Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hťt WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privť berichten te bekijkenLog in om je privť berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Lvan Bergen-Na de behandeling sprak ik geen enkel woord meer

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Medische verzorging Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45652

BerichtGeplaatst: 29 Jul 2006 8:08    Onderwerp: Lvan Bergen-Na de behandeling sprak ik geen enkel woord meer Reageer met quote

`Na de behandeling sprak ik geen enkel woord meer'
Militaire psychiatrie en de Eerste Wereldoorlog

Geachte dames en heren,

Mijn relaas zal de militaire psychiatrie en de Eerste Wereldoorlog in ogenschouw nemen. Puur omwille van de tijd zal ik mij daarbij tot de Duitse psychiatrie beperken.
Deze dag staat in het teken van de ethiek en dilemma's in de gezondheidszorg en ik zal trachten uiteen te zetten hoe die dilemma's werden ontweken, als ze al werden gezien. Dat er dilemma's in de geestelijke gezondheidszorg zijn opgetreden staat buiten kijf en wordt alleen al daaruit duidelijk dat, zelfs indien ieder arts zich zou hebben gehouden, zich zou hebben kunnen houden, aan wat in vredesdagen als goed, ethisch juist, medisch handelen wordt gezien, het geschatte aantal van zo'n 600.000 extra Duitse, psychiatrische gevallen in vier jaren oorlog, zonder niet puur medisch gefundeerde maatregelen, niet te behandelen zouden zijn geweest. Het wordt ook duidelijk indien de gehele Duitse medische stand in die dagen wordt bekeken. Van de in de zomer van 1914 praktiserende om en nabij 25.000 artsen, stonden er na verloop van tijd meer dan 20.000 in dienst van de oorlogsinspanning.
Alvorens in te gaan op de behandeling, eerst in het kort iets over de patiŽnten. De Duitse psychiater Robert Gaupp stelde in 1917 dat de Kriegsneurotiker de grootste categorie gewonden van de Duitse landmacht vormden. Nadat tijdens de opmars in de eerste weken van de strijd de veronderstelde geestelijke weerbaarheid van de Duitse soldaat realiteit leek te zijn, had met het ontstaan van de stellingenoorlog ook het probleem van de oorlogsneurotici een omvang aangenomen, na verloop van tijd vergelijkbaar met die van meerdere legers. (Voor de militair wat minder onderlegden, een leger heeft een omvang van zo'n 200.000 man). Hele Duitse compagnieŽn kregen last van constant braken of onophoudelijke huilbuien. Al snel werden speciale hospitalen of speciale bijgebouwen gebouwd, die de gekkenzaal werden genoemd. Oskar Maria Graf gaf in zijn Wir sind Gefangene een indringende beschrijving van een dergelijke zaal.

Een hing er constant uit het raam en plukte aan zijn ziekenhuisjasje. Ettelijke anderen renden heel snel in een cirkel door de zaal. Eentje viel er plotseling neer en sloeg krampachtig om zich heen, schreeuwend en brullend. Vanuit een hoekje kwam een huilend en jammerend stemmetje dat zonder onderbreking zei: `Ik ben gek! Ik ben gek!', waarop hij in een schokkend snikken verviel: `Maria! Maria!'. Degene die naast mij in bed lag plukte van tijd tot tijd aan zijn gehele lichaam, wierp zich omhoog en knarste luid met zijn tanden. In het middelste bed aan de overzijde lag een jongeman, half zittend, die ononderbroken met gespreide vingers in de lucht wees en schreeuwde: `Neu-Ulm! Neu-Ulm! Neu-U-u-ulm! He! Neu-Ulm! Neu-Ulm!'. En tenslotte was er een, die van tijd tot tijd vitusdansachtig van het ene bed naar het andere sprong, zich de kleren van het lijf rukte, zijn geslacht in de hand nam en het aangaapte.

In maart 1915 was in de MŁnchener Medizinische Wochenschrift een artikel van de hand van Gaupp verschenen. Hij constateerde dat de zieke in veel gevallen in een soort droomtoestand verviel, die soms uren, maar ook weken kon duren en waaruit hij dikwijls plotseling ontwaakte. De symptomen deden hem in eerste instantie aan zware hersenaandoeningen denken, maar zij bleken geheel psychogeen van aard. Hij constateerde verder dat de symptomen vaak snel verdwenen, om echter weer bijna even vaak in alle ernst terug te keren op het moment dat de arts de woorden `frontdienst' of zelfs alleen maar `garnizoensdienst' in de mond nam. Indien men terugkeer toch doorzette omdat simulatie werd vermoed, dan waren aanvallen van razernij niet zelden het gevolg, een totale krankzinnigheid die zich ook in melancholie uitte. De psychiater Soesman maakte datzelfde jaar nog de bevindingen van Gaupp in Nederland bekend.

Gaupp verhaalt van een jong officier, die zich door gesprekken wel liet afleiden van zijn klachten, maar die, wanneer men met de grootste voorzich¨igheid over zijn terugkeer naar het front begon te spreken, in luid geween en gejammer uitbarstte, uitroepend: `Professor, zoolang de oorlog duurt kan ik niet gezond worden.' De herinne¨ring aan den aanblik van gedoode soldaten was voldoende hem over het geheele lichaam te doen beven.

Dat al deze patiŽnten in het begin van de oorlog nauwelijks werden opgevangen was ook daarvan het gevolg dat zij eenvoudigweg niet werden geloofd. Zij waren niet ziek, zij waren laf. En als zij niet laf waren maar wel degelijk geestelijk verward, dan had die verwarring weinig of niets met de oorlog te maken. Hooguit had de strijd als aanleiding gediend om reeds aanwezige stoornissen naar de oppervlakte te brengen.
Natuurlijk dacht niet ieder arts zo. Er waren er ook die fel uithaalden naar collega's die bleven volhouden dat het aantal psychiatrische gevallen zou verminderen als men erin zou slagen dronkenschap en syfilis tegen te gaan. Een van hen vroeg zich eind 1915 af, of zijn collega's sinds 1914 hadden zitten slapen. Immers veel van die psychiatrische gevallen hadden geen voorgeschie¨denis van geestelijke problemen en waren noch aan de sief, noch aan de drank. Er was een andere oorzaak, en die oorzaak was de oorlog. Alleen door in een vroeg stadium de juiste diagnose te stellen - en dat was volgens deze arts niet de al te gemakkelijke conclusie dat die soldaten geestelijk gewoon niet sterk gewoon waren voor zoiets als oorlog, of dat zij uit een geestelijk minderwaar¨dige bevolkingsgroep afkomstig waren - kon worden voorkomen dat zij de rest van hun leven in een gekkenhuis zouden moeten doorbrengen. Het was een conclusie die bij artsen volop werd betwist, maar die bij de patiŽnten een open deur was, getuige eerdergenoemd jong officier en getuige bijvoorbeeld de beschrijving die de schrijver Carl Zuckmayer van een mede-patiŽnt gaf. Hij sprong uit bed en riep: `Ze komen! Ze komen!'.

Hij zag de gedaantes, zoals ze zich in rook en nevel voor de stormaanval uit de loopgraaf verhieven. Dan stond hij met vertrokken gelaat, de armen krampachtig voor zich uitgestrekt, alsof hij een bajonet stevig vasthield, in een hoek van de kamer gedrukt.

Het is ook een conclusie die dicht bij de opvatting komt dat niet de patiŽnten waanzinnig waren, maar dat de oorlog zelf dat was, een opvat¨ting die met name in de Dada-beweging sterk leefde, maar die ook daarbuiten terug te vinden is. De schrijver Wilhelm Lamszus noemde het na de oorlog verschenen, maar er reeds voor geschreven tweede deel van zijn werk Menschenschlachthaus. Visionen vom Krieg, Das Irrenhaus. Pacifist en latere vredesno¨belprijswinnaar Carl von Ossietzky schreef in het voorwoord dat `we het gesticht inmiddels zelf hebben meegemaakt'. En de arts en filosoof Theodor Lessing merkte op: `Het is zeker gegrond en mogelijk, de grote wereldoorlog en de jarenlange zelfvernietiging van het witte ras in het avondland als een symptoom van de waanzin der mensheid te betitlen.'

De meesten die deze opinie deelden, waren van mening dat de hele wereld en allen die haar bewoonden gek waren geworden, en dat het door een of ander toeval bij de een gewoon wat duide¨lijker zichtbaar was geworden dan bij de ander. De kring rond Ernst Toller en Georg Grosz echter huldigde de opvatting dat niet de soldaten gek waren gewůrden, maar dat de politici en generaals die oorlog bepleitten het reeds lange tijd waren. Zij draaiden de noties van wat gek en geestelijk gezond was, om. Bovendien stelden zij de vraag of zelfs de artsen die de soldaten zogenaamd behandelden, wel helemaal in orde waren. In de ogen van Toller, Graf en anderen was er iets vreemds aan de hand met de militaire psychiatrie, die zorg voor oorlogswaanzinnigen. Immers, als de Eerste Wereld¨oorlog waanzin was, zoals ook heden ten dage nog zovele commentatoren met kracht van argumenten beweren, hoe moesten dan die soldaten worden genoemd die die waanzin psychisch te veel werd? Is iemand die gek wordt van gekte gek? En is hij gezond als hij die gekte weer aankan? Toller cs stelden de vraag wat de militaire psychiatrie voor een geestelijke gezondheidszorg was, als zij ervoor moest zorgen dat degenen die zeer begrijpelijk de waanzin niet meer aankonden, weer in staat waren deze op te zoeken? Bestond die dienst zo niet uit artsen die er voor zorgden dat gezonden weer mesjogge werden? De arts was huns inziens geen medestander, maar een tegenstander van de patiŽnt, en geen bestrijder, maar een handlanger van de waanzin.

Tussen de regels van zijn Wir sind Gefangene door, laat Oskar Maria Graf er weinig twijfel over bestaan dat niet hij en zijn medepatienten de ware waanzinnigen waren, maar de artsen die hen probeerden te genezen. Want genezen hield in: de mens ertoe brengen op massale schaal anderen te doden en zij die dit op een gegeven moment weigerden weer zover te krijgen dat toch weer te gaan doen. Leonhard Frank onderstreepte dit beeld in zijn Der Mensch ist Gut. Degene die in de ogen van Frank weer mens was geworden en weigerde te schieten, werd waanzinnig verklaard. Hij was te helen, hetgeen wil zeggen: hij zou ertoe gebracht kunnen worden het geweer weer op te nemen.

Dit laatste is ook de opvatting van Ernst Toller. Na zijn ontdekking dat ook de zogenaamde vijand, een mens van vlees en bloed was, keerde hij zich actief tegen de oorlog. Hij ontliep de krijgsraad, doordat zijn familie hem in een psychiatrische inrichting wist te krijgen. Ook hij wist soms niet meer wie aldaar de ware waanzinnigen waren. Zijn behandelend psychiater was de bekende dr. Kraepelin, die in 1883 een omvattende klassificatie van geestesstoornissen had opgezet. Met name de daarin aangebrachte distinctie tussen schizofrenie en manisch-depressief doorstond de tand des tijds. Diezelfde Kraepelin had in een bierkelder van MŁnchen een uiterst nationalistische Bund zur Niederkšmpfung Englands opgericht, hetgeen duidt op een behoorlijk verschil van in¨zicht met Toller betreffende de oorlog, iets wat ook tot uiting komt in Kraepelins overtuiging dat helaas de oorlog de bloem der natie afplukte, en de egoisten en lijntrekkers scheen te sparen. Dit was niet bevorderlijk voor de behandeling. Kraepelin voer tegen hem uit. Met rood aanlopend gezicht van opwinding vroeg hij hoe Toller het in zijn hoofd haalde vraagtekens te stellen bij de rechtvaardige Duitse oorlogsdoeleinden? Hij en mensen als hij, waren er de schuld van dat Parijs nog steeds niet was veroverd. Het voorval bracht Toller tot de conclusie dat er twee soorten zieken waren. Ongevaarlijken die opgeslo¨ten werden en `krankzinnig' werden genoemd, en gevaarlijken die de macht hadden de ongevaar¨ijken in ziekenhuizen of gevangenissen weg te stoppen.

Het is allemaal natuurlijk afhankelijk van de definitie van het woord `gek'. In de ogen van veel psychiaters waren Toller, Grosz, Graf en anderen wel degelijk gestoord, simpelweg omdat zij niet waren als anderen, omdat zij afweken van de norm voor normaal. En dus was het hun taak hen te helen, oftewel: hen de `normale' normen en waarden weer te laten omarmen. En wat voor lieden als Toller en Grosz gold, gold ook voor de oorlogsneurotici als geheel. Zij maakten in de ogen van veel psychiaters deel uit van de groep van `abnorma¨en'. Evenals vaak bij hen ondergebrachte groeperingen als pacifisten, socialisten, joden, zigeuners en homoseksuelen, werden zij gezien als een groep die de door de maatschappelijke elite gewenste normen en waarden, de door hen gewenste maatschappij in gevaar bracht en bovendien nog eens de scherp omlijnde definities van man en vrouw liet vervgen. Door de oorlogs¨omstandigheden niet aan te kunnen rebelleerden de neurotici tegen de pijlers van de maatschappij: sterke zenuwen, wilskracht en een duidelijke distinctie tussen man en vrouw. Zij voldeden niet aan het toentertijd overheersende beeld van hoe een man moest zijn, en dus moest hun wil vernietigd worden, was het ook medisch verantwoord hun wil te vernietigen.

Bovendien moet worden gezegd dat ook Toller en Graf moeilijk konden ontkennen dat er met de meeste van hun lotgenoten iets mis was. De fobiŽn waaraan zij leden waren vaak zeer ernstig, lang niet altijd voorbij als zij in veiliger oorden waren aangekomen en zouden ook een normaal functioneren in de burgermaatschappij bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Zij hadden zeer zeker psychiatrische hulp nodig, echter de hulp die zij kregen liet veelal hetgeen in de ogen van Toller cs de oorzaak van alle ellende was, de oorlog, onverlet. Bovendien had de militaire geneeskunde - en dus ook de militaire psychiatrie - niet het helen van de patiŽnt, maar het versterken van het leger; het de staat zoveel mogelijk besparen van te betalen oorlogsuitkeringen, en het terugbrengen van de soldaat naar front of wapenfabriek als voornaamste intenties. Daarbij kwam nog dat zij voor gevallen als Toller en Graf, behalve een afwijkende politieke mening, geen geestelike afwijking konden ontdekken. Het antwoord dat een fors percentage van hen op dit probleem formuleerde - `karakter¨zwakte' - was tekenend voor de militaire psychiatrie in het algemeen. Een psychiatrie die de militaire en staatkundige belangen liet prevaleren boven de individueel medische, en behandelingsmethoden zou ontwikkelen die gelijke tred zouden houden met de sfeer van het leger en de hardheid van de oorlog.

Naderhand zouden velen, slachtoffers en historici, die methoden als onmenselijk betitelen. Toen dan ook in Duits¨and in 1918 de revolutie uitbrak, koos een aantal van de militaire psychiaters het hazenpad, bang als zij waren voor wat er met hen zou gebeuren mocht de revolutie slagen. En in Oostenrijk daagden in 1920 voormalige patiŽnten een zestal psychiaters voor het gerecht. Deze had bemerkt dat sommige psychotische patinten verbetering vertoonden in hun gedrag indien zij hoge koorts hadden. Dus begon hij in 1917, overtuigd als hij was dat diverse aanvallen van hoge koorts ook de oorlogsneurose zouden verdrijven, met het infecteren van soldaten met malaria. Niemand werd beter, verscheidenen stierven, mede omdat Wagner-Jauregg pas na een dozijn koortsaanvallen met het behandelen van de malaria zelf, wenste te beginnen.

Het Wagner-Jauregg ProzeŖ werd beroemd door een uitspraak van Sigmund Freud. Freud had zich op de keper beschouwd slechts beperkt uiteengezet met oorlogsneuroses, in een gedeelte van het uit 1920 stammende Jenseits des Lustprinzips. Aangezien hijzelf geen oorlogsneuro¨ici had behandeld was dat stuk bovendien gebaseerd op ervaringen van Oosten¨ijkse en Duitse psychoanalytische collegae zoals Ernst Simmel, die van mening was dat de aangeklaagde psychiaters van de behandeling een marteling hadden gemaakt zodat de patiŽnt `de gezondheid in zou vluchten'. Die indirecte informatie belette Freud echter niet zijn militaire collegae - uitgezonderd diezelfde psychoanalytici - te verwijten niet als medici, maar als machinegeweren achter het front te hebben gehandeld. Het was zijns inziens ook niet zo dat de diverse behandelingsmethoden succesvol waren geweest, dat was hooguit het geval op korte termijn en vanuit militair standpunt bekeken. Ze konden ook niet succesvol zijn omdat ze van een verkeerde premisse waren uitgegaan. In tegenstelling tot wat de meeste van zijn militaire collegae hadden aangenomen was `de' oorlogsneuroticus geen lafaard, geen simulant. De psychoanalyticus Fritz Wittel stemde in zijn roman Zacharias Pamperl (1923) van harte met dit oordeel in.

Deze heren gebruikten elektriseermachines, zoals in Amerika tegen roofmoordenaars, en kietelden de verdedigers van het vaderland totdat hen geen andere keuze bleef dan zelfmoord of terugkeer naar het vuur. Ze spoten braakmiddelen in, zodat ze zich de ziel uit het lijf spuwden en ze de dood voor het Vaderland verkozen boven verdergaan met een derglijk leven. Maria Theresia had de marteling afgeschaft, de zenuwartsen hebben haar deze oorlog weer inge¨voerd.

Zoals kort aangeduid ligt een groot deel van de verklaring voor het harde optreden, in de taak die de militaire psychiaters zichzelf hadden gesteld, of voortkwam uit hun militaire functie. Al konden ook zij niet ontkennen dat er neurotici waren die jarenlang de gruwelen hadden doorstaan om er uiteindelijk toch geestelijk aan te bezwijken, de prevalerende opvatting van de meeste militaire psychiaters, psychologen en neurologen bleef dat de neurotici met hun zogenaamde abnormaliteiten niet voldeden aan de door hen aangehangen interpretatie van Darwin's survival of the fittest-theorie. In hun ogen was oorlog de ultieme test voor de gezondheid en overlevingsdrang van zowel natie als individu. Dus was het in hun ogen niet alleen hun militaire, maar ook hun medische taak de patiŽnt terug te voeren naar het front of op zijn minst naar de wapenfabriek.

Uit deze taakstelling vloeide ook voort dat een van de taken voor de psychiaters en neurologen het opsporen van simulanten, aggravanten en malingers was, zoals dat ook bij hun somatische collega's het geval was. Voorgewende gekte, verzonnen hoofdpijn en geveinsde blindheid, stomheid, doofheid zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak, maakten immers deel uit van de vele trucs die soldaten in huis hadden om aan de dienst te ontkomen. Een Duits soldaat schoor zich een kruis in het haar omdat hem dat tegen vliegtuigbommen zou beschermen. Een ander nam een kikvors aan een touwtje mee en vroeg of het goed was als zijn beer meemocht. Van dergelijke en vele andere gevallen poogden de psychiaters te bewijzen dat er niets met de soldaat aan de hand was. Met name regimenten die in korte tijd waren samengesteld en waarbij dus de tijd voor fikse disciplinering had ontbroken, hadden hun speciale aandacht. Aangezien in de praktijk dit probleem groter werd naarmate de oorlog langer duurde, werd ook het probleem van de lijntrekkers steeds groter. Of beter: de artsen waren ervan overtuigd dat dat het geval was. Of het in werkelijkheid ook zo was valt te betwijfelen. Waarschijnlijk is simulatie evenals desertie, nooit een echt groot probleem geweest, al valt dit moeilijk na te gaan, aangezien de echt goede simulatie natuurlijk niet werd ontdekt. Hoe dan ook, het al dan niet vermeende probleem werd voortvarend aangepakt. In het voetspoor van veel hogere officieren waren de psychiaters deels van mening dat de neurose angst respectabel maakte en zo `zwakkelingen' tot aanstellerij bracht. De hardheid van de methodiek is ook hier niet van los te zien. Hierdoor zouden soldaten het wel laten een psychische klacht te veinzen.

De methoden die de vermeende simulant van mening moesten doen veranderen, waren grotendeels gelijk aan die die de erkende neurotici moesten ondergaan, zoals het onderdompelen van het hoofd in een bak water, limbaal¨puncties, uitermate strenge diŽten met aspirine voor het zweten, toedienen van poederkinine, meerdere malen per dag maagspoelingen met een liter warm water, klisma's van zeep en glycerine, inpakken in in koud water gedrenkte doeken. Uitermate cynisch schreven de onderzoekers Riedesser en Verderber dat er dapperen waren die dit allemaal doorstonden en zich in een kleine kist naar het kerkhof lieten brengen. `Maar er waren ook slappelingen die, eenmaal bij de klisma's aangekomen, verklaarden dat ze zich al veel beter voelden en niets anders wensten, dan met het volgende bataljon naar het front te trekken.'

Tevens dienden de psychiaters de oorlogvoering ethisch te legitimeren. Een substantieel aantal van hen, was niet van mening dat de moderne, gendustrialiseerde oorlogvoering, uitgevochten op grote schaal tussen immense legers van dienstplichtigen, eenvoudigweg een oorlog was die de menselijke psyche teveel was geworden. In hun ogen was de oorlog die gevoerd werd een oorlog als iedere andere, alleen wat groter. Dus was de gek geworden soldaat ook niet een slachtoffer van de omstandigheden, maar een soldaat die zijn kameraden in de steek had gelaten en niet was geslaagd voor de test die anderen wel hadden doorstaan.

De militaire psychiater moest tevens het leger behoeden voor soldaten met een `afwijkende levensinstelling' die niet door disciplinaire maatregelen veranderd kon worden. Het betrof lieden op wie doorgaans - althans naar hedendaagse inzichten - het woord geestesziek absoluut niet van toepassing is. Maar voortdurend verblijf van deze soldaten zou, naar de stellige overtuiging van de militaire top en een groot deel der artsen, het functioneren van het leger als geweldsmachine in gevaar kunnen brengen.


Ook eerdergenoemde oorlogstegenstanders en/of strijdbare socialisten als Toller en Grosz vielen onder deze categorie. Bij vrijwel alle rebellen werd eerst met allerlei middelen geprobeerd hen in een uniform te persen, hetgeen zij met allerlei middelen trachtten te voorkomen. Daarna werden ze, zoals Grosz, onderworpen aan pijnlijke medische onderzoeken en (psychiatrische) hospitalisatie. Maar gezegd moet worden dat aan het eind zij meestal de winnaars waren en ze op grond van `psychopathologische ondeugdelijkheid' werden ontslagen. Carl Zuckmayer becommentarieerde: `Met zulke lui wenste het leger zich niet te belasten. Op hen kwam het toch niet aan. Men hield hun sterke geest de facto voor zwakzinnig en zag hen niet als een ernstig te nemen gevaar.' Op de wilssterkte die deze mensen ten toon spreidden komen we nog te spreken.


Last but not least was de psychiater, evenals zijn somatische collegae, ook verzekeringsarts. Hij diende zoveel mogelijk te verhinderen dat soldaten aan¨spraak op een oorlogsuitkering konden maken. Dit was zelfs een van de redenen waarom van staatswege van de psychiatrische diensten zo snel na het begin van de oorlog zo veel werk werd gemaakt. Het geld dat dat kostte, zou in het niet vallen bij het geld dat het werk van die dienst aan niet uit te betalen oorlogspensioenen opleverde. Veel van de psychiaters, psychologen en neurologen werkzaam in die diensten, weigerden dan ook neurose als een echte oorlogsverwonding te erkennen.

Evenals zijn somatische collega was de militair psychiater dan ook niet alleen militair en arts, maar ook politieagent en rechter tegelijk. Ook dit vormt weer een deel van de verklaring waarom tot harde behandelingsmethoden werd overgegaan. Behandeling was daardoor niet meer puur een zaak van Hippocrati¨che ziekte en genezing, maar van Dostojewskiaanse misdaad en straf, van schuld en boete. Behandeling was hetzelfde als bestraffing. Daarom ook werd door de artsen zelf, de behandeling niet als onnodig zwaar gezien.

Een tweede verklaring voor de puur medisch gezien trieste geschiedenis van de militaire psychiatrie, ligt daarin dat psychiaters het nog moeilijker hadden in de militaire wereld dan andere artsen. Over het algemeen werden artsen door legeraanvoerders toch al als een vreemde eend in de bijt gezien, als een noodzakelijk kwaad, en als het dan ook nog eens artsen waren die zich niet met voor iedereen zichtbare wonden bezighielden, maar met zoiets vaags als de ziekte van de geest, dan was wantrouwen helemaal troef. Militaire psychiaters moesten dus nog meer dan hun vooral op vlees en botten gerichte collegae bewijzen dat zij uit het ware militaire hout gesneden waren, om enigszins door hun wapenbroeders geaccepteerd te worden. Om toch geaccepteerd te worden toverden de psychiaters hun hospitaal nog radicaler dan toch al vaak gebeurde in een kazerne om. Dril, disciplinering, bevelen: zij vormden onlosmakelijke onderdelen van het therapeutisch instrumentarium van de gemiddelde militaire psychiater. Dit maakte ook dat het etiket dat op de militair-psychiatriche behandeling gedrukt kon worden, eerder `heropvoeding' dan `genezing' was, al dachten de artsen zelf daar anders over.

Door dit patiŽntonvriendelijke gedrag in zowel intentie als methode - waarover zo dadelijk meer - kwamen de medisch-historici Riedesser en Verderber in hun boek AufrŁstung der Seelen al na luttele pagina's tot de weinig vleiende conclusie dat de psychaters `niet de geneeskundige advocaten' waren van de oorlogsneuroticus, die zijn angst voor de dood en zijn problemen met het moeten doden in geestelijke moeilijkheden vertaalde, maar `bewuste helpers van een militaire leiding, die soepel functioneren en desnoods snel herstel van de inzet¨baarheid der soldaten eiste'.

Wie waren nu die psychiaters en wat waren hun methoden? De eerste naam die genoemd moet worden is die van Fritz Kaufmann, verbonden aan het militair hospitaal van Ludwigshafen. Hij was degene die de Duitse psychiatrie, die met de handen in het haar de toestroom aan oorlogsneurotici aanschouwde, een uitweg uit de medische ellende bood. Volgens Clarence Neymann, een jong Amerikaans, in Duitsland werkzaam psychiater die zich in het begin van de oorlog aanmeldde bij het Duitse Rode Kruis, arriveerde er reeds vanaf het eerste moment vrijwel geen gewondenkonvooi zonder een aantal psychiatrische gevallen. Zij werden bij gewone Lazaretten afgeleverd waar vrijwel niemand naar ze omkeek en ze eigenlijk alleen maar tot last waren. Daarom werden ze doorgevoerd naar verpleeghuizen verder in het achterland, waarna ze, na enige rust, weer naar het front terug werden gestuurd. Aldaar aangekomen vervielen ze in een mum van tijd opnieuw in een Kriegsneurose, en vaak waren ze er nog erger aan toe dan van te voren. Door het plaatsen van een psychiater in ieder militair hospitaal, verbeterde de situatie reeds aanmerkelijk, maar het was Kaufmann die de echte uitweg wees, althans militair gezien.


Belangrijk is dat niet alleen het militaire opperbevel, maar ook de militaire artsen oorlogsneurose beschouwden als een inbreuk op de militaire discipline. Zo liet een Duits militair arts eind november 1915 weten dat volgens hem 50% van de soldaten die hij onder zijn hoede had, aan neurotische verschijnselen leed. De meeste van deze soldaten, met name als ze een al wat gevorderde leeftijd hadden bereikt, wensten niet meer te herstellen, wensten niet meer naar het front terug te keren. Dus waren harde maatregelen nodig zodat het vaderland ook in de toekomst van de diensten van deze lieden zou kunnen blijven profiteren. Kort hierop presenteerde Kaufmann zijn kuur, een kuur die model kan staan voor de wijze waarop de militaire psychiater zijn vak uitoefende: snel, hard, systematisch en bij tijd en wijle meedogenloos. Tijdens die therapie zelf zou ook wel blijken of men met lijntrekkers van doen had. Zij zouden de kuur niet lang doorstaan. Zij zouden maar al te snel toegeven aan de taak die de therapeut zich had gesteld en die taak was: pijnlijk voelbaar maken wat de consequenties van de neurose waren om zodoende de patiŽnt ervan te overtuigen zijn functie in de maatschappij, die van soldaat, die van arbeider, die van man, weer op te pakken. Het was zijn taak de patiŽnt duidelijk te maken dat niet zijn eigen wensen, maar het belang van de staat zijn rol in de samenleving bepaalde.


Kaufmanns voornaamste zorg daarbij was het de staat besparen van zoveel mogelijk oorlogsuitkeringen. Om dat te bereiken moest de patiŽnt genezen, koste was es wolle. Hier blijkt al uit dat Kaufmann niet zozeer het Kriegsverwendungsfšhig voor ogen stond, dat was hooguit mooi meegenomen, en moest worden gezien als een nog hogere graad van genezing. De soldaat moest in ieder geval weer Gesellschaftsfšhig worden, of hij dat nu wilde of niet. Kort gezegd kwam die kuur neer op ťťn behande¨ling met stroomstoten - net niet zo sterk dat de patiŽnt het bewustzijn en daarmee zijn vermogen tot het voelen van pijn verloor - afgewisseld met het constant herhaalde bevel `Gij zult genezen', die net zo lang duurde totdat de patiŽnt het front boven het hospitaal verkoos, als onder¨tussen tenminste niet reeds het loodje was gelegd. Lichaamsdelen van de soldaat die niet naar behoren functioneerden werden enige minuten met stroom bewerkt, waarna de soldaat oefeningen moest gaan doen. Daarna werd hij wederom aan de elektriseermachine aangesloten. Het werd hem daarbij overdui¨delijk gemaakt dat de uitermate pijnlijke behandeling niet gestopt zou worden voordat hij `gezond' weer het hospitaal kon verlaten. De soldaat werd met andere woorden niet alleen een lichamelijke, maar ook een geestelijke schok toegebracht, waardoor de arts hem - zacht gezegd - beter kon beÔnvloeden. Bijkomend voordeel van deze methode was, althans vanuit het oogpunt van de geneesheer, dat de soldaat zich er niet aan kon onttrekken, zoals bij hypnose of andere humanere behandelingsmethoden.


Kaufmanns methode begon een ware zegetocht door de Duitse en Oostenrijkse Nervenlazarette. Werd in het begin van de oorlog de neuroticus door de meeste Duitse artsen nog gezien als een slachtoffer van de gevolgen van bombardementen, met andere woorden: de neurose was het gevolg van organische stoornissen, via psychisch lijden als gevolg van het waarnemen van de gruwelen van oorlog - mismaakte gewonden en lijken - gingen ze na enkele jaren meer en meer pathologische oorzaken van neurose benadrukken. De wens uit dienst te geraken, de eerder genoemde wens een pensioen te verkrijgen, werden op de voorgrond geplaatst en vaak werd benadrukt dat veelal mensen die nog niet eens in actie verzeild waren geraakt neurotisch werden en dat die soldaten reeds voor de oorlog niet helemaal mentaal in orde waren geweest.


Aan deze opvattingen werden de methoden aangepast. Speciale hospitalen werden opgezet voor de nieuwe behandelingsmethoden, hospitalen waarin de arts heer en meester was, en waarin zijn idee over Germaanse mannelijkheid, gebaseerd op plicht, gehoorzaamheid en bovenal economische productiviteit, de boventoon voerden. Zelfs aanvankelijke critici bekeerden zich. Otto Schulze, die zich eerst van humanere methodes had bediend, gaf toe dat, ofschoon er bedenkelijke kanten aan de kuur zaten, Kaufmanns methode het navolgen waard was. Succes had nu eenmaal zijn prijs. Bovendien wees Schulze erop dat de pijn die een soldaat die de Kaufmann-kuur onderging, moest doorstaan, van ongeveer dezelfde orde was als de pijn van een vrouw bij een bevalling. Een beetje soldaat mocht daar toch geen moeite mee hebben. Ook Gaupp greep naar elektriciteit om - hij wel - de door hem verachte `oorlogsbibberaars' weer naar het front te krijgen, iets waar bijvoorbeeld ook Max Nonne op uit was. Ontslag uit het hospitaal kan alleen richting front geschieden.


Maar Schulze had gelijk. Het succes had zijn prijs. Dat mag tenminste geconcludeerd worden uit een schrijven van de medische afdeling van het ministerie van oorlog te Beieren (maart 1918), waarin werd gewaarschuwd voor de toepassing van de Kaufmann-kuur, aangezien er zich dodelijke ongevallen hadden voorgedaan, nog afgezien van de zelfmoorden als gevolg van de behandeling. Een half jaar later werd deze brief gevolgd door een tweede schrijven waarin de artsen op het hart werd gedrukt vooral niet de indruk te wekken dat zij allťťn maar de schatkist in het oog hielden en absoluut niets gaven om het heil van de soldaat. Ook deze brieven wijzen in de richting van de conclusie van Riedesser en Verderber dat de Duitse militaire psychiaters zich naar hartelust op de gestoorde Frontschweine uitleefden, en dat de belangen van de patiŽnt door hen moeiteloos ondergeschikt werden gemaakt aan zogenaamd hogere, nationale en militaire belangen. Echter, ofschoon deels zeker waar, zal toch benadrukt moeten blijven worden dat de bekritiseerde artsen zelf daar anders over dachten, hetgeen wťl weer een bewijs is voor de afstand die in oorlogstijd tussen patiŽnt en arts ontstaat.


De Kaufmann-kuur was niet de enige disciplinerende behan¨delingsmethode, nog afgezien daarvan dat bij tijd en wijle duidelijk aan oorlogsneurose lijdende soldaten met opzet richting vijand werden gejaagd, aangezien dat van `grote profylactische waarde' zou zijn. Andere methoden omvatten het onderdompelen in ijswater, langdurige strafexercities, langdurige isolatie al dan niet in totaal verdonkerde ruimtes, volledige inpakking in vochtige doeken en duurbaden, beide verbonden met de belofte dat die pas na heling zouden worden opgeheven, rŲntgenbestraling in donkere kamers, limbaalpunkties en schijnoperaties onder ethernarcose, weigeren van verlof, opwekken van angstkreten of verstikkingsangst en schrikaanjagen. Ook hier gold weer dat de patiŽnt gewoon minder bang voor de loopgraaf moest worden dan voor het hospitaal. Hij moest verblijf aan het front als prettiger gaan ervaren dan verblijf in het ziekenhuis, dan zou hij vanzelf wel weer teruggaan. Wanneer dit inderdaad gebeurde, of wanneer de patiŽnt weer in staat bleek op zijn minst in de oorlogsindustrie ingezet te kunnen worden, werden de woorden `behandeling geslaagd' in de boeken genoteerd.

Oskar Maria Graf gaf een beschrijving van een duurbadbehandeling, die tevens duidelijk maakt dat de behandelingen niet altijd slaagden, noch in de medische, noch in de militaire betekenis van het woord.

Men was weerloos en men lag volkomen naakt in een met warm water gevulde badkuip, veertig graden. De zaal was vergeven van waterdamp en spekglad. Drie zaalwachten liepen bij het venster heen en weer. Als er iemand uit de kuip wilde, duwden ze hem gewoon weer terug. Het was dus liggen blijven, liggen blijven en afwachten.
Het middageten moesten we in het water tot ons nemen, maar niemand had trek. Je voelde je mat en zwak, ontzettend zwak. (...) Pas op de derde dag werd ik bijna dood van vermoeidheid uit de kuip getrokken en in bed gelegd. Vanaf dat moment sprak ik geen woord meer.

Dat ook zonder elektriciteit de psychische hulpverlening in dienst van de oorlogs¨machine kon worden gesteld bewees Ferdinand Adalbert Kehrer, Oberarzt der Psychiatrischen Univer¨sitštsklinik Freiburg. Hij verbond hypnose aan dwangexercitie. Het psychotherapeutisch lied werd ingezet op de toon en met de houding van de militair officier. Deze methode werd vanaf 1917 steeds populairder omdat veel van de andere methodieken toch niet op de gewenste schaal het gewenste effect bereikten. Te weinig soldaten keerden vanuit het hospitaal naar fabriek of loopgraaf terug. Ofschoon hij de Kaufmann-kuur zelf niet gebruikte, had Kehrer geen enkel probleem met de hardheid van de methoden. Hij was een van die artsen die de oorlog verwelkomden, omdat die de kans gaf op grote aantallen mensen methoden en technieken toe te passen die in vredestijden onuitvoerbaar waren. In 1917 schreef hij dan ook dat het niet overeenkomstig de tijdgeest was om ethische of morele bezwaren tegen een gebruikte methode naar voren te brengen. De arts had maar ťťn taak, hem mocht maar ťťn ding voor ogen staan en dat was de vraag hoe hij in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk `oorlogshysterici' weer voor de oorlogsdienst inzetbaar kon maken. Elke methode die daaraan bijdroeg, was een goede methode. Maar ook afgezien daarvan, moest gewoon elke denkbare methode uitgeprobeerd worden. Alleen zo kon het oude verdwijnen en het verstofte verbeteren. Kehrer keerde zich dan ook tegen de wens van het ministerie van oorlog dat zeer gevaarlijke methodieken alleen toegepast mochten worden met instemming van de patiŽnt. Zowel militair als medisch was er volgens hem geen enkele reden om die toestemming te vragen. Er was geen enkele reden om voor psychiatrische patiŽnten een uitzondering te maken op `de plicht tot gehoorzaamheid'.

In de ogen van al deze artsen was de patiŽnt niet, of niet alleen, een nobele held die geholpen diende te wor¨den, maar ook een recalcitrante zieke die weer terug in het gareel moest worden gebracht. Zij waren zich bewust van hun dubbele taak en onderschreven die dubbele taak ook: het beteugelen van de ziekte enerzijds, en het beteugelen van de patiŽnt anderzijds. Het verleden was hierbij slechts in zoverre van belang, dat de patiŽnt werd voorgehouden dat hetgeen hij eerder heeft kunnen doorstaan, hij wederom zou kunnen doorstaan. Deze artsen hingen de theorie aan dat suggestie zowel oorzaak als genezing van de kwaal betekende. Dus werd die genezing een gevecht van de wil. De therapie moest de wens van de patiŽnt om ziek te blijven, breken. De arts moest overtuigd blijven van de mogelijkheid van genezing, dat ook uitstralen en inderdaad niet opgeven voordat genezing was bereikt. Mede door de militaire setting nam zodoende de arts de rol aan van bevelvoerend officier. Constant herinnerden de disciplinaire artsen de patiŽnten eraan dat wilskracht de sleutel tot genezing vormde. Iedereen kon weer aan het werk, als de wil daartoe sterk genoeg was, oftewel: degene die niet aan het werk kon ontbeerde simpelweg de wil daartoe. Enigszins in paradox met dat constante onderstrepen van de eigen wil van de soldaat, stond dat de patiŽnt ten allen tijde naar de arts moest luisteren en diens bevelen moest opvolgen. `Wil' betekende dan ook niet het hebben van een eigen mening, en zeker niet als daar, zoals bij Toller en Grosz, verzet tegen de medische stand uit voortvloeide. Sterker: verzet tegen de arts betekende juist gebrek aan wilskracht. `Wil' volgens de definitie van de dokter, betekende dat de patiŽnt zich zonder morren onderwierp aan het regime dat die arts voor hem had uitgestippeld.


Officieel was dan ook, volgens de woorden van Gaupp, niet de methode van belang, maar de arts. Dit roept natuurlijk de vraag op waarom velen dan toch op de Kaufmann-methode overstapten, en waarom er dan toch bepaalde methodes voornamelijk voor soldaten en andere voornamelijk voor officieren waren bestemd. Het antwoord zal zijn dat voor genezing op zich, de methode weinig uitmaakte, maar dat bepaalde methodes wel sneller en goedkoper eenzelfde resultaat konden behalen, hetgeen bij uitstek passend is voor de geneeskundige zorg in oorlogstijd met zijn gebrek aan alles, behalve patiŽnten. Daarom ook zien we met name tegen het einde van de oorlog, toen, tot afgrijzen van veel psychiaters, veel soldaten niet meer genezen wilden, omdat ze zich niet wensten op te offeren voor een verloren strijd die bovendien niet meer de hunne was, een verdere toename van harde methodiek.


Het was met name in Duitsland dat `de wil' een grote rol speelde, niet alleen bij de behandeling van de soldaten, maar ook bij de definiŽring van geestesziekte. De bereidheid offers te brengen en zich persoonlijk te schikken naar wat de soldaten als de nationale en militaire belangen werd voorgehouden, waren de meetlat voor geestelijke gezondheid. Individuele wilskracht betekende subordinatie aan de wil van de gemeenschap. Het was de relatie van het individu tot de staat die het denken over geestesziekte bepaalde. De wilskracht bepaalde hoe een mens op bepaalde situaties reageerde. Als de wil maar sterk genoeg was, dan kon de mens iedere situatie aan. Het wils-regime van de arts was onlosmakelijk verbonden met de overtuiging dat overgave aan de wensen van de natie het hoogste goed was van de mens. In de wil tot gehoorzaamheid aan de staat, kwam de zin van het leven tot uiting. Bij neurotici was die wil verdwenen en zij waren genezen indien de wil hiertoe was hersteld. De psychiater Willy Hellpach schreef in 1915 dat het de medische kunst was een bedreigd leven te redden, maar het was pas echte kunst als de geredde er daarna toe gebracht kon worden zijn leven wederom in de waagschaal te stellen. Twee jaar later voegde Gaupp daaraan toe dat om zoiets voor elkaar te krijgen, ieder middel was geoorloofd. Door het doorstaan van `een beetje pijn' konden deze `minderwaardige schepsels' hun gezondheid terugverdienen.


Evenals in Frankrijk en Groot-BrittanniŽ werd in Duitsland hysterie voornamelijk als een vrouwenzaak gezien. Nonne bijvoorbeeld, en hij was zeker niet de enige, was verbaasd over de gevallen van `hysteria virilis' die hij na enkele maanden oorlog te zien kreeg, aangezien hij ervan overtuigd was geweest dat dat typisch iets voor Franse mannen was. Dit neemt niet weg dat wel degelijk de notie aanwezig was dat mannelijke hysterie niet geheel en al een contradictio in terminis behelsde. Ten eerste was aan het eind van de 19e eeuw ook in Duitsland reeds enige malen gewezen op het fenomeen van hysterie na spoorwegongelukken, iets wat internationaal was geconstateerd en door de Amerikanen railway spine werd genoemd. Ook echter was gezien dat arbeiders getraumatiseerd werden door de omstandigheden in de moderne fabrieken. Het was met name Hermann Oppenheim die die omstandigheden als de schuldige aanwees, maar de meeste van zijn vakbroeders wezen die oorzaak af, waaraan het gegeven dat Oppenheim jood was, niet helemaal vreemd was. Antisemitisme was ook in het begin van de eeuw geen onbekend verschijnsel, en zeker niet in rechtse, nationalistische kringen, waarin zich de nodige artsen bewogen. Anti-semitisme was echter niet de voornaamste oorzaak van de oppositie tegen Oppenheims ideeŽn. Helemaal ongelijk hadden de critici van Oppenheim namelijk niet. Het was vanzelfsprekend correct te wijzen op de relatie tussen gruwelijke ervaringen en het ontstaan van psychische moeilijkheden, maar zo direct als volgens Oppenheim die relatie was, lag hij natuurlijk ook weer niet. Immers, slechts een minderheid draaide inderdaad door. Waarom niet de meerderheid? Waarom niet allen? Volgens de Oppenheim-critici - die veelal het andere uiterste opzochten - moest de oorzaak van de neurose dan ook niet buiten de patiŽnt worden gezocht, maar binnen in hem. Dus werd de mannelijke hysterie bij fabrieksarbeiders verklaard uit de zucht naar ziekteuitkeringen bij een werkschuwe klasse.

De oorlogsneurotici nu werden in dezelfde termen benaderd. De Franse en Britse merendeels gender-bepaalde hysterie-theorieŽn werden in Duitsland zodoende naar een meer sociaal-gefundeerde theorie omgezet. Het waren geen soldaten die de omstandigheden van de oorlog niet (meer) aankonden, maar werkschuwe arbeiders die hun taak niet wensten uit te voeren, de wil ontbeerden om hetgeen te doen dat van hen, in het belang van de staat, werd verwacht. Oorlog was in de ogen van de psychiaters te vergelijken met een fabrieksongeluk, ofschoon van fikse afmetingen. Hierdoor werd de eerste plicht van de psychiater het herstellen van de wil van de arbeider-soldaat om te werken, die arbeider-soldaat die het product was van de stellingenoorlog, met schop en geweer in handen, dat menselijk radertje in een door en door vertechnologiseerde omgeving, bezongen door JŁnger en bespot door cultuurcritici als Grosz. Ook dit is een van de redenen waarom Oppenheims theorie vrij algemeen werd verworpen in het Duitse Rijk. De fabriek - lees: de oorlog - als schuldige bestempelen, betekende enerzijds een militaire en economische bedreiging en anderzijds een bedreiging voor een generatie artsen die boven alles mee wenste te werken aan wat zij als het nationale belang zag. In de woorden van Gaupp: zij wenste `een generatie van fitte en plichtsgetrouwe mannen' te creŽren.

Het was diezelfde Gaupp die als gevolg van dit alles op de Kriegstagung 1916, van de Gesellschaft Deutscher Nervenšrzte, naar voren bracht dat in het sociale verzekeringsrecht geen plaats was ingeruimd voor de oorlogsneurose, hetgeen de regering de mogelijkheid gaf de toch al niet soepele uitvoeringsnormen voor uitkeringen nog verder aan te scherpen. Het is niet zo dat ook in de ogen van Gaupp en de zijnen hysterie een vorm van simulatie was. Hij hoorde bij de groep psychiaters die hysterie niet als simulatie, maar wel degelijk als een echte ziekte beschouwden. Het was echter wel een vlucht in ziekte, een vlucht die veroorzaakt werd door het uitzicht op een oorlogspensioen. Bovendien werden zij die een pensioen verkregen ook nog eens tot last van de gemeenschap, `waardeloze parasieten', in de woorden van Gaupp. Dus moest het uitzicht op pensioen weggenomen worden. Het aantal ziektegevallen zou dan vanzelf drastisch verminderen. De vraag hoe het kon dat de wens op een pensioen zich juist in hysterie vertaalde, werd helaas niet beantwoordt. Deze denigrerende opmerkingen waren ironisch genoeg niet geheel van waarheid gespeend. Het is zeker niet zo dat de soldaten echt uit waren op het verkrijgen van een uitkering. Het is niet zo dat zij, tuk op een overigens verre van ruimhartig pensioentje, in grote aantallen simuleerden. Het is echter wel zo dat, indien zij op grond van hun daadwerkelijke psychische moeilijkheden meenden recht op een pensioen te hebben, de strijd om dat pensioen ook inderdaad te verkrijgen - hetgeen in feite een strijd om erkenning van hun slachtofferschap behelsde - veelal een factor werd die de problemen verlengde en verergerde.

Deze Tagung vormde het hoogtepunt in de discusie tussen de Oppenheimers en anti-Oppenheimers. Het waren de laatsten die met vlag en wimpel de overwinning behaalden. De theorie van de wil had gezegevierd over de theorie van de externe traumatische erva¨ing.

Overigens mag bij dit alles niet uit het oog worden verloren dat ook door de Duitse psychiaters het gebrek aan wilskracht als iets typisch vrouwelijks of kinderlijks werd gezien. Hierdoor is het verschil tussen de sociaal gefundeerde theorieŽn, en de meer door gender bepaalde theorieŽn veel minder groot dan op het eerste gezicht gedacht kan worden. Een hysterische arbeider was een feminien arbeider en een hysterisch soldaat een feminien soldaat. Dit neemt echter niet weg dat bij de Duitse psychiaters niet vermeende, geestelijke geslachtskenmerken bij het beoordelen van de hysterie voorop stonden, maar wel degelijk de verhouding van het individu tot de gemeenschap. De doorgedraaide soldaat werd niet beschreven in termen van femininiteit - of, zoals met name in Groot-BrittanniŽ regelmatig gebeurde, homoseksualiteit - maar in termen van egoÔsme, parasitair gedrag, en zoals gezegd, gebrek aan wilskracht, de wilskracht zich aan het grote geheel ondergeschikt te maken. Zij leden aan een gebrek aan patriottisme en dus ook, aldus Gaupp, `aan de juiste instelling ten opzichte van de oorlog'.

Dat oorlog en fabriek constant in ťťn adem worden genoemd verklaart ook waarom Duitse psychiaters veelal wel tevreden waren indien de soldaat in ieder geval weer tewerk gesteld kon worden, terwijl Britten en Fransen, die er op uit waren de feminien geworden soldaat weer masculien te maken, meer op terugkeer naar het front aanstuurden. In Duitse ogen waren front en fabriek ťťn. Niet voor niets ook stonden de speciale psychiatrische klinieken in de buurt van wapenfabrieken. Weken in de wapenfabriek was goed voor de patiŽnten - ze zouden niet weer in hun neurose terugval¨len -, het was goed voor de psychiaters - ze zouden niet elke keer opnieuw dezelfde patiŽnten hoeven te gaan behandelen -, het was goed voor de economie - de voormalige patiŽnten konden meehelpen het tekort aan arbeiders op te vullen -, en zodoende was het uiteindelijk ook goed voor de Duitse oorlogsinspanning.

Moeilijkheid bij dit alles was wel dat de meeste soldaten helemaal geen arbeiders waren geweest, maar boerenzonen. En ofschoon algemeen werd aangenomen dat de kinderen van de stad - slim maar zwak - eerder zouden doordraaien dan de kinderen van het land - sterker en dommer - is wellicht juist een van de oorzaken van de massale psychische moeilijkheden geweest dat een door en door moderne, door en door machinale, door en door vertechnoligiseerde oorlog grotendeels werd uitgevochten door `on'-moderne soldaten. Bovendien was de wens aan de door hen vervloekte industriŽle omgeving te ontsnappen, een van de redenen dat veel arbeiders zich bij het toch lange tijd gehate leger aansloten. Ook zij zullen niet gelukkig zijn geweest met de ontdekking alleen maar in een andere industriŽle omgeving terecht te zijn gekomen.

Gaupp dacht in de jaren 1914-18 de tijd van zijn leven te hebben. Hij vergiste zich. Zijn finest hour begon pas 15 jaar later. Echter: de Kaufmann-kuur en de levensloop van Gaupp betekenen niet dat de gehele Duitse militaire psychiatrie van 1914-18 als een soort voorstation van Auschwitz gezien mag worden. Toch al wordt de (militair-)medische - en wellicht de gehele - geschiedenis van Duitsland veelal gezien in het licht van de jaren 1933-1945. De tijd ervoor was slechts de weg er naar toe. Het handelen in de periode voorafgaand aan het Derde Rijk, werd echter niet door die toekomst bepaald, maar door de omstandigheden en ideeŽn van die tijd zelf. Het militair-psychiatrisch handelen in de jaren '14-'18 - waarin overigens, ondanks de populariteit van de eugenetica in die tijd in de gehele Westerse wereld, de notie `ras' door de bank genomen slechts een ondergeschikte rol speelde - was dan ook het product van de van dilemma's vergeven opvattingen die toentertijd over de rol van de psychiatrie in een ontluikende moderne, industriŽle staat de ronde deden, een staat die ook nog eens de strijdbijl had opgegraven. Ethische aanvallen op de disciplinerende psychiatrie van analytische psychiaters zoals Simmel en Freud, aanvallen die ook de huidige verontwaardiging op dergelijke methoden karakteriseren, troffen dan ook geen doel. Die waren immers gebaseerd op de overtuiging dat genezen en disciplineren haaks op elkaar staan, maar in de ogen van Kaufmann en de zijnen was dat niet het geval. Helen en disciplineren waren niet tegengesteld. Zij waren vier handen op ťťn buik. Helen betekende disciplineren en disciplineren betekende helen. Bovendien kan hierbij worden opgemerkt dat de methode van hypnose in de geoefende handen van mensen als Simmel nauwelijks minder autoritair en dwingend, en nauwelijks minder gedragsbepalend was dan de galvanisatie-machine. Dit betekent tevens dat het waanzinnig verklaren van dissidenten niet zomaar als ongeoorloofd politiek medisch misbruik kan worden veroordeeld. Ook hier geldt dat afwijkende politieke opvattingen als mentale stoornis werden gezien en dat dus helen door disciplineren als geoorloofd medisch handelen werd gezien, hetgeen voor de legerautoriteiten het voordeel had dat een vaak moeilijk juridisch probleem medisch kon worden afgehandeld.

Leo van Bergen

Na de behandeling sprak ik geen enkel woord meer'.
Militaire psychiatrie en de Eerste Wereldoorlog: lezing voor Vereniging van Reserve Officieren van Gezondheid, maart 1998
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45652

BerichtGeplaatst: 07 Jan 2010 8:45    Onderwerp: Reageer met quote

Topic uit de Oude Doos, schopje omhoog.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Fixbayonetbunny



Geregistreerd op: 25-7-2008
Berichten: 651
Woonplaats: Amsterdam

BerichtGeplaatst: 07 Jan 2010 12:33    Onderwerp: Reageer met quote

In deze is ook de film "Regeneration" zeer aan te raden.
Voor wie hem nog niet niet gezien heeft.

De kinderjaren van de psychiatrie, een tijd van slagers puke
_________________
"War is the sum of all evil"
Thomas "Stonewall" Jackson 1861
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Medische verzorging Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group