Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Charles White Whittlesey

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Personen Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13483
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 12 Mrt 2010 9:53    Onderwerp: Charles White Whittlesey Reageer met quote

Hieronder staat een wellicht toekomstig artikel voor de Wiki.

Er mag -met scherp- op geschoten worden. Alle, echt alle kritiek is welkom!

Bij voorbaat dank.

Groet,

P.
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005


Laatst aangepast door Percy Toplis op 12 Mrt 2010 9:59, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13483
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 12 Mrt 2010 9:53    Onderwerp: Reageer met quote

Charles White Whittlesey

Charles White Whittlesey (20 januari 1884 - 26(?) november 1921) was een ontvanger van de Amerikaanse ‘Medal of Honor’. Whittlesey geniet vooral bekendheid omdat hij het ‘Lost Battalion’ leidde in de Argonne tijdens de Eerste Wereldoorlog

Jeugd en opleiding

Hij werd geboren op 20 januari 1884 in Florence, Wisconsin, als oudste zoon van Frank R. en Annie Whittlesey. Na hem werden nog drie zonen geboren: Russel (juli 1887), Elisha (februari 1892) en Melzar (juli 1893). Alle kinderen werden geboren in Wisconsin, maar in 1894 (volgens sommigen tussen 1893 en 1900) verhuisde de familie naar Pittsfield, Massachusetts, waar Frank werkte voor General Electric Co., eerst als inkoopmanager en vervolgens als productiemanager.

Charles Whittlesey kwam uit een lange lijn Whittleseys, wier wortels in het koloniale Connecticut lagen, en die zich bewust waren van hun rol in de geschiedenis. Tussen 1776 en 1900 bracht de familie een senator, vier congresleden, tientallen politici, dominees, juristen, handelaren en militaire officieren voort.

Nadat hij de Pittsfiels High School doorlopen had, schreef hij zich in aan het ‘Williams College’. Daar was hij lid van de ‘Delta Psi’ studentenclub en van de ‘Gargoyle Society’. Hij was hoofdredacteur van de ‘Gulielmensian’ (het jaarboek van ‘Williams College’) en redacteur van de ‘Williams Literary Monthly’ en van de ‘Williams Record’, organen waarvoor hij regelmatig schreef. Op grond van zijn literaire kwaliteiten werd hem in 1905 gevraagd een essay te schrijven over de ‘Literary Enterprises’ van zijn klasgenoten voor het jaarboek van de klas. Zijn klasgenoten, die hem de bijnamen ‘Count’ en ‘Chick’ gaven, kozen Whittlesey als de derde slimste student uit zijn klas.

Met zijn 1 meter 88 stak hij een stuk boven zijn medestudenten uit, maar hij had slechte ogen en werd nooit gezien met een bal in zijn handen. Hij was stil, een ijverige student die neigde naar literatuur en poëzie. In plaats van sport prefereerde hij lange solitaire wandelingen door de heuvels van Berkshire, waar hij de natuur en vogels bestudeerde. Hij koketteerde met socialisme en schreef in 1904 dat het doel van een opleiding was “learning to judge correctly, to think clearly, to see and to know the truth, and to attain the faculty of pure delight in the beautiful”. Onder invloed van zijn klasgenoot Max Eastman was hij zelfs enige jaren lid van de ‘American Socialist Party’, maar hij zegde zijn lidmaatschap op toen de beweging in zijn ogen steeds extremistischer werd

Whittlesey sloot zijn opleiding aan ‘Williams College’ af in 1905 en ging daarna naar ‘Harvard Law School’. Hij studeerde af in 1908 en werd jurist in New York bij ‘Murray, Prentice & Howland’. In 1911 begonnen hij en een ex-studiegenoot, John Bayard Pruyn, voor zichzelf; advocatenkantoor ‘Pruyn & Whittlesey’ was gevestigd aan de Rector Street 2 in New York City.

Het militaire bedrijf

In augustus 1916 sloot Charles Whittlesey zijn militaire opleiding af in Plattsburgh, New York. Zoals reeds gezegd waren de Whittleseys een plichtsgetrouwe familie en in het geval van Charles was het al niet anders. Hij voelde zich verplicht deel te nemen aan deze oorlog, die immers werd gestreden voor God, vaderland en het verdedigen van Amerikaanse waarden.

Op 8 augustus 1917, de Verenigde Staten namen al officieel deel aan de Eerste Wereldoorlog, werd Whittlesey opgeroepen. Hij diende zich te melden in Camp Upton, Long Island. In Camp Upton werd hij drie maanden getraind en ontving hij zijn commissie van de OCS (Officers’ Candidate School), alvorens zijn eenheid werd verscheept naar Europa.

Kapitein Whittlesey diende bij de 77th Division, beter bekend als de “metropolitan division” of “New York’s Own”, omdat deze bestond uit voornamelijk mannen uit Manhattan, New York. De soldaten spraken 42 verschillende talen en dialecten. De divisie was ook gevormd in Camp Upton op 25 augustus 1917 en bestond uit ongeveer 23.000 manschappen. In Europa werd Whittlesey toegevoegd aan het 308th Battalion van de 77th Division, Headquarters Company. Aanvankelijk hield hij zich bezig met het bouwen van verdedigingen achter het front, eerst achter het Britse front en later in de Luneville defensieve sector.

Begin augustus 1918 werd de 77th Division ingezet aan het front, met offensieven aan de Vesle, de Aisne, in de Argonne en in Meuse. De opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Europa, generaal John J. “Blackjack” Pershing, gokte erop dat hij zich een weg door de Duitse linies kon vechten met redelijk onervaren soldaten nog voor de winter inviel. Vooral dat laatste was van belang. Hij had gezien wat de winter van 1917-1918 had aangericht onder Franse soldaten en wilde dat voorkomen. Pershing wilde een grootscheepse aanval inzetten in de Meuse-Argonne-regio.

In september werd Whittlesey gepromoveerd tot majoor.

Het Argonne-offensief

In de ochtend van 2 oktober 1918 openden de Amerikanen een offensief in Argonne tegen Duitse linies die als vrijwel ondoordringbaar werden gezien. De heuvels en de dichte begroeiing van de Argonne waren vergeven van Duitse artillerie, prikkeldraad en machinegeweren. Daarvoor al, tussen 26 september en 1 oktober, was flink wat gebied veroverd door het Amerikaanse Eerste Leger, waar de 77th Division op de linkerflank opereerde onder bevel van generaal Robert Alexander. De 308th Infantry Regiment opereerde op de linkerflank van de divisie en stond onder bevel van de 33-jarige majoor Charles Whittlesey.

“My orders were quite positive and precise,” schreef Generaal Alexander in zijn officiële verslag. “The objective was to be gained without regard to losses and without regard to the exposed condition of the flanks. I considered it most important that this advance should be made and accepted the responsibility and the risk involved in the execution of the orders given.”

Majoor Whittlesey ontving zijn orders op 2 oktober, om 10 uur ‘s ochtends. Hij moest, in samenwerking met het 2nd Battalion van kapitein McMurtry, door een gat in de Duitse verdediging dringen in de richting van het ravijn langs de beek van Charlevaux. De orders waren inderdaad precies: het doel moest die dag bereikt worden, ongeacht de Amerikaanse verliezen en ongeacht het wel of niet ontvangen van Franse steun op de linkerzijde van de aanval. Majoor Whittlesey protesteerde: “Well, I don’t know if you’ll hear from us again”, of, volgens een andere bron: “All right. I’ll attack, but whether you’ll hear from us again I don’t know.”

De 'Lost Battalion' I

De eenheid die later bekend zou komen te staan als de ‘Lost Battalion’, was geen bataljon, maar een samenstelling uit drie separate bataljons en twee machinegeweercompagnieën. Niettemin was de bataljonssterkte ver onder wat als normaal gezien werd. Whittlesey ging het ravijn in met minder dan 700 soldaten.

Tegen zes uur ’s avonds had het bataljon zijn objectieven bereikt. Whittlesey verspreidde zijn manschappen aan de zuidelijke kant van de weg (die liep van La Viergette naar Moulin de Charlevaux) over een gebied van ruwweg 270 bij 55 meter. Hij wist toen nog niet dat de twee bataljons van de 308th Infantry de enige eenheden waren die erin geslaagd waren door de Duitse linies te dringen; er zaten geen geallieerden op de flanken van Whittlesey’s eenheid. Hij wist net zomin dat hij en zijn eenheid daar de komende vijf dagen vastgepind zouden zitten, aan alle kanten omsingeld door Duitse eenheden.

De volgende dag, 3 oktober, begon het Whittlesey te dagen dat zijn strijdmacht, die bestond uit 554 manschappen, was omsingeld door Duitse troepen. Het regende Duitse granaten en kogels. Omdat de verbinding met het hoofdkwartier was weggevallen, zette Whittlesey zijn postduiven in. De eerste ging er om 08:50 uit: “We are being shelled by German artillery. Can we not have artillery support?”, om 10:45 gevolgd door “Our runner posts are broken. One runner captured. Germans in small numbers are working to our left rear about 294.6-276.2. Have sent K Company, 307th, to occupy this hill and open the line. Patrols to east ran into Germans at 295.1-176.3 (6 Boches). Have located German mortar at 294.05-276.30 and have sent platoon to get it. Have taken prisoner who says his company of 70 men were brought in here last night to 294.4-276.2 from rear by motor trucks. He says only a few infantrymen here when he came in. German machine gun constantly firing on valley in our rear from hill 294.1-276.0. E Company (sent to meet D and F) met heavy resistance, at least 20 casualties. Two squads under Lieutenant Leake have just fallen back here.”

Er volgde krijgsberaad tussen Whittlesey en kapitein McMurtry. Zij gaven het volgende bevel uit: “Our mission is to hold this position at all costs. No falling back! Have this understood by every man in your command.” Om 16:05 uur verzond Whittlesey de laatste postduif van de dag: “Germans are on cliff north of us in small numbers and have tried to envelope both flanks. Situation on left very serious. Broke two of our runner posts today near 294.7-275.7. We have not been able to reestablish posts today. Need 8000 rounds rifle ammunition, 7500 chau-chat, 23 boxes M.G. and 250 offensive grenades. Casualties yesterday in companies here (A, B, C, E, G, H) 8 killed, 80 wounded. In same companies today, 1 killed, 60 wounded. Present effective strength of companies here, 245. Situation serious.” Iedereen zag nu in dat de toestand kritiek was. Daar kwam bij dat de noodrantsoenen op waren en er nauwelijks water voorhanden was. Soldaten die probeerden de beek te bereiken, werden zonder uitzondering door Duitse machinegeweren en scherpschutters geraakt.

De eerste duif die er op 4 oktober om 07:25 uur op uit werd gestuurd, droeg de volgende boodschap: “All quiet during the night. Our patrols indicate Germans withdrew during the night. Sending further patrols now to verify this report. At 12:30 and 1:10 a.m. six shells from our own light artillery fell on us. Many wounded here whom we can't evacuate. Need rations badly. No word from D or F Companies. Whittlesey, Major, 308th Inf.” De op een na laatste postduif werd rond 10:55 losgelaten: “Germans are still around us, though in smaller numbers. We have been heavily shelled by mortar this morning. Present effective strength (A, B, C, E, G, H, COS.)-175; K CO. 307-45; Machine Gun detachment-17; Total here about 235. Officers wounded: Lt. Harrington, Co. A; Captain Stromme, Company C; Lts. Peabody and Revnes, M.G. Battalion, Lt. Wilhelm, E Co., missing. Cover bad if we advance up the hill and very difficult to move the wounded if we change position. Situation is cutting into our strength rapidly. Men are suffering from hunger and exposure; the wounded are in very bad condition. Cannot support be sent at once?”

De 77th Division deed zijn best, maar het slaagde er niet in de slinkende strijdmacht van Whittlesey te bereiken. Het kon slechts, van lange afstand, artilleriesteun verlenen. Hetgeen gebeurde. Helaas regende het niet veel later Amerikaanse granaten op hun eigen troepen in het ravijn. Whittlesey’s laatste postduif was Cher Ami. Met elf uiterst belangrijke missies op zijn conto, kon Cher Ami rustig een veteraan genoemd worden. Whittlesy verstuurde zijn laatste bericht: “We are along the road parallel to 276.4. Our own artillery is dropping a barrage directly on us. For heaven's sake, stop it.” De dappere duif deed er 25 minuten over om 40 kilometer verderop het Amerikaanse hoofdkwartier te bereiken. De artilleriebarrage stopte. Voor deze daad ontving de duif het ‘Croix de Guerre’ met palm.

Helden

Op 5 oktober begon de situatie penibel te worden voor de ingesloten Amerikanen. Voedsel, water en medicamenten waren niet meer voorhanden. In de Verenigde Staten ondertussen schreef een journalist het woord “lost” in de kantlijn van een telegraafbericht dat hij zojuist ontvangen had. Een foute term was geboren… De ‘Lost Battalion’… Niet dat de Amerikanen verdwaald waren. Integendeel, ze wisten ongeveer waar ze zaten. Helaas wisten de Duitsers dat ook! Het ging de journalist meer om “lost” in de betekenis van “done for… in a hopeless situation”.

De Amerikanen, die nu anderhalf deelnamen aan de oorlog, hadden behoefte aan helden en sensationele verhalen, en hier werd het ze op een presenteerblaadje aangereikt. De krantenberichten en de rapporten die verschenen over de situatie van de 308th Infantry zorgden ervoor dat iedereen wist wat er gaande was. Inclusief de Duitsers overigens. In ieder geval schreef majoor Whittlesey Eerste Wereldoorloggeschiedenis.

De 'Lost Battalion' II

Het waren twee Amerikaanse piloten, de luitenants Harold Goettler en Erwin Bleckly, die er op 6 oktober in slaagden exact te bepalen waar Whittlesey en zijn mannen zich bevonden. Beide piloten trouwens moesten hun volhardendheid met de dood bekopen, en het door hen uitgeworpen voedsel, water en andere voorraden vielen geheel in Duitse handen. De pogingen water uit de beek te halen kostten zoveel soldaten het leven, dat McMurtry dit bevel deed uitgaan: “I'm going to shoot the next man that leaves his position to get water.”

De volgende ochtend, het was 7 oktober, probeerden enkele Amerikaanse soldaten wat van de afgeworpen voedselpakketten te bemachtigen. Deze daad kostte vier van de acht vrijwilligers het leven. Eén van de overlevenden was soldaat Lowell Hollingshead. Hij werd naar het Duitse hoofdkwartier gebracht, waar hij te woord werd gestaan door luitenant Prinz, een Duitser die voor de oorlog zes jaar in de Verenigde Staten gewoond en gewerkt had. Prinz stuurde Hollingshead om 16:00 uur terug naar zijn kameraden, met een brief voor majoor Whittlesey. De brief, geadresseerd aan de ‘Commanding Officer, Second Battalion, 308th Infantry’, is beroemd geworden:

“Sir:
The bearer of this present, Private Lowell R. Hollingshead has been taken by us. He refused to give the German Intelligence Officer any answer to his questions, and is quite an honorable fellow, doing honor to his Fatherland in the strictest sense of the word.
He has been charged against his will, believing that he is doing wrong to his country to carry forward this present letter to the officer in charge of the battalion of the 77th Division, with the purpose to recommend this commander to surrender with his forces, as it would be quite useless to resist any more, in view of the present conditions.
The suffering of your wounded men can be heard over here in the German lines, and we are appealing to your humane sentiments to stop. A white flag shown by one of your men will tell us that you agree with these conditions. Please treat Private Hollingshead as an honorable man. He is quite a soldier. We envy you.
The German Commanding Officer”

Whittlesey reageerde niet. Volgens gesensationaliseerde krantenberichten (vooral na de oorlog), zou hij gereageerd hebben met “Go to hell!”, iets waar Whittlesey na de oorlog altijd afstand van genomen heeft. In werkelijkheid had Whittlesey de brief voorgelezen aan zijn officieren, waarop hij luitenant Hollinghead zei: “Get back to your post”.

Binnen de half uur openden de Duitsers hun laatste aanval op de gedecimeerde Amerikaanse eenheid. De aanval werd gedurende twintig minuten afgeslagen met de laatste patronen die de Amerikanen bezaten. Daarna werd het stil. Om zeven uur die avond werd het ‘Lost Battalion’ ontzet door onderdelen van de 307th Infantry. Het ‘Lost Battalion’ was niet langer “lost”. De Duitsers trokken zich terug en de Amerikanen deden zich tegoed aan rantsoenen en water; de gewonden ontvingen medische verzorging.

Tegen het midden van de volgende dag, 8 oktober, marcheerden degenen van de ‘Lost Battalion’ die daartoe in staat waren het ravijn uit. Vijf dagen eerder was Whittlesey met 554 manschappen ingesloten geraakt. Daarvan werden er 107 gedood, 190 gewond en 63 vermist; 194 manschappen verlieten lopend het ravijn.

Langs het gehele Meuse-Argonnefront hadden 1,2 miljoen Amerikanen deelgenomen aan de operatie, waarbij 117.000 slachtoffers vielen. De resultaten echter lagen ver boven Pershings verwachtingen.

De (schoorvoetende) held

Nadat het ‘Lost Battalion’ was ontzet stond generaal Robert Alexander een oorlogscorrespondent te woord. Deze vroeg de generaal wat Whittlesey geantwoord had op de Duitse vraag om overgave. “What answer could he send them?”, antwoordde Alexander. “He told them to go to hell.” Dat antwoord maakte van de ‘Lost Battalion’ een van de grootste verhalen van de oorlog, en van Whittlesey een van de populairste helden.

Nog op het slagveld werd majoor Whittlesey gepromoveerd tot luitenant-kolonel. En hij werd voorgedragen voor de ‘Medal of Honor’, de hoogste Amerikaanse militaire onderscheiding. Deze wordt uitgereikt “voor opvallende moed en ondernemingszin met gevaar voor eigen leven, boven wat de dienst vereist, in daadwerkelijk gevecht tegen een vijandelijke krijgsmacht.” Whittlesey op zijn beurt droeg zijn ondergeschikten kapitein McMurtry en luitenent Holderman voor.

Enkele weken later, op 29 oktober, werd hij ontheven van zijn taken in Frankrijk en naar de Verenigde Staten teruggestuurd. Na aankomst in New York werd hij belaagd door journalisten. Whittlesey beantwoordde bereidwillig alle vragen, waarbij hij het had over “hundreds of Germans attacking with hand grenades and howling like 10,000 wild devils all day.”

Op 6 december kondigde president Wilson aan dat zowel Charles Whittlesey als George McMurtry een ‘Medal of Honor’ zouden ontvangen. Een dag daarvoor al werd hij, via ‘Special Orders No. 259’, eervol ontslagen uit het leger. Whittlesey probeerde terug te keren naar zijn juristenbestaan, maar het ‘Lost Battalion’ en de legendes die er omheen gebouwd waren lieten hem in meerdere opzichten niet los.

Whittlesey accepteerde uitnodigingen om her en der spreekbeurten te houden. Hij weigerde echter pertinent te praten over zijn oorlogservaringen, ook privé. Maar zijn vooroorlogse idealisme was hij niet kwijt. Hij sprak over pacifisme, over de Volkenbond en blijvende vrede. Altijd roemde hij dienstplichtige soldaten. Tegen een journalist zei hij: “Write about them, not me.” Bij een andere gelegenheid sprak hij de woorden “remember that those who have been picked out for special praise are the symbols of the men behind them. No man ever does anything alone. It’s the chaps you don’t hear about that make possible the deed you do hear about.”

In 1919 en 1920 keerde hij terug naar zijn oude baan bij ‘Pruyn & Whittlesey’, maar de natie liet hem niet met rust. De heldenrol die hij aanvankelijk gewillig vervulde, vergde veel van zijn tijd. Hij bezocht revaliderende soldaten in militaire hospitaals in en rond New York; hij verzorgde grafredes voor soldaten die hij gekend had. In juni 1919 accepteerde hij eredoctoraten van Harvard en Williams. In Pittsfield nam hij, samen met andere militairen, deel aan de ‘Welcome Home’-optocht op 4 juli. Hij was aanwezig bij de eerste bijeenkomst van de ‘American Legion’ in Rochester en nam eind 1919 actief deel aan ‘Roll Call’, de jaarlijkse ledenwerfactie van het Rode Kruis in New York.

Het publiek bewonderde hem, maar achter zijn rug kwam een roddelcampagne op gang. Whittlesey, zo werd gefluisterd, was persoonlijk verantwoordelijk voor de tragedie die had plaatsgevonden in de Argonne; door foute coördinaten in te vullen op zijn postduifberichten, waren zijn eigen soldaten onder vuur genomen door Amerikaanse artillerie; de enige reden dat de eenheid überhaupt door Duitsers omsingeld kon worden, is omdat Whittlesey zijn soldaten naar voren had gedreven en daarom geen rekening had gehouden met steun op zijn flanken; Whittlesey had de bevelen van generaal Alexander niet goed opgevolgd; Whittlesey had mensenlevens kunnen redden door zich juist wel over te geven aan de Duitsers, of door zich terug te trekken.

Militaire historici hebben Whittlesey’s naam sinds die tijd gezuiverd, maar het is een feit dat de hoeveelheid manschappen die hij had verloren in de Argonne zwaar op zijn geweten rustte. We weten niet of hij zichzelf daarvoor de schuld gaf. Whittlesey’s rol als nationale held vroeg steeds meer van hem. Whittlesey was een held, maar ook een gevoelige en bescheiden man. Hij voelde zich niet op zijn gemak met alle aandacht die hij kreeg. Tegen een vriend klaagde hij: “Not a day goes by but I hear from some of my old outfit, usually about some sorrow or misfortune. I cannot bear much more.”

Op 2 juli 1919 kwam een film uit over de ‘Lost Battalion’. De film was eerder romantisch dan militair van aard. In die film speelde Whittlesey een kleine rol als zichzelf.

In 1920 kwam hij als bancair jurist te werken voor ‘White & Case’, een groot bedrijf, maar de vraag naar de nationale held bleef groot. Hij hield in datzelfde jaar speeches waarbij hij een lans brak voor Amerikaanse toetreding tot de Volkenbond, namens de (overigens verliezende) presidentskandidaat van dat jaar, James M. Cox, op dat moment de gouverneur van Ohio.

Ook schreef hij het voorwoord voor een werkje van L C. McCollum, “History & Rhymes of the Lost Battalion”, dat verscheen op 11 november 1920:

“As one of the members of a regiment that fought in France, the memories that are most vivid with me, now that two years have gone since the war has ended, are the memories of the nights and days when the simple unknown soldiers of the regiment showed their fineness under trial. In a forest in northeastern France in a cold and damp October, without rations, without surgical attention, cut off, as they supposed, from the notice of their fellow men, they gave to the day's hardships and duties a courage and plain human kindliness that will always make one proud of the record of the American soldier. Such achievements are not attributable to any officer or group of officers or leaders. They arise from brave men working unselfishly together with faith in the cause which they serve. When an individual shows courage under stress, we feel a thrill at his achievement, but when a group of men flash out in the splendor of manliness we feel a lasting glow that is both pride and renewed faith in our fellow men. And as a member of such a regiment, for which I feel deep affection, I feel a bond of understanding and fellowship for the American soldier in every place and time, doing his job simply and finely, asking neither sympathy nor praise. May the armistice be lasting, and these great qualities find their true place in Peace.”

Whittlesey maakte, hoewel eervol ontslagen uit het leger, nog steeds deel uit van de nationale reserve. In 1921 werd hij bevorderd tot kolonel en kreeg hij het bevel over de 308th Infantry Regiment van ‘The Organised Reserves’, een eer waarvan hij niet vond dat hij deze kon weigeren. In de herfst van 1921 was hij voorzitter van de ‘Roll Call’ van het Rode Kruis. Zijn laatste optreden in het openbaar was op 11 november 1921, Wapenstilstandsdag, toen de Verenigde Staten de Onbekende Soldaat van de Eerste Wereldoorlog begroeven op de nationale militaire begraafplaats Arlington. Whittlesey en McMurtry fungeerden bij die gelegenheid als slippendragers.

Het einde

Vrienden en familieleden merkten na die gebeurtenis op dat Charles Whittlesey slecht gehumeurd, zelfs gedeprimeerd overkwam. Hij voelde zich ook lichamelijk niet goed, geplaagd als hij werd door een droge, pijnlijke hoest, waardoor hij geen nacht meer doorsliep. Dat werd ook gehoord door de andere bewoners van het logement waar hij woonde. Tegen een van hen merkte hij terloops op dat hij een zeereis wilde maken om tot rust te komen. Nadat hij had gesproken op een liefdadigheidsbijeenkomst van het Rode Kruis, liet hij zich zijn tafelgenoot ontvallen dat “…raking over the ashes like this revives all the horrible memories. I’ll hear the wounded screaming again. I have nightmares about them. I can’t remember when I had a good night’s sleep.”

Wat niemand wist, was dat Whittlesey in diezelfde tijd zijn eind, met alle grondigheid die een jurist eigen is, aan het voorbereiden was. Eind oktober bezocht hij zijn familie in Pittsfield voor de laatste maal. Op vrijdag 18 november wandelde hij naar het American Express-bureau dat vanaf zijn kantoor om de hoek lag, om een passage naar Havana te boeken. Hij koos een hut aan de stuurboordzijde, en hij boekte de passage onder de naam C.W. Whittlesey.

Dat weekend bezocht zijn vader hem in New York. Later zou deze verklaren dat zijn zoon “in high spirits” was. Op zondagavond verscheen Whittlesey in New York op een bijeenkomst die maarschalk Ferdinand Foch eerde.

Woensdag 23 november liet hij een nieuw testament opmaken en ondertekenen door getuigen. Het testament bracht hij naar een bankkluis. De stenograaf en de getuigen roken geen lont; juristen bij ‘White & Case’ veranderden hun testamenten voortdurend. De volgende dag was het ‘Thanksgiving’ die hij doorbracht met zijn beste vrienden, de familie Pruyt. Hij was die dag, achteraf gezien, ongebruikelijk opgewekt. Hij speelde bijna de hele dag met de één jaar oude dochter van de Pruyts.

Op vrijdag 25 november, voordat hij zijn kantoor voor de laatste keer zou verlaten, schreef hij in detail op met welke zaken hij bezig was voor ‘White & Case’. Aan collega’s liet hij weten dat weekend weg te gaan. Sommigen dachten dat hij zijn ouders in Pittsfield zou bezoeken, anderen gaf hij juist de indruk dat hij de American football-wedstrijd tussen de ‘Army’ en de ‘Navy’ zou bijwonen. In plaats daarvan bezocht hij vrijdagavond het theater met een vriendin, nadat hij zijn hospita, Gertrude Sullivan, had verzocht de volgende ochtend om acht uur het ontbijt te serveren. “I’m going to be alone for a few days.”, liet hij haar weten. “I am tired.” De volgende ochtend gaf hij haar een cheque voor de huur van December, en drong er met klem op aan dat ze deze zo snel mogelijk zou verzilveren.

Op zaterdag 26 november 1921, rond het middaguur, scheepte Whittlesey in op de ‘SS Toloa’, een lijnschip van de ‘United Fruit Company’ dat pendelde tussen New York en Havana. Na het middaguur voer de ‘SS Toloa’ af, richting het zuiden. Die avond dineerde hij aan de tafel van de kapitein. Het gezelschap bracht de avond daarna door in de gezelschapsruimte van de ‘SS Toloa’. Whittlesey sprak vrijuit over zijn oorlogservaringen in de Argonne, voor het eerst in drie jaar. Tussen half twaalf en kwart voor twaalf excuseerde hij zich abrupt en trok zich terug in zijn hut. Volgens de kapitein verliet hij de ruimte goedgemutst.

Wat vervolgens gebeurde, is een mysterie. Theorieën zijn er echter genoeg.

Eenmaal in zijn hut legde hij negen brieven in enveloppen op zijn bed, en nog een briefje voor de kapitein van het schip. Daarna verliet hij zijn hut (wat door niemand werd opgemerkt), liep naar het dek, leunde gevaarlijk ver over de reling en schoot zichzelf door het hoofd met zijn dienstpistool, waarna hij in het donkere water viel.

[Vooral de ‘dubbele zelfmoord’ is een revolutionaire theorie. Deze wordt genoemd door onderzoeker Martin Langeveld in zijn artikel “Missing in Action: Charles W. Whittlesey’s farewell” (zie bronnenlijst). Desgevraagd verklaarde Langeveld het volgende: “Some people have questioned the detail of Whittlesey shooting himself with a pistol before falling into the sea - this is not mentioned in the inquest report; it was “revealed” by Thomas M. Johnson, author of the book “The Lost Battalion”, in a newspaper article published before the book came out. He didn't include it in the book itself (which focused mainly on the battlefield and covered the aftermath rather quickly). But I think it has credence - Whittlesey would have owned an Army-issue pistol; it was not among his Army-related effects after he disappeared (all of which, from uniforms and medals right down to Army issued shaving gear, are at Williams College). So I decided to leave it in; it's probably the most tenuous detail in the piece, however.”]

Whittlesey’s lichaam is nooit gevonden.

Op zondag had de ‘SS Toloa’ te maken met zwaar weer. Veel passagiers bleven in hun hut, waardoor de verdwijning van Whittlesey niet werd opgemerkt voor maandag 28 november, toen men erachter kwam dat deze weg was en zijn bed onbeslapen. In het briefje op bed dat voor de kapitein bedoeld was, liet Whittlesey weten dat telegramman gestuurd dienden te worden naar zijn ouders, naar Pruyn, naar zijn broer Elisha en naar Robert Forsyth Little van ‘White & Case’. De laatste ontving per telegram de tekst “Look in upper left hand drawer of my desk for memorandum of law matters I’ve been attending to. I shall not return.” Ook liet Whittlesey de kapitein weten wat aan te vangen met zijn baggage.

De brieven waren onder andere gericht aan zijn ouders, aan broers Elisha en Melzar, aan zijn oom Granville Wittlesey, en aan zijn vrienden George McMurtry, John Bayard Pruyn, Robert F. Little en Herman Livingstone Jr. In geen der brieven stond een reden voor de zelfmoord, en de ontvangers weigerden de inhoud openbaar te maken. De vier vrienden die een brief hadden ontvangen deden wel een persbericht uitgaan: “In the light of our intimate relations with him we are convinced that the theory voiced by the press as to the cause of his death is correct. His was a battle casualty.”

De kranten, zeker in New York, waren dagenlang gevuld met het nieuws van de verdwijning van en de zoektocht naar Charles Whittlesey. In heel wat van die artikelen kwamen vrienden en familieleden aan het hoofd. Robert F. Little had het volgende te zeggen: “He was a victim engulfed in a sea of woe. His last work as chairman of the Red Cross Roll Call this month was all based on the suffering of the wounded. He would go to two or three funerals every week, visit the wounded in hospitals, and try to comfort the relatives of the dead.” Pruyn’s schoonzuster, Marguerite Babcock, had het volgende te zeggen: “The last week his cheerfulness was in great contrast to his usual solemnity. That is what we cannot understand, unless he had made up his mind to take his life, and felt better that he had decided it.”

De mooiste woorden werden uitgesproken door Charles L. Hibbard op 11 december, tijdens een herdenkingsdienst in Pittsfield. Hij beschreef Whittlesey’s maatschappelijke en militaire carrière en vervolgde: “Then comes the truce of that November day, the return to the home land, the public recognition, the undying fame and the world’s acclaim. But how hard it is for this self-effacing young man to endure this public praise and recognition. (…) Wherever he turns, he is Colonel Whittlesey, not the Charley Whittlesey of old days. Invitations to be honored and to honor pour in upon him. (…) There are funerals and hospital visits and the impact of all such experiences upon his sensitive nature is terrific.”

Daarna beschreef Hibbard een recente ontmoeting die hij had gehad met Whittlesey: “He is sitting on the piazza of a cottage by the sea on a glorious late September day but a few weeks ago… He is looking straight out to sea, with naught but sea between him and that land where lie so many of his boys. The beating surf is but an echo, the warm, bright sunshine, the blue sky, the dancing waves, all combine to charm. But a single look at his face and one knows he is unconscious of this glory of Nature. Somewhere far down in the depths of his being or in imagination far off across the waters he lives again the days that are past. That unconscious look has all the marks of deep sorrow, brooding tragedy, unbearable memories. Weeks pass. The mainspring of life is wound tighter and tighter and then comes the burial of the Unknown Soldier. This draws the last measure of reserve and with it the realization that life had little now to offer. This quiet, reserved personality drew away as it were from its habitation of flesh, thought out the future, measured the coming years and came to a mature decision. You say, ‘He had so much to live for – family, friends, and all that makes life sweet.’ No, my friends, life’s span for him was measured those days in that distant forest. He had plumbed the depth of tragic suffering; he had heard the world’s applause; he had seen and touched the great realities of life; and what remained was of little consequence. He craved rest, peace and sweet forgetfulness. He thought it out quietly, serenely, confidently, minutely. He came to a decision not lightly or unadvisedly, and in the end did what he thought was best, and in the comfort of that thought we too must rest. ‘Wounded in action,’ aye, sorely wounded in heart and soul and now most truly ‘missing in action.”

Melzar, Whittlesey jongste broer, verklaarde 17 jaar later tegen een journalist dat hij nooit de envelop had geopend met daarin de brief van zijn broer. “If my brother couldn’t tell me why he did it, I don’t want to know,” zei hij. “No, now that you have reminded me of it, I think I’ll destroy it tonight.”

De laatste brieven van Charles Whittlesey zijn nooit openbaar gemaakt, maar ten minste één brief heeft de tijd overleefd. Deze ligt in het archief van ‘Williams College’. Het is de brief die Whittlesey schreef aan John Bayard Pruyt:

“Dear Bayard:
Just a note to say good by[e]. I’m a misfit by nature and by training, and there’s an end of it.
I’m sorry to wish on you the job of executor, but there is very little to do…
I won’t try to say anything personal Bayard, because you and I understand each other. Give my love to Edith.
As ever, Charles Whittlesey.”

Als executeur testamentair verdeelde Pruyt na enkele maanden een nalatenschap van $680, inclusief $200 aan kleding en een horloge van $40. Het originele exemplaar van de brief die op Amerikaanse overgave aandrong in de Argonne, liet Whittlesey na aan George McMurtry. Zijn ‘Légion d'honneur’ liet hij na aan zijn beste vriend Pruyt. Hij schold zijn jongste broer Melzar alle schulden kwijt en de rest van zijn bezittingen werden nagelaten aan zijn moeder.

Vragen

Het verhaal van Whittlesey concentreert zich op de Argonne; zijn zelfmoord wordt gezien als een voetnoot. De bewering van zijn vrienden, “his was a battle casualty”, staat nog steeds. De Whittlesey’s vandaag beweren nog steeds dat “he wanted to be with his men.”

Dat werd trouwens onderschreven door kolonel Averill van het 308th Regiment, die in een “Memorial Address” in McCollum’s “History & Rhymes of the Lost Battalion” uit 1929 schrijft: “…the more I think his case over the more firmly I am convinced that his death was in reality a battle casualty and that he met his end as much in the line of duty as if he had fallen by a German bullet on the Vesle or in the Argonne, The scars of conflict or the wounds of battle are not always of the flesh. We, of the Regular Army have seen too often the results of mental strain, even in the older soldiers.”

Die beweringen echter staan in geen verhouding tot zijn afscheidsbrief aan Pruyt, noch beantwoorden zij de talloze vragen die Whittlesey eveneens heeft nagelaten. Waarom woonde een 37-jarige man, die klaarblijkelijk een succesvol jurist was, in een pension? Waarom stierf hij nagenoeg arm? Waarom trouwde hij nooit? Was hij homoseksueel? Was hij aangedaan door andere familietragedies, zoals de dood van twee kinderen van zijn moeder na zijn geboorte, of de dood van zijn broer Russell in 1911 en de ernstige ziekte van zijn broer Elisha? Speelde zijn eigen fysieke gesteldheid in 1921, voornoemde hardnekkige hoest, een rol?

Was hij te zeer bezig met vrijwilligersactiviteiten ten behoeve van gehandicapte en revaliderende veranen? En herinnerden die bijeenkomsten hem aan de doden en gewonden die hem hadden omringd op het Europese slagveld? Was zijn weigering om te praten over zijn oorlogservaringen een manier om een diepere depressie te onderdrukken die gerelateerd was aan onder vuur liggen in oorlogstijd? Werd hij geplaagd door de gedachte dat als hij in de Argonne andere beslissingen had genomen, hij de omsingeling en decimering van zijn manschappen had kunnen voorkomen? Was hij gedesillusioneerd geraakt door de Vrede van 1919, in het besef dat ondanks alles wat die oorlog had gekost aan mensenlevens, er nog steeds geen duurzame vrede was aangebroken?

En wat betekenen de woorden, gericht aan Bayard Pruyt, “I’m a misfit by nature and by training…”? Dat hij zich niet op zijn gemak voelde in een wereld die masculiene heroïek verheerlijkte; een wereld die hem vreemd vond omdat hij niet wist hoe om te gaan met de heldenrol die hem opgedrongen was?

Met de kennis die we vandaag hebben, kunnen we betrekkelijk eenvoudig concluderen dat Whittlesey het slachtoffer was van PTSD, ‘post-traumatic stress disorder’. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog werd deze toestand er één die steeds meer invulling kreeg, die toen bekend stond als ‘shell shock’. Het duurde tot na de Vietnamoorlog dat PTSD officieel werd geclassificeerd als een geestelijke aandoening door de ‘American Psychiatric Association’.

Ari Slomon is psychologieprofessor aan ‘Williams College’. Hij heeft Whittlesey’s dossier doorgenomen en onderschrijft de PTSD-theorie, hoewel het stellen van een psychologische diagnose bij iemand die reeds decennia dood is, niet mogelijk is. Het blijft derhalve bij speculaties. Solomon stelt: “There’s nothing intrinsically mysterious about this suicide to a clinical psychologist. The circumstances that are known -sketchy as they are- seem consistent with post-traumatic stress disorder. Among PTSD’s psychological features are: persistently re-experiencing a horrifying event emotionally (such as in nightmares or flashbacks); avoiding things that are associated with the event (or else tolerating them with great distress, as Whittlesey may have done); feeling detached from humanity or from one’s ‘normal’ life; sleep disturbance; and feeling generally overanxious.”

Volgens Solomon komt het profiel van Whittlesey redelijk overeen met wat hierboven geschetst is. Wat ook typisch is voor PTSD volgens Solomon is “survivor guilt – the feeling that ‘the wrong person died,’ or an irrational belief that you did something to cause the tragic event. It would be common for a man in Whittlesey’s position to feel that he did not deserve to live while so many others had died.”

Whittlesey’s schijnbaar zorgenloze bui tijdens zijn laatste dagen –zoals opgemerkt door de mensen rondom hem- is niet ongebruikelijk bij een suïcidale persoon. Het geeft aan, volgens Solomon, dat de persoon een keuze heeft gemaakt. “Als ik Whittlesey vandaag zou kunnen ondervragen, zou ik me vooral richten op de sterke discrepantie tussen de publieke rol die hij speelde, en zijn verborgen pijn, dus het constant opnieuw blootstaan aan herinneringen van zijn oorlogservaringen, het mogelijke ontbreken van intieme relaties, en de door hem gevoelde behoefte om de pijn te verbergen, zelfs voor zijn familie en liefste vrienden.”

In 1938 werd een organisatie opgericht van overlevenden van het ‘Lost Battalion’. Veel veteranen gaven aan nog steeds nachtmerries te hebben en “nervous reverberations.” Een van hen die er niet bij kon zijn, schreef: “We just do not have the control we should have. I went through without a visible wound, but have spent many months in hospitals and dollars for medical treatment as a result of those terrible experiences.” En dat is allemaal heel normaal voor overlevenden van een traumatische ervaring, volgens professor Solomon. Dergelijke mensen geloven dat “niemand, ook mijn eigen familie niet, me zou accepteren als ze zouden weten welke doodsangst en schaamte ik nog steeds doormaak.” Hedendaagse therapeuten zouden zulke angsten en gevoelens van schaamte behandelen; de hoeksteen van de behandeling zou zijn om iemand zich emotioneel veilig en gesteund te laten voelen.

Over een paar jaar is het een eeuw geleden dat de ‘Lost Battalion’ vast zat in de Argonne. De mysteries blijven. Inderdaad, “his was a battle casualty”… En toch, de zin “I’m a misfit by nature and by training…” duidt op onoplosbare conflicten tussen de publieke Charles White Whittlesey, de oorlogsheld, politieke spreker, leider en symbool, en de innerlijke Charles White Whittlesey, de idealist, man van de letteren en liefhebber van de natuur en van stilte.

Bronnen

Langeveld, Martin C., Missing in Action: Charles W. Whittlesey's farewell, http://mondayeveningclub.blogspot.com/2009/03/missing-in-action-charles-w-whittleseys.html, (c) 2001 by Martin C. Langeveld; all rights reserved; used on this site by kind permission of the author.
http://www.imdb.com/title/tt0010386/
http://en.wikipedia.org/wiki/Charles_White_Whittlesey
http://www.worldwar1.com/dbc/whitt.htm
http://www.homeofheroes.com/wings/part1/3_lostbattalion.html
http://www.rootsweb.ancestry.com/~wifloren/whittlesey.html
http://www.williamsclub.org/artlit/index.html
http://archives.williams.edu/manuscriptguides/whittlesey/bio.php
http://en.wikipedia.org/wiki/Survivor_guilt
http://nl.wikipedia.org/wiki/Medal_of_Honor_(militair)
http://en.wikipedia.org/wiki/Legion_of_Honor
http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=7725 (met dank aan user Petain!)
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Finnbar
Moderator


Geregistreerd op: 5-11-2009
Berichten: 6975
Woonplaats: Uaso Monte

BerichtGeplaatst: 12 Mrt 2010 13:58    Onderwerp: Re: Charles White Whittlesey Reageer met quote

Percy Toplis @ 12 Mrt 2010 9:53 schreef:
Hieronder staat een wellicht toekomstig artikel voor de Wiki.


Wellicht?
Wellicht???

Toevoegen die handel.
Ik vind het schitterend Smile

(voeg dan ook wat plaatjes bij Embarassed )
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
Sidney



Geregistreerd op: 18-8-2008
Berichten: 284
Woonplaats: Leeuwarden

BerichtGeplaatst: 12 Mrt 2010 21:35    Onderwerp: Reageer met quote

zie ook: http://harvardmagazine.com/2009/11/harvard-medal-of-honor-winners
en:
http://www.advocatesforrotc.org/harvard/honor.html

gr. Sytze
_________________
tränen sind denn nicht genug, mein jungen
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 13 Mrt 2010 10:11    Onderwerp: Reageer met quote

Quote:
Over een paar jaar is het een eeuw geleden dat de ‘Lost Battalion’ vast zat in de Argonne. De mysteries blijven. Inderdaad, “his was a battle casualty”… En toch, de zin “I’m a misfit by nature and by training…” duidt op onoplosbare conflicten tussen de publieke Charles White Whittlesey, de oorlogsheld, politieke spreker, leider en symbool, en de innerlijke Charles White Whittlesey, de idealist, man van de letteren en liefhebber van de natuur en van stilte.


Mooi
Mooi artikel.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Lingekopf
Bismarck


Geregistreerd op: 19-10-2006
Berichten: 15976
Woonplaats: Binnen de Atlantikwall en 135 km van het WO1-front

BerichtGeplaatst: 13 Mrt 2010 19:41    Onderwerp: Reageer met quote

Ik ben bezig met de bewerking. Prima stuk! Laughing
_________________
"Setzen wir Deutschland, so zu sagen, in den Sattel! Reiten wird es schon können..... "
"Wer den Daumen auf dem Beutel hat, der hat die Macht."

Otto von Bismarck, 1869
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13483
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 13 Mrt 2010 19:58    Onderwerp: Reageer met quote

Lingekopf @ 13 Mrt 2010 19:41 schreef:
Ik ben bezig met de bewerking. Prima stuk! Laughing

Wacht nog even. L.!
Heb nog (opbouwende) kritiek ontvangen van de heer Langeveld, en natuurlijk (Rolling Eyes) ben ik vergeten de film uit 2001 erin te verwerken. 'k Had wat haast vorige week...
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Percy Toplis



Geregistreerd op: 9-5-2009
Berichten: 13483
Woonplaats: Suindrecht

BerichtGeplaatst: 13 Mrt 2010 20:33    Onderwerp: Reageer met quote

Percy Toplis @ 13 Mrt 2010 19:58 schreef:
Lingekopf @ 13 Mrt 2010 19:41 schreef:
Ik ben bezig met de bewerking. Prima stuk! Laughing

Wacht nog even. L.!
Heb nog (opbouwende) kritiek ontvangen van de heer Langeveld, en natuurlijk (Rolling Eyes) ben ik vergeten de film uit 2001 erin te verwerken. 'k Had wat haast vorige week...

Onzin natuurlijk... Dat pas ik wel aan in de Wiki t.z.t. Rolling Eyes
Bedankt, Lingekopf! Cool
_________________

"Omdat ik alles beter weet is het mijn plicht om betweters te minachten."
Marcel Wauters, Vlaams schrijver en kunstenaar 1921-2005
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Mirjam
Moderator


Geregistreerd op: 5-1-2006
Berichten: 3229
Woonplaats: Hoek van Holland

BerichtGeplaatst: 13 Jun 2017 14:29    Onderwerp: Reageer met quote

Lost again: Echoes of a WWI hero's suicide

Memorial Day, when Americans reckon with war's cost, came early that year.

It was Dec. 11, 1921. Three thousand people crowded into the State Armory in Pittsfield to honor the late Lt. Col. Charles W. Whittlesey, famed leader of World War I's "lost battalion."

Now he too was lost.

Lees verder: http://www.berkshireeagle.com/stories/lost-again-echoes-of-a-wwi-heros-suicide,508711
_________________
Beware of half truths--yours may be the wrong half
Don't lose your temper--no one else wants it
the reverend Tubby Clayton

http://hvhwo2.wordpress.com/
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Personen Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group