Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Oorlogskroniek der stad Aalst 1914-1918
Ga naar Pagina 1, 2, 3 ... 9, 10, 11  Volgende
 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Overige oorlogstonelen in België Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 01 Aug 2008 19:18    Onderwerp: Oorlogskroniek der stad Aalst 1914-1918 Reageer met quote

Vier jaren lief en leed in de stad van Dirk Martens (1914 - 1918) toen de Duitsers ons land binnenvielen voor de eerste maal, zo omschreef A.VAN DER HEYDEN (Alfons Lodewijk Van Der Heyden is geboren op 07-09-1905 in Aalst, is overleden op 26-05-1987 in Aalst, Oudstrijder 1940-1945, woonde Moorselbaan 80, Aalst. Beroep; onderwijzer, stadsarchivaris, Ere-stadsarchivaris van de stad Aalst), zijn in 1984 uitgegeven werk over Aalst tijdens 1914-1918 zoals hij het beleefde.
In zijn voorwoord schreef hij:
De lezer van dit boekje zal zich allicht volgende vraag stellen : Waarom verschijnt dit werkje over de oorlog 14-18 pas nu, nadat het boek "De Tweede Maal" reeds geruime tijd is verschenen. Och kom, W.O. II beleefden we als volwassene en W.O. I als tienjarige knaap. En de meeste mensen die de W.O. I beleefden zijn er niet meer om er over te vertellen...
We zijn heden 1984 en dus is het juist 70 jaar geleden toen die verschrikkelijke oorlog uitbrak.
Dat is al n' eerste reden om de Aalstenaars aan die feiten te herinneren, vooraleer alles totaal uit het geheugen wordt uitgewist.
Een tweede reden van deze late verschijning van dit boek, is het feit dat vele op schrift gestelde nota's nopens die oorlog gedurende tientallen jaren waren zoekgeraakt en slechts gedeeltelijk zijn teruggevonden.
Vooreerst willen we ook 'n bekentenis doen: op sommige bladzijden zal de lezer het relaas van feiten vinden, die ook beschreven zijn in het werk van P. Van Nuffel (De Duitschers in Aalst). Dat kan men ons niet ten kwade duiden want iedereen weet dat geschiedenisfeiten soms in tientallen boeken worden beschreven, maar met de nuances gedikteerd door politieke of zedelijke opinies aan de auteurs.
Wat P. Van Nuffel betreft, zijn werk "De Duitschers in Aalst", verschenen in 1921, geeft waarheidsgetrouw vele feiten weer die zich in Aalst gedurende de eerste W.O. hebben voorgedaan. Oude mensen kunnen dit bevestigen, maar in 1920 dierf noch mocht P. Van Nuffel schrijven over alles wat hij gehoord, gezien of meegemaakt had. Dat heeft hij ons persoonlijk verklaard tijdens de lange gesprekken die wij met hem persoonlijk hadden. Maar wij kunnen ons meer vrijheid veroorloven. Als jonge rakker hebben we persoonlijk honderden feiten zelf aangetekend. En die teruggevonden aantekeningen (van vòòr 70 jaren !) bieden we nu aan onze stadsgenoten aan, ter aanvulling van het werk van mijn voorganger de Heer P. Van Nuffel. Daarnaast voegen we een kleine lijst van enkele merkwaardige gebeurtenissen, die, buiten de geschiedenis van Aalst om, hun invloed hebben gehad op het verloop van de "Grote Oorlog".
Maar, zoals in het boek "De Tweede Maal" willen we ons weer houden aan het chronologisch maar objectief weergeven van de feiten, zonder commentaar. We hebben niet het inzicht na zovele jaren haat of wraakgevoelens weer op te wekken. In deze tijd zijn immers deze gevoelens al genoeg, wereldwijd verspreid met alle gevolgen vandien, dat we er zouden aan denken nog over feiten van vóór 70 jaren, politieke of andere standpunten in te nemen. De lezer zal ook moeten begrijpen dat de visie van zeer jonge lieden verschilt van deze van oudere generaties.
In alle geval, we bieden deze jeugdherinneringen aan onze stadsgenoten aan in de overtuiging dat men ons goed inzicht zou begrijpen.

A. VAN DER HEYDEN

Ik zal proberen van dag per dag zijn herinneringen aan te brengen en eventueel aan te vullen zodat we ons min of meer kunnen voorstellen hoe Aalst de Grote Oorlog beleefde.

JAAR 1914

Ik was nog een knaap en vrij van alle zorgen,
Verzot op spel, in klucht en poetsen sterk,
Toen vader mij op zekere goeie morgen .......
Oh ! die jeugdjaren ! Jaren zonder zorgen, jaren van lach en spel, wandelen, vertellen, boeken verslinden van Robinson Crusoë, de spannende reisverhalen van Jules Verne, de Vrolijke Daden van Keizer Karel enz... . Op de speelplaats onzer school buitelden we over onze kop, liepen in slingerrijen, deden aan handenklappen, schieten met de marbols, lopen met de draaitop, koersten met de reep, deden aan mutske werpen, dobbelden om gedroogde pruimen of kersestenen, deden aan "haagje over" …. Och, dit alles is meer dan 70 jaar geleden en vergeten.
Ik woonde in 'n werkmansbuurt, een van de properste en kalmste van die tijd. Er woonde de schoenmaker Toonen, de schrijnwerker F.B. met zijn vervaarlijke "moestache", de kuiper die op de "bijgang" tonnen aaneen bonkte, Sooi den beenhouwer met zijn vieze Isabelle en meer anderen, die reeds lang ter ziele zijn gegaan.
Van mijn thuis herinner ik me nog de zwartglimmende Leuvense stoof waar in de vierkanten van het onderstel gegoten figuren waren ingewerkt. En op de glimmende bovenkant van de stoofstoel zetten we zo graag onze voetjes, de armen om de opgetrokken knieën geslagen. Een houding die we steeds aannamen wanneer "onze pa" aan het vertellen was, vertellingen waarvan wij als kinderen geen woordje wilden missen. Het was zo heerlijk tijdens de winter rond dit roodgloeiend stoofke, waar vader regelmatig een schop nat gruis op goot. Ik zie nog rond die stoof het in krullen gestrooide zand dat moeder regelmatig kocht van "Wantje" de zandman, aan 3 cens voor `n emmerke. Wantje reed met 'n krakend "kerreke", waarmee hij zich ging bevoorraden in het groot zandmagazijn aan de "Zwarte Hoek". Hij trok zelf zijn karretje met zijn hangzeel om de schouders, want hij kon zich zelfs nog geen hond kopen om te helpen trekken !(Die goeie ouwe tijd, zoals men nu zegt !).
Mijn pa was in de wijk zeer goed bekend en was dagelijks op de baan om in het onderhoud van zijn negen kinderen te kunnen voorzien (toelage voor kindergeld ... onbekend !).
Hij was herbergier, deed onder oude en nieuwe metalen, verkocht kolen met een "motje", 'n emmer of nen zak, zocht in de drukkerijen de papieroverschotten op ... .
Als vader 's avonds thuis kwam, hielpen we zo graag om de nestels van zijn schoenen los te maken en zijn schoenen uit te trekken want wij hoorden hem steeds spreken van de verre afstanden die hij te voet op een dag had afgelegd.
'N fiets heeft de man nooit bezeten (die kostte toen 100 fr.) en auto's waren nog raar als de witte mussen, maar, over z'n nederige afkomst schaam ik me niet want hij stond bekend als een rechtschapen en eerlijk man, van vreemde mensen geacht en van zijn kinderen bemind. Als jongeling had hij de lessen gevolgd in het "groot college", sprak vloeiend Frans, kon verbazend goed rekenen en in zijn vrije tijd zat hij steeds gebogen over aardrijkskundige en geschiedkundige werken.
In de bewaarschool op de Moorselbaan zat ik ook 'n jaartje bij zuster Rachel, het braafste en liefste zusterke ter wereld, van alle kinderen en ouders bemind. Ik leerde er stukjes stof plukken en papierkens plakken. Maar als we niet braaf waren stak ze ons in 'n grote kast, maar we kregen n' bankje mee om er op te zitten. Dat zusterke heeft 'n zeer hoge ouderdom bereikt en na haar dood werd ze nog jarenlang in onze gesprekken vernoemd.
Na m’n stage in de bewaarschool vertrok ik naar de lagere school op de Moorselbaan. De schoonste jaren van mijn leven zou ik er schoollopen. De directeur, Mr. P. Zwaaide er de scepter. We noemden hem niet directeur, maar wel kortaf: “den drikker”. Hij was een streng uitziend man met ‘n vervaarlijke snor die ons ontzag inboezemde, maar hij was zeer ziekelijk en had ‘n lastig huishouden. We wisten ook dat hij een goed hart had.
Zijn grootste doel was : de kinderen leren schoon schrijven... . Daar legde hij de nadruk op; doen de huidige "meesters" of "leraren" dat nu nog ? Onze meesters hadden allen hun bijnaam : den otter, versnoft, 't pisserken, den bol, de vos enz... . Van allen heb ik hun regel op mijn kneukels gevoeld, of slagen gekregen op mijn achterwerk, 't is hun al lang vergeven.
In de klas ging mijn voorkeur naar het opstel, geschiedenis, aardrijkskunde, zang en deklamatie. Zoals alle anderen heb ik uren zitten krasselen met 'n griffel op 'n blauwe schaliënlei, later vervangen door kartonnen. De schaliënlei droegen we 's zaterdags mee naar huis om de houten omlijsting met zorg af te schrobben en te wassen.
Als we onze cathechismus niet goed konden aframmelen, werden we veelal naar huis gestuurd om ze beter te leren. Maar naar huis gingen we niet : we verkozen daarvoor de verbindingswegel met hagen afgeboord en die van de Moorselbaan naar de Groenstraat liep. Vandaar dat die wegel in de volksmond bekend stond als het cathechismusstretjen. Het verdween na de oorlog 14-18.
In onze omgeving woonden geen "rijke mensen". Het was ’n werkmansbuurt met hier en daar een winkel tussenin. Herbergen ofte "staminees" waren er genoeg : zes op 'n afstand van 200 meter. De kinderen hadden smokkelwinkels : Mank Jefken, Melleken, Treze Krol, Marieken... . Als we de rijen werkmanshuizen passeerden snoven we steeds op de middag dezelfde geur op, "erremensenreuk", want er werd niet veel meer gereedgemaakt dan "pellepatatten" met haring (de haring was toen het biefstuk van de arme mensen), mosselen, friet of onwelriekende soep. Als ik daaraan terugdenk zal ik nooit kunnen zeggen: "die goeie ouwe tijd !". Het was de tijd van hard werken en weinig verdienen. 's Morgens van vòòr 7 uur hoorde men mannen en vrouwen met hun houten blokken ofte kloefen over de straat klepperen naar de fabrieken toe, geluiden waartussen zich het bonkig stappen voegde van de werklieden die reeds te voet van Moorsel of Baardegem kwamen om in Aalst de trein te nemen die hen naar Brussel zou voeren, waar ze werkzaam waren.
Maar wij kinderen interesseerden ons alleen aan ons speelgebied, de Molenbeek en de grachten in de Bergemeersen, de hogen berm (spoorwegbrug aan de Brusselse steenweg), het fonteinen- en gasthuisbos, de draaiput, de groenebeek, het kerkplein. Onze spelen waren marbollen schieten, putje wrijven, mutsenspel, kersestenen spel, boomken schieten, repen ... . In de hete zomerdagen liepen de meeste jongens uit ons buurt pletsbarrevoets (moeder mocht dan wat minder kousen stoppen) en trokken we naar de draaiput om er te zwemmen of zelfs alleen om er te ploeteren. Ons klederen legden we op de boord van de beek en ons zwemkostuum bestond eenvoudig uit 'n simpel zakdoekje om de lenden, opgehouden door 'n koordje of ne "rekker".
De meeste geburen kenden we enkel met hun bijnaam : Kamiel van Dienekes of "De Groene Doktoer" (omdat hij een gekende daensist was), luie Sus, Soo Brack, bediende in de reizigersstatie, (van wie eigenaardige verhalen de ronde deden), Dikke Lommen, Soo de Kuiper, Soo Stuiver, Mie Pelle, Toontje Boone, Jan Git, Den Doven, De Stinker enz... .
Toen ik 6 jaar was, kreeg ik één cent zakgeld (goed voor 3 suikerbollen bij Melleken) maar toen de oorlog uitbrak kreeg ik reeds 5 cent (2 ½ cent voor de cinema "Flora", 50 meter verder in de straat, en 2 ½ cent om "op te doen"). Bij die wekelijkse ontvangst kwamen er soms nog 'n paar centen bij van de studenten van het groot college die wekelijks voor onze woning passeerden op weg naar den hof van 't groot college, achter de grot van Mijlbeke, waar ze gingen voetballen en zwemmen. In de straat liepen we achter hen aan, en dan gooiden ze dikwijls enkele centen naar ons toe (het waren toch enkel "rijkemensen kinderen"..) wat als gevolg had dat we ons doodvochten om ons deel te kunnen bemachtigen... . Dit is zowat een beeld (maar nog zeer onvolledig) van ons kinderleven op de vooravond van de oorlog die in augustus 1914 zou uitbarsten, en waarvan ik zovele feiten zelf heb doorgemaakt, horen vertellen of gelezen in dagbladen en boeken. Ikzelf tekende alle gebeurtenissen op, op kleine blaadjes of op 'n groot schrijfboek van m'n pa gekregen.
Helaas ! daarvan is er veel verloren gegaan in de loop der latere jaren - maar genoeg herinneringen zijn me toch overgebleven, die ik meende niet te mogen onthouden aan mijn nazaten (familieleden of stadsgenoten).
De laatste dagen van Juli was het zelfs aan ons, kinderen, opgevallen dat er 'n merkelijke onrust bij de bevolking te bespeuren was. Bijzonder 's avonds nadat mannen en vrouwen van de fabrieken of burelen waren teruggekeerd en hun avondmaal hadden genoten, nam de straat 'n gans ander uitzicht. De meeste mensen kwamen op straat staan, om in groepjes (wij wisten niet wat) besprekingen te houden. Wij waren steeds gewoon geweest de mensen te zien zitten, elk aan zijn deur, op de dorpel, 'n bankje of 'n klein stoeltje. Hier en daar n' stelletje kaarters die van niemand of iets nota namen. Maar toen bij toeval er 'n auto passeerde (zeer raar !), toen kreeg hij heel en al aandacht, bijzonder als er militairen in zaten.
Onze nieuwsgierigheid was gaande gemaakt en we wilden weten waarover die gesprekken gingen; toen hoorden we dat er steeds gesproken werd over oorlog, soldaten, mobilisatie of binnenroepen van soldaten, maar onze aandacht ging steeds naar iets anders : de grote vakantie die we op 1 Augustus kregen, wat ons op voorhand zielsgelukkig maakte. We zongen dan maar steeds opnieuw :
Ho ! Ho ! Wat is vakantie blij
Voor de jonge snaken
Die ontlast dan zijn en vrij
Om plezier te maken.

Na het vlijtig werken, rust,
Rust na 't neerstig zwoegen,
Dat geeft waren hartelust,
Waar en rein genoegen !

Lopen nu door veld en bos,
Stoeien door de dreven,
Rollen, bollen over 't mos,
Ei, wat lustig leven !

Anderen zongen dan ook uit volle borst :

Boeken toe, en boeken weg,
Lustig nu naar buiten,
Lopen nu langs haag en heg,
Waar de vogels fluiten !

In onze gebuurte waren er geen mensen die een dagblad kochten, behalve mijn vader die steeds "De Volksstem" las en dagelijks "Het Nieuws van den Dag" (genoemd het blad van de gebroken armen en benen).
Dienekens Kamiel die geweldig Daensgezind was, kocht natuurlijk "De Werkman" van Pie Donjs die zo schoon de samenspraken kon beschrijven van Sabine en Clara, of van Melleken en Siska, en die de arme mensen zo zeer verdedigde in schrift en woord, te Aalst of Brussel; Toonen, de schoenmaker was ne "vrie" groten socialist, die zelfs aan de deur kwam zijn ' "Vooruit" lezen en ze zelfs niet wegstak als er ne pastoor of onderpastoor vóór hem passeerde. Toonen deed zelfs nog meer : als hij bijtijds ne pastoor zag afkomen, stond hij recht en greep naar de ijzeren klink van zijn voordeur want hij was rotsvast overtuigd dat die zwarte rokken hem anders ne loer zouden hebben gedraaid; maar anders 'n zeer brave man die buiten zijn slagwoord "sakkerdjie" geen enkele vloek uitsprak.
Op 't fort (Koer Backaert) konden ze meer en beter : daar kwamen soms de "godverdommes" en de "miljarde nondedjuus" zo maar vanuit het stretje de Moorselbaan opgerold ... . Maar, ziet ge, daar woonde alleen "erreme soert". Vechters en zuipers... vroeg in het leven gekraakt door armoede, honger en koude, die steeds hun deel waren geweest. En dat ze dikwijls zat over de straat waggelden, was niet door het feit dat ze overmatig jenever hadden gedronken, maar wel omdat ze met 'n paar druppels in hun ondervoed lichaam niet de weerslag ervan konden te boven komen.
Maar spreken we eerst voort over het gazetten lezen !
Mijn vader, ziet ge, had jaren school gelopen bij de Jezuiten in de Pontstraat, had er zijn meeste lessen in het Frans gekregen en kon wel bogen op een stevige intellectuele ondergrond. Zo kwam het dus dat hij 's avonds met zijn gazetten buitenkwam, en het nieuws voorlas aan de geburen die om hem kwamen staan, stil luisterend naar het relaas der laatste nieuwsberichten (zo wisten we zeer rap dat op 28 juli '14, Oostenrijk - Hongarije de oorlog had verklaard aan Servië). De meeste toehoorders wi.sten natuurlijk niet waar Oostenrijk - Hongarije of Servië lag, maar dan zond mijn vader me naar binnen om daar zijn grote "Wereldatlas" te halen, en liet hij die open rondgaan bij de mensen... .
We hadden ook geluk dat we naast de ingangsdeur van ons huis 'n gaslantaarn hadden gekregen, wat de lezing der dagbladen vergemakkelijkte, aan die gaslantaarn was wel n' kleine historie verbonden, die ik eigenlijk nu nog niet zou mogen verklappen : namelijk die moest feitelijk een drietal huizen verder geplaatst worden, maar mijn vader die het belang inzag dat de inrit van zijn grote poort goed verlicht was - en meteen de ingang van zijn staminee - had de conducteur van de gasmaatschappij 10 of 15 frank in de handen gestopt en daarbij nog eens goed getrakteerd. Zodus kwam de lantaarn op de plaats door mijn vader gewenst, en hij had tevens bewezen dat hij niet "voor niet" bij de Jezuïten school had gelopen.

JULI 31 (VRIJDAG)
Vader komt uit de stad met de tijding dat aan de "Grote Post" en aan alle banken de mensen in lange rij-en staan aan te schuiven om hun geld van hun rekeningen op te vragen. Het binnenroepen der "klassen" had voor 'n geweldige paniek gezorgd.

AUGUSTUS 1
In alle dagbladen staat het bericht dat Duitsland aan Rusland de oorlog had verklaard; reden: Duitsland kon niet toezien op het feit dat Servië (reeds in oorlog met Oostenrijk - Hongarije) door Rusland wierd geholpen. De burgemeester van Aalst beveelt dat alle pompiers in de politiediensten worden ingeschakeld voor de nachtdiensten; men vreest reeds voor meer diefstallen.
Op de zaterdagse markt is driemaal meer volk als naar gewoonte, want ongeruste huismoeders beginnen reeds te hamsteren, temeer daar het wit brood bij de bakkers van vandaag af een "halfken" of één centiem is opgeslagen en ook andere voedingswaren worden reeds duurder. Maar moeder brengt toch voor al haar kinderen onze gewone krentenkoek van de markt mee.... en dat maakte ons gelukkig,... .


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 02 Aug 2008 11:51    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 2 (ZONDAG)
Op de markt, rond 5 uur zien de mensen 'n eigenaardig konvooi uit de Kerkstraat aankomen. Een doodgewone wagen gemend door "Cazze de Smet"(1) en door 4 gendarmes te paard vergezeld. De vracht is door een groot zeildoek aan de blikken van de toeschouwers onttrokken. Het geheim is rap gekend : de vracht bestond uit 'n aantal zakken met geld (2) gevuld, die van Brussel uit van de nationale bank van België naar het agentschap van Aalst, werd overgebracht. Dit geld zou van maandagmorgen worden uitbetaald aan de burgers die hun spaarcenten kwamen ophalen.


(1) Casimier De Smedt
(2) In de zakken zat 200.000 frank in vijffrankstukken, s'avonds kwam er ook nog een voertuig toe met 100.000 frank in goudstukken.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
derwisj



Geregistreerd op: 17-2-2005
Berichten: 7548
Woonplaats: aalst

BerichtGeplaatst: 02 Aug 2008 17:10    Onderwerp: Reageer met quote

mooi en interessant...
pascal
_________________
http://www.feitelijkverenigd.be/wp-content/uploads/2005/08/banner-CTIDK-bovenaan.jpg
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 03 Aug 2008 10:52    Onderwerp: Reageer met quote

derwisj @ 02 Aug 2008 18:10 schreef:
mooi en interessant...
pascal


Dank u, we konden toch niet achterblijven tegenover ons geburen uit Dendermonde, hé Evil
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 03 Aug 2008 10:56    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 3 (MAANDAG)
De tijding komt toe dat Duitsland aan Frankrijk de oorlog heeft verklaard. Terstond wordt de bewaking der banken verscherpt alsook de bewaking der statie door de burgerwacht. Nochtans gaat het vervoer van reizigers en goederen met de treinen normaal verder. Aan de bruggen komen er schildwachten - de kinema's krijgen bevel hun deuren te sluiten. De "belleman" roept in de straten dat alle telefoontoestellen (er waren er toen nog niet veel) moesten worden ingeleverd, behalve deze door de officiële diensten gebruikt. De burgers van Duitse afkomst dienen binnen te blijven. Ondertussen verneemt men ook dat de Duitsers reeds in het Groot Hertogdom Luxemburg zijn binnengevallen …. Het hamsteren neemt van uur tot uur toe en het stadsbestuur gaat over tot de stichting van een hulpkomiteit voor de gewone behoeftigen.
Nu begrepen de mensen allemaal de agitatie op de Stadhuis, de zenuwachtige stemming bij de politie en gendarmerie; men spreekt nu ook veel over de Duitse spionnen die, naar het scheen, hier en daar waren opgemerkt en waarop 'n jacht werd ingezet.
De kommandant Thiry, die in onze gebuurte woonde, keerde nu elke dag naar huis, met 'n revolver aan zijn zijde... . Ik noteerde alles vlijtig op mijn "speciaal" schrijfboek. Ik kwam dan ook te weten dat de mobilisatie reeds op 1 augustus was afgekondigd en dat er sprake was van opeisingen der paarden, aanslaan van gewone voertuigen en de auto's in bezit van enkele begoede Aalstenaars. Bij de bakkers kostte het brood weer 'n centiem meer en de aardappelen hetzelfde bedrag.
Ondertussen zien we steeds meer en meer gemobiliseerden de weg naar de statie inslaan, dragende 'n valies of pakzak. Schreiende vrouwen en kinderen vergezellen hen tot aan het station en wuifden de vertrekkende treinen na.
Een gemobiliseerde uit onze gebuurte (Cola) riep bij zijn verrek naar de statie, mijn vader lachend toe :"Als we geen kogels meer hebben om naar de Duitsers te schieten, zullen we er met "patatten" naar smijten !


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 04 Aug 2008 7:00    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 4
De verwachte fatale tijding is toegekomen: zonder formele oorlogsverklaring zijn de Duitsers ons land binnengevallen, en de grensgevechten begonnen. Reactie bij de woedende bevolking. Vele Aalsterse jongelingen, niet gemobiliseerd gaan zich als vrijwilligers aanmelden. In Brussel is het aantal jongelingen (1) die zich op de aanwervingsburelen aanmelden, zo groot dat 'n aantal, het aanschuiven moe, naar Aalst komen om zich te laten inschrijven. Op 3-4 dagen tijd, hebben zich in het gehele land reeds meer dan 30.000 vrijwilligers bij de legeroverheden aangeboden... .
In de pupillenschool worden de pupillen (in de volksmond: de kleine soldaatjes !) weggestuurd. Die van meer dan 16 jaar worden bij het leger ingedeeld, deze van minder dan 16 jaar, worden naar huis gezonden.
Ondertussen wordt de burgerwacht "Garde civique" met vrijwilligers versterkt voor de bewaking van het station, de denderbruggen en de banken. Aan de banken is het werkelijk een bestorming geworden. Er zijn mensen die al vanaf 5 uur in de morgen in de rij gaan staan. De politie gaat de in beslag genomen toestellen ophalen en de "belleman" kondigt aan dat de duivenmelkers hun diertjes niet meer mogen laten uitvliegen. Voor alle eetwarenwinkels vormen zich rijen mensen om voorraden te kopen. Wie dringend steun nodig heeft mag zich op het stadhuis gaan aanbieden.
Kolonel Thiry vertrekt naar het leger en notaris Karel De Vis wordt luitenantkolonel van de burgerwacht benoemd. Op deze dag zijn 200 vrijwilligers zich komen aangeven om ons leger te vervoegen. Ik zie de opgeëiste voertuigen (wagens en auto's) alsmede de aangeslagen paarden in stoet vertrekken langs de Moorselbaan naar onbekende bestemmingen. Verder wordt in Aalst de heksenjacht naar echte (maar meest vermeende) spionnen voortgezet . We zijn getuige als al het struikgewas op de “spoorwegbergen” aan de Nijverheidsstraat verder tot de laatste twijg door de burgerwacht en pompiers wordt weggehakt, .... zonder resultaat ! (2) Boeren die naar de stad kwamen vertelden aan de mensen dat ze zich herinnerden, hoe de laatste maanden Duitse leurders hun gemeenten afliepen om zeisen en pikken aan spotgoede prijzen te verkopen... De oogst was in 't zicht, dus de meest geschikte tijd om onopvallend dorpen en landerijen te doorkruisen. Het is best mogelijk dat dit wel degelijk spionnen waren. In Aalst worden vanaf deze dag bedevaarten ingericht naar de verschillende bedehuizen der stad, maar bijzonder naar de grot van O.L.Vrouw in de Langestraat op Mijlbeek.
Luidop biddend volgden de groepen elkaar op, voorafgegaan door de parochiepriesters, maar wij kinderen, begrepen nog niet goed wat er allemaal gaande was en profiteerden enkel volop van onze vrolijke vakantietijd, en waren verder er steeds op uit van te gaan kijken waar er "iets te doen was", bijvoorbeeld aan de statie, Dender, of in de gebuurte !
Tegen de avond worden enkele vreemdelingen aangehouden door de politie, op aanwijzing van de burgers die ze voor spionnen aanzien. Sommigen zijn reeds mishandeld en moeten door de politie (3) beschermd worden. Ik weet niet wat van hen is geworden, maar zeker was het dat de Duitse burgers te Aalst werkzaam in ateliers of fabrieken, zich moesten ter beschikking houden van de overheid en verbod kregen hun huizen te verlaten. We vernemen ook dat reeds verscheidene rijke Aalstenaars, met boten van de Red Star Line (compagnie van passagiersschepen) naar Engeland of Amerika zijn vertrokken. Anderen schijnen reeds naar Frankrijk te zijn gevlucht, maar wie deze personen waren, konden we niet vernemen.
Zeker was het nochtans dat de ongerustheid bij de bevolking ernstig toenam, niettegenstaande de Belgische pers overwinningen der Belgische soldaten verkondigde.


(1) Aan hun hoofd stond de jonge graaf de Meeüs
(2) Aan de viaduct aan de Brusselsesteenweg zouden vijf vreemdelingen gezien zijn die aantekeningen maakten
(3) Tengevolge de mobilisatie was de getalsterkte van de politie van 34 man gedaald naar 20. Ze kregen de hulp van 56 brandweermannen die met hen de nachtdienst deden.



wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 05 Aug 2008 7:53    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 5 (1)
Tot op heden hebben zich te Aalst reeds meer dan 100 vrijwilligers (2)voor het leger aangemeld.


(1) Niet minder dan 179 opgeëiste auto's reden door Aalst richting Vilvoorde. Van alle kanten kwam de bevolking de voorbijrijdende soldaten allerlei toewerpen, weldra lagen de auto's vol met brood, fruit, kaas, worst, gebak en drank, men zag zelfs een hesp gooien. Het volk juichte Leve België ! Leve België ! Leve het volk van Aalst ! Weg met de Duitsers! Leve het leger !
In de avonduitgave van de kranten stonden de eerste verslagen over de gevechten rond Luik. In de volkswijken las men de artikels luidop en de omstaanders luisterden aandachtig hoe het derde legerkorps met generaal Leman aan het hoofd de Duitsers te Luik de weg versperden.
(2) waaronder enkel 40-jarigen, vaders en behorende tot de voornaamste familiën van de stad:
- Emiel Van Der Gucht (° Leuven 22-1-1876, oud-onderofficier van de schutterij, secretaris van de Katholieke Werkmanskring) vervoegde zijn regiment te Tienen.
- Florimond Van Cleemput (° St.Gillis-Waas 19-2-1882, onderwijzer)
- G. Van Neste (onderwijzer)
- Natalis Heyndrickx (° Lebbeke 12-11-1884, onderwijzer)
- Antoon Eeman (° Aalst 30-10-1895, zoon van Kamiel Eeman)
- Petrus Emiel Ghijsbrecht (° Aalst 13-9-1895, eerste verminkte van de Aalsterse vrijwilligers)
- J. Aerts (zoon van de bestuurder der Middelbare Staatsschool)
- dokter Ernest Truyens (° Berendrecht 25-4-1884)

- J. Goethals (16-jarige zoon van de overleden stadsbouwkundige)
- J. Rubbens (oudste zoon van dr. Rubbens uit Lede, die pas de Rhetorica, in het st.Jozefscollege had verlaten)
- Edw. de Schaepdryver (zijn broer was in de militaire school, zoons van de advokaat Raymond de Schaepdryver)
- Henri Moens-de Clippele
- Ferdinand Calewaert
- Willy Breckpot (° Aalst 13-5-1889)
- Alfons Meert (° Aalst 18-8-1895)
- Jules en Edmond Blanckaert (° Aalst 27-2-1898)
- Jozef Van Lierde (° Aalst 10-11-1889)
- Emiel Van Overstraeten
- Marcel De Vos (° aalst 3-3-1894, die zijn broer-onderofficier Zenon ging vervoegen)
- Theophiel Praet (° Aalst 11-5-1889, kunstschilder)
- de gebroeders Van der Meerssche
- Ferdinand De Gheest (° Aalst 9-2-1889, kandidaat notaris)
- Jules Delafortrie (schoonzoon van Pieter Daens)
- dokter Eduard Heffinck (° Kruishoutem 19-11-1883)
- dokter Van de Maele
- dokter Boeykens
- de eerwaarde Paters Prior en Novicemeester van de Benediktijnerabdij van Affligem
- verscheidene jonge seminaristen, priesters, Capucienen, studenten van het St.Jozefcollege, enz...

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 06 Aug 2008 9:50    Onderwerp: Reageer met quote

Tot de eerste slachtoffers behoorden volgende Aalsterse soldaten:

Frans Lauwers († Luik 04-08-1914 )



Leopold Cornelis († Ougrée 05-08-1914)



Philemon Sterck († Ougrée 05-08-1914)



Adolf Maes († Wandre 06-08-1914)



Albert Schollaert, soldaat 9e Linie (° Aalst 05-04-1893 en † Boncelles 06-08-1914)



Frans Van den Bergh, soldaat 9e Linie († Luik 06-08-1914) om 3 uur ’s morgens schreef hij nog in een brief dat “het een plezier was om de Duitschers te zien neertuimelen”, ze gingen zelfs nog weddenschappen aan voor een “bocksken” (bier), om het meest vijanden neer te leggen. Twee uur later doorstond het 9e Linieregiment een zware aanval van de Duitse ruiterij, gebeurde ergens tussen de Vesder en de Maas, en Frans bekwam er zware verwondingen, zo zwaar dat hij kort daarna er aan overleed.



P. De Zutter, soldaat 9e Linie († Ougrée 06-08-1914)



wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
abn



Geregistreerd op: 11-12-2005
Berichten: 702

BerichtGeplaatst: 06 Aug 2008 22:05    Onderwerp: Reageer met quote

Mooi beeld van het leven in de arbeiderswijken in die eerste post.

Mosselen waren inderdaad ooit "erremmenseneten" i.p.v. de kermiskost die ze nu zijn.

Benieuwd naar het vervolg.

Bert
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 07 Aug 2008 8:57    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 7
De eerste Duitse burgers krijgen toelating om naar hun vaderland te vertrekken. Deze uittocht zal gedurende een week duren tot de meesten op 13 augustus zijn vertrokken. Toch hebben sommigen toelating gekregen om in Aalst te blijven.(1)
Er was immers nog geen officieel bevel tot uitdrijving toegekomen bij de burgemeester.


(1) Er verbleven volgens de volkstelling van 1910 te Aalst 129 Duitsers, 53 Fransen, 50 Nederlanders, 21 Engelsen, 7 Oostenrijkers en 3 Italianen.

Drie Duitsers werden als spion aangehouden (Müller, Drünhausen en Holkott)
De Duitse onderdanen werden op 10 augustus verzameld op het Landhuis en vandaar onder politie begeleiding overgebracht naar het station en op een trein (2de klasse) geplaatst richting "heimat".


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 07 Aug 2008 12:54    Onderwerp: Reageer met quote

Ondertussen was Italë overgegaan tot een volledige mobilisatie en kregen de enige Italiaanse onderdanen die te Aalst verbleven op 7 augustus bevel om via Frankrijk naar hun vaderland te vertrekken.
Ze waren hierover erg enthousiast en riepen "Eviva ! Naar Triest ! Naar Triest !"

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 09 Aug 2008 12:04    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 9
In Aalst komt de tijding dat reeds een Aalsters soldaat tegen Luik was gesneuveld, het ging om een zekere Frans Van Den Berghe. 's Anderendaags reeds wordt in de St. Martinuskerk een rouwdienst gecelebreerd die wel door 1.500 mensen werd bijgewoond.


Petrus Van Nuffel schreef in "De Duitschers in Aalst": "Het was een schoone Zondag, met zonne en weelde in de lucht. De beiaard van het slank Belfort zong een hooglied, eene kantiek vol zoete melodij. De Groote Markt, het aloude forum der voormalige Keizerlijke vesting, was met een bonte menigte vervuld, grijsaards, werklieden, burgers, bloedjong volk met brandende asems, met oogen vol vier en hijgende borsten vol drift: meisjes met snoezige smoeltjes, in rooden kollebloei. Aan den gevel van het Landhuis worden de vlaggen der bondgenooten geheschen; de beiaardier speelt een forsige Vlaamsche Leeuw, en 't volk in vervoering, juicht mee: De legerbenden sneven, een volk zal niet vergaan!

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 09 Aug 2008 16:01    Onderwerp: Reageer met quote

Egidius Meersman († Ougrée 08-08-1914)



mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 10 Aug 2008 11:08    Onderwerp: Reageer met quote



vlnr. "De Katholieke Kring", standbeeld van Dirk Martens, het Belfort, herberg "De Graaf van Egmont", woning graaf Liénart en het stadhuis (of Landhuis) met boven de ingang het wapenschild van Aalst.

AUGUSTUS 10 TOT 14
De paniekerige stemming in de stad is een beetje geluwd. Aan de banken en postburelen gaat het er wat rustiger toe; er worden minder spionnen gesignaleerd en de bevoorrading komt vlotter op gang. Maar de schildwachten blijven de wacht houden, zoals vanaf de eerste dagen.
En zo kwam het, dat niettegenstaande de beroering en ongerustheid bij de bevolking, er feiten voorvielen die de gelegenheid gaven tot hartelijk lachen. Het volgende feit dat we persoonlijk meebeleefden, kan zulks illustreren: 't was in augustus, de eerste dagen na het uitbreken van de oorlog. In onze gebuurte woonde een weduwe van ongeveer 50 jaar. Ze scheen afkomstig te zijn uit West-Vlaanderen, aan haar taal toch te horen; 'n echt folkloristisch model. Omdat ze zo'n blinkend zwart hoofdhaar had, beweerde mijn moeder en andere vrouwen dat het haar van H.T. geverfd was ... nu, deze vrouw werkte bij een Brusselse firma die gespecialiseerd was in het versieren met pluimen van vrouwenhoeden. Ze was één der pendelaarsters die alle dagen 's morgens naar Brussel vertrok en in de late 'namiddag uit Brussel terugkeerde. Het scheen dat H. in die firma te Brussel bekend stond als een der beste werksters en dat zij soms de hoeden van Koningin Elisabeth eigenhandig mocht afwerken. Zo beweerde ze toch en iedereen geloofde het.
Nu, H. bracht alle dagen het laatste nieuws mee uit de hoofdstad. In die dagen, en gezien het uiterst mooie weer, stonden de mensen na hun dagtaak op straat in groepjes de laatste gebeurtenissen te bespreken, ook nieuwsgierig afwachtend wat voor nieuws vrouw H. uit Brussel zou meebrengen. Want voor ieder groepje had ze een en ander te vertellen, onderstreept met veel gebaren... .
Vrijdag 14 augustus '14 was het een broeiend hete dag geweest. Vele mensen staan op de straat in hun deuringang of komen luisteren naar de dagelijkse voorlezing van mijn vader uit zijn dagbladen... Plots ziet men H. aan het einde van de straat opdagen. Ze nadert met veel gebaren. Dus... veel nieuws op komst... . Voorzeker hebben de Duitsers weeral veel slaag gehad en zijn ver achteruit gedreven... . Voor ons huis wacht men met spanning tot Henriette genaderd is.
Op de vraag van een gebuur wat Henriette voor nieuws heeft, antwoordt ze met schelle stem: "Mensen, goed nieuws ! Morgen op O.L.Vrouwendag (Half Oogst) is de oorlog gedaan. O.L.Vrouwken heeft het zelf gezeid... . En 't zal just zijn, just, zeker just." Daarmee stapte ze haastig door, om verder de blijde mare te verkondigen. De mensen glimlachten - ze kenden vrouwe H. en haar doening... .


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 12 Aug 2008 13:10    Onderwerp: Reageer met quote

Aalstenaar Jan Baptist De Wulf is overleden op 12-08-1914 in Namen.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 13 Aug 2008 13:51    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 13

Boven de Aalsterse Grote Markt vloog er rond 8.30 uur een Frans vliegtuig, het kwam uit de richting Brussel en vloog verder naar Gent. Ter hoogte van de Gentsesteenweg aan het hof van Van Geem, kwam het in moeilijkheden en moest een noodlanding maken. Hierbij raakte het beschadigd en de twee piloten kwamen er met lichte verwondingen vanaf. Spoedig waren de politie en een officier van de burgerwacht om de twee hun eenzelvigheid te controleren en met moeite konden ze de nieuwsgierigen op afstand houden. Men bracht de twee piloten naar het Landhuis waar hun een hartelijke begroeting te beurt viel. De luitenant-piloot verklaarde dat ze rond 4 uur te Parijs waren opgestegen.
Hun vliegtuig werd op een vrachtwagen geladen en samen met de piloten reden ze verder naar Gent.
Men dacht er te Aalst reeds sinds 2 augustus aan hoe men de gekwetsten zou opvangen. De linkervleugel van het hospitaal was ingericht als krijgsgasthuis en een witte vlag wapperde op de gebouwen, 24 hospitaalzusters en 12 zusters-Franciscanen stonden klaar om de eerste gekwetsten op te vangen.
In de Pupillenschool, waar ook de Rode Kruis vlag wapperde, konden meer dan 300 gewonden opgenomen worden. Ook bij verschillende particulieren was er plaats voorzien om gekwetsten op te vangen.


Het St.Elisabethgasthuis (ca.1902)




Pupillenschool (links, grote poort). Jongens van 13 en 14 jaar, zonen van beroepsmilitairen en rijkswachters, volgden hier in de Pupillenschool aan de Graanmarkt humaniora-onderwijs. Zij kregen er een militaire opleiding.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 15 Aug 2008 9:05    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 15
Dag van Onze Lieve Vrouw. Ongeveer drie uur in de namiddag. Ons Henriette komt uit de stad. Ditmaal rustig en kalm.
Aan ons huis gekomen zegt een gebuur spottend :"Awel, Henriette uw Onze Lieve Vrouwken heeft ferm gelogen hein ! De oorlog is niet gedaan !" Daarop plaatst H. zich met de armen gekruist voor de mensen en vinnig en uitdagend roept ze : "Wa weet gij d'er van ? Is de dag al uit hein ? Is de dag al uit hein ? Wacht uw tijd af ! De dag is nog niet uit..." en zeer gestoord vervolgt ze haar weg. Nu, 70 jaar nadien, wordt dit fameus gezegde nog soms in onze (overgebleven !) familie herhaald als men voor een feit op 'n bepaalde dag niet erg wordt geloofd - men zegt nog dikwijls als repliek :"Is de dag al uit hein ? Is de dag al uit hein "?
Voor het overige was die dag kalm verlopen en was de processie (1) normaal uitgeweest. Er waren zoals steeds zeer verzorgde groepen bij, maar het viel de mensen op dat er bijna geen begeleiding is van politie of rijkswacht en dat de "klein soldaatjes" (2) er ook niet meer bij zijn met hun muziek. Zelfs minder stadsautoriteiten... .


(1) De jaarlijkse processie van Half-Oogst, was dit jaar een "boetprocessie", geen gezang, muziek, bloemen en vaandels enkel duizenden mensen, paternoster in de hand die door de straten trokken. Hoe groter het gevaar werd hoe godsvruchtiger men werd.

(2) pupillen of troepkinderen

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 16 Aug 2008 10:47    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 16
Dat de toestand verergert en dat de Duitsers naderen leiden de mensen af uit het feit dat de genietroepen de spoorwegbrug over de Dender doen springen.
Ze is niet volledig vernield, maar is toch onbruikbaar geworden. Door de knal zijn vele ruiten in de fabriek van "Jelie's" op het vaartplein en in de huizen in diggelen gesprongen.
Vandaag is er ook geen post bedeeld en sommige fabrieken vallen stil.
Behalve "De Volksstem" (1) zijn bijna geen dagbladen meer te krijgen en er worden reeds verschillende diefstallen van veldvruchten (2) gesignaleerd.


Een soldaat van het 12de Linie, bakkersgast te Herzele, die te Luik twee dagen zonder rust of voedsel had gestreden, kwam bij Leo Gheeraerdts, burgemeester, om zijn papieren te laten tekenen om verder door te kunnen reizen naar zijn woonplaats. Hij had een kort verlof verkregen, nadat een Duits soldaat met een kolfslag zijn scheenbeen gebroken had.
Hij sprak over de geestdrift van de Luikenaars bij het aankomen der Belgische troepen en betreurde het dat de jagers bij vergissing hadden geschoten op het 9de en 10de Linie, waarop de Duitsers het vuur hadden geopend.

(1) Die inlichtingen geven over de wreedheden van de indringer en over de slag rond Luik.
(2) voornamelijk aardappelen.


Isidoor Aelbrecht († Wandre 16-08-1914)


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 18 Aug 2008 11:19    Onderwerp: Reageer met quote

Nog twee Aalstenaars die sneuvelden in de begindagen van W.O.I

Karel Jozef Eeman († Grimbie, Tienen 18-08-1914)



en
Leo Van der Poorten († St.Margriete-Houtem 18-08-1914)



mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
SNORKEL



Geregistreerd op: 14-3-2006
Berichten: 155
Woonplaats: denderleeuw

BerichtGeplaatst: 18 Aug 2008 15:17    Onderwerp: overige oorlogstonelen in België Reageer met quote

ben in het bezit van de uitgave
zoals verder hier te vinden is

Oorlogskroniek II der Stad Aalst het is een zeer interessante kroniek elke dag weergegeven.
de foto's van de Aalsterse gesneuvelden zou ik graag willen overnemen! Is er bezwaar tegen laat het mij weten enkel voor eigen verzameling.
_________________
het verleden mag men niet vergeten
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
SNORKEL



Geregistreerd op: 14-3-2006
Berichten: 155
Woonplaats: denderleeuw

BerichtGeplaatst: 18 Aug 2008 15:57    Onderwerp: Reageer met quote



nog een foto uit mijn verzameling Affligem dit is Dom Franco De Wyels als legeraalmoezenier aan het front ,1917
_________________
het verleden mag men niet vergeten
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 19 Aug 2008 7:57    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 19 EN 20
Terwijl "De Volksstem" (1) nog steeds bloklettert dat de forten van Luik nog goed standhouden, verneemt men dat Duitse patrouilles reeds zijn gemeld in de streek van Asse, Erembodegem en Baardegem. Op 20 augustus 's avonds komt er bericht dat er Duitsers de stad Aalst naderen vanuit Herdersem en Moorsel.
Tijding die de bewoners van Mijlbeke (2) inderhaast hun deuren doet sluiten en de vensterblinden.
Burgemeester Geeraerdts laat nogmaals uitbellen dat alle wapens in bezit der burgers, dringend moeten op het stadhuis worden ingeleverd. Hij ontbindt terzelfdertijd de burgerwacht en vraagt alle Belgische vlaggen die sedert dagen uithangen, in te trekken. Dan volgt nog een oproep tot kalmte aan de bevolking en hij vraagt geen onbezonnen daden te plegen indien de Duitsers in de stad komen, teneinde geen weerwraak uit te lokken, maar de Duitsers laten zich niet zien en de nacht verloopt kalm.


(1)


(2) Mijlbeek, (praterij) wijk ten oosten van Aalst

Talrijke burgerwachten, toebehorende aan de korpsen van de jagers-verkenners, artillerie, ruiterij en wielrijders, ongeveer een 150 man, kwamen in Aalst toe, zodat Aalst een beetje op een garnizoenstad leek. Sommigen waren zo afgemat dat ze zich op straat te slapen legden.
Men vernam van hen dat ze zich hadden teruggetrokken uit Leuven en dat hun wapenmakkers die vóór Brussel lagen ook bevel hadden ontvangen zich terug te trekken op Aalst.

Hector Verbestel († Aarschot 19-08-1914)




wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 20 Aug 2008 14:06    Onderwerp: Reageer met quote

20 augustus 1914

De nacht van 19 op 20 augustus was er veel verkeer van auto's.
's Morgens kwamen bij de burgemeester vier rijkswachters (gendarmen) te paard, gevolgd door een auto waarin de officieren Dumonceau en Dubailly zaten. De officieren logeerden bij de burgemeester en zestien rijkswachters verbleven in de molen en de oliesalgerij Gheeraerdts, de officieren vertelden de burgemeester dat er in Frankrijk proeven waren gedaan op schapen met stikgassen.
's Avonds kwam er een wielrijder aan de burgemeester zeggen dat er Uhlanen gezien waren aan de Ninoofsesteenweg. Generaal Clooten die bij de schepen Moyersoen logeerde, werd verwittigd en gaf bevel dat de gendarmen moesten optrekken. Ze groepeerden zich op de Grote Markt en tussen het toegestroomd volk ontstond paniek. Plots luide de stormklok en iedereen begon luid te roepen "de Duitschers komen !".
Maar de "pinhelmen" kwamen niet. Tegen 22.30 uur vertrokken de gendarmen.

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 21 Aug 2008 15:10    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 21
De laatste trein vertrekt vanuit Aalst naar Gent. Geen postverkeer meer, geen telefoon. Overdag ziet men enkele Duitse vliegers de stad overvliegen. Op de Brusselse steenweg passeert 'n groot Duits leger maar komt niet door het stadscentrum, maar gaat direkt naar de Gentse steenweg om aan de "Vijfhuizen" zich in twee delen te splitsen. Een gedeelte volgt daar de steenweg naar Oudenaarde 'n ander gedeelte zet z'n weg voort in de richting van Gent.
's Morgens reeds rond 10 uur waren enkele Uhlanen (soort Duitse lanciers) (1) komende uit Moorsel en Herdersem in de stad binnengekomen en zich rechtstreeks naar het stadhuis begeven. De burgemeester en schepen Moyersoen (2) ontvingen ze. Vooreerst hadden de Duitsers 4 wachtposten aan de ingang van het stadhuis opgesteld. Die groep soldaten (die voorzeker voor eigen rekening handelden) vergenoegden zich met het kasgeld op te eisen bij de stadssekretaris (ongeveer 650 fr.), gaven een klein kwijtschrift en trapten het af... . (3)
En 's avonds komt een troep Duitse voetgangers zich aan de Werf installeren.
Ze hadden een veldkeuken bij en namen er op hun gemak 't avondmaal terwijl mannen en vrouwen en kinderen in een kring om hen heen kwamen staan gapen. 's Anderendaags was die groep ook verdwenen, zonder toeten of blazen... . Op de Moorselbaan waar ook duizenden ruiters zijn voorbijgekomen, zijn vele mensen in de weer om de achtergelaten paardenvijgen in emmers te verzamelen voor hun "hofken" of "achteruit". En er lag genoeg paardenmest voor iedereen. Des avonds gingen de commentaren hun gang. Dat de groep die zich op het stadhuis had aangeboden zo goed bleek de weg te kennen, was uit te leggen door mensen die ze in Moorsel en Herdersem hadden gezien en er bekende gezichten bijzagen van de leurders die hier voor een paar maanden met hun slijpstenen, zeisen en pikken de dorpen afliepen. Of dit alles wel waar was, hebben we nooit echt geweten... .
Dezelfde dag vernamen we ook dat er nog steeds treinen tussen Dendermonde en Gent reden maar dat Dendermonde-stad proppensvol Belgische soldaten stak.


Tijdens de nacht waren er een groot aantal vluchtelingen uit de hoofdstad te Aalst aangekomen. Het waren medewerkers van enkele Brusselse kranten, o.a. "Le Soir" en "L'Etoile Belge" die met belangrijke onderdelen van de drukpersen op de vlucht waren, zodat de Duitsers er geen gebruik konden van maken.
De burgemeester sprak tot de bevolking (4) "Sommige steden en gemeenten zijn gebombardeerd geweest, omdat, volgens de Duitsche militaire overheid, zekere inwoners op de Duitsche troepen hadden geschoten. In die omstandigheden is het mijn plicht, nogmaals de aandacht mijner medeburgers in te roepen op het uiterste gevaar, waarin een enkele vijandige daad, gepleegd door een burger, de stad Aalst zou brengen, den dag dat een Duitsche troep deze zou komen bezetten. De dader van dergelijken aanval zou zonder twijfel door den kop geschoten worden; de wijk, door hem bewoond, zou waarschijnlijk vernietigd worden; vrouwen, kinderen, onplichtige burgers zouden een nuttelooze en dwaze onvoorzichtigheid met hun leven bekoopen. Gij moet u wel doordringen van het ordewoord, door ons gegeven: Gij moet dadelijk de wapens, die gij nog in uw bezit zoudt hebben, in het policie-commissariaat afgeven. Gij moet ook dit ordewoord rond u verspreiden en met de politie waken, opdat het stipt worde nageleefd. Dit is het eenige middel om onze dierbare stad te redden van de vernieling en den rouw, waarin andere Belgische gemeenten gedompeld liggen. Ik reken op u, en indien ik gehoorzaamd wordt, dan moogt gij op mij rekenen om de algemeene veiligheid te verzekeren."

(1) Een veertigtal, die halt hielden aan de stokerij "Le Lion d'Or" en waarvan er zeven doorreden tot in het stadscentrum. Hun uitrusting bleek fonkelnieuw te zijn.

(2) De burgemeester sprak één van de Uhlanen, die Frans sprak, aan en vroeg hem "Ware het niet spijtig moesten zulke schoone batimenten (het stadhuis) door ulieden vernield worden ?" - "Ongetwijfeld" antwoordde de onderofficier en bekloeg zich over het gebeuren in Leuven, waar volgens zijn zeggen de burgers op hen geschoten hadden "In dergelijke gevallen kunnen wij voor niets instaan ...
Toutes les villes brûlent ....

(3) Aan de St.Annabrug moest men enkele kaaiwerkers bedaren , die dreigden de Duitsers in de Dender te werpen.

(4) Aalst telde toen ongeveer 40.000 inwoners

De Volksstem van 21 augustus 1914



wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 21 Aug 2008 16:35    Onderwerp: Reageer met quote

Petrus Van Nuffel laat ons in zijn werk "De Duitschers in Aalst" de 21ste augustus 1914 als volgt beleven:

Daar de statie van het bezoek der Uhlanen gespaard bleef, kon in den namiddag van 21 Augusti het treinverkeer zooveel mogelijk hersteld worden. Nochtans reden door de stad talrijke ruitersbenden naar de baan van Ninove, begeleid van joelende, onbevreesde bengels die bij trommelslag en fijfelgepiep, met de soldaten zongen: Unser Vaterland musz grösser sein !
De Duitsche legerhorden, die sinds Dinsdag 18 augusti rond de Hoofdstad kwamen, waren op den steenweg van Brussel naar Gent saamgetrokken. Vereenigd en gevormd uit voetvolk, ruiterij en geschut, mocht dit korps op vijftig duizend man geschat worden. Ten 7 uur 's morgens daalde het van de Bouchoutberg, voorafgegaan van ontelbare soldatenwielrijders. Deze sneden onderwege de telefoondraden door, deden te Hekelgem, bij middel van dynamiet, de tramlijn in de lucht vliegen en plaatsten eene bom voor den locomotiefketel: het machien werd door de ontploffing nijg beschadigd en het platform vloog net als een pluimpje door het ruim; de enkele reizigers en bedienden vluchtten natuurlijk, om er heelhuids af te komen en de soldaten ledigden de melkkannen die in den fourgon stonden. Middelerwijl hoorden de menschen van 't steenweg doffe slagen, die den grond deden beven en lieten veronderstellen dat de Duitschers bezig waren met de nieuwgebouwde ijzernwegtunnels Brussel-Oostende op te blazen.
In Hekelgem namen de troepen, die veel booten mee voerden, de richting van Ninove; vandaar leidde de weg naar Geeraardsbergen, Doornik of Bergen; 't algemeen gedacht was dat zij naar Valenciennes oprukten. Die stoet duurde van 7 uur 's morgens tot 's middags.
Het is voor de plaatselijke geschiedenis belangrijk aan te stippen wat, die krijgsbende op haren doortocht verrichtte.
Ter gemeente Impe hadden drie landbouwers met eenen soldaat den spot gedreven; een hunner werd gedood, de twee anderen konden vluchten en zich verbergen. Te Denderleeuw bezetten de Duitschers het station, stolen den inhoud der kas, sneden de telegraafdraden door, braken de riggels op, en verplichtten den burgemeester Rollier, daar zij geen duimkruid genoeg in de gemeentekas vonden, hen 2.200 frank af te tellen; de zoon van den bakker Van de Velde, moest de troepen, met zijne bakkerskar, tot Edingen vergezellen. Te Hekelgem, in de abdij van Affligem, logeerde een Pruisisch officier, die een been verbrijzeld was; hij sprak van twaalf legioenen, die den omtrek Gent, Wetteren en de baan van Edingen moesten bezetten. Op den Brusselsehensteenweg ontmoetten wij vrouw Opdebeke, die haar man, konducteur van den tram, opzocht, en dien men vermoord waande; de Duitschers trokken op Wetteren, verklaarde zij. In Lede gingen afgeweken groepen rond, overal eten en drank, rookgerief en snuisterij eischende, hetwelk zij met eenen bon betaalden. Edoch, hier gebeurden erger zaken. Gelijk overal waren eenige onvoorzichtige wielrijders toegekomen om de doortrekkende troepen van nabij te zien. Men weet, hoe zeer de pinhelmen de velos vreesden, en dat zij, waar ze daartoe de kans hadden, ofwel de banden stuksneden, ofwel de rijwielen in beslag namen. Een soldaat, die zijn wapenmakkers verloren had, zag een groep wielrijders voorbijsnellen; hij gebood hen, te stoppen, maar drie jongelingen vluchtten achter eenen muur. De Duitsch achtervolgde hen te paard, doch hij bemerkte den ijzerdraad niet, die voor het drogen eener partij waschgoed gespannen was, en hij stortte hals over kop ten gronde. Woedend richtte hij zich op, trok zijn pistool en loste verscheidene schoten op de vluchtelingen. Alle drie vielen getroffen neer. De twintigjarige Remi Galle kreeg een kogel in de zijde en bleef op den slag dood; de tweede, Gustaaf Matthys, bekwam insgelijks een schot in de zijde en bevond zich in hopeloozen toestand; de derde, Gustaaf Huylebroeck, werd door een kogel aan den rechter elleboog licht gekwetst. Op het geknal der vuurschoten snelden andere soldaten toe; en deze, die gevuurd had, vertrok met zijn makkers alsof er niets gebeurd was. Doctor Rubbens, ter plaats geroepen, kon enkel de dood van Galle vaststellen en verzorgde de twee gewonden. De Uhlanen waren er op uit, zich meester te maken van het poederfabriek van Wetteren, maar aldaar was men op z'n hoede geweest : het poeder, en overigens alles wat den vijand dienen kon, bevond zich dáár waar men het niet zou gezocht hebben.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 22 Aug 2008 9:08    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 22
De Duitsers komen weer met man en macht naar Aalst afgezakt, maar niet meer zo ordelijk als de grote legertros van daags te voren waar niemand last had van ondervonden. Deze van vandaag gaan anders te keer. Op hun weg vernielden ze telefoonlijnen en tramsporen, maakten de locomotief van de tram Aalst-Asse onklaar en stelden de windmolens van Hekelgem en omliggende buiten gebruik. Ze komen niet door Aalst maar trekken over Erembodegem en Denderleeuw in de richting van Ninove. Begrijpe wie kan want ondertussen rijden drie Belgische mitrailleursauto's (1) rustig door de stad, in de richting van ... Erembodegem. Tezelfdertijd worden nu Duitse soldaten gesignaleerd (weeral Uhlanen) aan de likeurstokerij "Le Lion d'Or" (in de volksmond bekend als " 'tHof van Van Asses"!) Dat is dus op de weg komende van Herdersem. Bij die tijding zijn velen die reeds klaar stonden voor een eventuele vlucht, nu met pak en zak gaan vluchten in de richting van Gent... De ruiters schijnen zeer achterdochtig te zijn als vreesden ze op Belgische soldaten te botsen. Ze reden dus stapvoets vooruit, met getrokken revolvers en scherp naar links en rechts loerende. Maar ze werden zelf bespied door de burgers, die verdoken achter hun venstergordijnen of achter 'n stuk muur of haag verdoken, heel hun gedoe gadesloegen. Wat meest opviel was dat hun uitrusting gans fonkelnieuw was, vanaf het hoofd tot aan de voeten en dat het getuig van hun paarden ook schoon was alsof het maar een paar dagen uit de zadelmakerijen was buitengekomen. De grote legertrossen die de grote steenwegen volgden waren ook totaal nieuw uitgedost. De officieren hoog op hun paarden gezeten, waren met prachtige mantels uitgedost, de klederen van de manschappen totaal nieuw. Kanonnen, wagens en al het materiaal waren ook gloednieuw, wat aan mijn vader vanaf hun verschijnen deed zeggen : "Dat leger moet sinds lang voorbereid zijn om oorlog te voeren en is zomaar niet op enkele dagen zo flink uitgerust. Duitsland was sinds lang voorbereid op deze oorlog... en had slechts op een gunstig voorwendsel gewacht om te beginnen... . Deze troep Uhlanen, waarvan we komen te spreken, rijdt traag door tot aan het begin der Drie Sleutelstraat waar ze halt houden. De bevelvoerende officier heeft een korte bespreking met 'n paar ondergeschikten en men keert terug, weer voorbij de likeurfabriek naar Herdersem. Het was dus weer, zoals men die groepen noemde, "'n voorwacht" die een verkenning kwam doen en terug reed naar andere, grotere eenheden om hun bevindingen mede te delen. In alle geval de mensen uit de Bredestraat sloegen een zucht van verlichting als ze deze "voorwacht" weer om de hoek der straat zagen verdwijnen. Op de Moorselbaan en de Brusselse steenweg gaan ondertussen massa's ruiterij en voetvolk gestadig voorbij... met haastige tred... ze gaan meest langs de Houtmarkt en de omliggende straten, steeds in de richting van de Gentse steenweg, zonder het eigenlijke stadscentrum aan te doen. Later zou het blijken dat dit grote leger op weg was naar de Franse stad Calais vanwaar ze Engeland zouden willen bereiken. Dat kan men uitmaken uit het feit dat de soldaten bij een rustpoos steeds aan de toekijkende burgers vroegen of ze nog ver van de zee waren. Die wilden ze zo gauw mogelijk door hun geforceerde marsjes bereiken. En ze hadden er geen benul van dat er nog verschillende kleine eenheden van het Belgisch leger nestelden in Hofstade, Lede en Serskamp.
Daar het stikkend heet was, hebben de mensen meelij met de vermoeide soldaten en zetten emmers drinkwater op het voetpad waar de soldaten in het voorbijgaan vlug hun kroezen vullen en ze haastig uitdrinken - voorwaar, een vreemd tafereel ! Gedurende een van die rustpozen springen enkele soldaten onze "staminee" binnen zodat mijn vader, moeder en zuster de handen vol hebben om voor hen pinten schuimend bier te "tappen", die de meesten met wat Duits kleingeld betaalden.
Doch hier had mijn vader een grote vergetelheid begaan. Aan de wand in de herbergzaal hing reeds lang 'n grote kaart van België met alle steden, gemeenten en wegen op aangeduid. Een officier die ook binnen was gekomen om een pint te drinken, kreeg die in het oog en stapte er op af. Hij nam de kaart van de muur, rolde ze op, wierp 'n bankbriefje op de toog, brabbelde iets vriendelijks tegen mijn vader en was de pijp uit met de kaart. Mijn vader was sprakeloos en ik die het toneel had gadegeslagen was inwendig woedend. Mijn vader heeft lange tijd groot spijt gehad dat hij zijn schone kaart kwijt was maar het was te laat ! En toch had ik wel opgemerkt dat die officier (zoals trouwens alle officieren) aan zijn zijde een tasje had hangen met 'n opgevouwen kaart erin geborgen. Waarom moest hij dan de onze nog nemen. Een gebuur die van de "Vijfhuizen" kwam waar hij een zieke zuster was gaan bezoeken vertelde ons ook wat we reeds wisten : dat de Duitse kolonnes aan dit kruispunt zich in twee onderscheidden : de ene troepenmacht sloeg de richting in naar Oudenaarde, de andere marcheerde verder de steenweg op naar Gent... . Maar nergens hoorde men geweerschoten of kanongedommel. Tegen de avond verneemt men dat enkele gewonde soldaten te Aalst zijn toegekomen en velen gaan kijken om na te gaan of er geen bekenden van hen bij zijn; ze drummen om de inderhaast uitgehangen lijsten aan het stadhuis te gaan aflezen. Ik wilde ook gaan, maar vader verbood het me streng. Snotneuzen van 9 jaar kan men best missen op de markt. Ik wilde wat tegenstribbelen maar dat haalde niks uit. Ik ging dan met andere kinderen paardenvijgen in emmers scheppen. En 's nachts was het vreemd stil op de straat... .


(1) Petrus Van Nuffel heeft het over "twee gebindeerde mitrailjeus-auto's toebehoorende aan den Belgische staf, maar van Duitsch maaksel, in het grijs geverfd."

Om 15.00 uur gaat het gerucht rond dat Engeland aan Holland de oorlog heeft verklaard, omdat het Duitsers zou doorgelaten hebben over Nederlands grondgebied.

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 23 Aug 2008 9:35    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 23 (ZONDAG)
Het doet vreemd aan dat er geen doortrekkende troepen meer te bespeuren zijn. Er is veel volk op straat, bijzonder na de 11 uren mis. Aan de "Café Riche" in 't gat van de merkt zitten een drietal Belgische soldaten in hun kleurige kostuums gemoedelijk een glas bier te drinken, aangegaapt door kinderen en grote mensen, die maar steeds vragen over het verloop van de oorlog stellen.
Maar die soldaten blijken van niet veel af te weten... en vragen niets beter dan hun pint op hun gemak te mogen uitdrinken. Voor de rest is er op die dag niet veel te melden en we gaan zeker 'n rustige nacht tegemoet.


Men vertelde dat de Duitse troepenbeweging sterker werd langs de Ninoofsesteenweg en op de baan naar Brussel en Moorsel.
Rond Geraardsbergen werd er gevochten. Te St.Maria-Lierde hadden de Duitsers de telefoon- en telegraafleidingen vernield en braken ze er de spoorweg richting Zottegem op.
In Ninove gebeurden erge voorvallen, uitgelokt door de Duitsers en er de schuld van op de burgers geschoven.
De eerste gewonden komen toe te Aalst.

De Volksstem van 23 augustus 1914


Theophiel Lodewijk Roelandt († Namen 23-08-1914)


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 24 Aug 2008 10:08    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 24 (MAANDAG)
Een dag die jarenlang in het geheugen zal blijven ! Hij staat nog steeds op deze datum (1914) bij onze zeer oude mensen bekend als de "Vliegende Maandag". Wat is er alsdan op die fameuze dag voorgevallen ? 's Morgens was het nochtans in de stad volkomen rustig geweest... . De kinderen speelden gewoon op straat en de andere mensen zaten gemoedelijk op hun stoep te keuvelen. Twee uur, ik ben met enkele kameraden in het midden van de straat aan het spelen met een kaatsbal... .
Plots zie ik uit de richting van het Kerksplein en de Kliniek enkele mannen komen afgelopen. Sommige dragen hun houten blokken in de handen of houden ze aan de voeten, anderen zijn blootvoets, anderen hebben sletsen aan de voeten of zware werkschoenen. Ze stormen ons voorbij in de richting van de stad, hijgend en zwetend. Wij zijn stomverbaasd en begrijpen niets van dit gedoe, tot er een gebuur een der "lopers" staande houdt en vraagt : "Zeg vriend waarom zijt ge op de loop ?" Het antwoord komt prompt : "De Duitsers pakken al het mansvolk". Daarmee loopt de vent verder, maar keert zich nog eens even om roepende : "ik kom van Moorsel en daar pakken ze alle mannen !" Op één, twee, drie is gans de Moorselbaan in paniek. Alle stoeltjes en bankjes worden haastig binnengehaald en de deuren worden gesloten. Een paar verbruikers in onze herberg drinken haastig hun pint of borrel uit en keren vlug huiswaarts. Meer en meer "lopers" komen door de straat gestormd; 't is precies de vlucht naar Egypte, zei mijn vader die koppig in het deurgat bleef staan om de "koers" gade te slaan. Nu ziet men ook reeds mannen van de Moorselbaan en van de Langestraat afkomen. Dus veel bekende gezichten. Maar geen van allen heeft van verre of bij ne pinhelm gezien... . En toch gaat het vluchten in dichte drommen verder en beginnen enkele van onze naaste geburen ook mee te lopen. '
Eensklaps houdt de grote vloed vluchters op, en slechts nog enkele achterblijvers strompelen met moeite en doodmoe voorbij. Waar blijven de Duitsers ? Er komt een bange stilte over de straat. Geen levende ziel te zien. We wachten op de Duitsers die zeker reeds tot aan de jongensschool op de Moorselbaan moeten zijn genaderd. Iedereen heeft zich in zijn huis teruggetrokken, de deur op slot gedaan en deze die bladluiken (blafeturen op z'n Aalsters) hebben, toegedaan. Daarna gaat iemand naar boven om vanachter de gordijnen gade te slaan, wat er in de straat gaat gebeuren, want men verwacht dat binnen enkele minuten de gevreesde uhlanen gaan opduiken met in hun midden jongelingen en gehuwde mannen, die ze met hun lange lansen brutaal zullen opjagen en bij de minste poging om te ontvluchten zullen neerschieten.
Mijn oudste zuster, weinig vervaard, heeft vanachter het even weggeschoven gordijn, de hoek der Bergenmeersenstraat scherp in het oog, want daar zullen de Duitsers eerst gaan verschijnen; maar na 'n uur lang afwachten is nog geen enkele pinhelm of gevangen genomen burger verschenen - nog een tweede uur verstrijkt zonder dat er iets te zien is. Dus worden hier en daar reeds deuren ontsloten en vertonen zich enkele gezichten in de deuropeningen. Enkele minuten nadien zijn er reeds enkele mensen die zich wagen om op straat te komen. Het is overal zeer rustig en velen beginnen te beseffen dat het een loos alarm is geweest... .
Algemene verademing ... . Een uur nadien beginnen de vluchters terug te komen en keren langs dezelfde weg terug huiswaarts. Sommigen zien er wel een beetje beschaamd uit. En onze Kamiel durft het zelfs aan, z'n oude soldatenclairon te halen en enige schetterende tonen de straat in te zenden, om de terugkerenden te begroeten. Op den duur werd er zelfs nog duchtig gelachen door dezen die niet waren gaan vluchten, maar zich eenvoudig thuis hadden verstopt.
De oorzaak van deze wilde vlucht is moeilijk te achterhalen. Psycho-analysten zouden er in deze tijd misschien wel een verklaring kunnen voor geven. Volgens ons is deze paniekstemming voorzeker bij enkele personen spontaan ontstaan, 'n stemming die overgeslagen is tot een kuddegeest, die iedereen aangreep. Het einde van deze zaak eindigde dan ook op een schaterlach en sommige "lopers" werden dan ook duchtig bespot.
Gedurende vijf dagen was er niet veel meldenswaardig te melden. De mensen wachtten af, de Duitsers waren (meende men) veraf, de bevoorrading verliep ordelijk. De aangekomen gekwetsten werden liefderijk verzorgd in het hospitaal en zo mogelijk meer landinwaarts getransporteerd.


In de Volksstem van 23 en 24 augustus 1914 onder "Laatste Berichten" Frankrijk zou de oorlog verklaart hebben aan Holland !



Voor een stadskaart van Aalst (anno 1935) zie
http://users.skynet.be/meertgenealogy/aalst/algemene%20kaart%20aalst.pdf


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 26 Aug 2008 6:40    Onderwerp: Reageer met quote

26 augustus 1914: nog twee Aalstenaars sneuvelden

René De Wolf († Elewijt 26-08-1914)


en

Henri Stordeur († Elewijt 26-08-1914)


De Volksstem van 26 augustus 1914


en Petrus Van Nuffel schrijft: De 26 Augusti, altijd slecht nieuws over den oorlog: de toeloop der nieuwsgierigen te Antwerpen belet het leger op den vijand te schieten. Mechelen is bezet. Vilvoorde werd ingenomen.

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 27 Aug 2008 8:29    Onderwerp: Reageer met quote

27 augustus 1914, Petrus Van Nuffel schrijft: "Den 27 Oogst kwam de tijding toe van de dood van Prins Adalbert van Pruisen (1), gevallen onder de Fransche kogels, in een gevecht te Charleroi; deze stad werd geplunderd en verbrand. Namen onderging een gelijkaardig lot. Er wordt verzekerd dat er boeren hun aardappelen, te Brussel aan de Duitschers verkoopen ten prijze van 12 frank, terwijl de prijs slechts ongeveer 7 frank is. Deze donderdagnacht, onder een aanhoudenden sijpelenden regen, kwamen hier vijf bataljons van het 3e Linieregiment toe; zij vertoefden echter niet lang en voorkwamen deswege op ons grondgebied eene ernstige aanraking met den vijand. Inderdaad: deze nestelde in den omtrek, niet heel ver van hier."

(1) uit de "Volksstem" van 27-8-1914


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 28 Aug 2008 10:21    Onderwerp: Reageer met quote

Uit de Volksstem van 28 augustus 1914, giften van Aalstenaars voor de "noodlijdende werklieden"



wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 29 Aug 2008 10:44    Onderwerp: Reageer met quote

AUGUSTUS 29
Enkele verkenners van de Duitsers en van de Belgen staan plotseling rond de middag oog in oog op de Houtmarkt (1). Het kon niet anders of het verstoppertje spelen van de voorhoeden moest eens fataal eindigen. Duitsers en Belgen begonnen dan ook 'n vuurgevecht in regel, maar lang duurde dit niet : de Duitsers trokken zich terug naar de Zeebergbrug en de Belgen kwamen naar de markt. Op de Houtmarkt bleef de schade beperkt bij enkele stukgeslagen vensters en kleine beschadigingen in de gevels door de afgeschoten kogels.

en Petrus Van Nuffel weet over de 29ste augustus het volgende te vertellen:

Den 29 Augusti hoorde men te Baardegem de kanonnen dommelen, en het volk, hetwelk zich op den wekelijkschen marktdag bevond, vernam het volgende: jongens van Nieuwerkerken, die bij Namen vochten, hadden een Duitschen generaal gevangen, maar, strijdend, verzwond hun escadron tot eenige mannen en een officier, en waren ze verplicht hunne gevangenen los te laten en zelf te vluchten. Eene boerin van Opwijck, die aan haar zoon, in den omtrek van Antwerpen, kleederen had gedragen, verklaarde, op het slagveld, bij Mechelen, den kleinen camion van M. L. Gheeraerdts (2) gezien te hebben, hetzelfde voertuig dat reeds te Luik opgemerkt was; deze vrouw kondigde ons het bezoek der Uhlanen aan, die zij te Baardegem in 't gemoet gekomen was. Metterdaad, denzelfden dag verscheen deze patroelje in Mijlbeek, aan het buitengoed van den heer Schepen Felix De Hert (3). Dit nieuws verspreidde zich als een loopend vuurtje en eene menigte, die op vijfhonderd personen mocht geschat worden, snelde ter plaats, om aldaar naar een dertiental Uhlanen te blijven staan gapen. Nu gebeurde iets, aan hetwelk zich niemand had verwacht: plotseling kwam daar een patroelje van een Belgisch linieregiment; de vrouwen zelf gaven, door uitbundig en dwaas getier, voor de Uhlanen het alarm die er te viervoet van door ijlden .... Zonder de onvoorzichtige handelwijze van die vertoekte heksen waren de Duitschers ongetwijfeld in de handen der Belgen gevallen. Meer betreurenswaardige feiten van dergelijken aard had men in 't vervolg, spijtig genoeg, aan te stippen.
De heer Otto Gheeraerdts (4), die zich naar Antwerpen begeven had, deelde mede dat hij tusschen deze stad en Dendermonde veel Belgische soldaten zag en groote versterkingswerken in den omtrek dezer laatste stad. Dendermonde ging beschoten worden.


(1) Houtmarkt (ca.1950)


(2) Briefhoofd van het Aalsterse bedrijf "Huilerie et Meuneries Usines Hydrauliques et à vapeur. M.L.Gheeraerdts" Olie- en graanmolens, Denderoever.


Michel Leon Gheeraerdts ( Aalst 10-4-1837, † Aalst 4-2-1922), Hij studeerde aan de KU-Leuven en behaalde er het doctoraat rechten. Hij werd gemeenteraadslid (1884-1887) en schepen (1888-1895). In 1896 werd hij burgemeester benoemd in vervanging van Victor van Wambeke. In 1908 werd hij plaatsvervangend senator (Aalst/Oudenaarde). Als politicus behoorde hij tot de conservatieve strekking, en was sterk anti-daensistisch.
Onder zijn bestuur nam de stad een ongewone uitbreiding die van groot belang was voor de stimulering van de economische activiteiten en de daar aan verbonden verbetering van het wegen- en spoorwegnet.
Leo was rechter bij de Rechtbank van koophandel, majoor-bevelhebber van het 1ste bataljon van de Burgerwacht, en bestuurslid van de stedelijke Kunstacademie. Hij was voorzitter (1897-1914) en jubilerend lid (meer dan 50 jaar) van "Al Groeiend Bloeiend", lid van de Katholieke Burgerskring "De Vriendschap", erevoorzitter van het Davidsfonds afd.Aalst. Beschermendlid van het A.N.V. (1905).
Hij was auteur van een verhaal over een Aalstenaar Albert Boone (Aalst 1869), deelnemer aan de expeditie van Van Kerckhove in Kongo. Hij was stuwende kracht achter de oprichting van het Oudheidkundig museum.
Zijn geschilderd portret in het stadhuis is een kunstwerk van Ernest van den Panhuysen.


(3) Felix De Hert (° Aalst 09-08-1860, † Aalst 04-02-1925), dokter in de rechten. Hij werd gemeenteraadslid op 07-01-1891 en schepen van Onderwijs en Schone Kunsten op 08-01-1900. Hij werd tot burgemeester aangesteld op 21-07-1919 en bleef het tot aan zijn dood.
Hij was tevens Provincieraadslid en stafhouder van de advocatenorde bij de Rechtbank van Dendermonde.
De Hert was voorzitter van de Katholieke Vereniging der Stad Aalst, erevoorzitter van de Koninklijke Harmonie "Al Groeiend Bloeiend" en voorzitter van de Kerkfabriek van St.Martinus. In 1907 schonk hij samen met zijn echtgenote Elisa een gekleurd glasraam aan de St.Martinuskerk (kapel van O.L.Vrouw).
Lid van het A.N.V.
In januari 1908 kocht hij een lot van het zg. "Hof ten Roosen" met herenhuis, een lusthof en bos en gebruikte deze eigendom als buitenverblijf. In de volksmond werd dit goed "het kasteel van d'Hert"of " den bos van d'Hert" genoemd.
In de zomer van 1916, zijn vrouw was pas overleden, werd Felix door de Duitse bezetter aangehouden, beticht van spionage, opgesloten in de gevangenis van Turnhout en na onderzoek dat zijn onschuld bewees, vrijgelaten op 02-01-1917.
Zijn portret in het stadhuis werd in 1920 geschilderd door Gustave vande Woestijne.
In 1927 veranderde de Ajuinstraat van naam, ze werd van dan af Felix de Hertstraat genoemd.

(4) Othon Gheeraerdts (° Aalst 25-07-1876, † Aalst 29-06-1950), nijveraar.
Lid van het hoofdbestuur van de Werfkapel,


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 30 Aug 2008 14:45    Onderwerp: Reageer met quote

30 augustus 1914
Uit "De Duitschers te Aalst" van Petrus Van Nuffel:
Zondag 30 Augusti geen bijzonder plaatselijk nieuws. De aardappeldieften hernemen en de boerenwachten durven niet meer uit hunne schelp komen. In den voormiddag wordt, ter Groote Markt, de aandacht getrokken op twee deerlijk toetakelde kerels, die Duïtsch spreken en burgerskleederen dragen, hen door medelijdende lieden geschonken; het zijn twee gevluchte kurassiers, die zich komen gevangen geven. In de omstreken verbergen zich Uhlanen in groepjes van 14 tot 20 man. In een boschje bij Bouchout heeft men Duitsche wielrijders en te Herdersem ruiters gezien. 's Morgens ontwaarde men vliegers boven Dendermonde: er was geen twijfel, de Duitschers zouden deze stad bestoken, en er binnenkomen langs Lebbeke, Brusselschensteenweg, om naar Antwerpen op te rukken. Te Aalst dacht men eraan, de brug van den Zwarten Hoek (1) te doen springen, ten einde de verbintenis met Dendermonde te verbreken ; men sprak ook van de Burgerwacht terug in werkdadiger dienst te roepen : de heer kolonel De Vis had per telefoon een onderhoud met generaal Clooten, te Gent, die eene nieuwe brigade gendarmen zond, gelast met, aan de Vijf Huizen, den Gentschensteenwog te bewaken. Verscheidene Belgische autos rijden door onze stad. Onze ministers de Sadeleer, Goblet d'Alviella en Van der Velde reizen naar Amerika om er het Europeesch konflikt te regelen. Een bloedverwant van den heer notaris Breckpot brengt tijdingen uit Leuven: de vice-rektor der Universiteit zou gefusiljeerd zijn en de boekerij en de hallen gedeeltelijk afgebrand; talrijke damen dezer stad moesten de moord op den vicerektor en van andere gijzelaars bijwonen en werden daarna uitgekleed en het veld ingejaagd; veel huizen, na geplunderd te zijn, gingen in de vlammen op, en de kinderkens, die wilden buiten vluchten, werden door de brandstichters terug in het vuur gedreven. De E. H. Pastor van Muysen, werd, onder de Consecratie, van het altaar gerukt.

(1) Zwarte Hoekbrug rond 1900


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 30 Aug 2008 17:48    Onderwerp: Reageer met quote

Uit de Volksstem van 30 augustus 1914, giften van Aalstenaars voor de "noodlijdende werklieden"




wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 31 Aug 2008 10:39    Onderwerp: Reageer met quote

A.Van der Heyden laat maar eerst op 12 september terug iets horen over de toestand in Aalst.
Ondertussen lezen we in Petrus Van Nuffel's (1) werk verder:
Den Maandag 31 Augusti, op den middag, zag men in de Kerkstraat, een patroelje lansiers, ondanks de herhaalde waarschuwingen,door eene groote menigte omringd. Een Duitsch vliegtuig, hetwelk boven de stad zweefde, bewees nochtans genoegzaam dat het vandaag niet in den haak zat, en dat men zich aan een bezoek des vijands verwachten mocht. Bovendien was hij gezien in de spoorwegstations van Sinte-Agatha-Berchem en Sint Martens Bodeghem en in het telegraafbureel van Assche. Een sterke legermacht bezette Erembodegem. Deze horde, ongeveer 40,000 man sterk, die, tot een geweldigen strijd voorbereid, naar Dendermonde trok, daalde in onze stad, en werd na een kort oponthoud gebracht, langs de Vaart, de Graanmarkt, de Esplanade en de Vrijheidstraat, naar den Gentsehensteenweg. s'Avonds geschiedde in de Sint Martenskerk, die proppensvol was, het sluiten der plechtige Novene voor den Vrede, gevolgd door een indrukwekkende processie, waarna de Z. E. H. Pastor-Deken verklaarde: "Indien onze stad gespaard blijft van de gruwelen, welke andere steden als Hasselt, Diest, Tienen, Leuven en Mechelen te lijden hadden, zal er hier, tot eeuwigdurende dankbetuiging, een Tempel, toegewijd aan het H. Hart van Jezus, opgericht worden."
Ten 5 uur had het sermoen plaats van Monseigneur Janssens, Benediktijnerabt te Rome.
Wanneer de geloovigen de kerk verlieten, zagen zij Duitsche vliegtuigen boven de stad.
s'Avonds, ten 9 uur, vertoonde zich een groep Duitsche wielrijders. Een politieagent kwam den burgemeester verwittigen; deze ongesteld zijnde, deed zich door zijn zoon, M. Michel Gheeraerdts, als onderhandelaar, ten stadhuize, vervangen. Aldaar bevond zich M. Michel in de tegenwoordigheid van een Duitsch officier, die geen gebenedijd woord Fransch kon, en toch aan M.Moyersoen wilde doen verstaan, dat hij voor zending had, al de bruggen, de statie en de bijzonderste uitgangen der stad te bewaken. De zoon des burgemeesters en de adjunkt Gits moesten een onderluitenant en een twintigtal soldaten vergezellen naar de Pontstraatpoort; 80 soldaten werden met de bewaking van andere punten gelast, namelijk van het station, ten einde te beletten dat er nog treinen zouden vertrekken, en in het, Landhuis, waar zij een wacht inrichtten en schonken en zopen dat het een aard had... Onweerbare lieden omringden de Duitschers. M. Michel verzocht hen, zich te verwijderen en deed allen het gevaar begrijpen, aan hetwelk zij zich blootstelden. Er waren wel redenen toe, want de officier sprak maar altijd van Leuven.
- Alles wat daar gebeurde, zegde hij, was de schuld der burgers.
- Neen, loochenstrafte M. Michel, het, waren de Duitsehers, die elkander beschoten hebben. Nooit heeft een katholiek priester een enkel schot gelost.
De officier, die den onderhandelaar steeds voor den burgemeester nam, was een welopgevoed mensch, geboortig van Bremen; hij vernam met verwondering de diefte van de stadskas; nooit, zegde hij, werd mij zoo een zending opgedragen, enkel de bewaking van wegen, stations en telegraaf. Hij gaf aan zijn manschappen voor wachtwoord Antwerpen, en beval het geduld aan tegenover de nieuwsgierigen, maar de onverbiddelijkste beteugeling bij de minste vijandelijke beweging. Vervolgens zocht men onderkomen, hetgeen gemakkelijk ging, aangezien de groep hoogstens een honderdtal soldaten telde, en dat eenige zattekuls, in de straat, op den blooten grond, hun roes uitsliepen.
De nacht verliep zacht tot rond 2 uur, wanneer men dacht het gerucht van een vliegtuig te hooren, gevolgd van vier vuurschoten en het huilen en bassen van honden.


(1) Petrus Van Nuffel (° Aalst 10/07/1871, † Aalst 10/08/1939)
Werkte op de drukkerij van Pieter Daens en vestigde zich als zelfstandig drukker (rond 1890) en uitgever (o.a. "De Volksstem")
In 1901 werd hij politieagent en schopte het zelfs tot adjunct-commissaris.
Hij is vooral bekend om zijn meer dan honderd werkjes over Aalst en de Aalstenaars. Hierom werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Leopold II en Ridder in de Orde van de Kroon.
In 1938 werd hij door het stadsbestuur aangesteld als archivaris-conservator.
Voor een in memoriam van hem zie http://www.kbov.be/modules/wiwimod/index.php?page=Van+Nuffel+Petrus



wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 01 Sep 2008 16:04    Onderwerp: Reageer met quote

We gaan verder met Petrus Van Nuffel:
's Morgens, den 1 September, was het vroeg appel. Ten half 6 uur bezetten zes Duitsche wielrijders de Sinte Annabrug en onderzoeken al de voorbijgangers, zelfs de fabriekwerkers. In het Postkantoor (1) namen zij brieven en paketten in beslag, en aan de groote steenwegen werden schildwachten geplaatst. Op de Keizerlijke Plaats kwam de postbode, tusschen twee gewapende pinhelmen, de brievenbus ledigen. Aan de statie was alles gesloten; een paar wachten, de cigaret in den mond, wandelden vóór het gebouw heen en weer; boven, op de riggels, stonden er ook op post; aan het ijzeren hek, nabij de gebouwen van den goederendienst, hadden zij een zestal hunner paarden vastgebonden. Ter Groote Markt, vóór de poort van het Landhuis, hielden vier soldaten de wacht; 't waren allen kloekgebouwde venten, lomp en zwaar in hun bewegingen; ze droegen bonkige laarzen of grof-benagelde schoenen; hun tunieken waren grijs van kleuren hun groote pinhelmen overtrokken met donker-grauwe stof.
Ten 9 uur hadden de Duitschers met de stadsoverheid een onderhoud op het Landhuis; zij vroegen naar eetwaar, dewelke zou betaald worden, en naar een rijtuig om een toertje in de stad te doen en de posten te controleoren. Talrijk waren de soldaten, die in "De Volksstem" binnen kwamen, ten einde er postkaarten en landkaarten te koopen, en overal
waar zij zaklampen zagen, schaften zij zich deze aan.
Rond elf uur nam de luitenant van Bremen van de schepenen en den onderhandelaar M. Michel Gheeraerdts beleefd afscheid, en de soldaten kregen bevel de stad te verlaten. De reden kon men niet te weten komen, maar het volgende bewijst, dat de vijand hier niet meer veilig was. Nauwelijks waren de pinhelmen hoven den viaduk van den Brusselschensteenweg, of vier hunner wielrijders geraakten, tengevolge van hapering aan hun velos niet vooruit. August Van Yperzele, die daar toevallig voorbijkwam, moest hen den weg naar een werktuigkundige wijzen. Deze was niet ver te zoeken, want hij stond, aan de Zeebergbrug, tusschen het publiek, in den persoon van Philemon Tas. De Duitschers vergezelden hem tot aan zijn woning, in de Pontstraat, en daar gekomen, vroegen zij een glas bier. Tas stuurde hen, met Van Yperzele, naar de herberg van Felix De Groot, op de Houtmarkt, nr. 31. De bazin Rachel Ardevel bestelde de soldaten elk een pint bier, en allen namen plaats bij de ronde tafel. Intusschen was in de stad een Belgische patroelje toegekomen, bestaande uit 13 piotten en 7 gendarmen per rijwiel; deze, de aanwezigheid der Duitschers vernomen hebbende, snelden naar de Houtmarkt. De bewoners, dit ziende, rukten bliksemsnel de uithangborden van hunne huizen en sloten de vensterblinden. Juist op dit oogenblik trad een Duitsch in de deur der herberg; wanneer hij de Belgen gewaar werd, bereidde hij zich om te schieten, doch, zich bezinnend, keerde hij, onder een kogelregen, weer binnen.
- Oei-e-Oei, kreet de bazin, de Belgen zijn daar!
En met haren man en haar kinderen kroop zij in den kelder. De zoon Kamlel behield evenwel zijn koelbloedigheid: de Duitschers zochten eerst te vluchten, en hij poogde hen te overhalen, zich over te geven of zich in een magazijn te verduiken, - waar ze zeker gevangen waren; zij weigerden het een en het ander, en drongen in het schrijnwerkersatelier van De Groot, klommen in het gebinten lichtten de dakpannen op... Boven hun hoofden glom de schoone blauwe hemel, en het helderblakend daglicht stroomde in de zoldering.... Dan naderden de Belgen. Een der pinhelmen loste zijn vuurwapen; de achtervolgers schoten weer, en riepen dat zij zich moesten overgeven, doch de vluchtelingen gelukten er in langs achter te ontsnappen: dóór de Sint Janstraat loopende, bereikten zij op een omzien het Osbroek. Een Duitscher was in het been getroffen geweest en liet, in het drankhuis, een grooten plas bloed na; de ruiten waren stuk geschoten en de kogels hadden de boomen der Houtmarkt doorboord; een der arduinen vazen, op de pijlers der omheining van het standbeeld van den H. Joannes Nepomucenus, werd verbrijzeld; de achtergebleven rijwielen bleven ons volk ten buit. s'Avonds trokken eenige soldaten in het Osbroek op verkenning, maar vonden geen spoor meer. Het algemeen gevoelen was, dat eenen der gewonde Duitschers aldaar, tengevolge van bloedverlies, bezweek, en door zijne makkers voor eeuwig is ter rust gelegd.
Rond 10 uur s' avonds kwamen in de Vaartstraat negen Belgische soldaten, die naar den burgemeester vroegen; de korporaal, die hen geleidde, zegde dat zij uit Wetteren, door hun overste, gezonden waren om de vier Duitsche wielrijders, waarvan er eenen gekwetst was, op te zoeken. M. Gheeraerdts deed aan onze Jassen begrijpen dat er, onophoudelijk, Duitsche patroeljen in de stad en omstreken ronddwaalden, en dat deze zich alle oogenblikken bij hem konden aanbieden voor zekere opvorderingen, gelijk het reeds gebeurd was. Tezelfdertijd weerklonk de huisbel. Uit voorzichtigheid
noodigde men de soldaten uit, den poortgang te verlaten, opdat zij, voor 't geval dat het pinhelrnen waren, de woning langs den hof zouden kunnen verlaten. In plaats van dezen raad te volgen, schouderden de soldaten hun geweren, zich bereidende den vijand naar behooren te ontvangen.
- Gaat weg, Mijnheer en Madame'. Indien het Duitschers zijn, dit is onze zaak !
De poort werd geopend en een politieagent gaf voor den burgemeester een brief af....
Tableau !
De dappere Belgen mochten, voor hun toonbeeld van krijgszucht, in een hotel aan de statie een lekker souper nutten, terwijl een locomotief in gereedheid werd gebracht, om hen naar Wetteren, bij hunnen chef, te brengen.
Omstreeks 6 uur waren dien avond een twintigtal Husaren der Dood van den steenweg van Erembodegem naar Aalst gekomen.
De troepen, in Assche gekantonneerd, vertrokken voor Brussel.
In den nacht, rond 2 uur, werden wij plots gewekt door een daverend geronk in de lucht, in alle tuinen sloegen de honden aan 't blaffen. Het was een monstergroote bestuurbare Zeppelin, die in trage dreigende vaart over de stad zweefde. Wij gelukten er niet in, hem te ontwaren, maar het gerucht der talrijke motoren, die den luchtreus voortstuwden, vervulde wijd en zijd het ruim. Het waren stonden van angst voor al deze die uit hunnen slaap gewekt werden, want vóór acht dagen - Dijnsdag nacht 26 Augusti, omstreeks hetzelfde uur - was het vliegtuig ook boven Antwerpen gaan zweven en liet er negen kolossale moordbommen op de rustige stad neerploffen... Wij bleven in spanning zitten luisteren: langzaam verminderde het zwaar geronk der machienen; 't bleef nog een tijd in de verte rommelen en 't stierf dan heelemaal uit...
Oef ! ...Er viel nen steen van 't hart ! ...


(1) Postkantoor van Aalst


Sneuvelde 94 jaar geleden
Emiel Jan De Cock (° Aalst 28-12-1890, † Mechelen 01-09-1914, hij is begraven op 22-06-1915 in Aalst, O.L.Vrouw-Bijstand)
zoon van Charles Guido en Elodia Maria De Smet

soldaat Karabiniers, 5e Bon, 3e Cie

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 02 Sep 2008 15:04    Onderwerp: Reageer met quote

2 september 1914, nog uit Petrus Van Nuffel's werk "De Duitschers te Aalst"
Op 2 September, ten 10 uur 's morgens, had in de Sint Martenskerk een plechtige dienst plaats voor Z. H. Pius X.
Andermaal was de vijand gezien, niet ver van den viaduk van den Brusselschensteenweg (1). Aan de kerk vroegen Belgische officieren den weg naar Assche, en vernamen aldaar de aanwezigheid der Duitsehers. Zij besloten, deze op te zoeken en vertrokken naar de Moorselschebaan, om langsdaar den steenweg van Brussel te bereiken. Hun verkenningspost bestond uit eenige soldaten, gezeten in twee autos (2), voorafgegaan door een groep wielrijders. Tusschen Hekelgem en Assche, ter wijk Assche-ter-Heyden, werden zij schielijk verrast door een van achter de boomen gelost hevig geweervuur. Twee Duitschers liepen over den steenweg. De Belgen stopten, doch op hetzelfde oogenblik sprongen talrijke pinhelmen uit de nabij staande huizen. Weldra knetterde van beide zijden een welonderhouden geschut. Talrijke Duitschers stortten, gedood of verwond, ter aarde neer. Ongelukkiglijk waren ook twee Belgen getroffen. Een onzer autos maakte rechtsomkeer naar Aalst en kwam korten tijd daarna, in vliegende vaart, ter plaats der bloedige schermutseling, met den E. H. Clemens Borreman, pastor van het Hospitaal, en M. Fritz De Wolf, kapitein der Vrije Brandweer, om de gewonden te verzorgen. De ergst gekwetste soldaat, René Grégoire, van Luik, werd in een der automobiels gelegd en naar het gasthuis gebracht, waar hij, in de armen van den E. H. Borreman, den geest gaf. De andere, Leo Brouhon, van Luik, had een geweerkogel in den schouder bekomen en moest insgelijks naar het hospitaal worden vervoerd; alhoewel zijn toestand zeer bedenkelijk was, hoopte doctor Heffinck nochtans hem te redden.


(1) Brusselsesteenweg en de "Viaduct" (brug over spoorweg), rond 1892


(2) Mogelijk is dit één van die twee auto's, het is in Aalst en er ligt een gekwetste soldaat in de auto, pastoor is ook aanwezig (foto collectie K.L.M. Brussel)


mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 03 Sep 2008 7:21    Onderwerp: Reageer met quote

3 september 1914, Petrus Van Nuffel's relaas:
Den 3 September kwamen de Duitsehers terug.
Het was rond 4 1/2 uur 's namiddags, wanneer een luitenant, met den revolver in de vuist en gevolgd van een twintigtal krijgers, in de Molenstraat, den burgemeester (1) kwamen vinden. Hij had voor opdracht in de stad alle verkeermiddelen te vernietigen en het elektriek-kabien van het station (2) in de lucht te doen vliegen. De heer schepen De Wolf, die juist met eenen politieagent voorbijging, bekwam twintig minuten tijd om de inwoners van de ontploffing te verwittigen; 3 à 4000 soldaten vielen in de stad. Een groot deel ging post vatten op den weg naar Dendermonde, om aldus aan de andere tijd en gelegenheid te geven, hun vernielingswerk ongestoord te verrichten. Intusschen waren een tiental bandieten naar het Postbureel-Centrum getrokken, en daar men niet vlug genoeg opende, kapten zij de deur met bijlslagen in. Terwijl deze hier hun zending vervulden, kwamen anderen - een honderdtal - stadswaarts, en begonnen zonder, wachten de vernieling van den ijzerenweg, der telegraaf-en telefoontoestellen, der wisselnaalden en ijzeren riggels. Twee à drie honderd krijgslieden hielden de wacht op den Dendermondschensteenweg, om, langs dien kant, niet verrast te worden door de Belgen, die in Dendermonde kazerneerden. Toen alles onbruikbaar gemaakt was, kwamen de uitgezette voorposten de pionniers vervoegen, en samen trokken zij van her, gelijk overwinnaars na een vinnigen strijd, naar den Brusselschensteenweg, spelend en zingend
Wohlauf! ihr muntern Rheinlands Söhne !
Dem Heldenruhm, der Waffenmacht
Sei laut, das fern es rings ertöne,
Ein Lied, ein frohes Hoch gebracht;
Am Rhein, den Preussens Adler schirmen,
Steh'n wir bereit in allen stürmen !
In den valavond wemelde het aan de statie van 't volk, en honderden menschen waren boven op het spoorwegnet de aangerichte verwoesting gaan bezichtigen. De toeloop werd tenlangelaatste zoo groot, dat de ingang moest verboden worden. De vernieling kon niet geschat. Vooral in de prachtige elektriekkabien, die dwarsover de riggels is gebouwd en honderdduizenden frank had gekost, hadden de Duitsche soldaten echt Vandalenwerk gepleegd: deze instelling, een wonder van volmaaktheid, werd door hamerslagen of zwaar vernielingstuig plat gebeukt, stuk gesmeten. De grond lag bezaaid met gebroken en gekromde draden, met stukken glas en brokken staal en koper. En te midden van de onbeschrijfelijke verwoesting en wanorde, bemerkte men, op een lessenaar, het onaangeroerd schrijfboek van eenen bediende. Aan den paal der kabien was de uurklok juist stil gevallen op het oogenblik van den inval der bestormers: de uurplaat wees 5.10. Hier dicht tegen-aan lagen de twee telegraafpalen, die tusschen de riggels stonden, omgehaald; overal liep men tegen afgerukte lantaarns. De groote lijnen waren gesprongen aan de bijzonderste verbinding ter wijk Kerrebroek: het ijzer vloog met zulkdanig geweld door de lucht, dat een stuk riggel, wegende tien kilos, tot in de Kapellestraat geslingerd was, en dat een klomp van 2 1/2 kilogram op den koer van den heer advokaat Frans Eeman, in de Kattestraat, terechtkwam. Op talrijke plaatsen, langsheen de lijnen, waren de elektrische kassen geopend, en van hunnen, inhoud bleef niets gespaard. Ook beneden, in de telegraafbureelen, werd alles verbrijzeld. De barbaren drongen tot in de goederenstatie: een bediende had gezien hoe zij uit koffers en valiezen gouden en zilveren voorwerpen haalden, die ze vervrongen of onder hun voeten stampten. Het werk, dat de soldaten van Atilla II hier verrichtten, was hunner waardig !
Tot laat in den avond defileerden Duitsehe troepen met kanonnen en veldkeukens. Hevig geschut gromde in de verte. De weiden van Hofstade waren een uitgestrekt Legerkamp.
Onderwijl spookte het geweldig in den omtrek.
De mare liep dat te Moorsel de klokken verbrijzeld en twee Onderpastors als gijzelaars meegenomen werden. Overal waar de Duitsehers doorkwamen was het luiden der bedewekkers verboden, onder voorwendsel dat hun geklep als signaal voor het Belgisch leger diende.
In den namiddag van 22 Augusti kwamen te Sint Gillis, bij Dendermonde, dertien Uhlanen, die aan de politie verklaarden dat de burgers, van in eene schuur, op hen hadden geschoten; zij duidden, met een kruisje, op eene kaart de plaats aan waar zulks voorviel. "Wij komen later terug, zegden zij, om deze rekening te vereffenen." Terwijl de ruiters aan een herberg een glas bier dronken, verschenen uit de richting van Dendermonde dertig lansiers. De Duitschers sprongen in allerijl te paard, wierpen hunne lansen weg en renden verder, onder het afvuren hunner karabijnen. Niemand werd gekwetst en de Uhlanen konden ontsnappen. Den 24 Augusti had te Lebbeke een bloedige schermutseling plaats tusschen 200 Uhlanen en een groep Belgische vrijwilligers; de botsing was verschrikkelijk: de Duitschers verloren zes dooden, hadden een groot aantal gekwetsten en lieten 70 gevangenen in de macht der Belgen; de overigen vluchtten. Een krijgsgemaakt officier weende overvloedig, denkende dat hij door den kop zou geschoten worden; wanneer men hem deed begrijpen, dat alléén de Duitschers tot zulke snoodheden bekwaam waren, verborg hij geenszins zijne dankbaarheid.
Op 2 September rukte een Duitsche voorpost de gemeente Lebbeke andermaal binnen en geraakte er in gevecht met de Belgische troepen. Schier heel de vijandelijke patroelje werd gedood. Een detachement voetvolk daalde in het dorp, vergezeld van de Uhlanen, die, den 22 Augusti, beweerd hadden dat er naar hen geschoten was, en die begonnen hun wraaklust bot te vieren. Zij staken verschillige huizen en hoeven in brand en pleegden de vreeselijkste gruwelen: aan den Molen werden zeven personen neus en ooren afgesneden en daarna levend begraven: menschen van 60jarigen ouderdom werden barrevoets, blootshoofd en in hun hemdsmouwen meegesleurd en naar de Duitsche versterkingswerken gevoerd. De aanval van den 2 September op Lebbeke werd echter door de Belgen afgeslagen en deze hielden het dorp terug bezet.(3)


(1) Michel Leo Gheeraerdts (° Aalst 10-4-1837, † Aalst 4-2-1922) advocaat en nijveraar (mouterij-olieslagerij Gheeraerdts)
foto van de mouterij in sept.1914


(2) Stationsgebouw (zoals het er nu nog ongeveer staat, het onderging weinig verandering)


(3) meer hierover bij Paddy's "Dendermonde 1914" http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=15367

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 03 Sep 2008 12:00    Onderwerp: Reageer met quote

Uit de Volksstem van 3 september 1914, giften van Aalstenaars voor de "noodlijdende werklieden"



De "Burgerwacht", op de foto anno 1907 posseert het kader. In hun midden zit notaris K.De Vis, luitenant-kolonel bevelhebber van de Aalsterse Burgerwacht. In 1907 waren er 532 ingeschreven wachters te Aalst.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 04 Sep 2008 7:53    Onderwerp: Reageer met quote

Verder uit Petrus Van Nuffel's werk:
Den 4 September 1914, rond 5 uur 's morgens, trok een Duitsch slagvaardig regiment onder het venster mijner slaapkamer voorbij. Ik ontwaak, wrijf eens goed den vaak uit mijn oogen; neven mijn bed staat altijd een tafeltje met schrijfgerief, omdat ik veel 's nachts werk; en ik noteer : « Eerst eene oneindige kolom grauwe voetgangers; de dauw schijnt nog te kleven aan hun grijze plunjen, mistkleurig en dik-bestoven; hun zware laarzenhielen dreunen in maat, hel-klinkend op en neer, over de morgenstille kassei. Tusschen hen stappen een vaandrig met de toegerolde vlag op den schouder, twee tamboers met hun trommel onder den arm, en een fijfelaar. Op een schild staat: Potsdam. Dan volgen de grijsgemantelde officieren te paard, eenigen onder hen bladeren in een notaboekje of schijnen een plan te bestudeeren; terwijl rooken zij rustig hun cigaar. Op een boerengespan rijdt een generaal majestatisch voorbij, met hoogen helm en breeden mantel. Daarna komen een viertal kanonwagens en veldkeukens, getrokken door een koppel paarden, dof-daverend aangereden; de mannen die er boven opzitten, houden kalm hun pijp in den mond. Het heer wordt gesloten door manschappen van het Roode-Kruis, met een band om den arm, en eenige reusachtige en zwartstoffige autos. Intusschen bollen wielrijders-verkenners langs beide kanten der straat gedurig heen en weer. Pas is het regiment voorbij, of het maakt rechtsomkeer en trekt terug vanwaar het gekomen was. Kort daarop volgt een tweede regiment, die een weinig later hetzelfde manoeuver uitvoert... Geen twijfel: z'hadden een verkeerde richting ingeslagen. En nu gaat dit volk naar Dendermonde tegen onze troepen vechten. »
De staf bleef nochtans in Aalst. Het luiden der klokken werd verboden. Gansch den voormiddag, tot ongeveer 10 uur, hoorde men, zeer nabij, het kanon: het waren vervaarlijke slagen, die onverpoosd, gelijk een langen donderdreun, voortrolden in het wijde; en daar tusschenin kon men gemakkelijk, van in het veld, de knettering waarnemen van honderden geweren, die in pelotons losbrandden en beantwoord werden... Ja, het moest er te Dendermonde schrikkelijk toegaan... Rond 1 uur deed een geweldige slag de stad opschrikken: de Duitschers hadden het sas op den Dender (1) doen springen; de dikke houten beschotten en balken waren, door de ontploffing, grootendeels weggerukt en het water zakte zichtbaar; in den omtrek waren eenige huizen beschadigd. Aan de statie en den spoorweg werden weer Duitsche posten geplaatst. Op het Vaartplein (2), vóór de fabriek Jelie, stonden een aantal wagens van den legertrein, en soldaten in blauwe uniformen liepen hier gestadig heen en weer.
Rond 2 uur namiddag eischten de Duitschers van den burgemeester logement voor 60 manschappen en 8 onderofficiers, die vereenigd moesten blijven in de Bierstraat, de Molenstraat (3) en de Vaartstraat. Ten einde zijn geburen alle ongemak te sparen, bood M. Gheeraerdts hen zijne olieslagerij aan, waar de heer schepen van openbare werken aanstonds stroo en bedden uit de Pupillenschool deed heenbrengen. De burgemeester hield zich verders ten stadhuize te hunner beschikking. Een officier kwam er hem vinden en verklaarde dat de Magistraat verantwoordelijk was voor het minste feit of vijandelijken kreet; dat hij het met zijn leven zou boeten, indien één Duitsch soldaat beleedigd werd. Tien schildwachten werden voor de poort des burgemeesters geplaatst, met bevel hem oogenblikkelijk neer te schieten bij de kleinste onaangenaamheid of opstand. Kalm en waardig antwoordde M. Gheeraerdts :
- Ik heb het mogelijke gedaan voor het handhaven der openbare rust. De plakbrieven hangen op de stadsmuren, waarbij ik volledige kalmte beveel. De bevolking is ontwapend.
Een major kwam tusschen. De burgemeester wilde dezen de gastvrijheid onder zijn dak geven. De weigering was beleefd:
- Het is verkieslijk, dat gansch de staf in de Pupillenschool verzameld blijve.
De tien schildwachten werden voor de poort weggetrokken; het eerewoord van den eersten Magistraat bleek voldoende; maar de bedreiging bleef nochtans formeel: in geval van oproer of vijandelijkheid, zou hij, als verantwoordelijk, gefusiljeerd en verscheidene notabelen der stad aangehouden worden.
Schrikkelijke nacht ! De moordenaars en brandstichters van Leuven kwamen in vlottende massas langs de Molenstraat de stad binnengestroomd, zingende en tierend. Op de Groote Markt gingen zij in gelid staan; de wagens werden rondom het kiosk gezet, de paarden uitgespannen en gestald. Al de gasthoven en logementen waren bezet. Die troepenmacht vertrok 's morgens in de richting van Assche.
Dien 4 September was Lebbeke (4) opnieuw het voorwerp van eenen aanval. De Belgen, die hier slechts eenige voorposten hadden gelaten, moesten achteruitwijken. Niettemin hadden zij den vijand geruimen tijd op afstand gehouden.
De inwoners werden door hevig geweer en mitrailjeusvuur gewekt, en men kan licht begrijpen welke vrees die reeds zoo zeer beproefde lieden doorstonden. Gedurende drie uren woedde de strijd in volle heftigheid, en 't was eerst ten 7 uur, dat de Belgen wegtrokken naar Sint-Gillis en Dendermonde toe, en met hen bijna de gansche bevolking. De Duitschers schoten op eenen trein, die voorbij een stopsignaal gereden was en aldus een petard had doen ontploffen; de 17jarige Maria Cornelis, van Sint-Gillis, werd op den slag gedood, en Frans De Cock, van dezelfde gemeente, werd zoo erg gekwetst, dat hij korts nadien bezweek. Nog twee ander personen bekwamen ernstige verwondingen. De vijand had den knal van den petard voor een geweerschot genomen en aldus op den trein gevuurd; hij deed te Lebbeke zijn intrede als moordenaar en dief. De soldaten braken de deuren open, sloegen de ruiten stuk en staken de huizen in brand. De dorpelingen werden uit hunne woningen gehaald, vrouwen en kinderen in het veld gedreven, en derwijze blootgesteld aan het gevaar, door de alom vliegende kogels doodgeschoten te worden. De mannen werden bijeengebracht en op rangen geplaatst, vóór de Duitsche troepen, en verplicht vooruit te gaan in de richting van Dendermonde. Kort daarna werd de gemeente gebombardeerd. De toestand der Belgen was onuithoudbaar; zij rukten over de Schelde en hielden den rechteroever bezet, terwijl zij de bruggen van Schoonaarde, Uytbergen, Wetteren en Melle vernielden.
Ten 9 uur 15 minuten nam de beschieting van Dendermonde aanvang: Een uur later drongen de Duitsche troepen in de stad. Uit het Hospitaal namen ze doctor Van Winckel, voorzitter van het Roode Kruis, en den E. H. Van Poucke, aalmoezenier van de Kommissie der gemeentehospitiën, als gijzelaars; in de Bank werd eene som van 2.100 fr. gestolen: ten 3 uur 's namiddags staken de pioniers het vuur aan de constructie-werkplaatsen en aan vier groepen huizen; de inwoners werden verplicht de stad, die gansch verwoest moest worden, te verlaten.


(1) het sas


(2) foto ca.1932, de Dender (stroomafwaarts, richting Dendermonde) met de in 1909 verhoogde spoorwegbrug, vooraan de St.Annabrug en links het Vaartplein met de fabriek Jelie.


(3) Molenstraat, richting Grote Markt


(4) meer hierover bij Paddy's "Dendermonde 1914" http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=15367

nog twee Aalsterse gesneuvelden
Gaston Boute († Breendonk 04-09-1914)


Frans Van Heddegem († Münster, Duitsland 04-09-1914)


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 05 Sep 2008 9:19    Onderwerp: Reageer met quote

Petrus Van Nuffel over de gebeurtenissen van 5 september 1914
Op 5 September, om 5 uur 's morgens, zag men een Duitsch wielrijder, die een platte muts droeg, - tot heden waren slechts puntige hoofddeksels bemerkt. - Het huis van den burgemeester, in de Vaartstraat, werd aangeduid als logist voor een major, een adjudant, een ordonnans en drie paarden; de adjudant was dezelfde, die daags te voren enkel bedreigingen uitte. 's Middags kwam de major en zijn ordonnans, - de adjudant at bij M. Isidoor Leclercq en vernachtte bij den notaris Breckpot. Aan tafel toonde de major de portretten zijner vrouw en twee zonen; dertien familieleden maakten deel van het leger. Hij was enkel de Duitsche taal machtig en praatte :
- Droeve oorlog.... Moedige, onverschrokken Belgen.... Te Leuven kende de woede mijner soldaten geen palen; de burgers en de vrouwen hadden op hen geschoten....
- Hoegenaamd niet, viel M. Michel in de rede. Het waren geen burgers, maar burgerwachten, en deze deden slechts hun plicht. Om u te overtuigen, zal ik u eene kapot en een kepi der garde-civique laten zien... Duitschers hebben te Leuven op Duitschers geschoten, die van Mechelen kwamen, troepen van von Manteuffel.
(Het is later bewezen dat die bewering echt was.)
De major betreurde de verwoesting van Leuven en der Hoogeschoolboekerij. Maar `t was oorlog ! Aan tafel gedroeg hij zich zeer matig, en bij bet nagerecht hief hij den beker in de hoogte en dronk: Op de Vrede ! s'Avonds kwam de adjudant als een wind binnengevlogen; hij hijgde buiten adem, en brabbelde in de Fransche taal, met koddige tongwending, een en ander over het bombardement van Dendermonde.
Ja, heden 5 September 1914, begon, onder't bevel van major von Sommerfeld, het stelselmatig afbranden der Schelde en Denderstad. Zelfs het hospitaal bleef niet gespaard, en werd met petrol begoten; zieken, grijsaards en gewonden moesten in allerhaast op een ander overgebracht worden; een zieke bleef in die vuurzee. De Begijnenkerk, een gebouw der XVIe eeuw, werd uitgebrand. De plundering duurde heel den nacht, en den 6 September gaf von Sommerfeld last, het vernielingswerk voort te zetten, of liever tevoltooien, zooals het dan ook geschiedde.
Op dergelijke wijze ging het toe te Appels en elders.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 06 Sep 2008 10:53    Onderwerp: Reageer met quote

6 september 1914, Petrus Van Nuffel over deze sombere dag:
Den nacht van 5 op 6 September 1914 klommen verscheidene Aalstenaars op ons Belfort (1), om vandaar, in den akeligen gloed der deinende verte, de verwoesting onzer Zusterstad te aanschouwen, waar alles lag te kermen en te huilen onder de woede en de ontzettende wreedheid der vernieling, waar al de huizen hun steenen in de lucht spuwden, als een vloek tegen den oorlog ...
Roekelooslicid was en bleef steeds een hoofdtrek van 't Aalstersch volk, en daarvan gaf onze stadgenoot Jaak Van den Bergh (2), die later in de plaatselijke gebeurtenissen een der hoofdrollen zou vervullen, het bewijs. Samen met een zijner vrienden had hij het besluit opgevat, den 6 September een bezoek aan 't brandend Dendermonde te brengen.
Na de eerste mis in de Collegekerk gehoord te hebben, trok men op weg. Gekomen te Gysegem, poogden aldaar vertoevende kennissen de waaghalzen van hun voornemen te doen afzien, doch zonder omkijken vervoorderden zij de gevaarlijke reis en geraakten heelhuids vóór de poorten van Dendermonde. Tegen het schietplein vonden ze de puinen van het eerste afgebrand huis en ontwaarden ze den heer stadssecretaris De Ley, met zijne dcchter, die hen toeriep: " Beste vrienden, keert terug, uw leven staat op het spel; niemand mag binnen de stad !" Algelijk ging het tweetal verder, voorbij den eersten loopgracht, over de krengen van gedoodde paarden, over ransels, helmen, schakos, gamellen en wapens. In de stad trof hen een ijselijk schouwspel: beneden alles in lichtlaaie vlammen, en er boven een reusachtige vuil-rosse rookwolk; knetterende vuurslangen likten de wanden der gebouwen; gevels vielen met dof geplof in de straten: miljoenen vuurgensters spatten in alle richtingen als van een monstervuurwerk, waar middenin, in den gloed scherp afgelijnd, de silhouet staat van het stadhuis, als 'n geboeiden athleet, die stommelings - datsem loslieten - op de branders, onder hem, zou springen en verpletteren en elkendeen dooddoen; en tusschen dit gesis en gedruis en gekraak, de zilveren klanken van het geteisterd klokkenspel, dat een lied uit langvervlogen tijden van roem en grootheid, een laatst vaarwel zong aan de oude Vlaamsche stede ....
Op de Groote Markt moesten de Aalstenaars elkander bijstaan om over de telegraafdraden, die te gronde lagen, te kruipen. In het gat der Markt, aan den goudwinkel Van den Durpel, stonden twee ouwmannekens; het huis brandde niet, maar vensterluiken en vitriens waren verbrijzeld, en daarbinnen lag alles overhoop: ledige doosjes genoeg, maar geen spoor meer van goud of zilver. Er was volk in den winkel; men hoorde het heen en weer gaan.
-Wat voor lieden zijn dat? En wat doen ze daar ?
- 't Zijn plunderaars, antwoordde een der oudjes: zij voltrekken het werk der Duitschers.
M. Van den Bergh plaatste zijn makker en de twee Dendermondenaars op wacht. Hij zelf ging binnen en kletste duchtig met den gaanstok onder de roovers - ze waren vier in getal - die naar de straat stormden en daar in de handen der wakers terechtkwamen; hun zakken werden doorzocht, maar waarschijnlijk hadden ze den tijd gehad, het gestolene weg te werpen, want zij bezaten niets meer. Van uit de puinen van het stadhuis werd er op de Aalstenaars geroepen: 't was de heer schepen Vermeersch, die alles gezien had, en er aan hield, onze stadgenooten te bedanken.
Aan den hoek der straat bemerkten zij een schildwacht, vóór wien een arme vrouw op de knieën zat. Het vuurroer naar de twee aankomende mannen gericht, deed hij teeken hem te naderen; zij toonden hun naamkaartje en wezen naar een brandende woning, waar, volgers hun zeggen, de zuster van M. Van den Bergh woonde. De soldaat was op het punt hen door te laten, wanneer, uit de richting der statie een compagnie pionniers of brandstichters opdaagde. De luitenant, een jonge kerel, vroeg wat de Aalstenaars daar verrichtten; de schildwacht gaf eenige woorden uitleg, en beiden kregen aanzeg, langs het station, uit de stad te gaan. Beter kon het niet, want dit schonk hen de gelegenheid, de verwoesting in gansch haar uitgestrektheid te aanschouwen. Vooraleer deze plaats te verlaten, bemerkten zij nog dat een pionnier met zijn bijl de luiken van een huis verbrijzelde, en dat de luitenant en twee soldaten vóór de opening stilbleven; nog waren zij uit de straat niet, of de vlammen sloegen reeds door de vensters; wat er daar ingeworpen was, konden ze niet onderscheiden. Verders geraakten de reizigers zonder ongevallen in hun haardsteden weer.
In Aalst bleef het eenige dagen rustig. Alom heerschte begijnhofstilte, die loodzwaar op de bevolking drukte.


(1) Het belfort


(2) Jaak Van Den Bergh (° Aalst 09-07-1868)

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 06 Sep 2008 15:34    Onderwerp: Reageer met quote

2de deel (vervolg) van wat Petrus van Nuffel schreef over de gebeurtenissen van 6 september 1914:
Van uit Dendermonde bedreigde de vijand onze aftochtslijn naar Vlaanderen. Ons leger bevond zich in en rondom Antwerpen. Deze versterkte stelling was toen nog niet belegerd en onze troepen zouden er immers de Duitschers nog veel spel leveren, voornamelijk door de uitvallen van 9 tot 13 September. Kost wat kost moest Dendermonde aan ons blijven en de dekking uitmaken van der Belgen aftocht, die na den val van Antwerpen zou plaats hebben. Evenwel zetteden de Duitschers hunnen opmarsch voort, hadden reeds eene brug over de Schelde geworpen en waren op den linkeroever, in de richting van Grembergen, Zele, Lokeren en Wetteren doorgedrongen. Onze legerleiding gaf de eerste en de zesde afdeelingen bevel, den vijand te Dendermonde aan te vallen. Een vreeselijk gevecht had plaats; 't had lang geduurd: van den 4 tot den 7 September, en veel slachtoffers gevergd. De stad Dendermonde was in puin en asch gelegd; de bevolking, gemarteld en gefolterd, werd gevangen genomen en naar Duítschland gestuurd. De Duitschers verlieten de stad en hunnen aftocht geschiedde in de grootste wanorde. Onderwege plunderden en brandden zij zooveel ze konden, maar de Belgen zaten hen dicht op de hielen en waren weldra terug meester van den omtrek.
Een gekwetst Belgisch soldaat, Jules Delalune, geboortig van Belcourt (Henegouw), werd met een tiental wapenbroeders in het klooster der Eerw. Zusters van Gysegem, hetwelk in een hospitaal herschapen was, binnengebracht. Doch de Duitschers, steeds nader komend, verschenen aldaar ook met hun gekwetsten, en onze jongens gingen in 's vijands handen vallen. De geneesheeren deden het klooster ontruimen. Daar Delalune in bedenkelijker toestand verkeerde, besloot men hem alleen te vervoeren; maar de krijgsautomobiel, die de eerste gewonden wegbracht, werd op geweerschoten onthaald, en keerde niet meer terug; Jules bleef dus liggen waar hij lag, geschoten op 'n zonderlinge wijze: dóór den elleboog, dóór de long en zoo dóór de maag... Hij moest ten koste van alles gered worden. En al had hij maar eenige uren meer te leven, de goede Zusters wilden den lijder niet blootgesteld zien aan gebeurlijke mishandelingen. Zij lieten hem in de ziekenzaal, waarvan ze de deur op slot deden.'s Anderdaags wilden de Duitschers die plaats nazien; men gebaarde den sleutel niet te vinden en het onderzoek werd uitgesteld. Des nachts verdroegen de Zusters Delalune in een klein kamerken der kloostergemeente; vóór den toegang plaatste men een hooge kleerkas, opgepropt met kleedingstukken, en uit dit meubel waren de rugplanken genomen, zoodat men langs deze opening den gekwetste kon naderen en verzorgen.
Tot eenieders verwondering kwam Jules Delalune stillekens-aan tot beternis, niet alleen naar lichaam, maar ook naar ziel, want hij leerde, gedurende de weken die hij daar verstoken lag, de Catechismus en deed er zijn Eerste Communie. Zijn toestand beterde zóódanig, dat hij het verlangen uitdrukte, heen te gaan bij zijn ouders. Men verschafte hem het noodige om dien wensch te voldoen. Maar er viel op te passen, want de vijand was verwittigd dat in 't klooster een Belgisch soldaat verborgen zat. Doctor Goedertier's broeder was bestuurder van het College te Ninove, en hij besloot den jongeling daar naartoe te doen brengen. De zuster van M. Jaak Van den Bergh (Eerw. Zuster Rosalie) kwam tusschen om Jules naar Aalst, bij haar brocder, te voeren :
- Jaak zal er wel voor zorgen, zei ze zoo.
Op 't einde van October ging een der kinderen van M. Van den Bergh, alsdan dienstdoende burgemeester, zijn vader op 't Landhuis verwittigen, dat er in hun woning een gewond soldaat lag. Vliegens snelde M. Van den Bergh huiswaarts, vond er Jules Delalune, en ontbood doctor Leo De Clercq. Wanneer Jules' wonden vermaakt waren en hij op een malsch bed gelegd was, moest men er naar uitzien hem te redden. M. Van den Bergh had in zijn bezit een tilbury, op wielen van caoutchouc, dien hij de Duitschers ontfutseld had; dit was al iets; doch er ontbrak een paard; ook een man, die zwijgen kon. Louis, de knecht van M. Oscar Van Causbroeck, viel toevallig onder de hand, en de burgemeester maakte hem deelgenoot van het geheim. Louis, een goed hart onder 'n ruwe schors, scheen fier, tot het volvoeren eener edele taak uitgekozen te worden. Hij zocht en vond een paard en spande in; Jules werd in een dik wollen deken gewikkeld en neven den koetsier in den tilbury gelegd. Zachtjes aan, langs effen wegen, kwam men zonder slag of stoot in 't College van Ninove aan; aldaar stond juist een automobiel, die naar Edingen moest; met dit voertuig geraakte de gewonde bij de Zusters van den H. Vincentius te Edingen, en vandaar bij zijn familie.
Jules Delalune, gansch hersteld zijnde, poogde later terug naar het front te keeren; zijn eerste poging mislukte; een tweede maal geraakte hij tot aan de grens, doch werd aangehouden en naar Duitschland overgebracht; in den beginne stuurde hij nu en dan nieuws aan zijn weldoeners, maar weldra vernam men niets meer, en niemand weet wat hem gewerd.
Den Zondag 6 September hadden vier Jefkens hetzelfde ontwerp gevormd van hunnen stadgenoot M. Van den Bergh, namelijk een bezoek te brengen aan Dendermonde. Het waren Jozef Van Renterghern (1), Jozef Guns (2), Jozef Verbrugghen (3) en Jozef De Moor (4). Hun groep werd, bij het vertrek, aangevuld door drie makkers: Frans Temmerrnan, Arsène Van de Velde (5) en Leo De Schryver (6). Zonder vaar of vrees trokken zij af op Audegem, hetwelk in brand stond. Aldaar vernemende dat al de weerbare mannen gevat werden, zakte men langs Sint-Gillis af, naar Wieze. Doch hier was het halte. Een Duitsch officier gebood hen te blijven staan.
- Ge zijt soldaten. Vanwaar komt ge ?
- Van Aalst.
Na een kort onderzoek mochten de Aalstenaars verder gaan; maar nauwelijks was men eenige stappen wijd, of een vliegmachien verscheen boven hun hoofden en de pinhelmen schoten er stevig op los. De zeven vrienden verdoken zich in een elskant, allen dicht tegen elkander; en wanneer het gevaar geweken was, beenden zij over dik en dun naar den steenweg. Aan de brouwerij Callebaut vielen ze in een talrijken troep soldaten.
Onmogelijk te ontsnappen: allen werden aangehouden en ontkleed. De luitenant sprak van hen door den kop te schieten, beval de geweren gereed te maken en vergezelde het zevental tot bij den staf, die op den steenweg gebleven was. Daar ook hoorde men van fusiljeeren roepen ....
Maar neen: de vrienden werden aan elkander gebonden, de armen gekneveld en, onder schuppen en slagen, naar Lebbeke gebracht, waar men hen acht uren lang in eene kapel opgesloten hield. 's Avonds, om 5 uur, werden zij naar de dorpskerk gebracht, waar reeds 350 man zat, en gelegd tusschen vier kandelaars met brandende keersen, gelijk men doet voor eenen lijkdienst. Binst den nacht, kregen zij nat noch droog, en 's morgens, te 4 1/2 uur, moest men zich met een droge korst brood tevreden houden.
Wij staan hier het woord af aan eenen der ongelukkige Jefkens, die ons in zijn gemoedelijke taal zal vertellen wat er nadien gebeurde:
"Tusschen twee rijen soldaten trokken we met ongeveer 400 gevangen burgers naar Brussel. Onderwege schoot men een landman van Lebbeke dood. Aan de Beurs en aan de Noordstatie stonden de Duitschers ons te bespotten en te tergen. Wij werden dien Maandag, om half twaalf uur, in een trein geduwd en weggevoerd, en bleven, zonder 't minste voedsel, tot 's Woensdags, 3 uur 's morgens, wanneer wij te Aken toekwamen; daar kregen we rijstsoep. Den 9 September, rond 3 uur 's nachts werd ons gezelschap afgezet in het kamp van Sennelager bij Paderborn, en in 't burgerlijk gevang op stroo gelegd. Onze kleederen werden in den doomketel gesmeten en wij trokken naar het bad; daarna sneed men ons haar af en sommige gevangenen geraakten den helft van hunnen knevel kwijt. Tusschen ons bevond zich voornaam volk, onder andere den heer advokaat Cooreman, lid der bestendige deputatie, ja, zelfs miljonnairs; ik zag kinderen van 13 en 14 jaren, die uit den neus bloedden en te gronde zakten van flauwte en vermoeinis, en wanneer zij naar voedsel vroegen, klonk het steeds barsch: Schweinhund, totschieszen ! ... 's Middags gaf men ons eindelijk een keteltje roodekoolsoep. Den Donderdag avond werd elk een brood van 400 grammen toegeworpen. Daarna verbleef ik, samen met Engelschen en Franschen, alsook met zekeren heer Baro, van Dendermonde - die aldaar stierf - drie nachten onder de open lucht, zonder dekens; wij liepen van kou altijd rond, om ons te verwarmen.
Vier maanden lang zijn wij in die hel verbleven, werkende in regen en wind, gevoed met soep van kolen en snijboonen, watersoep, en bewaakt door duivels. Wat we daar doorstonden, is met geen pen te beschrijven. Eindelijk, den Zondag 24 Januari 1915, sloeg voor ons het uur der verlossing. Al de Belgen moesten hun stroozakken verbranden en op den koer komen. Het vertrek naar München geschiedde evenwel slechts den Woensdag, om 4 uur 's morgens. Wij stapten s'anderdaags af te Luik en bleven daar in een barak tot Donderdag s'middags. Te Mechelen sliepen we in eene cinemazaal; daar werd het volk, hetwelk ons eenig voedsel toestak, door brutale pinhelmen weggestampt. Met twee treinen kwamen we uit Brussel te Aalst, den 31 Januari 1915, toe en werden naar de Pupillenschool geleid, tusschen een menschenzee, tusschen rijtuigen en karrekens, aangebraccht om de 400 inwoners van Lebbeke, Sint-Gillis en Dendermonde naar huis te voeren. Immers, menigeen kon geen voet meer verzetten van uitputting en ontbering; ik geloof niet, dat men ooit zoo'n rampzalig vertoon zag; velen hadden nog slechts de huid over de beenderen. Een heer van kennis vroeg mij de hand; ik dierf hem deze niet toereiken ze was te vuil ....."
Den 6 September had eene botsing tusschen Belgen en Duitschers plaats te Oombergen; een pinhelm werd gedood, een gekwetst en twee geraakten krijgsgevangen. Denzelfden namiddag kondigde men een schermutseling aan op het grondgebied van Nederzwalm: de Duitschers, ten getalle van veertig, leden een bloedige nederlaag; ook een der onzen sneuvelde. Bijna tezelfdertijd werd er gevochten vóór de gemeente Oordegem.
Op dezen Zondag, 6 September, geschiedde op de Graanmarkt (7), onder de open lucht, een protestantsche lijkdienst. Gedurende heel den voormiddag hoorde men geweervuur. Waar was het ? Te Dendermonde ? Te Oordegem ? Neen: waarschijnlijk te Baevegem; aldaar had tusschen de Belgen en de Duitschers eene ontmoeting plaats; twee Belgische autos, die van Gent kwamen, wilden door de Duitsche troepen; zes Belgische soldaten werden gedood en eenige Duitschers erg gewond, die men naar het Rood Kruis der Pupillenschool (7) overbracht. Na den noen, hevig kanonnengedommel in de richting van Wetteren. De major, bij burgemeester Gheeraerdts ingekwartierd, vertelde met vollen mond: dat er gevochten werd rond Maubeuge; dat er in den omtrek van Dendermonde 4000 Duitschers gevallen waren; dat zijn volk op Aalst afzakte en de Belgen zich saamtrokken op Antwerpen, enz., enz. Rond 9 ure 's avonds brachten hem twee officieren een brief; zijn oppasser schikt de koffers in orde; hij zelf gaat slapen, maar voorziet dat hij gedurende den nacht zal moeten vertrekken. En zoo geschiedde het: rond middernacht trok de major er uit. 's Morgens vond men in de kamer een stuk inpakpapier met het adres: «Major Karl Hildebrand, Hambourg, 18e division, 86 reserve regiment, 32 bataillon.»


(1) Jozef Van Renterghem (° Aalst 03-03-1880)

(2) Jozef Guns (° Aalst 26-03-1870)

(3) Jozef Verbrugghen (° Aalst 21-01-1877)

(4) Jozef De Moor (° Aalst 17-03-1877)

(5) Arsène Van De Velde (° Aalst 23-03-1874)

(6) Leo De Schrijver (° Aalst 24-01-1896)

(7) De Graanmarkt, links het atheneum, rechtop de Sint-Martinus kerk en recht de pupillenschool.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 07 Sep 2008 12:00    Onderwerp: Reageer met quote

Petrus Van Nuffel verhaalt verder

Den 7 September van 6 uur's morgens, heerschte groote beweging: doortocht van Duitsche troepen, kanonnen, voetgangers, ruiters, autos, twee reusachtige automobielen van den staf. Terwijl deze krijgsbende door onze straten toog, dreunend en lallend
Mit Gut uns Blut zum unterpfand
Dem Kaiser und dem Vaterland !
Verscheen een Duitsch vlieger, die een vlagje, aan hetwelk een briefken gehecht was, liet nederdalen. Alhoewel geen moeite gespaard bleef om dit bericht in handen te krijgen, duurde het zoeken zóó lang, dat de bevelvoerende generaal ongeduldig werd en dreigde gansch het statiekwartier in brand te steken, in geval het stukje papier niet te voorschijn kwam. Een patroelje Uhlanen ging in negen aanpalende straten, van huis tot huis, opzoek; waar de bewoners afwezig waren, werden de deuren met, bijlslagen opengebeukt. Drie ruiterijsoldaten drongen, in de Koophandelstraat, ter woning van den vleeschhouwer Adolf Scholliers; zij grepen den braven man vast, plantten hem den revolver op de borst en sleurden hem naar boven. Beneden hoorde men het eendelijk kermen van den ongelukkige, gelijk hij op den zolder mishandeld werd; vervolgens zagen zijn vrouw en kinderen hem beneden, naar de straat trekken, weer binnen brengen, andermaal naar boven sleuren, om daar opnieuw geslagen en wreed gestampt te worden. (Adolf Scholliers overleed den 13 Mei 1916, tengevolge dezer martelie). Het briefje werd eindelijk gevonden, overhandigd aan den politiecommissaris Bauwens en den aanvoerder besteld; er stonden slechts twee woorden op: Frankreich gefarlich; dus een bevel om met verhaasten stap naar Frankrijk te rukken. - Onderwege had dit krijgskorps den E. H. Pastor van Moorsel gevat en meegebracht tot op de Moorselschebaan; daar de gevangene, gekomen aan het Lieve-Vrouwplein, niet verder kon, liet men hem gaan; doch de E. H. Pastor Lauwereys, van Mijlbeek, werd uit zijn woning gehaald, om den Pastor van Moorsel tusschen de opgedrevenen te vervangen. In de stad nam men verscheidene rustige toeschouwers mee, waaronder den heer schepen Felix De Hert en M. Jules Eeman; onderwege werd M. De Hert door de soldaten laffelijk geslagen en mishandeld; velen der aangehouden Aalstenaars moesten ransels en geweren dragen en herkregen slechts de vrijheid na twee uren gaans.
Ten 1 uur stapte de oppasser weer bij den burgemeester binnen en kondigde de terugkomst aan van den major en van nieuwe troepen. Daarna liep hij naar de olieslagerij zijn oud logist opzoeken. Een luitenant en twee onderofficieren, zonder zich om iemand te bekommeren, traden in huis, klommen naar boven en namen de kamer, voor een generaal bestemd, in beslag; vervolgens kwamen zij in de verandah zitten, begonnen te rooken en vroegen een glas Rijnschen wijn. Om 7 uur daagde Hildebrand op, voor het avondmaal, en hij bracht twee officiers mee; de major, de drie nieuwe eters bemerkende, toonde zich over hun aanwezigheid weinig gevleid. Ten 9 uur, ander heeren: een paardenmeester en een kommandant, stoute stuivers, die naar het tweede verdiep trokken; M. Michel ontmoet hen op den trap: « Wij hebben al de kamers noodig, zeggen ze, en de poort van het huis moet dag en nacht openblijven.» Heel den nacht was het er een helsch rumoer, en zulks zal niemand verwonderen als wij zeggen dat er bij den burgemeester verbleven: in het woonhuis 1 major, 5 officieren, 2 onderofficieren; in de magazijnen 8 ruiters met hun paarden; in de olieslagerij 8 onderofficieren en 85 manschappen .... Ruiters en voetgangers vochten onder elkander voor het slaapgoed !
In de stad zochten de officieren naar vleesch en brood: bloem was er niet, en het vleesch was schaarsch. De verbintenis met Gent lag verbroken. De politie werd gelast met het verzamelen van eenige eetwaren.
Aan de boomen der Graanmarkt staan 's nachts veel paarden gebonden.
Denzelfden Maandag, (7 September) kwam een detachement van 't leger van von Boehn te Melle-Quatrecht. Belgische vrijwilligers en Brusselsche burgerwachten versperden den weg. De vijand zulks gewaar wordende, verschool zich in het, Blauwselfabriek, en toen ons volk onder hun bereik kwam, openden zij een hevig vuur. Daar de Belgen, desondanks, steeds meer, en meer naderden, trachtten de Duitschers in de zijde aan te vallen en verlieten het fabriek, zij verdoken zich in eene reeks huizen om vandaar onze troepen te beschieten. Zij werden evenwel uit deze verschansing gejaagd, doch staken dezelve in brand, de Belgen aldus belettend er gebruik van te maken. Ook ander woningen stonden aldra in lichterlaaie. De vijand kreeg het ten slotte te kwaad en moest vechtend achteruit. De Belgen hadden negen dooden; verscheidene burgers lagen links en rechts vermoord; in stallen en aanpalende weiden vond men de krengen van talrijke paarden, koeien en zwijnen; op den steenweg lag den halfopgebranden wagen en daarneven de twee gedoodde paarden van den Aalstenaar De Strooper-Corthals; dertig huizen waren de prooi der vlammen geworden. Van de Duitsche verliezen kon men niets te weten komen.
Bezijden den Gentschensteenweg, ter wijk Siesegem, staat het buitengoed van deurwaarder Van Muylem (1), een eigendom van ongeveer twee hectaren, met muren rondomhenen, - een peiselijk nest, waar kunst en poëzij oekeren. Op het dak van het kasteel verheft zich een toren, die de omliggende uitgestrekte vlakte beheerscht, - gansch geschikt om te dienen als verkenningspost en verschansing.
De bewoner zat rustig in den tuin, wanneer men hem verwittigde, dat een Duitsche patroelje binnen gekomen was. Hij ging zien en bevond zich voor een luitenant, een onderofficier, een korporaal en acht soldaten. De officier groette en zei, in de Fransche taal, dat hij het buitengoed kwam bezetten, ten einde aldaar een post in te richten.
- Indien ge dit recht hebt, mijnheer, antwoordde de eigenaar, kan ik mij daar niet tegen verzetten.
De luitenant uitte eene verontschuldiging voor den last, dien hij berokkenen moest : de oorlogs-noodzakelijkheid eischte het.
- Zijn er soldaten ten uwent ?
- Neen.
- Hebt gij wapens?
- Neen.
- Open deuren en vensters.
M. Van Muylem gehoorzaamde. Wanneer de woning doorloopen en doorzocht was, gaf de overste bevel een verkenningspunt te maken langsheen de omheining, met het hout, hetwelk in eene afhankelijkheid gevonden werd. De soldaten zaagden de takken van de boomen, die het uitzicht op den steenweg belemmerden; twee manschappen werden op de groote baan gesteld, twee aan den uitgang van het kasteel, twee bleven in den verkenningspost en de overigen doorsnuffelden den hof. Nadien sprak de officier:
- Ik verbied u, aan de soldaten bier of likeur te geven. Heden avond, ten 6 uur, ben ik terug.
Hij vertrok en kwam s'avonds weer, Dan vertelde hij. De luitenant was in het burgerlijk leven leeraar aan de Hoogeschool van Kiel; Duitschland had de oorlog niet gewild; hij was hem door de omstandigheden opgedrongen; de krijg zou niet lang duren; de Belgen hadden dapper hun plicht gekweten; feitelijk aanzag Duitschland ons niet voor vijanden; er kon hoegenaamd geen spraak zijn van aanhechting: de Congo, dat was wat anders ! wellicht zou men ons de kolonie afkoopen. Ten slotte vroeg hij nog:
- Hebt gij u van de soldaten te beklagen ?
- Neen, antwoordde M. Van Muylem.
- Het groot leger zal hier binnen eenige dagen voorbijtrekken. Alsdan moeten wij u verlaten. Intusschen zult ge nooit beter bewaakt, nooit veiliger geweest zijn.
Tot morgen.
Een weinig later legden zich zes soldaten in de voorkamer van het gedoen te slapen. De overigen bleven op wacht.
De dag ging tenden.
Het werd een mooie zachte Septemberavond.
In den omtrek ademde alles vrome piëteit.
De boomen werpen lange schaduwen in het geel-groen gers. In het peilloos diep der oneindelijkheid doezelt alles weg in wuivende wazige allengerhand uitdunnende nevels, in trillende deemstering. 't Zinkend zonnelicht spat nog eenige druppelkens goud in den fluweelen blauwen mantel; en tusschen de gerren der bosselkens spelen tallenkante klaarten van oranjegloed. Verre, stadswaarts, jubelen, door het wijd, de preludes van den beiaard ....
M. Van Muylem zat op een hofbank, naast een lang perk van geurende violetten, doorstippeld met heliotroop. Een soldaat kwam een fosfoortje vragen om zijn pijp te doen branden. Hij nam neven den eigenaar plaats en keuvelde: dat hij boomteelt-overste was in den omtrek van Hannover; dat hij hoopte dat de oorlog niet lang zou duren. Na een poos sprak hij opnieuw, en zijn stem beefde; in zijn blikken vol melancolie glinsterden tranen; hij tuurde strak in de verte, in de stervende zonneschemering; en hij sprak van zijn vrouw, en hij weende om zijn kinderen ....
De avond verdween met de omgeving in de maskerade van den nacht. De roode boorden, die de ondergaande zon aan de wolken schilderde, zijn losgerocht en in een andere wereld weggeslonken. Ommendom slaap alles bladstil, in wervelschaduw. Alopeens valt een zware slag van klokkenbrons uit de steenen monden des kerktorens van Nieuwerkerken, die rijzekens nog iets van z'n stompheid laat zien.
Alleen de sehildwachten waakten. Edoch ook op den bewoner had de slaap geen vat, en, ter legerstede uitgestrekt, in de lezing van een boek, verbeidde hij den morgenstond.


(1) Gentsesteenweg (richting Aalst) met rechts het kasteeltje van Van Muylem.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 08 Sep 2008 13:03    Onderwerp: Reageer met quote

8 septemebr 1914, Petrus Van Nuffel:

De daggodin glom in volle luister aan de kim en verlichtte boomen, bloemparken en struikgewas. De vergulde weerhanen van het kasteel schaaierden met zilver-geel licht, vloeiend opaal.
Tusschen 4 en 5 uur weerklonken plotseling, onder het venster, twee geweerschoten. Onmiddellijk daarna verscheen de hovenier op de stoep van het kasteel, daar hij murmelde
- Een Duitsch heeft zich gezelfmoord. Dáár, op den grond, daár ligt hij ....
M. Van Muylem had het voorgevoel van iets onheilvoorspellend.
Hij naderde.
Op den grond lag de soldaat, die, voor eenige uren, weende bij het herdenken van gade en kinderen, - het dijbeen doorschoten; de tanden vast op elkander gesloten; de blikken star open; het wezen doodsbleek
Men hief hem op.
Al de soldaten waren bijeen en spraken onder elkander met gedempte stem. Voorafgegaan van den onderofficier, die den revolver in de hand geklemd hield, doorstaken ze met hun bajonetten struiken en heesters ... Hoopten zij den dader, den plichtige te ontdekken ? .... Ongetwijfeld .... Zij vonden natuurlijk niets. Alsdan werd een krijger uitgezonden, die weldra met den luitenant terugkwam:
- Was ist hier los ? Wat gebeurt hier ?
De soldaat gaf eenige woorden uitleg. Maar op dit oogenblik trad een Duitsch toe, die zijn post aan de poort verliet, en riep
- Der kerl hat sich selbst geschossen !
De officier deed de soldaat naderen. Deze kwam, en, de hand aan den pinhelm, vertelde hij, dat hij zeer wel gezien had wat er voorgevallen was: dat zijn wapenmakker eerst een schot in de lucht zond
en vervolgens het geweer op zich zelf richtte ... Hij had hem zien schieten; hij had het zéér goed gezien.
Daarna keerde zich de luitenant tot M. Van Muylem, en vroeg hem in de Duitsche taal:
- Waar is uw witten hond ?' Doe eens uw witten hond komen.
- Padruga !
De groote hazewind, zacht als fluweel en glinsterend van witheid, naderde met lichten en edelen tred; hij plaatste zich naast zijn meester en stak streelend den fijnen spitsen kop onder diens arm.
- Wat wilt ge van Padruga ?
Maar reeds had het beest de vleiende hand gelost; en de grond doorsnuffelend, begon het met de voorpooten te krabben. Een Duitscher, die Padruga, bereids eenige stonden te voren, had zien wroeten op de plaats waar den gekwetste gelegen had, duwde den hazewind weg en verwijdde met zijn zakmes de opening in den grond; hij stak er de hand in en bracht den kogel te voorschijn, die het been van den soldaat doorboord had. Hij gaf het projectiel aan den officier. Deze onderzocht het met argusoog en moest zich overtuigen, dat het nen kogel van een Duitsch geweer was. Hij richtte eenige woorden tot zijn manschappen en liet hen gaan. Vervolgens sprak hij tot M. Van Muylem, in de Fransche taal
- Vous avez là une bien jolie bête, bien intelligente.
Hij groette op krijgsmanier en vertrok met zijn rijwiel.
Later, wanneer het voorwendsel der franc-tireurs ter verontschuldiging ingeroepen werd voor de jammerlijke maatregelen door de pinhelmen tegen onschuldige lieden genomen, dàn eerst begreep de eigenaar aan welk groot gevaar hij en de zijnen ontsnapt was; dàn besefte hij welke erkentenis hij den schoonen hazewind, die den Duitschen kogel teruggevonden had, verschuldigd was. Onze lezers zullen wellicht vragen wat er van Padruga gewerd, wanneer M. Van Muylem, eenige dagen later,verplicht was zijn eigendom te verlaten ? Het kasteel werd daarop deerlijk gehavend door kogels en bommen, en de inwoners moesten het ontvluchten. Verscheidene weken nadien, wanneer het buitengoed door de Duitschers verlaten was, lag er alles vernield. De hond was meegevoerd. Godweet naar welk slagveld leidde hem zijn nieuwen meester" ... Of werd hij wellicht door, een menschlievende ziel ingenomen ? ... Misschien is hij dood ? ... 't Is niet geweten. Maar men denkt nog immer met weemoed aan de edele trouwe Padruga ...
Den 8 September werd pak en zak gemaakt. Major Hildebrand was reeds tusschen middernacht en 1 uur vertrokken; de andere officieren volgden tusschen 3 en 6 uur; de doctor en de veearts verlieten hun logement rond 6 uur; paarden en ruiters trokken weg om 7 1/2 uur. Gedurende heel den morgen was het in de Molenstraat en de Vaartstraat een onafgebroken optocht van Duitsche troepen; tweemaal zag men een vliegtuig, hetwelk aan de soldaten teekens gaf. In den namiddag keerde dezelfde horde in de stad weer, met 84 boeren, die van vermoeinis neervielen; men zei dat deze ongelukkigen te Lebbeke voor de troepen geplaatst waren. Een officier, bij name Baerth, van het 3e bataljon reserve-infanterie, regiment 31, die goed Fransch sprak, eischte de haver en het hooi op; hij moest ook brood en vleesch hebben voor zijn mannen en beloofde, bloem te zullen geven in verwisseling met brood. Deze troepen namen een Chineesch of Japaneesch ambassadeur, die in auto de stad doorreed, gevangen. In den valavond hoorde men meer bijzonderheden over de inname van Dendermonde: een Aalstenaar, die vandaar kwam, had in de puinen zeven verkoolde lijken gezien, en in de smeulende straten veel honden en menigen plunderaar; hij was een klein huisje binnengetrokken, hetwelk onaangeraakt bleef en waarin hij een zieltogenden mensch vond; op de deur was met krijt geschreven: Gùte Leute. De Duitsche kolonel Bervoets, die het afbranden van Dendermonde bestuurde, had zes woningen aangeduid, die moesten gespaard worden. De Duitsche chef, in de verwoeste stad begraven, zou een graaf von Fürstenberg zijn. Er werd ook verzekerd, dat Amerika aan de Duitschers bevel gegeven had, hun troepen binst de acht dagen uit België te trekken.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 09 Sep 2008 6:50    Onderwerp: Reageer met quote

Petrus Van Nuffel over woensdag 9 september 1914:
s'Anderdaags, 9 September, gewaagde men van een groot gevecht in het Walenland. De hier liggende troepen zouden tot versterking daarheen gezonden worden. Edoch, nader inlichtingen ontbraken, alle briefwisseling onderschept zijnde. Rond 10 uur 's morgens vroegen de Duitschers naar rijtuigen en lichte gespannen, om hunne gekwetsten te halen naar Lede, waar Belgische verkenners een hunner patroeljen verslagen hadden, en naar Leeuwergem, waar op 8 September gevochten was. In den namiddag kwamen een onderofficier en vijf soldaten, met eene Duitsche kar, haver opeischen. Men deed hen bemerken dat de voorraad bijna uitgeput was, dat zij haver uit Duitschland moesten doen komen, waarop zij antwoordden: ,,Binnen een maand is alles Duitsch; geeft maar wat er overblijft.„ Verscheidene soldaten waren gelast zich te verzekeren of Burgemeester Gheeraerdts geen Amerikaansen zaakgelastigde was .... Hielden zij hem voor Gerard, de Amerikaansche diplomaat, die later de reis naar Berlijn deed ? ....
De hier vertoevende pinhelmen waren niet gerust, en verwachtten er zich aan, alle oogenblikken te moeten oprukken. Ondertusschen ging de burgemeester van Gent, te Oordegem, de Duitschers; te gemoet, opdat de vijand zijn stad zou sparen. Vijandelijk volk trok op Audenaarde en Sottegem. 's Nachts vertrokken schoone trekpaarden, gereed om ingespannen te worden; groepen wielrijders doorkruisten de stad en zochten inkwartiering. Een brandreuk vervulde de lucht: op de Graanmarkt had men eene militaire bakkerij ingericht en mutsaard gedroogd en ten deele verbrand.



wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 10 Sep 2008 6:38    Onderwerp: Reageer met quote

We blijven nog bij Petrus Van Nuffel's verhaal:

Gedurende den voormiddag van 10 September bromde het kanon in de verte. 's Namiddags stonden op het Statieplein tweehonderd Duitschers verzameld. De Duitsche vlag wapperde op het reizigersstation.

Het Aalsterse station, lijkt een beetje op een middeleeuwse burcht, werd samen met de spoorlijn Aalst-Brussel op 6-7-1856 ingehuldigd. De architect was een nederlander Jean-Pierre Cluysenaer. Sinds 1978 is het een beschermd monument.


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 11 Sep 2008 9:21    Onderwerp: Reageer met quote

Vrijdag 11 september 1914, Petrus Van Nuffel:

Den 11 September waren het station en de bruggen bewaakt door Duitsche soldaten in blauwe uniformen gekleed. De troepen eischten bedden en slaapgoed; alles moest tegen 7 1/2 uur klaar zijn; zij verwachtten voorraad en munitie.
Het dagblad De Volksstem had in zijn nummer van 4 September gemeld dat Duitschland in rouw gedompeld was, dat het gebrek aan volk had, en dat er de omwenteling en de hongersnood dreigden; dit alles weergegeven naar een artikel, verschenen in het Engelsch blad The Standard. Den 11 September 1914 kwam een officier der alhier liggende Duitsche troepen naar het bureel van het dagblad vragen uit welke bron men de inlichtingen voor bedoeld artikel had geput; tezelfdertijd werden de bestuurder en een opsteller verzocht om tegen half twaalf uur, in de statie, bij den hauptman te zijn. Beiden kwamen dus in het station, op de kaai voor de treinen naar Gent. Zij waren daar getuigen van een algeheele verwoesting: tusschen dien chaos van vernieling stonden veldkeukens, kanonnen en wagens en een honderdtal pinhelmen. Een der soldaten gaf aan den overste verslag, en deze kwam bij de vertegenwoordigers van het dagblad. Al de moffen omringden hen. De hauptman zegde dat men in De Volksstem moest schrijven: "dat Duitschland overal zegevierde en dat er nog drie
miljoen vrijwilligers aankwamen om het leger te versterken." Vanwaar die kwamen, vergat hij echter te zeggen. Terwijl de bevelhebber nog aan het pochen was, zag men in de Statiestraat twee ruiters statiewaarts rennen; aller blikken waren op hen gericht; de jagers stegen van hun paarden en kweten zich van hun boodschap .... Het nieuws moest weinig gunstig zijn; men verstond iets als van dreiziq kilometer, maar meer niet. Althans, op een wenk stond alles overhoop en men gaf den brui om de dagbladschrijvers, die mochten vertrekken. Toch moest de hauptman hen nog toeroepen dat "alle tijdingen uit Fransche of Engelsche bron leugens waren"; hetgeen de heeren uit De Volksstem hartelijk lachen deed.
De Duitsche vlag werd op het station neergehaald en de soldaten rolden, om half drie uur, hun matten. Wat gebeurde er ? ... Men sprak van een groote Fransche overwinning; de Duitschers zouden Brussel verlaten, enz., en de praatjes gingen hun gang. Dat er iets broeide was nochtans stellig. In de straten ontstond een kleine paniek, tengevolge van de opvordering van karrekens en wagens. Door de Vaartstraat toog een groep muziekanten, gevolgd van in 't blauw gekleede krijgers, verscheidene kamions en mitrailjeusen; een dikke kolonel te paard bracht hen naar den Brusselschensteenweg. Belgische en Fransche soldaten zouden in 't zicht zijn ? ... Waren er, tusschen 4 en 5 uur, op den ijzerenweg, geen Belgische wielrijders gezien ? ...
Bakker De Smet, van Erondegem, vertelde in de stad, dat zijn kamion en twee paarden te Melle verbrand werden; zijn twee zonen en zijn neef waren als gijzelaars genomen en veroordeeld om gefusiljeerd te worden; de neef, een oud Hollandsch soldaat, dankte zijn verlossing aan de Hollandsche medalie, die men op hem vond, en hij verkreeg de vrijheid zijner gezellen.
Rond 5 uur kwam de overste der Zwarte Zusters voor haar kloosterlingen en voor de Theresianen paspoorten vragen. Een Duitsch soldaat, te Ninove gekwetst, en in de Pupillenschool alhier door Belgische Zusters verpleegd, sprak over de afschuwelijke tooneelen van Leuven: "De Zusters Karmelitersen, door de invallers verplicht het klooster te verlaten, waren buiten de stad gebracht; eene der Zusters had zich aan den voet bezeerd, verloor overvloedig veel bloed en viel bewusteloos ten gronde; haar gezellin bukte zich om haar op te nemen, wanneer een Duitsch helhond toesprong en de twee weerlooze vrouwen met zijn bajonet doodstak ....


Uit "Onze gepantserde treinen in 1914" (zie ook http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=4734)

De 11de september kreeg Lt. Michel bevel van het G.H.K. zich naar Gent te begeven en zich ter beschikking te stellen van Generaal Clooten. `s Avonds is hij bij deze laatste in zijn bureel wanneer Generaal Deguise hem telefonisch opdracht geeft de bruggen over de Dender te vernietigen, dit te Aalst (1) en te Denderleeuw. Lt. Michel deed eerst een verkenning met een express-lokomotief, type 17, met de tender vooraan en gewapende met een mitrailleur. Een onderoffiicier en zes man vergezelden hem. De burger-stoker en machinist, de heren van Aerle en Marien, hadden geweigerd hun machine te verlaten en stuurden dus zelf. Tussen Schellebelle en Aalst waren de lijnen van de signalen doorgesneden. Alle stations waren verlaten. Enkel te Lede was de stationschef op zijn post gebleven. Hij meldde dat voorbijtrekkende Duitsers de sporen wat verder hadden opgeblazen maar arbeiders hadden dit al hersteld. De Duitsers hadden alle telegraaf- en telefoontoestellen in het station vernield maar de chef had een telefoontoestel kunnen verstoppen en had het daarna op een nog intakte telefoonlijn verbonden.
Tussen twee invallen van de Duitsers, kon hij zo op gevaar van leven, interessante inlichtingen bezorgen aan Generaal Clooten in Gent. In Aalst vond Lt. Michel het station verlaten en het seinhuis vernield. Tot Denderleeuw geraakte men niet omdat het spoor onderbroken was.


Uit "The Bryce Report. Report of the Committee on Alleged German Outrages" (zie ook http://www.firstworldwar.com/source/brycereport.htm)

Alost was the scene of fighting between the Belgian and German armies during the whole of the latter part of the month of September. In connection with the fighting numerous cruelties appear to have been perpetrated by the German troops.
On Saturday, the 11th September, a weaver was bayoneted in the street. Another civilian was shot dead at his door on the same night. On the following day the witness was taken prisoner together with 30 others. The money of the prisoners was confiscated, and they were subsequently used as a screen for the German troops who were at that moment engaged in a conflict with the Belgian army in the town itself. The Germans burnt a number of houses at this time. Corpses of 14 civilians were seen in the streets on this occasion.
A well-educated witness, who visited the Wetteren Hospital shortly after this date saw the dead bodies of a number of civilians belonging to Alost, and other civilians wounded. One of these stated that he took refuge in the house of his sister-in-law, that the Germans dragged the people out of the house which was on fire, seized him, threw him on the ground, and hit him on the head with the butt end of a rifle, and ran him through the thigh with a bayonet. They then placed him with 17 or 18 others in front of the German troops, threatening them with revolvers. They said that they were going to make the people of Alost pay for the losses sustained by the Germans. At this hospital was an old woman of 80 completely transfixed by a bayonet.


Twee Aalsterse soldaten sneuvelden

Emmanuel Droesbeeck († Wilsele, Leuven 11-09-1914)


Julius Persoons († Haacht 11-09-1914)


(1) Spoorwegbrug over de Dender te Aalst (gebouwd in 1910)


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 11 Sep 2008 10:53    Onderwerp: Reageer met quote

mercatus @ 11 Sep 2008 10:21 schreef:
Uit "The Bryce Report. Report of the Committee on Alleged German Outrages" (zie ook http://www.firstworldwar.com/source/brycereport.htm)

Alost was the scene of fighting between the Belgian and German armies during the whole of the latter part of the month of September. In connection with the fighting numerous cruelties appear to have been perpetrated by the German troops.
On Saturday, the 11th September, a weaver was bayoneted in the street. Another civilian was shot dead at his door on the same night. On the following day the witness was taken prisoner together with 30 others. The money of the prisoners was confiscated, and they were subsequently used as a screen for the German troops who were at that moment engaged in a conflict with the Belgian army in the town itself. The Germans burnt a number of houses at this time. Corpses of 14 civilians were seen in the streets on this occasion.
A well-educated witness, who visited the Wetteren Hospital shortly after this date saw the dead bodies of a number of civilians belonging to Alost, and other civilians wounded. One of these stated that he took refuge in the house of his sister-in-law, that the Germans dragged the people out of the house which was on fire, seized him, threw him on the ground, and hit him on the head with the butt end of a rifle, and ran him through the thigh with a bayonet. They then placed him with 17 or 18 others in front of the German troops, threatening them with revolvers. They said that they were going to make the people of Alost pay for the losses sustained by the Germans. At this hospital was an old woman of 80 completely transfixed by a bayonet.


Raar, dat zowel Petrus Van Nuffel als A.Van der Heyden hier over niets weten te vertellen. Ik denk eerder dat deze feiten tijdens de beschieting van Aalst op 26 en 27 september zijn gebeurd.

wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
mercatus



Geregistreerd op: 31-10-2007
Berichten: 1666
Woonplaats: Denderend Aalst

BerichtGeplaatst: 12 Sep 2008 12:38    Onderwerp: Reageer met quote

A.Van der Heyden hervat zijn dagboek op zaterdag 12 september 1914

Het leven gaat sedert het incident van 29 augustus normaal door te Aalst. Reeds van in 't begin veel volk op de groenmarkt (die begon in die tijd reeds van vòòr 6 uur !). De mensen doen rustig hun aankopen, alhoewel het door iedereen geweten is dat er zich kleine groepen Duitsers bevinden in Herdersem, Moorsel, Erembodegem, Welle en Denderleeuw. Belgische soldaten ziet men te Aalst, Hofstade, Lede ! De Belgische groepen bestaan meestal uit grenadiers, lanciers, karabiniers en kleine afdelingen kanoniers met hun geschut. Velen onder hen doen zich te goed in de dorpsherbergen aan het uitstekende bier der plaatselijke brouwerijen of rammelen met lange stokken in de boomgaarden waar er overvloed van appelen en peren te rijpen hangt. De Duitsers doen van hun kant hetzelfde, maar de tegenstrevers schijnen niet erg op vechten uit te zijn en zoeken niet erg om met elkaar in botsing te komen. Voorwaar, een erg vreemde situatie, maar dit kon niet blijven duren. Tegen de middag loopt de marktdag ten einde. De marktkramers hebben goede zaken gedaan en beginnen hun overgeschoten waren in te pakken, terwijl de kopers, zwaar beladen rustig naar huis toe keren. Er zijn veel lieden van den buiten die de weg naar hun gemeente inslaan. Toen gebeurde het ! Plots komen drie Duitse motorijders langs de Geraardsbergsestraat de stad ingereden, recht naar het centrum. Geweldige paniek bij de bevolking. Belgische soldaten grijpen direct naar hun wapens. De rust is volledig verstoord. De botsing is nu onvermijdelijk. De eerste heeft reeds plaats aan de"Meiboom" waar een aantal Belgische wielrijders hen opwachten. De fietsen worden tegen de gevels geworpen en de soldaten stellen zich verdekt op aan de hoeken der straten en in de deuropeningen. De burgers vluchten in hun kelders, achterplaatsen of in hun tuin. Bij het kort vuurgevecht dat volgde, werd een Duitse motorijder gedood, één gevangen, terwijl de derde vlug rechtsomkeer maakte en er in gelukte te ontsnappen. Daarmede was het afgelopen ... . In de namiddag signaleert men een kort gevecht aan de “Víjfhuizen" waarbij de Duitsers moesten terugtrekken, een 30 tal burgers als gijzelaars meenemende. Een eindje verder laten ze die weer vrij en vluchten weg, al hun oorlogsmateriaal achterlatend.
Volgens de heer Remi Vinck, een gemobiliseerde inwoner van Mijlbeke, zat hij met enkele andere soldaten uit het Aalsterse, verscholen in de "Velodroom" aan de Gentse steenweg. Daarbij waren o.a. de Aalsternaars De Neef H. Van Mulders H., Spins, Buys, Stillebaut, Van Bockstael, Rogghe en meer anderen. Die namen vliegensvlug de achtergelaten Duitse voertuigen (waaronder een Duitse rollende veldkeuken !) in hun bezit en trokken er triomfantelijk mee naar Aalst. Kort daarop trokken ze met hun buit de weg op naar Dendermonde dat nog steeds in het bezit was van het Belgische leger. Ondertussen was het begonnen hard te regenen en onze piotten vonden er niets beter op dan zich in de Duitse gevonden mantels te wikkelen om zich tegen de plassende regen te beschutten. In Appels aangekomen werden ze er opgemerkt door enkele soldaten van het garnizoen van Dendermonde, die daar in hinderlaag lagen. Deze aarzelden niet, en menende met Duitsers te doen te hebben, begonnen ze onze brave Aalstenaars duchtig te beschieten. Gelukkig konden deze laatsten hun tegenstrevers vlug overtuigen door hun wild geroep, dat ze geen Duitsers waren maar wel degelijk Belgische soldaten waren, maar enkel hun Duitse mantels droegen. Het gevaarlijk incident was daarmee opgelost en het konvooi kon Dendermonde binnen trekken waar ze konden bestatigen dat de stad voor 'n groot gedeelte was platgebrand door een eerste inval van de Duitsers. Daar konden onze overwinnaars van Aalst toch de Scheldebrug oversteken en kwamen daar bij het 12e linieregiment uit Luik terecht waar ze door dezes bevelvoerder hartelijk werden gefeliciteerd om hun heldendaad.
Wat gebeurde er intussen te Aalst ?
Terwijl Remi Vinck met zijn mannen op weg waren naar Dendermonde, was een vermetele Duitse motorijder weer op de markt verschenen. Slecht bekwam het hem, aan de hoek van het huis Taeymans (begin der Lange Zoutstraat) werd hij neergeschoten. Uit de papieren op zijn lijk gevonden, bleek het dat hij afkomstig was uit Hannover.
Daarna kwam de rust weer.
Vermelden we nog dat enkele dagen nadien, de Belgische Genie, nogmaals de spoorwegbrug over de Dender (ditmaal voorgoed) opblies en de drie denderbruggen volledig versperd werden. De Duitsers schieten soms vanop de Boeckhoutberg over de stad heen, en de Belgen beantwoorden dit vuur vanop de Hoezekouter waar 'n aantal van hun kanonnen staan opgesteld.


en Petrus Van Nuffel, een beetje uitgebreider over deze zaterdag

Daags nadien, 12 September, een Zaterdag, heerschte buitengewone drukte op de wekelijksche markt. De stad was van Duitschers gezuiverd. Wel vermoedde men dat er zich bevonden te Erembodegem, Welle, Esschene en Denderleeuw, doch men wist niets zekers. Omstreeks 7 uur en drie kwaart zwaaide een Duitsch vliegtoestel over de Markt, en trok, na een kring te hebben beschreven, Moorselwaarts. Een Aalstenaar, die zich dagelijks te voet naar Gent begaf, vertelde dat hij te Melle en te Wetteren tegengehouden was door een afdeeling onzer troepen; dat hij niet dóór mochten verplicht werd naar Aalst terug te keeren. De Belgen, zegde hij, rukken met drie mitrailjeusen dapper naar hiertoe.
Ai ! nu ging het stuiven ! …
Ja, er rodeerden pinhelmen te Erembodegem.En deze zakten den Brusselschensteenweg af, sloegen de Albrechtlaan in, en namen, aan de kerk van Mijlbeek, den politieagent Podevyn gevangen. Seraphien stribbelde tegen, voorgevende dat hij nen “man van eed”, was en dat zijn dienst hem elders riep; maar al boter aan de galg; ze trokken met hem naar de wijk van de voormalige abdij Ten Roosen, waar er, op 't goed van Evarist Keymeulen, halte gemaakt en posten uitgezet werden. Het was dan gewillig 7 uur 's morgens. Podevyn had daar hoegenaamd niets anders te doen dan kiekens te pluimen, te eten, te drinken en te rooken, terwijl de krijgslieden hun wapens poetsten of den tijd doorbrachten met reisgidsen en landkaarten te raadplegen. Zoo geraakte het half vier van den namiddag, wanneer plotseling uit het struikgewas een geweerschot viel, gevolgd door twee andere knallen. In den Rozendreef verschenen Belgische piotten en gendarmen. Als een bliksem stoven de Duitschers op, scharrelden hun getuig bijeen en beenden ervandoor, in de richting van Moorsel. De politieman, met de lans van eenen Uhlaan in de hand, volgde braaf hun voorbeeld.
Het uurwerk van 't Belfort wees half tien uur, toen drie Duitsche motocyclisten vóór het standbeeld van Dirk Martens stopten. Na eenige oogenblikken beraadslagen, reden ze de Lange Zoutstraat in en verder den Geeraardsbergschensteenweg op. Een pakjesdrager beweerde dat er onder dit drietal een “hooge overheid” zijn moest, aangezien deze een degen met gevest van goud droeg ... Deze cyclisten zouden, na den noen, in onze stad weerkomen, en die stoutmoedigheid was hen noodlottig.
Een aantal piotten-wielrijders, met korporaal Brifaut, volksvertegenwoordiger, aan het hoofd, kwamen zich vergewissen waar de cyclisten heen waren, en deden te dien einde een verkenning op de Zoutstraatpoort. Zij ontmoetten er inderdaad eenen der drie pinhelmen, die dadelijk de armen in de hoogte stak en zich overgaf.
Drie onzer Jassen brachten hem zegevierend door de Korte Zoutstraat, toen een snakkere knaap aangeloopen kwam, roepende:
- De anderen met hunnen “motorcycle” komen achter hunnen kameraad gereden !
Spoedig haalden de geburen uit de poort van de afspanning De Meiboom eenige karren van den bakker De Vos, dewelke zij 't onderst-te-boven, als barricade, te midden der straat wierpen. Zóó handelend, belemmerde men den doortocht en gaf men de Belgen den tijd, hunnen gevangene veilig binnen te brengen. Wanneer M. Brifaut terugkwam, keurde hij dien maatregel goed, en ging hij verder op den steenweg nog een kijkje nemen. Niets verdachts meer bespeurend, kwam hij naar de Markt en de barricade werd weggenomen. Edoch, pas was zulks geschied, of een tweede Duitsche motocyclist sjoefde als 'n weerlicht de Korte- en Lange Zoutstraten door. In het gat der Groote Markt was hij het mikpunt van 't geschut der Belgen; hij trok den revolver en verdedigde zich dapper. Aan het eerste venster van het huis Octaaf Taeymans zeeg hij neer, neven den bijgang; elk dacht dat hij bezig was met zijn browning te herladen; nieuwe kogelregen; spiegelruiten vielen rinkelend in de straat; talrijke uithangborden werden doorboord .... En de motocyclist ?... Hij poogde recht te komen, maar viel eindelijk, doodelijk getroffen, om niet meer op te staan. De heeren Modest Cercelet, Adhemar De Valkeneer, Emiel Bogaerts en ander stadgenooten, die het schouwspel hadden bijgewoond, snelden toe en bestatigden dat den Duitscher gewond was onder het linkeroog en onder de borst.Terwijl de gebuurvrouwen het bloed van de straatsteenen wegkuischten, droeg men den gekwetste naar de Pupillenschool. Toen men hem, ter Groote Markt, op de draagberrie legde, stiet hij een heesch gekreun uit: de soldaat was bij den Oppersten Rechter gaan rekening geven voor het kwaad, hetwelk hij hier het arm onschuldig Belgisch volk kwam
berokkenen. Thans wacht hij, op ons kerkhof, den dag der, verrijzenis af, onder een kruis met opschrift: Motorad-fahrer, Harras, Hanover. Op zijn lijk werden papieren gevonden, die stellig bewezen dat deze soldaat, een weinig vroeger in den dag, deelgenomen had aan de brandstichting en de moorderijen op den Gentsehensteenweg: die papieren behoorden aan den heer deurwaarder Van Muylem.
Wij hebben heden morgen een stadgenoot hooren vertellen, dat de Belgische troepen, met geschut, hierwaarts togen. Welnu, nauwelijks hadden deze het grondgebied van Erpe betreden, of daar botsten zij op een talrijke schaar Duitschers, die van de Audenaardschebaan kwamen; deze afdeeling telde 60 ruiters, veel voetvolk, wagens en mitrailjeusen. Pas verscheen de vijand op den steenweg, of het Belgisch vuur braakte zijn doodend en vernielend schroot. Aan de Vijf Huizen beten veel pinhelmen in het zand, doch anderen zakten lager af, en, na een halve uur van wanhopigen strijd, sloegen zij op de vlucht, een deel van hunnen voorraad, zeven wagens, elf paarden, een veldkeuken, ransels en rijwielen in de pan latende. Aan het Roklijf, grondgebied van Aalst, had de vreemde indringer echter een nieuwen allergeweldigsten schok te doorstaan. Daar zag hij zich gansch ingesloten door de aanwezigheid van eene andere Belgische patroelje, die er verborgen lag: overal stootte hij op onze mannen, die als uit den grond kwamen. Maar hij was sterk, machtig in aantal; en een hevig gevecht ontspon zich. De Belgen, meestal vrijwilligers, lieten zich door het groot getal hunner tegenstrevers niet afschrikken, en vuurden er maar duchtig op los. Hun zware verliezen niet kunnende verkroppen, haalden de Duitschers de burgers uit hun woningen en plaatsten de menschen vóór hunne strijdlinie; zij brandden de huizen langsheen den steenweg af en namen, bij hunnen aftocht, verscheidene burgers gevankelijk mede naar Erembodegem.
Tusschen 12 en 1 uur 's middags, verklaart de heer Van Muylem, kwamen in mijn buitengoed, gelegen langsheen den steenweg van Brussel op Gent, twee gewapende Duitschers, die me bevolen op straat te gaan. Niet wetende wat er gaande was, vroeg ik: Waarom ? Tegenspreken baatte niet: Zur strasze hinaus ! dreunde het barsch en gebiedend. Ik ging. Buiten zag ik een dertigtal burgers, die, met gebogen hoofd, langzaam voortstapten in de richting der stad. Tweehonderd en vijftig pinhelmen stonden achter de boomen, kropen in de grachten of lagen ten gronde in de aanpalende akkers. In den groep burgers staande, vernam ik dat deze Duitschers, te Erpe, aan de Vijf Huizen, verrast waren geweest door de Belgen; dat deze er op gevuurd hadden en zich daarna langs de Kouterbaan verwijderden: een Duitsch krijger viel, twee anderen werden gekwetst, de overigen drongen in de huizen, brachten de burgers gebonden op de straat en staken de woningen in brand van den notaris Jozef Meert, van den herbergier Croeckaert, van den landman Charles-Louis Dherde, van den kleermaker Domien Janssens en van den landbouwer Joannes De Neef. De schurken hadden Remi Van Droogenbroeck, brouwer te Erpe, die trachtte te ontsnappen, en den werkman Ch.-L. D’herde, die in zijn kelder gevlucht was, ter plaats dood geschoten. Zij begroeven hun gesneuvelden makker; laadden op nen wagen, bespannen met twee paarden, hun gekwetsten, en deden vervolgens de burgers te midden van den steenweg opmarcheeren, terwijl zij zelf in de grachten en van boom tot boom volgden.
Stapvoets geraakten we tot aan de huizen der gebroeders Neetens. Opeens hoorden we de kogels der mitrailjeusen boven onze hoofden snorren. De soldaten strekten zich ten gronde neer; zulks deden we dan ook, doch de Duitschers riepen ons toe, met hun geweren dreigende: Hinauf ! Hinauf ! Die Hände hinauf ! We gehoorzaamden, maar zwaaiden met de zakdoeken, hopend dat de Belgen, aan het Roklijf, ons zouden gezien hebben. Weer kreet de vijand van uit den gracht; Keine Taschentücker ! Hände hinauf !
De mitrailjeusen werkten: pannen en vensterruiten der woningen Neetens werden verbrijzeld; een man, die naast mij stond, bekwam een kogel in de bil.
Als een kudde vee werden we in 't huis Neetens gedreven. Een Duitscher beval mij, mijn kleederen af te leggen; hij ontdeed zich van zijn krijgsuitrusting en trok mijn pak aan, ter uitzondering van de broek, die hij niet wilde, omdat ze bebloed was. Uurwerk en geld kreeg ik weer, doch de soldaat hield eenige papieren. Hij trad dan buiten en ging langs achter het kasteel Ter Linden, wellicht om te zien hoeveel Belgische soldaten er waren. Hij kwam niet meer weer ... Wij werden terug op den Gentschensteenweg gestuurd, en bleven daar van 1 uur tot kwaart na 4 uur, tusschen onophoudend mitraillevuur. Een Duitsch officier viel en werd onder onze oogen begraven; ook een paard werd gedood. Eindelijk verstomde het geschut en de pinhelmen besloten de plaats te verlaten. Zij trokken met ons westwaarts op.
Tusschen Aalst-Sint Job en Nieuwerkerken hield de compagnie in eenen meersch stil. Men rangschikte de burgers tegen de boomen, en ik moest verschijnen vóór eenen groep, samengesteld uit den hauptman, twee luitenanten en vier soldaten. Een officier zei me, in de Fransche taal, dat ik ging ondervraagd worden en dat ik mijn woord van eer geven moest, de waarheid te zullen zeggen.
- Mijnheeren, op m'n woord van eer zal ik u antwoorden, indien ge mij niets vraagt tegen de belangen van mijn land.
- Dat doet geen Duitsch soldaat, weersprak de hauptman.
Mijn geburen aanwijzend, begon de luitenant:
- Hebben die lieden op ons geschoten ?
- Heel zeker neen.
- Hoe weet g'het? Ge waart immers niet aanwezig wanneer de aanval begon. Ik moet u opmerkzaam maken, dat, indien gij liegt, u onmiddellijk de doodstraf zal toegepast worden.
- Ik kan u in der waarheid bevestigen, mijnheeren, dat die menschen op u niet geschoten hebben; ik weet zulks zekers, omdat ze geen wapens bezitten.
- Ja. Die steken in den grond.
- Verschooning. Wij ontvingen van den heer Burgemeester onzer stad bevel, alle wapens in te leveren, en dit is sedert verscheidene weken reeds geschied.
- Hebt ge daar een bewijs van ?
- Ja; maar niet hier.
- Kent ge de personen, die daar staan ?
- Allen.
- Met naam en beroep ?
- Ja.
- Wie is deze aan den tweeden boom ?
- Philemon De Boeck, landbouwer te Aalst-Schaarbeek,op't gescheidvan Erpe.
- Wie staat aan den vijfden boom ?
- Domien Janssens, kleermaker te Erpe.
- En naast hem ?
- August Van Holen, schrijnwerker te Aalst-Schaarbeek.
- Bevestigt gij, dat het rustige lieden, ruhige Leute, zijn?
- Volkomen, mijnheeren: rustige en eerlijke menschen.
Dan kwam de hauptman aan 't woord:
- De personen, die de machiengeweren voerden, waren burgerwachten ...
- Neen, het waren Belgische soldaten.
- Hoe weet ge dat ? Van zoo ver kondet ge zulks, zonder kijkbuis, niet onderscheiden.
- Neen; maar ik heb ze verscheidene dagen na-een vóór mijn deur zien rijden en van dichtbij bemerkt; de automobiels zijn grijs-blauw, en daar staat op, het woord Minerva.
- C'est exact, besloot een luitenant.
Na een korte poos :
- Langs waar komt men in Assche ?
- Over Aalst en Erembodegem.
Ik wees de richting der stad.
- Neen ! ge toont ons den oostkant: Assche ligt, in 't Westen. Pas op ! Ik had u verwittigd.
- Mijnheeren, ik toon u de richting van den steenweg.
Ze keken op eene kaart, spraken nog eenige oogenblikken onder elkander. Dan gingen zij uiteen en vooruit. De hauptman deed me naast hem stappen en sprak;
- Wij nemen u mede. We moeten ons regiment vervoegen. Aber, du kommst wiedter.
- Ook mijn geburen, mijnheer ? Zij hebben toch niets misdaan, ge weet het; en het schijnt rne dat ge geen boos mensch zijt ...
Hij zweeg. Na eene wijl:
- Gij zult met uw geburen terugkeeren.
Nieuw stilzwijgen …
We waren gekomen op den steenweg van Erembodegem naar Assche. Daar hielden de Duitschers een voorbijrollend rijtuig stil; ik moest instappen; een luitenant en twee soldaten kwamen er bij; en we reden naar Aalst, tot aan den viaduk van de Zeebergbrug, - om te zien, zei de officier, of die brug door Duitschers bewaakt was.
Het regende aanhoudend. De lucht was somber en loodgrijs, zoo ver het oog reikte.
Daar kwam een man over den weg, het hoofd diep gebukt, een gevulden zak op den rug.
- Ondervraag dien persoon, beval mij de luitenant.
- Wat moet ik hem vragen ?
- Of er nog Duitsch kr,ijgsvolk in Aalst is.
- Mijn vriend, begon ik, met sterk Aalsterschen tongval, zijn er nog Duitsche soldaten in ’t stad ?
- Neen, antwoordde de arme stumperd met ne vloek, en op zijn sjik kauwend:
- z'Hebben dezen achternoen nen sehup onder hun … gekregen, en w'hebben hunnen drapeau op de statie afgetrokken. De vetlappen zijn weg ...
- Let toch op uw woorden. Zie eens wie hier bij mij zit.
De man keek eens op zij, en vervolgde grommelend zijn weg.
'k Was weinig op mijn gemak.
- Ik heb alles verstaan, zei de Iuitenant, ... doch dat kunt gij niet, verhelpen.
Stijg af.
Ik stapte uit het gerij. De officier deed mij onder de brug vooruit gaan en volgde. Hier was niemand.
- 't Is wel. Gij hebt voldaan. Vous pouvez quitter.
- Mijnheer, wat gaat u met mijn geburen doen ?
- Ah ! antwoordde hij, in het nauw gebracht: dat moet de hauptman uitmaken.
- Dan keer ik met u terug. De hauptman had me beloofd, dat ze met mij mochten huiswaarts gaan.
Weder in het rijtuig gestapt en naar Erembodegem gevoerd. Daar herinnerde ik den kapitein zijn belofte. Na een korte woordenwisseling met de luitenanten, mocht ik de vrienden halen. Ze stonden buiten in den regen, kletsnat. En na dat hun bewakers de schriftelijke toelating des hauptsmans gelezen hadden, lieten zij hen los. In den nacht keerden we, stilzwijgend, uitgeput van vermoeinis en aandoening, naar onze haardsteden weer. We waren dan te samen: Gustaaf Corthals, handelaar; Joannes Van den Abeele, werkman; August Parewyck, brouwer; Frans Corthals, student; Domien Jansegers, kleermaker; Victor De Coninck; Desiré De Kerpel, van Erpe; Cyriel Crockaert, metser, van Hofstade; Charles Van den Steen, koopman, van Meire; Philemon De Boeek, landbouwer; Venance De Boeck, landbouwer; Gustaaf De Boeck, landbouwer; Omer De Boeck, landbouwer; Oscar Van der Biest, werkman; Petrus De Ras,
werkman; Gustaaf Janssens, werkman; August Van Holen, timmerman; Frans Haudant, werkman; Beeckman; Frans Van den Brempt; Ruyssinck, tapissier; en Alfons Huylebroeck, wagenmaker, van Aalst; en twee Brusselaars, van dewelke ik de namen niet ken.
Het mij behandigd vrijgeleide was geteekend: H. Hauptman, 11, 2 G. Fr-Rt. P. K. Erembodegem, 12-9-14.
Bereids twee dagen later was mijn woning bezet door drie honderd soldaten, tachtig paarden en verscheidene kanonnen. Een week nadien werd zij beschoten en letterlijk leeggeplunderd. Vervolgens diende zij voor gerechtshof, telegraafpost, slachthuis, enz., enz.
Maar we zijn niet uitverteld van den 12 September. Om kwaart vóór 2 uur 's namiddags werden op de Groote Markt twee voertuigen van den Gentschensteenweg gebracht. Die wagens, opgepropt met Duitsche krijgsbenoodigheden, ransels, rijwielen, dekens, helmen, stalen platen en wat weet ik nog, waren getrokken door de moedige Aalstenaars Frans Bockstael, Stillebaut en anderen, die ermede in triomf naar Dendermonde reden. De zeven nagelaten wagens en elf paarden, genomen aan het Roklijf, volgden, gemend door onze stadgenooten Karel De Neef, HendrikVan Mulders, AlfonsVinck, Spins en Buys, die insgelijks den weg naar de Dender- en Scheldestad insloegen. Daar werd de buit geplaatst in de Vischmarkt en op het plein vóór het Justiciepaleis; en de Aalstenaars begaven zich naar de Veerbrug, waar de bevelhebber van het 12e Linieregiment hen allen een welverdiende hulde bracht, en bevel gaf, 's anderdaags paarden en wagens aan de Veerbrug te brengen, alwaar de genie werkzaam was.
Een weinig later deed de Belgische genie, te Aalst, de nieuwe ijzeren spoorwegbrug, over den Dender, in de lucht vliegen. Door den verschrikkelijken slag werden bijna al de woningen en fabrieken in den omtrek zwaar gehavend. 't Stedelijk bestuur stelde voor, aan het Gouvernement een telegram te sturen, om te bekomen dat men in 't vervolg geen dynamiet meer zou gebruiken en, indien 't noodzakelijk was, bruggen te vernielen of te doen instorten, dit te doen bij middel van acide, ten einde verder beschadiging te vermijden.
's Namiddags hoorde men, dat de strijd verder op de Nieuwstraatpoort nog immer hevig voortwoedde.
's Nachts logeerden Belgische soldaten in de wijk Schaarbeek.
Het regende als een tweede Zondvloed.
Denzelfden dag verlieten de Duitschers de stad Ninove, na zooveel kwaad mogelijk te hebben aangericht. In het telegraafbureel vernielden zij al de toestellen en roofden de brandkassen. In de Gendarmerie, een nieuw prachtig gebouw, mishandelden de Pruisen de vrouwen en kinderen der gendarmen, -echtgenooten en vaders, die op dit oogenblik ver van huis waren. Zwakke vrouwen en arme bloedjes werden uit hun woning verdreven. De soldaten stampten de deuren in en wierpen de stukken op straat, verbrijzelden de meubels en sloegen de vensters in gruis. In alle kamers maakten zij hun gevoeg. In de fabrieken werden, bij middel van hefboomen en ander zwaar getuig, de machienen stuk geslagen. Op het stadhuis, waar de binnengebrachte wapens bewaard werden, stolen de officieren 750 revolvers, en lieten alleen eenige beroeste karabijnen liggen. Dit deden ze immers ook te Aalst: hier roofden ze jachtgeweren, die 800 frank ieder hadden gekost.


Uit „Onze gepantserde treinen in 1914“

De 12de september werd Lt. Michel vervoegd door een tweede pantsertrein die onder het bevel stond van Lt. Delaval. Vanuit Gent begaven beide treinen zich richting Aalst. Twee auto-mitrailleusen reden hen vooraf. Eén van signaleerde een Cie Duitsers die zich van Erpe in de richting van de weg Aalst-Gent begaven terwijl de andere signaleerde dat er zich nog Belgische troepen in Aalst bevonden. Lt. Michel gaf hen bevel de Duitsers aan te vallen; ze konden hen verstrooien en zware verliezen toebrengen. Te Aalst meldde een Belgische officier dat ze net bevel hadden gekregen zich terug te trekken op Dendermonde. Lt. Michel deed 6 ladingen van 60 kg toniet aanbrengen op de 6 brugpijlers van de grote brug met 3 rijvakken en verbond ze met een ontstekingskoord. Slechts 2 ladingen ontploften en de vernieling was dus onvolledig. Terug in Gent bracht Lt. Michel verslag uit, telefonisch, aan Generaal Deguise. Er werd hem geantwoord dat de bruggen te Aalst en Denderleeuw kost wat kost moesten worden vernield.

Jozef Van den Broeck († Holsbeek, Leuven 12-09-1914)


wordt vervolgd

mvg. mercatus Wink
_________________
Ik zoek alles i.v.m. de stad Aalst (B-9300) en zijn bevolking tijdens Wereldoorlog I (1914-1918)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Overige oorlogstonelen in België Tijden zijn in GMT + 1 uur
Ga naar Pagina 1, 2, 3 ... 9, 10, 11  Volgende
Pagina 1 van 11

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group