/** * */

Batterij Predikboom te Klerken

Batterij Predikboom is een Duits geschut dat opgesteld stond nabij Klerken in Vlaanderen.


Inhoud


De benaming van de batterij


Tot op heden is niet uitgevonden wat de officiële benaming van de batterij was. Hoewel zij ontegensprekelijk bediend geworden is door marinepersoneel van het Marinekorps Flandern, toch is er geen enkel officieel oorlogsdagboek van terug te vinden en ook wordt de batterij in geen enkel ander andere oorlogsdagboek met naam vermeld. Vermoedelijk zal de kans dat dit nog ooit aan het licht komt, zeer klein zijn. Predikboom is de naam van de lokatie en wordt, wegens het ontbreken van de officiele naam, gebruikt om de naam van de batterij aan te geven. De naam Predikboom wordt in 1537 voor het eerst gemeld en het betreft hier een herberg en een brouwerij.

Beschrijving van het batterijcomplex en de bescherming ervan.


Gezien er weinig of geen foto’s te vinden zijn van de batterij en er geen beschrijvingen van bestaan of zijn teruggevonden in ieder geval, is en blijft de batterij een stuk een mysterie.

Feit is dat er een spoorweglijn aangelegd was die bijna evenwijdig met de Steenstraat liep. Op het uiteinde was deze vertakt in drie lijnen, wat noodzakelijk was voor de aanvoer van het geschut zelf, ongeacht of het hier om een vaste batterij gaat of om een batterij verplaatsbaar per spoor.

Rondom de ronde bedding, die iets kleiner van diameter is dan deze van de batterij op de wijk Leugenboom te Koekelare, stonden diverse bunkers. Via luchtfoto’s blijkt dat er in ieder geval aan beide zijden drie stonden. Twee ervan zullen gediend hebben voor enerzijds de 38 cm projectielen (rechterkant van de bedding) zelf en voor anderzijds de hulzen en hun lading (linkerkant van de bedding). Normaal zal ook één bunker gebruikt geweest zijn voor de vuurleiding. Het betreft hier vermoedelijk de meest zuidoostelijke bunker van het complex. Twee andere bunkers zullen ontegensprekelijk personeelsbunkers geweest zijn. Gezien de dichte ligging bij het front was het zeker geen overbodige luxe dat deze zo dichtbij stonden.

Langs de Steenstraat stond nog een zevende bunker, helemaal in het noordoosten van de batterij. Algemeen wordt hieromtrent vermoed dat dit om de grote munitiebunker van het complex gaat. Er zijn aanwijzingen voor een spoor tussen deze bunker en de tweede meest noordoostelijk gelegen bunker. Van deze laatste zijn echter geen foto’s bewaard gebleven. Er zijn beweringen dat er de mogelijkheid bestond om het geschut in deze bunker onder te brengen. Dit kan enkel als men ervan uit gaat dat het om een type ging die verplaatsbaar was per spoor en dus niet vast stond geplaatst in de rond gevormde geschutsbedding, wat duidelijk niet het geval was ! Mogelijks was er wel een spoor voor het vervoer van de munitie zelf…

Spijtig genoeg zijn er verschillende luchtfoto’s genomen nadat de batterij verwijderd was in de jaren 1917-1918, gewoon om er zeker van te zijn dat de batterij niet opnieuw in gebruik zou komen. Uit de periode waarin het complex echter ontdekt werd en/of actief was, zijn er geen foto’s terug te vinden. Met andere woorden zijn er dus ook weinig of geen echte bewijzen gevonden om welk soort type het nu precies ging. Wij komen hier verder trouwens nog uitgebreid op terug. Maar wat de ene foto toont heeft een sterke gelijkenis met het stuk te Zillisheim.

Om de batterij te kunnen bereiken liep er voor het personeel een loopgraaf van vele honderden meters, die kwam van tegen de Steenstraat, en dit uit noordoostelijke richting. Tegen het complex aan, splitste deze zich in twee evenwijdig uitmondende takken, vermoedelijk omdat het risico van een treffer door de vijand bijzonder groot was, en men over een reserve wou beschikken.

Ook halverwege het loopgraaftraject was er een opsplitsing over korte afstand in twee gangen. Dit heeft blijkbaar te maken met het feit dat in het midden van de splitsing, aan de loopgraaf zijde Steenstraat een andere loopgraaf dwars op deze staat richting Steenstraat. Hij liep er echter niet op uit, doch mondde uit in een licht langwerpige ovaalvorm. Het is raden naar de bedoeling hiervan, maar mogelijks ging het om een luchtafweerpost van de batterij.


Geschiedenis


Korte actieve periode

De Predikboom batterij werd ingeplant langs de Steenstraat op de grens van de gemeenten Klerken en Esen. Eerder had men van Duitse kant in dit stuk van het front al gebruik gemaakt van de zogenaamde Dikke Bertha’s. Het werd speciaal hier ingeplant vanwege een aantal plaatsen die men specifiek wilde bestoken. Het doelwit van de batterij was namelijk de steden Duinkerke, Poperinge en Veurne.

De batterij de Predikboom was het allereerste stuk van 38 cm die hier zou ingezet worden en was echter slechts actief van 26 april 1915 tot 9 augustus 1915. De batterij werd in die tussentijd twee keer zwaar geraakt door een Franse tegenbatterij en dit resulteerde in twee herstellingsperiodes van respectievelijk 42 en 48 dagen (totaal 90 dagen). Dit wil zeggen dat de batterij slechts gedurende twee weken echt actief was en dus zeer weinig de kans heeft gekregen om te vuren naar Duinkerken.

Op 9 augustus 1915 werd de batterij blijkbaar definitief uitgeschakeld en de tegenbatterij bleef de site bestoken zodat van een eventuele heropbouw geen sprake meer kon zijn. Op luchtfoto’s is trouwens zeer duidelijk te zien dan de tegenbatterijen zeer precies op hun doelwit gevuurd hadden, want rond de geschutsbedding was een echt maanlandschap ontstaan van de inslagen van de granaten. Als men de vergelijking maakt, met luchtfoto’s van de Leugenboom, ziet men duidelijk dat het tegenvuur veel minder precies was, en werkelijk her en der verspreid ingeslagen had.

Vier dagen voor de batterij Predikboom voor het eerst vuurde, de 22e hadden de Duitsers voor het eerst gas gebruikt tijdens een aanval tussen Steenstraat en Ieper. De geviseerde sector werd verdedigd door Britten, Fransen en Belgen. Iedere groep hing toen nog af van zijn eigen bevelhebbers. De Belgen hadden hier de situatie gered toen ze de Duitse flank aanvielen. Mogelijks was het de bedoeling geweest het stuk hier ook in te zetten indien het vroeger klaar geweest was.

We weten dat de batterij dus voor de eerste keer vuurde op 26 april 1915 omstreeks 17.00 uur en de doelwitten blijkbaar Poperinge, Bergues en Duinkerke waren. Dat men Duinkerke bestookte was trouwens zeer groot voorpaginanieuws in de meeste Duitse kranten ! Ook de volgende dag was Poperinge het doelwit van de batterij en vielen er blijkbaar vijftien 38 cm projectielen op de stad. Er was veel schade, doch naar het schijnt waren er ook een aantal niet ontploft. Een probleem waar men nog mee te kampen zou hebben in de andere batterijen die met dit kaliber uitgerust waren.

We weten ook dat de I Marine Landflieger Abteilung van op Mariakerke vliegveld en de Flieger Abteilung 40 die te Handzame gestationeerd was, dienden te helpen bij het invuren van de batterij. Het schijnt dat vooral de vluchten op de Duinkerkse haven een zeer hachelijke onderneming waren voor de beide eenheden.

Franse paniek

Bij de Franse legerleiding, die in Poperinge verbleef, schijnt er een serieuze paniekgolf op gang gekomen te zijn na de eerste beschieting. Men was ervan overtuigd, omdat de slagen zo zwaar waren, dat er één of meerdere kanonnen in de bossen van Sint Sixtus of omgeving opgesteld waren ! De paters van de gelijknamige abdij waren eersterangs getuigen van deze paniek aanval gezien ze zagen hoe Franse soldaten, waaronder Spahi’s en ook nog een rijkswachters de ganse omgeving en de bossen uitkamden om er iedereen die ze tegenkwamen gevangen te nemen en achteraf opnieuw te laten gaan, vermoedelijk met toch enig schaamrood op de wangen. Want er waren dus inderdaad geen kanonnen of personeel ervan.

De Fransen maakten zich compleet belachelijk toen ze, daar de geruchtenmolen de ronde bleef doen, er zelfs uiteindelijk in slaagden om de abdij binnen te vallen, omdat de abt de vuurleiding zou waarnemen en de kanonnen binnen de abdijmuren stonden waardoor ze niet ontdekt waren. Kanonnen vonden ze niet maar ze slaagden er in om iedereen zijn identiteit te controleren en zelfs kamers ondersteboven te halen en onder de matrassen te zoeken. Inderdaad een ideale plaats om zwaar geschut onder te verbergen ! Voor de Fransen werd het, volgens wijlen Luc Ervinck, een Mirakel kanonnade.


Doelwit

Wat er ook van zij, op 28 april begon datzelfde mirakel te vuren op de stad Duinkerke, dat ongeveer 35 kilometer van de batterij lag. Op 29 april lag de stad opnieuw onder vuur en dit tussen 11.30 uur en 13.00 uur.

In Veurne had men de knallen van de batterij goed genoeg gehoord, maar de meeste inwoners waren ervan overtuigd dat het hier nog om het 42 cm geschut ging die de Duitsers opnieuw hadden ingezet tegen hun stad.

Op 2 mei schreven de Duinkerkse kranten eindelijk over de 38 cm obussen, men had het door, vermoedelijk vanwege de niet ontplofte exemplaren, maar men wist nog steeds niet vanwaar die projectielen afgevuurd werden.

Op 8 mei werd er gevuurd op Bergues en opnieuw ook op Duinkerke.

Tussen 26 april en 11 mei zouden ongeveer 120 projectielen afgevuurd geweest zijn. Maar sedert 8 mei waren er ook twee Franse tegenbatterijen die het vuur beantwoordden vanuit omgeving Koksijde.


Uitgeschakeld

De twee Franse tegenbatterijen waren twee kanonnen van 24 cm. Zij werden weggehaald in Toulon om hier ingezet te worden. En het tegenvuur had blijkbaar spoedig succes : Op 11 mei werd de batterij een eerste keer uitgeschakeld.

Het is tot op heden niet geweten hoe zwaar de schade moet geweest zijn, maar vermoedelijk werd het stuk zelf geraakt.

Op 22 juni om 02.41 uur vuurde men opnieuw, doch dit schijnt niet lang geduurd te hebben, want de tegenbatterij vuurde blijkbaar gedurende een tiental uren op de Predikboom batterij met als gevolg dat deze opnieuw uitgeschakeld werd. Toch werd er ondertussen heel wat schade aangericht. Veurne werd opnieuw het doelwit van beschietingen van op de Predikboom. Oostelijk net buiten de stad vertelde een getuige dat er een ‘put’ geslagen was van zeven op tien meter en met een diepte van bijna tien meter door één van de projectielen. Inde omgeving werkten blijkbaar een vijftiental man van de Genie. Vier kwamen om het leven en alle anderen werden zwaar verminkt. De doden waren blijkbaar niet om aan te zien, de menselijke resten waren totaal aan flarden gerukt. De zeven stuks die afgevuurd werden op Veurne blijken allemaal rond de stad terecht gekomen te zijn. De andere projectielen eisten ook nog twee doden. Naast Veurne kregen die dag ook nog Duinkerke, Cassel, Sint-Winnoksbergen, Hondschoote en Leisele het te verduren.

In juli deed het gerucht de ronde in De Panne dat een Duitse Taube pamfletten had uitgegooid waarop te lezen zou gestaan hebben dat op de veertiende juli Duinkerke en Bergues zouden gebombardeerd worden en op twintig juli ook De Panne aan de beurt zou komen. Wat er ook van zij, we hebben nooit een dergelijk strooibiljet teruggevonden en niemand blijkt er ook echt eentje gezien te hebben. De geruchtenmolen deed goed zijn best. En De Panne werd nooit beschoten.

Achtenveertig dagen zouden de Duitsers nodig hebben om hun ‘superkanon’ opnieuw te repareren. Eventjes was er op 14 juli paniek in Veurne toen de stad opnieuw onder vuur genomen werd, doch al snel bleek het om een veel lichter type van projectielen te gaan.

Op 9 augustus om 9 uur werd opnieuw gevuurd. Tegen 12.30 uur zou dit 12 keer gebeurd zijn. Andere bronnen zeggen dan weer dat het slechts twee maal zou gevuurd hebben, wat we sterk betwijfelen. In ieder geval de doelwitten is iedereen het over eens, Duinkerke en Cassel.

Het zou kort daarna definitief uitgeschakeld worden. Op 11 augustus werd het geschut gebombardeerd door Geallieerde toestellen. En dit zou het einde betekend hebben van de batterij. Vermelden we toch even dat niet alle bronnen het erover eens zijn dat dit op zo’n korte termijn opnieuw vernietigd was. Wat er ook van zij, de beschieting van Veurne op 18 augustus was vermoedelijk door een ander kaliber van 21 cm geschut.

Om te voorkomen dat de Duitsers het kanon opnieuw in bedrijf zouden nemen, werd van Geallieerde zijde nog een tijdlang doorgegaan met beschietingen van de site op de Steenstraat - Predikboom.

In het dagboek van piloot Fritz Stiefvatter van de I Marine Feldflieger Abteilung vinden we iets meer over de Lange Max op de Predikboom, waarover hij schrijft in zijn dagboek op 15 november 1915, een zeer regenachtige dag, waardoor niet gevlogen werd : hij vertelt hierin dat de Fransen en Geallieerden kompleet verrast waren toen het eerste schot op Duinkerke viel. Zij zonden verschillende watervliegtuigen weg die het Duitse schip moesten zoeken die Duinkerke beschoot. Tot hun verwondering, schrijft hij, vonden ze enkel andere vliegtuigen boven zee.

Het moest dus van op het land komen. Na wat verkenningswerk werd de batterij gevonden. Er werd onmiddellijk gereageerd met tegenbatterijen van 15 en 21 cm, die blijkbaar geluk hadden.

Toen de batterij opnieuw actief werd, dacht men even dat er een nieuwe batterij geplaatst was en de luchtverkenning zocht achter de steekvlam van het stuk. Gezien de batterij blijkbaar het eerst om 08.00 (een tegenstrijdigheid met de andere tekst, te wijten aan het Engelse en Duitse uurverschil) uur in de morgen vuurde en een kerk gedeeltelijk vernielde in Duinkerke, en er op de middag en ‘s avonds nogmaals gevuurd werd, duurde het niet lang vooraleer men deze steekvlam zag.

Doch, de Duitsers hadden het plan slim gespeeld en de zogenaamde steekvlam kwam niet van de locatie waar de Lange Max effectief stond, omdat men gebruik maakte van detonaties op een andere plaats, telkenmale het stuk vuurde. Toen de beschietingen geen effect bleken te hebben, kwam men tot de ontdekking dat de plaats opgegeven door de verkenningsvliegtuigen van de oorspronkelijke locatie en de plaats waarop men vuurde van elkaar afweken.

Nieuwe verkenningsvliegtuigen werden uitgezonden naar de oorspronkelijke locatie en zo bleek inderdaad dat hetzelfde stuk opnieuw actief was. De beschietingen die daarop volgden waren hevig en schakelden het stuk definitief uit. Stiefvatter vermeld tenslotte nog dat de batterij en haar omgeving ruim 500 inslagen telde van deze Geallieerde tegenmaatregelen.

Vermoedelijk maakte men in de batterij Predikboom ook gebruik van twee observatieposten te Klerken. Enerzijds de molen, doch deze blijkt al vlug stukgeschoten geweest te zijn, en anderzijds een betonnen observatietorentje die in de nabijheid van de kerk gebouwd werd. Deze laatste bleek na de verovering door de Belgen in 1918 nog quasi intact te zijn en dus niet veel te lijden te hebben gehad van geallieerde beschietingen.

In oktober 1916 was er hernieuwde activiteit op de site van de Predikboom en probeerde men blijkbaar om het geheel te herstellen. Dit werd echter direct opgemerkt en zeer vlug hernam men het vuren van Geallieerde zijde op de Predikboom.

Dit gegeven leidde tot twee mogelijkheden van dewelke tot op heden nog niet bekend is welke de juiste is : ofwel was dit een afleidingsmanoeuvre voor de te starten werken aan de Leugenboom, ofwel gaf men de werken op de Predikboom op en besloot men verder landinwaarts een plaats te kiezen die dan de Leugenboom werd (wat waarschijnlijker is, gezien de werken voor de Leugenboom pas op 15 oktober 1916 beginnen).

Feit is wel dat een Duitse krijgsgevangene later verklaarde dat het laatste stuk weggehaald zou zijn eind december 1915.

Wat ook soms betwist wordt is het juiste kaliber van het stuk van de Predikboom. Meestal wordt gesproken over een 38 cm stuk, doch er bestaat ook een mogelijkheid dat het om een 35.56 cm S.K. L/52.5 König August zou gegaan hebben volgens bepaalde bronnen.

Deze soort kanonnen werden exclusief gemaakt door Krupp voor de kruiser Basilos Gheorgios, die door de Griekse overheid besteld was en in 1914 nog maar pas begonnen was. Het schip en de stukken werden echter door het uitbreken van de oorlog nooit geleverd. Deze stukken zouden dan gebruikt zijn voor inzet aan het front op een gelijkaardig onderstel als dit van de Leugenboom.

Verdedigers van dit standpunt pleiten met als argumenten dat de 38 cm nog in ontwikkeling was en men nog niet in de mogelijkheid was om te leveren in voorjaar 1915. We hebben ondertussen meer dan duidelijk aangetoond dat dit niet het geval was.

Feit is dat het stuk getest werd op het terrein van Krupp voor artillerieproeven te Meppen. Feit is ook dat het stuk toen alle records brak wat betreft prestaties betreffende afstand. Het kon in een elevatie van 52 graden een bereik hebben van 62.2 kilometer. Maar het schijnt dat slechts één dergelijk stuk zou gebouwd zijn en als dit inderdaad het geval was is dit het stuk die eind 1916 op een platform terecht kwam die we eerder vermeld hebben. Feit is ook dat dit stuk een zeer lange levensduur blijkt gehad te hebben en enkele honderden granaten afschoot. Dat is dan nogmaals een contradictie met het feit dat het stuk snel vernietig werd op de Predikboom. Bewijzen werden ook trouwens in het Marine archief gevonden die er zeer duidelijk op wijzen dat men eerst met de plannen speelde om dit stuk effectief in te zetten begin 1915 in Vlaanderen en dat daarna hiervan afgezien werd en het de Krupp schietstand te Meppen gedurende 1915 nooit verlaten heeft !

Een ander moeilijk en volgens sommigen onbeslist punt over deze batterij betreft het feit of het kanon nu vast stond op een type van een vast draaibaar onderstel (zoals bij de Deutschland en de Pommern), of dat het een soort van spoorweggeschut was die kon afgezet worden op een draaibaar plateau (een oudere variant op enkele andere lichtere kustbatterijen zoals de Preussen te Bredene of Hannover te Vlissegem).

Er is ondertussen duidelijk aangetoond dat dit soort beddingen pas later in de oorlog gebouwd zijn en dat dit alles uiteindelijk mede ontwerpen werd door Krupp, zoniet mogelijks zelfs volledig. Hieruit kan duidelijk besloten worden dat het hier ging om een kanon die niet verplaatsbaar was in de echte zin van het woord.

Wel zal men uit de manier van plaatsen één en ander geleerd hebben voor het ontwikkelen van het type Bettungsgerüst in 1916. Het is namelijk zo dat net achter de betonnen kuip van de geschutsbedding zelf, er een betonnen plateau lag, die een stuk hoger kwam dan de sporen die er langs beide zijden langs liepen en het derde middenspoor liep hierop dood. Dit is een soort plateau die reeds deels gelijkt op de toekomstige beddingen voor de tijdelijke locaties zoals deze in 1916 ontwikkeld zouden worden, maar in dit geval nog volledig in beton.

Dit principe van plaatsen van deze latere types vergt iets meer uitleg : een dergelijk kanon werd vervoerd in zijn ‘brug’ vaststaand, met aan beide uiteinden twee wagentjes die op het spoor rustten. Deze twee wagentjes namen de twee buitenste sporen. Eénmaal boven de bedding werd het middendeel gelost en stond het los in deze bedding vast. De achterzijde kon beperkt draaien op het betonnen plateau, terwijl de voorzijde op een centraal punt verankerd zat. Gezien er naar de batterij Predikboom origineel ook drie sporen liepen, is het duidelijk dat het vroege principe van vast plaatsen niet zo enorm veel zou verschillen van het toekomstige principe van tijdelijk plaatsen.

De Predikboom batterij na de oorlog


De meeste foto’s die bestaan van de batterij werden genomen na de oorlog. En zelfs deze nog geven je de indruk dat je op een plaats zit die een direct onderdeel was van het front. Niets, maar dan ook niets in deze ganse omgeving is overeind blijven staan. Enerzijds is er het complete maanlandschap die zo bekend voorkomt, en anderzijds bemerkt je ook overal de zware schade die de sterke betonnen bunkers opgelopen hebben.

Ook de woningen en de hoeves in de omgeving van de Steenstraat waren allen herleid tot puinhopen. In het allerbeste geval stonden nog een aantal muren van de gebouwen recht. Dit had ook te maken met het feit dat de Geallieerden nadat de batterij verlaten was, deze nog steeds af en toe bestookten.

Raar maar waar, maar in tegenstelling tot vele andere sites, zoals ook de Pommern en Deutschland die we verder tegenkomen, werd deze locatie niet echt een toeristische pleisterplaats. Dat zal er ook wel voor een groot deel mee te maken hebben dat het 38 cm kanon alhier verwijderd was.

Wat ook vermeldenswaard is : de bedding van het stuk aan de Predikboom bleek uit een bron van enkele jaren geleden nog steeds te bestaan en zou dienst gedaan hebben als waterreservoir van een landbouwer. Het werd toen zelfs eenmalig leeggepompt voor foto’s. Wij vonden het dan ook meer dan hoog tijd om dit verhaal op zijn waarheid te gaan controleren.

Bronnen

Dit artikel is beschikbaar gesteld door de auteur van het boek "Het Duits 38 cm geschut ‘Lange’ Max" : Johan Reyheul.

Personal tools