/** * */

Bèta Gerät

Bèta Gerät in vuurstelling
Enlarge
Bèta Gerät in vuurstelling
Bèta Gerät ook wel Bèta Gerät 97 of Schwere Küstenmörser of 30,5-cm-Mrs. L/8
Gebouwd door: Krupp
Bouwjaar: 1897-1898
Gewicht geschut: 30000kg
Totale lengte:
Lengte loop: 2,44 m
Gewicht granaat: 410 kg
Kaliber: 305 mm
Elevatiehoek: plus 50° tot plus 60°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: TEKST schoten/minuut
Mondingssnelheid: 336 m/s
Bereik: 8800 m
Gebruik: Duitsland
Bijzonderheden: Eerste Duitse superzwaar geschut, begin van een ontwikkelingsrij die tot de Dikke Bertha zou voeren


Inhoud

Genese

Toen in de jaren 1890 Frankrijk zijn forten begon te versterken met 2 tot 2,5 m beton en geschutskoepels met bescherming van 30 cm pantserstaal begon te installeren, zag het Duitse opperkommando in dat de bestaande 21 cm howitzers niet meer toereikend waren voor belegeringen. Bij tests bleek dat reeds 1 meter ongewapend beton tegen de verschillende modellen 21cm howitzers beschikbaar bestand was.

Om tot een materiaal met een groter doordringend vermogen te krijgen ging het leger bij Krupp aankloppen. Na onderhandelingen stemde het leger toe dat het stuk een beddingsgeschut met een kaliber van 305mm zou worden en geen geschut in een affuit op wielen.

Het proefschieten begon eerst met een bij Krupp voorradige loop van een ander prototype dat tot 305mm werd uitgeboord om de werking van de granaten te testen. Bij proefschieten met de eerste prototypen bleek dat bij vuren met elevaties groter dan 60° het bovenaffuit brak onder de terugslag, en bij schieten met elevaties onder 50° het bovenaffuit achterwaarts uit het onderaffuit schoof. Daarom werd vuren slechts in een beperkt elevatiebereik van 10° mogelijk. Om het bereik te variëren werd daarom teruggegrepen op het gebruik van aandrijfladingen met verschillende gewichten.

Beschrijving

Het stuk was een beddingsgeschut. Het rustte op een houten bedding van 2,7 meter breed en 6,3 meter lang. Deze was eerst volledig in eiken balken uitgevoerd, wat te zwaar voor de transportmiddelen was. Tijdens de proefnemingen werd dit veranderd naar twee lagen balken uit sparrenhout en één laag uit eikenhout, wat een vermindering van het gewicht van de bedding naar 10200kg toeliet. Het maximumgewicht voor transport op één smalspoorwagon.

Hierop werd een onderaffuit met bouten vastgeschroefd met een traverse van 60 graden. Dit onderaffuit had een ophellende baan van ongeveer 50 cm waarop het bovenaffuit russte. Het bovenaffuit lag daarop, met zijn beperkte elevatiehoek en de loop was hierin ingelegd. De terugslag werd opgevangen door de oplopende onderaffuit samen met een hydraulische rem en bedroeg 38cm (Vavasseur montering). De loop was uit twee opeengekrompen buizen vervaardigd: een buitenste, die voor de stevigheid van het geheel zorgde en een dunnere binnenste buis die na ongeveer 400 schoten moest vervangen worden aangezien deze dan uitgesleten was.

De kuil gegraven om de houten bedding in te leggen was 1,6 meter diep, 2,7 meter breed en 6,3 meter lang. Na het opbouwen van de bedding was het stuk in 3,5 uur vuurklaar.

Oorspronkelijk was het stuk voorzien om getransporteerd te worden via normaalspoor en smalspoor. Dit werd in vier lasten (wagons) gedaan: de bedding, het onderaffuit, het bovenaffuit, de loop. Ook was er nog een wagon voor een kraan voor de montage nodig. Later werden er allerlei manieren van wegtransport gebruikt zoals in de beschrijving van de batterijen is te lezen (zie onder).

Granaten

Daar men geen ervaring had met granaten van dit kaliber, speciaal om beton en pantserstaal te doorslaan, waren veel proefnemingen nodig. Men beproefde granaten uit gietstaal, gehard staal, week staal, steeds met of zonder een ruimte om een springlading op te nemen.

Uiteindelijk werd gekozen voor een massieve (geen springlading) gehardstalen granaat lengte L/3.3 (1 meter lang, 410 kg zwaar). Van deze granaten werden er voor ieder stuk 600 schoten geproduceerd. Omdat door het ontbreken van een springlading het waarnemen van de inslag van een granaat erg moeilijk was, werd er ook een speciale granaat met 8 kg springlading voorzien met identieke ballistische eigenschappen als de massieve granaat. De inslag van deze kon veel beter worden waargenomen. Men gebruikte deze granaat om in te schieten tot de mortier juist op het doel stond ingesteld, waarna op de massieve pantserdoorborende granaten werd overgeschakeld.

Later werd er ook nog een "Langgranate" ontwikkeld, met een gewicht van 333kg en een springlading van 42kg. Deze granaat werd later ook in het Bèta-M Gerät gebruikt.

Batterijen

In 1897 werden 3 batterijen met ieder 2 stuks besteld en deze werden in het voorjaar van 1898 reeds geleverd. In 1904 wou het leger verdere stuks bestellen, doch gezien de algemene invoering van terugslagmechanismes die de vuursnelheid wezenlijk verhoogden, wou het leger dat het stuk werd omgebouwd met een modern veer-hydraulisch terugslagmechanisme. Na vele testen bleek dit onmogelijk voor het stuk zonder lange nieuwe ontwikkeling en om de stukken op tijd te kunnen leveren werd het oude ontwerp terug in productie genomen voor één batterij met twee stuks met kleine verbeteringen (zo was het door metallurgische ontwikkelingen mogelijk om de loop 700kg lichter te maken). Ondertussen liep wel de ontwikkeling van een verbeterde versie met modern terugslagmechanisme en langere loop door wat uiteindelijk uitmondde in het Bèta-Gerät 09.

Er waren dus bij het begin van de eerste wereldoorlog 4 batterijen met ieder twee stuks beschikbaar: (de gegevens over de inzet van de batterijen na 1916 ontbreken spijtig genoeg meestal)

  • Batterij Bèta 1: 2 stuks Bèta Gerät vervoerd via spoorweg (normaalspoor en smalspoor). Pas in 1918 zou deze batterij met gemotoriseerd transport voorzien worden. Ingezet bij: 1914: Luik, Namen, Maubeuge, Antwerpen; 1915: Kowno; 1916 Verdun.
  • Batterij Bèta 2: 2 stuks Bèta Gerät vervoerd via de weg met stoomtraktors. Ingezet bij: 1914: Fort de Manonvilliers, Fort de Camp des Romains; 1915: oostfront; 1916 Verdun.
  • Batterij Bèta 3: 2 stuks Bèta Gerät, vervoerd via spoorweg (normaalspoor en smalspoor), vanaf 1916 met stoomtraktors en in 1918 met Artillerietrekkers. Ingezet bij: 1915: Kowno; 1916 Verdun, Boekarest, Donau-Berge; 1917: verscheidene doelen.
  • Batterij Bèta 4: 2 stuks Bèta Gerät: vervoer via spoorweg (normaalspoor en smalspoor), vanaf begin 1916 transport met Lastenverteilergerät
Bèta Gerät in Lastenverteilergerät. Bovenaan de loop, onderaan het boven en onderaffuit. Voor de bedding was een derde Lastenverteilergerät nodig
Enlarge
Bèta Gerät in Lastenverteilergerät. Bovenaan de loop, onderaan het boven en onderaffuit. Voor de bedding was een derde Lastenverteilergerät nodig

Later kwamen hier nog twee batterijen bij, wat eigenlijk enkel een boekhoudkundige verandering was:

  • Batterij Bèta 9: 2 stuks Bèta Gerät stukken uit batterij 1 en 2 genomen om nieuwe batterij te vormen in Juni 1916.
  • Batterij Bèta 10: 2 stuks Bèta Gerät stukken uit batterij 1 en 2 genomen om nieuwe batterij te vormen in Juni 1916.
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/B%C3%A8ta_Ger%C3%A4t"
Personal tools