Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

De terugtocht op het kanaal Gent-Selzaete. 6 november 1918

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45592

BerichtGeplaatst: 25 Nov 2005 11:07    Onderwerp: De terugtocht op het kanaal Gent-Selzaete. 6 november 1918 Reageer met quote

Stichting Heemkundige Kring Sas van Gent


DE ZEEUWSCHE KOERIER 6 NOVEMBER 1918


AAN DE GRENS.

De terugtocht op het kanaal Gent-Selzaete.

In den nacht van Vrijdag op Zaterdag is de terugtocht der Duitschers van het Leopoldskanaal aan St. Laureins naar het kanaal Gent-Selzaete volvoerd. In één sprong is deze terugtocht, die een verplaatsing van het front een twintigtal kilometers van West naar Oost beteekent, volvoerd.
's Nachts om twee uur kreeg de toen nog zeer sterke bezetting van Eecloo en omgeving het bevel terug te gaan. Het was een geweldige drukte van duizenden Duitsche soldaten, die uit al de in het te ontruimen vak gelegen plaatsen als Eecloo, Bassevelde, Caprijcke, Assenede, Bouckaute, enz. oostwaarts trokken.

Zaterdagochtend vielen aan de grens nabij Sas van Gent (het "Staakje") de gevolgen van den terugtocht allereerst hieruit waar te nemen dat de Duitsche posten verdwenen waren. Daar stond nog wel de electrische draad, die vier jaren lang de doodelijke scheiding tusschen Nederland en België gevormd had. Doodelijk was echter deze draad thans niet meer. De stroom bleek niet op de draad, en zoo konden deze ochtend de bewoners van gene en deze zijde der grens weer met elkaar in contact komen. Velen van hier hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt een in dit geval niet ongevaarlijke wandeling naar de Staak, naar de Valcke en ook naar het dorp Assenede te ondernemen. Anderen, vanuit België, kwamen herwaarts.

Het meest verbazingwekkende, dat deze wederkeerige bezoeken aan het licht brachten, was zeker wel de weelde die ginds over de grens op het gebied der voeding bleek te bestaan. Wij hier in Nederland, met ons karig brood- en ons nog kariger vleeschrantsoen, hadden zoo dikwijls tijdens den oorlog ons ermede getroost, dat wij niet de eenigen waren, wien alles met mondjesmaat werd toebedeeld. Integendeel, anderen, en dan bedoelden we de ongelukkige bevolking in bezet België, waren er met de voeding nog heel wat beroerder aan toe ! Hoe ongegrond deze voor ons overigens zeer schrale troost was, is Zaterdag duidelijk gebleken. Verre van een ellendige armoe, scheen het ginds veeleer een land te zijn, overvloeiende van melk en honig. Vet, spek, vleesch, brood, - Mein liebehen was wollst du noch mehr - het onbrak bij onze Zuiderburen daaraan in 't geheel niet. Vrouwenschorten vol vlees, pakken vol met dikke schilden spek, brooden groot van stuk en smakelijk van uiterlijk, dat alles is uit het aan ons grenzende stukje België dien Zaterdagochtend en in de loop van den dag naar sommige gelukkige bewoners van Sas van Gent gebracht. Dat was stellig niet de geringste sensatie die we Zaterdag in den ochtend beleefden. Toch, andere dingen waren er die méér indruk maakten.

Het had reeds in de vroege morgenuren de Sassenaren uit hunnen slaap gewekt, het onophoudelijk losbranden van geweldige slagen. Men dacht aan geschut, dicht in de nabijheid opgesteld. Edoch, niet dat was het, dat telkens en telkens onze ruiten daverend deed rinkelen, dat onze deuren open- en dichtwierp, dat onze stad meermalen als het ware op hare grondvesten deed beven. Wel joegen zeker eenige vuurmonden, waarvan sommige de onder Selzaete liggende wijk "Katte" als standplaats aanduidden, bij tussenpoozen hun projectielen onder groot geraas Westwaarts, maar toch waren deze kanonnen het niet, die telkens het meest oorverdoovend geraas lieten hooren. De hevige slagen werden veroorzaakt door het ontploffen der op elke 50 a 60 meter liggende mijnen, die tot taak hadden den spoorweg Selzaete-Eecloo zoo grondig mogelijk te vernielen. Inderdaad, aan die grondigheid zal niet veel ontbroken hebben.

Want iederen keer als zoo'n mijn met geweldig geraas tot ontploffen kwam. vlogen de rails en dwarsliggers als waren het lucifersdoosjes de lucht in. Zoo ver werden deze spoorlijnonderdeelen soms weggeworpen. dat Nederlandsche soldaten, die langs de grens hun patrouilledienst verrichtten, zich voor de lucht vliegende stukken ijzer en hout moesten in acht nemen. Den geheelen Zaterdag door heeft dit ontploffingswerk voortgeduurd. 's Middags 12,05 ging te Selzaete met een zeer hevigen knal de spoorbrug in de lucht. Het toppunt echter werd des namiddags te 3,58 bereikt. Toen kwam een knal, die in hevigheid alles overtrof. Een dikke rookwolk voortgestuwd door den Zuid-Westenwind, kwam als een zware Novembernevel over onze stad gedreven. Wat was het geweest, dat zoo de menschen als deed opvliegen van hun stoelen, en Sas van Gent deed beleven een schok, zoals alleen een nabije aardbeving een nog heviger moet kunnen veroorzaken? De groote, zwaar geconstrueerde voetbrug te Selzaete, die slechts enkele jaren voor den oorlog gebouwd was en, werkelijk een kunststuk op het gebied van bruggenbouw moet zijn geweest. - die brug was bij middel eener zware dynamietlading tot springen gebracht. Daarmede was de vaste verbinding tusschen den Selzaetschen Westelijken en Oostelijken kanaaloever verdwenen. Inderdaad verdwenen, want, als ware het kinderspeelgoed, zoo ploften, naar ooggetuigen beweren, de zware ijzeren onderdeelen en gebindten aan beide zijden het diepe kanaal in. De groote brug ineén, maar dat was dan tevens het bewijs, dat de Duitschers, voor hun vijanden voeling met hen hadden gekregen, het zware materiaal van hun leger en dat leger zelve" achter het kanaal in veiligheid hadden. Nog slechts achterhoeden waren op den Westelijken oever gebleven, en die hadden tot taak het aan de opdagende entente-troepen zoo lastig mogelijk te maken.

Intusschen, Zaterdag, viel de avond voor er opnieuw contact tussen de beiderzijdsche troepen was verkregen. Dit viel middelerwijl opnieuw, evenals na den sprong der Duitschers naar het Leopolds-kanaal vast te stellen, en als een bewijs van de voortreffelijke stuurmanskunst der Duitsche legerleiding te waarmerken, geen groepen Duitsche soldaten zijn in den overigens gevaarlijken hoek St. Laureijns - Selzaete afgesneden, en slechts enkele sporadische gevallen werden gemeld van Duitschers, die zich ter interneering bij de Nederlandsche grenswachten aanboden. Het waren er in totaal een tiental. Zoo gingen wij na een kalmen Zaterdagnacht, die slechts in zeer geringe mate geschutvuur bracht naar den sensationeelen Zondag.
Het verluidde den ochtend van Zondag 3 November al heel vroeg "Belgische soldaten staan aan de "Staak". Gedurende den nacht waren de Belgische voorhoeden tot hier vooruitgekomen. Den vorigen avond werden ze te Bouchautsche Haven, nabij Philippine, gesingnaleerd. Het waren cavallerie- en wielrijdersafdeelingen welker taak vanzelf hierin lag om zich met de opstelling der Duitsche legers en dezer achterhoeden op de hoogte te brengen. Het duurde niet lang of het contact tusschen beide partijen werd verkregen. Een honderdtal meters Westelijk van het kanaal, in een vlak tegen de grens gelegen hofstede, had 'n Duitsche afdeeling van naar schatting een 15 of 20 man, zich ter vertraging van den opmarsch der Belgische voorposten opgesteld. Hier ging het er spoedig warm naar toe. Belgische wielrijderspatrouilles en van hun paard gestegen cavalleristen gingen voorwaarts, waardoor weldra schermutselingen ontstonden.' Niet zoo gauw was een Belgische afdeeling zichtbaar, of het geknetter der Duitsche machinegeweren begon. Op sommige oogenblikken was het daar aan de grens verre van veilig en velen onzer stadgenooten die in slooten en greppels of in het nabij de grens staande spoorwegwachthuisje zich verdekt hadden opgesteld en meedoende het treffen meermalen konden gadeslaan, hebben daar de kogels langs hunnen hoofden hooren heensuizen, terwijl één der in de "voorste gelederen" liggende Sassenaren een kogel in den arm kreeg en zich onder behandeling van den geneesheer moest stellen.

Wij zeiden : Het ging soms warm ernaar toe. Die "warmte" was natuurlijk een heel betrekkelijk iets. Voor de toeschouwers aan deze zijde der grens, waarvan de meesten hier voor het eerst den echten kruitdamp konden snuiven, waren de gebeurtenissen van heel spannenden aard, maar de Duitsche veteranen, daar aan den anderen kant, die sinds meer dan vier jaren de spits afbijten. vinden het heelemaal niet "warm". Met stoï cynsche kalmte staan ze bij den verdedigingspost hun pijpje te stoppen, zij bewegen zich met de meeste "gemüthlichkeit" als was er geen kouwtje aan de lucht. Een onderofficier loopt kalm over den weg heen en weer, en toch, een weg die elk oogenblik door Belgische kogels kan bestreken worden. Een officier neemt, als stond hij veilig op den bodem van zijn Heimath, de boodschap over van een ordonnans. Alles kenmerkt zich door een vastberaden rustigheid als gold het eene manoeuvre op de Lüneburger heide.

Intusschen, aan beide zijde beloeren en besluipen elkander de patrouilles, en zeer vaak doorknetteren ineens machinegeweer- en geweersalvo's de lucht. Dan komt plotseling een Duitsch officier, een machinegeweer op den schouder, hijgend aangeloopen tot een groepje Sassenaren. "Ginds" zegt hij een eind verder wijzend, "ligt een gewonde Belgische soldaat. Hebt U een oorlogsvlag ?" Neen. "Een Nederlandsche vlag ?" Ook niet bij de hand. "Nu," zegt de Duitscher, "neem een witten zakdoek. wuif er mede en gaat, als U wilt, den gewonden jongen halen. Hij heeft hulp nodig. Wij zullen niet schieten, en ook de anderen zullen het, als ze Uw witten doek zien, wel niets doen". Onze stadgenooten zijn toen den Belg gaan halen en hebben hem op Nederlandsch gebied gebracht. Een kogel had, door den helm heen, een zeer ernstige hoofdwonde veroorzaakt, zoodat de soldaat, die nog kon zeggen Terrnollen te heeten. spoedig, nadat hem inmiddels door den Eerw. Kapelaan Baeten van hier het H. Oliesel was toegediend, den geest gaf. Het lijk werd des namiddags naar het militair hospitaal te Sas van Gent overgebracht.

Zagen we aan de grens bij de "Stuiver", waar de Duitschers stonden, een toestand als boven geschetst, - aan het "Staakje", waar de Belgen waren, was het eveneens een val oorlogsgedoe. Belgische cavaleristen reden daar door de "Vrijstraat". Belgische posten stonden waar voor enkele dagen nog de Duitschers heen en weer liepen. Aan nieuwsgierigen ontbrak het daar al evenmin als nabij de "Stuiver". Uit de omgeving van Sluis had een onzer correspondenten reeds in een der vorig nummers van "De Koerier" gewezen op de punctueele uitrusting der geallieerde soldaten. Hoe volkomen terecht onze correspondent zulks schreef, ~ we hebben het allen hier bij de aankomst der eerste Belgische troepen kunnen waarnemen. "Ze zitten goed in hun kleeren en uitrusting" hoort men alom zeggen. Zoo is het. Jassen, broeken, schoeisel. equipementstukken, alles ziet er even frisch uit, brood, vleesch en andere voedingsbenoodigdheden. ze hebben dat alles in vollen overvloed.
Van tijd tot tijd ziet men kleine afdeelingen van de Belgen Zuidoostwaarts trekken, in de richting der Duitsche achterhoeden. En dan spoedig daarna werd het geknetter de machinegeweren weer gehoord. De Duitschers hadden hen in de gaten gekregen, en gaven vuur. Omgekeerd zagen de Belgen nu en dan ook Duitschers, op wie vanachter de boomen der Vrijstraat dan eveneens vuur gegeven werd.


Wat we hier vertelden, zijn van die kleine gevechtsepisoden, die op zich zelf weinig om het lijf hebben, maar toch door het aanhoudend geweervuur, waarmee ze vergezeld gingen, een opgewonden stemming in onze stad veroorzaakten. Een belangrijk intermezzo kwam des mid~ dags één uur, toen een luchtgevecht boven Sas van Gent plaats had. Reeds in den loop van den voormiddag had een Duitsch vlieger geregeld over en weer boven de door de geallieerden en door de Duitschers bezette gebieden gevlogen. Omstreeks één uur was de Duitscher weer boven de streek van Assenede aan het verkennen, toen een zestal entente-vliegmachines kwamen opzetten. Voor zoo'n overmacht trok de Duitsche zich terug, achtervolgd door de zes geallieerden. Het ging regelrecht naar Sas van Gent. Vlak boven onze hoofden hadden de geallieerden den Duitscher vrijwel ingehaald, en hard en onverpoosd begonnen de machinegeweren te knetteren. Plots daalde de Duitsche machine met een hoek van niet meer dan 45 graden in de richting Westdorpe. Toen de geallieerden dit zagen, maakten ze rechtsomkeer, stellig in de meening dat de tegenstander tot dalen gedwongen was. Edoch, nauwelijks waren de geallieerde machines gezwenkt of de Duitscher, die op den Zwartenhoek reeds zó laag was dat de machine bijna de daken der landbouwschuren raakte, steeg weer op. De steile daling was van hem blijkbaar een truc geweest. Naar Axel zette hij steeds stijgende koers, örienteerde zich en vloog eenigen tijd later over Sas van Gent weer naar de geallieerde linies, waar hij zijn onderbroken verkenningswerk voortzette.

Intusschen had het boven Sas van Gent geleverde luchtgevecht een ernstig gevolg. Een Belgisch kind, enkele jaren oud, dat aan de Kleine Markt in het deurgat stond terwijl het luchtgevecht geleverd werd. is door een kogel aan het hoofd verwond. Het kind werd, evenals de Sassenaar, die zoals we hiervoren meldden aan de grens verwond was, door dokter Temmerman behandeld.
De drukte, die Zondagmiddag in onze stad door het buitengewone vreemdelingenbezoek heerschte, was zeer groot. Op den weg langs de glasfabriek zag het zwart van de menschen.
Per rijwiel, per rijtuig, te voet, van heinde en verre was het publiek komen toestroomen om ook iets te zien van het oorlogsgeweld, waarvan hier het gordijn langzaamaan werd opgetrokken. Men zag gezichten uit de stad en het land van Hulst, tot uit de verst verwijderde hoeken als Clinge, Ossenisse en Grauw, gezichten uit Axel en Terneuzen, en vanwaar al niet meer. Dat stond daar opgepakt en te meer tegen elkaar gedrongen naarmate men het punt bereikte, waar de Nederlandsche grenswachten het verder gaan beletten. En men besprak, bekeek, beluisterde . Beluisterde vooral, want hoe meer de namiddag vorderde des te meer begon zich het naderende geschut der geallieerden te doen hooren. Zware slagen dreunden allengs aanhoudend door de lucht, en het viel duidelijk waar te nemen, dat Selzaete reeds lag onder het vuur der geallieerde kanonnen. Uit Selzaete stegen op enkele punten rookwolken hemelwaarts. Het viel echter niet te achterhalen of deze reeds het gevolg waren van door het geschutvuur veroorzaakte branden, dan wel de rookwolken een andere oorzaak hadden. Inmiddels vielen aan de overzijde van het kanaal. waar voor den zoogenaamden "heuvel" eenige Duitsche militairen een praatje hielden, reeds granaten. De "vox-populi.", tenminste wist pertinent te verzekeren, dat enkele in het water vallende voorwerpen granaten waren. Wij voor ons waren daaromtrent zoo zeker niet.
In ieder geval, de Duitschers stoorden zich aan de granaten niet, en vervolgden met de ijzige kalmte, die hun gansche optreden kenmerkt, hun gesprekken.
Den geheelen vooravond bleef het Zondag een heele drukte aan de grens, maar na het invallen der duisternis, terwijl middelerwijl over de grens het artillerievuur aanhield, verdween allengs de uit alle deelen van het gewest toegestroomde menigte nieuwsgierigen.

De vluchtelingen.
Reeds Zaterdag waren er eenigen gekomen. Maar Zondag na den middag kwamen geleidelijk meer vluchtelingen aan de "Stuiver" over de grens Het waren allen menschen uit Selzaete, Ertvelde en omliggende buurten, die den nakenden strijd, welke over hunne gebieden dreigde te komen, ontvliedden. Het was weder het gewone, treurige schouwspel. Menschen, die met kruiwagens, met honden, met varkens, met koeien en dan wat beddegoed, kleeren en ander gerei kwamen aantobben. Ze werden allen ondergebracht in de glasfabriek en andere lokalen. Maandag werd ook de openbare school voor hen ingeruimd. waardoor de schooljeugd voorloopig vrijaf kreeg. Brood met jam werd den menschen verstrekt, maar later zou voor hen een warme stamppot worden klaargemaakt: aardappelen en kool, geprepareerd met bouillonblokjes en vet. Intusschen werd, zoals trouwens in de bedoeling lag - want Sas van Gent is niet een verblijf- maar een doorgangsplaats voor vluchtelingen - Maandagmiddag bekend gemaakt, dat de vluchtelingen met den trein van 3 1/2uur naar Terneuzen zouden worden doorgezonden. Daar velen hunner intusschen nog hier waren gebleven, heeft de Burgemeester, op last van den Commandant van Zeeland, Maandagavond bij uitroeping doen bekend maken, dat binnen 24 uur alle vluchtelingen naar Terneuzen moesten zijn vertrokken. Wie nadien hier nog word aangetroffen, zou naar Nunspeet worden overgebracht.

Onder de vluchtelingen zijn heden enkele gewonden. Aan de overzijde van het kanaal is een Belgische burger door een granaatscherf gewond en hedenmorgen in het Militair hospitaal alhier opgenomen. Nog zijn in de glasfabriek twee patienten, eveneens Belgische vluchtelingen, met gebroken of gekneusde ledenmaten.
De dag van Maandag bracht behalve komst der vluchtelingen, weinig belangrijks. Het leger der geallieerden was nog niet aan het kanaal verschenen, integendeel hielden nog steeds Duitsche achterhoeden iets Zuidelijk van de grens stand. Intusschen is het duidelijk waar tenemen, dat geleidelijk de artillerie der verleden nacht en heden, ondanks het ongunstige weer, hevige artillerieduels geleverd worden. Vele Sassenaren zijn intuschen dat nabije kanongebulder reeds aardig gewoon, en wij gelooven niet dat velen er hedennacht den slaap om gelaten hebben.

Over de grens.
In het door de Duitschers ontruimde gebied tusschen St. Laureins en het kanaal Gent-Terneuzen is aan de niet-militaire gebouwen geen schade aangericht. Wel echter hebben de Duitschers de gebouwen opgeblazen, die van militair nut konden zijn. Zoo is b.v. nabij Rieme onder Ertvelde, een fabriek in brand gestoken die -voor militaire doeleinden werd gebruikt.
In de ontruimde dorpen als Caprijcke, Assenede, Basselvelde, enz. wapperde aanstonds na het vertrek der Duitschers de Belgische driekleur.
Te Selzaete is het spoorwegstation geheel door de Duitschers vernield. De geallieerden zullen heel wat te stellen hebben, eer zij daarvan weer gebruik kunnen maken. Selzaete ligt thans onder de artillerievuur der geallieerden. Vele daken zijn er reeds ingestort en, mag men de van over de grens komende berichten gelooven, dan zouden reeds heel wat burgers door het vuur zijn gedood.
De vluchtelingen uit Selzaete, Oostelijk van het kanaal, komen heden in grooten getale langs den Oostelijken kanaaldijk Sas van Gert en Westdorp binnen.
In Selzaete zitten de nog overgebleven grootendeels in de kelders. Op transport gesteld.
Hedenmiddag zijn van hieruit zes Duitsche en vier Belgische soldaten, die aan de grens waren gekomen, ter interneering op transport gesteld.


Bron:
http://www.heemkundigekringsasvangent.nl/kroniek/Zeeuwse%20koerier%201918.html
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group