stand in Koet-el-Amara in plaats van verder stroomafwaarts terug te trekken richting Basra. Koet-el-Amara lag aan een rivier en was een zeer defensieve stad. Het probleem was echter de aanvoer van goederen vanuit Basra, die te lang duurde.

4 dagen na de aankomst van de 6de Indische divisie in Koet-el-Amara kwamen de meer dan 11.000 troepen van het Ottomaanse leger aan onder bevel van de Duitse kolonel Colmar von der Goltz en de Ottomaanse bevelhebber Halil Paşa. Zoals Townshend verwachtte was het Ottomaanse leger groter dan zijn divisie. Daarom beval hij de Cavalerie via het zuiden te ontsnappen onder bevel van kolonel Gerard Leachman. Na drie aanvallen in december, beval Goltz het bouwen van een fortificatie. Hij werkte de aanvallen op het stadje zo goed uit, dat hij plannen had om via Basra Koet-el-Almara aan te vallen met behulp van de rivier. Na een maand wou Townshend de strijd staken en zuidwaarts terug trekken. Maar zijn commandant, Sir John Nixon, wou de Ottomaanse troepen tijdens de belegering vernietigen.


Een Lewis wordt als luchtafweer bediend door een Brits-Indische soldaat
Enlarge
Een Lewis wordt als luchtafweer bediend door een Brits-Indische soldaat

Slag om Sheikh Sa'ad

De eerste poging om de troepen in Koet-el-Almara te ontzetten kwam op 6 januari 1916. Aylmer's eenheid trok van Ali Al Gharbi richting Sheikh Sa'ad langs beide oevers van de Tigris. De eenheid van Younghusband maakte in de ochtend van 6 januari 1916 contact met de Turken, 5 kilometer ten oosten van Sheikh Sa'ad. De Britse pogingen om de Turken tegen te houden hadden geen succes. Op 7 januari 1916 kwam Aylmer aan met zijn eenheid aan en plande een algemene aanval. Younghusband leidde de aanval op de linkeroever en generaal-majoor Kemball nam de rechterkant. Na een dag zware gevechten veroverden Kemball's troepen de Turkse stellingen en namen krijgsgevangenen en twee kanonnen in beslag. Maar de Turkse troepen op linkeroever hielden stand en kregen ondersteuning vanuit het noorden. Na weinig veranderingen op 8 januari vielen de Britten op 9 januari terug aan zodat de Turken uit Sheikh Sa'ad trokken. In de loop van de volgende twee dagen planden de Turken een nieuwe aanval, maar een zware regenval maakte de wegen praktisch onbegaanbaar.

Slag om de wadi

Na de nederlaag door de Britten tijdens de slag om Sheikh Sa'ad trokken de Ottomanen 16 km terug naar het dal van een wadi die uitmondt aan de linkeroever van de Tigris. De Turken hadden hun kamp aan de andere kant van de Tigris tegenover de wadi opgeslagen. Op 13 januari vond de slag om de wadi plaats toen het leger van Aylmer het Turkse leger aanviel. Na een stugge weerstand trokken de Ottomanen 8 kilometer naar het westen, gevolgd door de troepen van Aylmer.

De laatste gevechten

De Turken trokken stroomopwaarts van de wadi terug en sloegen hun kamp op op het Hanna defile, een smalle strook droog land tussen de Tigris en de Suwaikiya Marshes. De Britse verliezen tijdens de Slag aan de Hanna stegen tot 2700 doden en gewonden en waren rampzalig voor het garnizoen in Koet-el-Almara. Op dit punt was Khalil Pasha aan de slag met 20.000 tot 30.000 troepen. Er werden meer troepen gezonden om de troepen van Aylmer te ondersteunen. Hij probeerde opnieuw Dujaila aan te vallen op 8 maart 1916. De aanval mislukte en koste nog eens 4.000 levens. Generaal Aylmer werd op 12 maart ontslagen en vervangen door George Gorringe.

Een uitgehongerde Indische soldaat die de belegering van Al Koet overleefde en gevangen werd genomen. De foto werd genomen na zijn vrijlating uit het Turkse gevangenschap.
Enlarge
Een uitgehongerde Indische soldaat die de belegering van Al Koet overleefde en gevangen werd genomen. De foto werd genomen na zijn vrijlating uit het Turkse gevangenschap.

Eerste Slag om Koet-el-Almara

De poging van Gorringe wordt gewoonlijk aangeduid als de Eerste Slag om Koet-el-Almara. Het Britse expeditieleger bestond ongeveer uit 30.000 soldaten, ongeveer even veel als de Ottomanen. De strijd begon op 5 april, en tegen 17 april 1916 veroverden de Britten Bait Asia en Fallahiyeh maar met zware verliezen. De laatste poging was tegen Sannaiyat op 22 april. De geallieerden waren niet in staat om Sannaiyat te veroveren en lijden met ongeveer 1200 slachtoffers. De Geallieerden verloren ongeveer 23.000 soldaten. Terwijl de Ottomanen slechts 10.000 soldaten verloren. Ook verloren de Ottomanen het steun van de Duitse bevelhebber Colmar von der Goltz, toen hij op 19 april stierf aan een opgelopen tyfusbesmetting. Na de dood van Goltz, nam geen Duitse commandant zijn plaats in voor de rest van de oorlog.

Capitulatie van het Britse leger

De Britse bevelhebbers van het 6de Indische divisie, probeerde de troepen te verkopen aan de Ottomanen. Aubrey Herbert en Thomas Edward Lawrence, maakten deel uit van een team van officieren die gestuurd werden om de geheime deal te onderhandelen met de Ottomanen. De Britten boden £ 2.000.000 met een belofte dat ze niet opnieuw zouden vechten tegen de Ottomanen, in ruil voor Townshends troepen. Enver Pasja wees het bod af. De Britten vroegen om hulp bij de Russen. Generaal Baratov was gestationeerd met ongeveer 20.000 Kozakken in Perzië. In april 1916, trokken de Russen naar Bagdad. Maar keerde terug na het ontvangen van het bericht van de Britse overgave. Na 144 belegering van Koet-el-Almara, gaf generaal Townshend zich over op 26 april. Op 29 april, werd hij na mislukte onderhandelingen, overgeleverd aan de Ottomanen. Na de slag, overleefde er ruim 13.000 soldaten van de 6de Indische Divisie die gevangenen worden genomen. Ongeveer 70% van de Britten en 50% van de Indiase soldaten, stierven van ziektes of werden dood gemarteld door de Ottomaanse bewakers tijdens gevangenschap. Townshend zelf werd meegenomen naar het eiland van Malki op de Zee van Marmara, waar hij tot het einde van de oorlog verbleef.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Beleg_van_Al_Koet"
Personal tools