Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hťt WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privť berichten te bekijkenLog in om je privť berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Paul Moeyes - Buiten Schot

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Boeken en recensies Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
louis



Geregistreerd op: 6-10-2009
Berichten: 339
Woonplaats: Leiden

BerichtGeplaatst: 12 Dec 2010 22:46    Onderwerp: Paul Moeyes - Buiten Schot Reageer met quote

Ik heb pas het boek "Buiten Schot" (subtitel "Nederland tijdens de eerste wereldoorlog") van Paul Moeyes gelezen, en omdat ik hier nog geen bespreking aantrof, schrijf ik er maar eentje.

Eerst de statistieken: het boek telt 381 bladzijden (waarvan ruim 30 foto's en illustraties), exclusief voorwoord, inhoudsopgave, noten, bibliografie en register. Ik las de eerste druk, uit 2001.

Zoals de subtitel al aangeeft, bespreekt het boek hoe Nederland de eerste wereldoorlog doorkwam. Anders dan het hier besproken boek van Smit, dat focuste op de buitenlandse politiek en diplomatie, focust dit boek op de binnenlandse situatie, zoals de gevolgen op het financiŽle sector en het geldwezen, de handel, landbouw en visserij, de maatregelen die genomen werden om het leger dat 4 jaar gemobiliseerd bleef maar niets te had bij de les te houden, de organisatie van de opvang van vluchtelingen, etc. Ik vond dit over het algemeen interessante kost.

Over de leesbaarheid van het boek valt niet veel te klagen; je leest er vlot doorheen.

Moeyes begint met wat statistische gegevens die mij althans nog niet bekend waren en die interessant zijn voor een goed begrip van de situatie van destijds:

Quote:
Nederland telde in 1913 zo'n 6 miljoen inwoners, veel minder dan buurland BelgiŽ, dat met zijn bevolking van ruim 7,6 miljoen toen het dichtstbevolkte land ter wereld was. Ook in economisch opzicht liep Nederland achter: BelgiŽ was aan het begin van de negentiende eeuw de vijfde economische macht ter wereld, terwijl Nederland nog steeds worstelde met de periode van verval die het land na de voorspoed en overvloed van de zestiende en zeventiende eeuw had doorgemaakt. Een van de hoofdoorzaken van dit economisch verval was dat Nederland lang verzuimd had een eigen industrie op te bouwen (...). Pas onder het bewind van koning Willem I (1813-'40) was er een kentering in dit proces gekomen. (...) Toch bleef Nederland op economisch gebied sterk afhankelijk van het buitenland: de nationale voedselproductie was nog niet voldoende om in de behoeften van de eigen bevolking te voorzien, en de industrie kon alleen draaiende gehouden worden door de aanvoer van buitenlandse grondstoffen. Vooral Duitsland werd van groot belang voor de Nederlandse economie. (...) de Nederlands economie groeide dankzij de Duitse handel, en voor Duitsland was de Rotterdamse haven de toegang tot de wereldeconomie.


Ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe het kan dat die bevolkingsverhoudingen 100 jaar later zo anders liggen (Nederland heeft ca 16,5 miljoen inwoners, BelgiŽ ca 10,5 miljoen).

De oorlog bood aan het begin interessante mogelijkheden voor de handelsvloot, zie dit stuk van pagina 180:

Quote:
De koopvaardijvloten van de oorlogvoerende landen werden deels in vijandelijke havens opgelegd, of geconfisqueerd door de eigen marine om dienst te doen bij het troepenvervoer, of de bevoorrading van leger en volk. In ieder geval waren ze niet langer beschikbaar voor het neutrale handelsverkeer, en de vraag naar scheepsruimte steeg dan ook enorm. De Nederlandse reders lieten zich dit buitenkansje niet ontglippen. Aan het begin van de oorlog verkochten veel reders hun oude schepen tegen hoge prijzen aan Duitsland. Dat verlies aan scheepsruimte werd aanvankelijk voldoende gecompenseerd door de nieuwe scheepsbouw, maar toen de staalimport uit Duitsland begon te stagneren en steeds minder schepen van stapel liepen, besloot de regering in te grijpen. De Schepenuitvoerwet van 18 maart 1916 bepaalde dat de verkoop van schepen aan het buitenland alleen met toestemming van de minister van Handel kon plaatsvinden.


Verderop lezen we op pagina 202:

Quote:
In totaal brachten de Duitse duikboten in de loop van 1916 twaalf Nederlandse koopvaardijschepen tot zinken, terwijl er datzelfde jaar zeventien schepen verloren gingen ten gevolgen van zeemijnen. Maar ondanks deze verliezen en de hogere uitgaven aan lonen, bunkerkolen en verzekeringspremies waren zowel 1915 als 1916 topjaren voor de Nederlandse rederijen. De schaarste dreef de prijzen naar ongekende hoogten en de aandeelhouders kregen dividenden uitgekeerd die varieerden tussen de vijftig en honderd procent.


Dit kom je in het boek wel vaker terug: de oorlog bood in eerste instantie mogelijkheden, maar naarmate hij langer duurde verdwenen die en kwamen er grote problemen voor in de plaats. De regering moest ingrijpende maatregelen nemen in het handelsverkeer en het maatschappelijk verkeer om te voorkomen dat zich allerlei maatschappelijk ongewenste gevolgen (tekorten, prijsopdrijving, etc) voordoen. Zo lezen we op pagina 272:

Quote:
De liberaal Treub (eerst minister van landbouw, later minister van financiŽn tijdens de oorlog Ė l) werd in zijn latere jaren steeds conservatiever en zijn ervaringen tijdens de oorlogsjaren hebben daar zeker toe bijgedragen. (...) als je de boeren en handelaren een vinger gaf, exporteerden ze een hele hand en liefst de rest van de arm er ook nog bij. De overheid moest daarom in oorlogstijd streng regulerend optreden en het marktmechanisme buiten werking stellen.


En toen de VS aan de oorlog ging deelnemen, exporteerde zij nauwelijks meer naar neutrale landen, waardoor er tekorten gingen ontstaan, en was overheidsingrijpen niet alleen nodig om de voedelvoorziening te reguleren, maar moest soms ook gerantsoeneerd worden. Nederland mag dan buiten de oorlog zijn gebleven, de invloed van de oorlog op Nederland bepaald ingrijpend geweest.

Ook de visserij mocht in eerste instantie niet klagen (pagina 203):

Quote:
De eerste oorlogsweken waren de meeste vissersboten in de havens gebleven, maar in oktober was het grootste deel van de vloot weer uitgevaren. Hoewel de mijnenvelden en patrouillerende oorlogsschepen het vissen zeker gevaarlijker hadden gemaakt, waren de prijzen onder invloed van de buitenlandse vraag zo gestegen, dat de reders genoeg vissers bereid vonden het risico te nemen. Voor de oorlog had het vissersloon tot de laagste onder de beroepsbevolking behoord; nu waren de verdiensten verdrievoudigd, gemiddeld van vijftien naar vijftig gulden per week, terwijl op de keper beschouwd de gevaren niet schrikbarend waren gestegen. Voor 1914 vielen er per jaar gemiddeld 31 slachtoffers op zee, in de periode 1914 Ė 1916 steeg dat cijfer tot respectievelijk 42, 86 en 194.


Je kan hier natuurlijk over van mening verschillen, maar een toename van 31 tot 194 lijkt mij toch wel degelijk een ďschrikbarende verhogingĒ.

De werkloosheid nam sterk toe, en aan brandstoffen en voedsel ontstond grote schaarste, terwijl er nog wel voedsel werd geŽxporteerd, in ruil voor levering aan brandstoffen, hetgeen met name in 1918 op onbegrip bij de bevolking stuitte. Dit resulteerde in rellen die soms met geweld moesten worden neergeslagen.

Ook op de periode na de oorlog en de weg terug naar een normale maatschappelijke orde wordt gelukkig nog ingegaan. Mooi is daarbij om te lezen hoe er lessen werden getrokken uit de ervaringen (pagina 368):

Quote:
Na de oorlog werkten overheid en het bedrijfsleven eendrachtig samen om de vaderlandse economie minder afhankelijk van het buitenland te maken. Allereerst was daar het gebrek aan eigen delfstoffen. Met de kolennood nog volop in gedachten werd de mijnbouw in Zuid-Limburg met overheidssteun gemoderniseerd en verder gestimuleerd door een chemische industrie die zich in het gebied vestigde. Nog in 1918 begon men bij Boerkelo met de exploitatie van de zoutlagen. Een jaar later vonden in Drenthe de eerste proefboringen naar aardolie plaats. Ook de verwerkende industrie kreeg een nieuwe impuls. In 1918 werden plannen gemaakt voor de bouw van de Hoogovens bij Velsen, het bedrijf werd in 1915 in gebruik genomen. Pernis kreeg een aardolieraffinaderij, langs het Noordzeekanaal verrezen opslagtanks voor olie.


Ook werd de vliegtuigindustrie gestimuleerd en werd er een zendinstallatie aangeschaft omdat men voor de verbinding met Nederlands-IndiŽ niet meer van het buitenland afhankelijk wilde zijn (Engeland had hier in de oorlog misbruik van gemaakt).

Op pagina 179 viel mij nog op dat Moeyes de Duitse marine de ďKriegsmarineĒ noemt; hij herhaalt dat op pagina 253. Dat moet natuurlijk de ďKaiserliche MarineĒ zijn, de Kriegsmarine kwam een jaartje of 20 later.

Al met al vond ik dit een leesbaar boek dat, ook voor wie het boek van Smit gelezen heeft, veel interessants te bieden heeft.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Boeken en recensies Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group