Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Kroonprins Wilhelm

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Personen Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
rikkepie



Geregistreerd op: 6-1-2007
Berichten: 190
Woonplaats: zonnebeke

BerichtGeplaatst: 21 Okt 2007 18:24    Onderwerp: Kroonprins Wilhelm Reageer met quote

Hallo allemaal , hier een klein vraagje , wat is werkelijk met Wilhelm de kroonprins gebeurd na de grote oorlog? is er nu nog rechtsreeks familie in leven van kroonprins Willy ?
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Emiel



Geregistreerd op: 22-7-2005
Berichten: 6246

BerichtGeplaatst: 21 Okt 2007 18:28    Onderwerp: Reageer met quote

Ik heb je topic even verplaatst naar Personen.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
vlim



Geregistreerd op: 5-7-2005
Berichten: 1162

BerichtGeplaatst: 21 Okt 2007 18:49    Onderwerp: Reageer met quote

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_van_Pruisen_(1882-1951)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Tom



Geregistreerd op: 3-2-2005
Berichten: 2310
Woonplaats: Heemskerk

BerichtGeplaatst: 04 Nov 2007 6:56    Onderwerp: Reageer met quote

Hij is net als zijn vader naar Nederland gekomen en verbleef op het voormalige eiland Wieringen (Noord-Holland). In zijn boek 'Erinnerungen' schrijft hij volgens mij over deze periode.
_________________
Wat we doen in 't leven, klinkt door tot in de eeuwigheid.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Lingekopf
Bismarck


Geregistreerd op: 19-10-2006
Berichten: 16013
Woonplaats: Binnen de Atlantikwall en 135 km van het WO1-front

BerichtGeplaatst: 05 Nov 2007 11:19    Onderwerp: Reageer met quote

Ik vind het verwonderlijk dat deze rokkenjager door de Franse propaganda stelselmatig werd voorgesteld als een mietje Wink
_________________
"Setzen wir Deutschland, so zu sagen, in den Sattel! Reiten wird es schon können..... "
"Wer den Daumen auf dem Beutel hat, der hat die Macht."

Otto von Bismarck, 1869
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
amikejo



Geregistreerd op: 29-9-2008
Berichten: 41
Woonplaats: Limburg Belgie

BerichtGeplaatst: 26 Okt 2008 22:10    Onderwerp: Reageer met quote

Is hij niet naar Nederland verbannen, naar één van de Waddeneilanden? Ik geloof het. En had hij niet de job van timmerman aangenomen?
_________________
Ik ben op zoek naar informatie van m'n grootvader.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Richard



Geregistreerd op: 3-2-2005
Berichten: 13292

BerichtGeplaatst: 26 Okt 2008 22:31    Onderwerp: Reageer met quote

amikejo @ 26 Okt 2008 22:10 schreef:
Is hij niet naar Nederland verbannen, naar één van de Waddeneilanden? Ik geloof het. En had hij niet de job van timmerman aangenomen?


Nee en Nee.

Uit het onvolprezen tweemaandelijkse Wereld in Oorlog:

De Duitse kroonprins in ballingschap. Wieringen, het Elba van Nederland

Dat de Duitse keizer Wilhelm II op 10 november 1918 in Nederland asiel aanvroeg en kreeg, mag als bekend verondersteld worden. De man verbleef een tijdje bij graaf Bentinck in Amerongen en kocht toen, zonder enig overleg met de Nederlandse regering, het kasteeltje Huis Doorn - vlakbij Utrecht - waar hij tot aan zijn dood in 1941 zou wonen. Huis Doorn is nog steeds in dezelfde staat als toen de ex-keizer stierf en is nu een museum. Minder bekend is dat ook aan de zoon van Wilhelm II, kroonprins Wilhelm, asiel werd verleend. De troonopvolger woonde vijf jaar op Wieringen, een eilandje in de toenmalige Zuiderzee.

Toen de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 uitbrak waren alle betrokken partijen ervan overtuigd dat de strijd hooguit enkele maanden zou duren én ieder dacht te gaan winnen. De Fransen gingen ervan uit dat ze voor de druivenoogst weer thuis zouden zijn, de Britten hadden als slogan ‘Home before Christmas’ en de Duitsers wisten zeker dat de ‘frische und fröhliche Krieg’ nog voordat de bladeren van de bomen zouden vallen afgelopen zou zijn.
De realiteit was anders. Want voor het jaar om was zat de strijd muurvast; de legers hadden zichzelf ingegraven. Vanaf Nieuwpoort in België tot aan Belfort bij de Zwitserse grens liepen twee tegenover elkaar liggende loopgravenlinies. Ondanks verwoede pogingen in 1915, die honderdduizenden soldaten het leven zouden kosten, lukte het nergens grootschalig door te breken om zo de strijd weer in beweging te brengen. De voornaamste oorzaak hiervan was het perfect samengaan van twee relatief nieuwe uitvindingen die aan het front in overvloed aanwezig waren: het prikkeldraad en de mitrailleur. Het prikkeldraad zorgde ervoor dat aanvallers een vijandelijk loopgraaf heel moeilijk konden bereiken. Een paar mitrailleurschutters bleken in staat om honderden, zoniet duizenden, vijanden tot staan te brengen. In feite was er dus sprake van een patstelling.

FALKENHAYN DENKT EEN OPLOSSING GEVONDEN TE HEBBEN
Vandaar dat de Duitse chef van de generale staf, generaal Erich von Falkenhayn, in december 1915 naar het paleis in Potsdam afreist om de Duitse opperbevelhebber keizer Wilhelm II een plan voor te leggen. De Franse stad Verdun – omgeven door een reeks forten - vormt een saillant in de frontlinie, een soort uitstulping. Doordat de Duitse stellingen er in een halve cirkel omheen liggen kunnen de stad en de Franse vestingwerken uitstekend onder zwaar vuur worden genomen. Bovendien heeft Verdun, door haar geschiedenis, voor de Fransen een enorme symbolische betekenis. De Fransen zullen nooit toestaan dat de stad in Duitse handen valt.
Het plan van Falkenhayn komt er eigenlijk op neer dat hij het gebied voor de stad met een enorme hoeveelheid kanonnen en mortieren stormrijp wil schieten waarna zijn infanterie zonder al te veel tegenstand en in een langzaam tempo in de richting van Verdun zal kunnen optrekken. Dezelfde artillerie moet de infanterie op afstand volgen om zo de te hulp schietende Franse legers systematisch aan flarden te schieten. Het innemen van de stad is niet het belangrijkste doel van de Duitse generaal: hij heeft het duivelse plan het Franse leger bij Verdun door middel van zijn artillerie laten ‘leegbloeden’. Door het enthousiasme waarmee hij zijn ‘Operatie Gericht’ presenteert, weet hij de Duitse keizer ervan te overtuigen dat de komende strijd bij Verdun van beslissende betekenis voor de oorlog zal zijn. De strijd bij Verdun zal, volgens hem, de Franse legers zodanig uitputten dat ze nergens meer een rol van betekenis kunnen spelen, zodat er daarna aan het westelijke front alleen nog maar met de Britten hoeft te worden afgerekend. Het lijkt te mooi om waar te zijn en een belangrijk bijkomend voordeel voor de keizer is dat zijn oudste zoon kroonprins Wilhelm een hoofdrol mag spelen. Als bevelhebber van het 5e Duitse Leger krijgt zijn beoogde opvolger de ‘eer’ het offensief te mogen uitvoeren. Zo zal de overwinning bij Verdun volop uitstralen over de Hohenzollerns, de Duitse keizerlijke familie.

DE SLACHTER VAN VERDUN
De op 6 mei 1882 in Potsdam geboren Friedrich Wilhelm Viktor August Ernst von Hohenzollern, zoals Kronprinz Wilhelm voluit heet, krijgt al vanaf zijn vroege jeugd een militaire opvoeding, daarnaast studeert hij aan de universiteit van Bonn. Op zijn achttiende verjaardag wordt Wilhelm in het elitekorps 1e Garde Regiment zu Fuß opgenomen, elf jaar later wordt hij commandant van het 1e Leibhusaren Regiment in Danzig.
Een paar jaar later, in 1914, maakt Kroonprins Wilhelm een flinke promotie. Hij vervangt om publicitaire redenen de ziek geworden bevelhebber van het 5e Duitse Leger, generaal von Eichhorn. De bekwame generaal Schmidt von Knobelsdorff wordt zijn hoogste ondergeschikte. Keizer Wilhelm laat bij de benoeming van zijn zoon geen ruimte voor enig misverstand en vertelt hem dat hij heeft te luisteren naar de oude rot in het vak die alleen in theorie zijn mindere zal zijn: ‘wat Knobelsdorff je zegt te doen, dat doe je!’

Op 21 februari 1916 wordt het startschot gegeven van wat de Slag bij Verdun zal gaan heten. Aanvankelijk verloopt de strijd goed voor de Duitsers. Langzaam maar zeker rukken ze op richting Verdun. Maar al na een maand wordt het kroonprins Wilhelm duidelijk dat de Duitsers onvoldoende middelen inzetten om de gestelde doelen te bereiken. Ondanks zijn protesten houden Falkenhayn en Schmidt von Knobelsdorff, eigenlijk al tegen beter weten in, vast aan hun strategie. De Duitse infanterie wordt op te beperkte schaal ingezet om snel naar Verdun op te kunnen rukken, Duitse reservetroepen worden onnodig achter de hand gehouden en nog steeds hopen Falkenhayn en Knobelsdorff dat de Duitse kanonnen van het slagveld een vleesmolen kunnen maken waar Franse soldaten in vermalen zullen worden. De Franse defensie, die aanvankelijk een chaos was, komt echter steeds beter op orde en de Fransen onder generaal Pétain slagen erin ook aan hun kant steeds meer kanonnen en andere zware vuurmonden bijeen te brengen.
Met als gevolg dat de Duitse opmars bij Verdun langzaam vastloopt. De Franse artillerie verscheurt ondertussen evenveel Duitse lichamen als de Duitse kanonnen dat bij de Fransen doen. Naar de protesten van de Kronprinz wordt amper geluisterd. Pas op 29 augustus lukt het hem zijn vader, de Duitse keizer, ervan te overtuigen dat er bij Verdun sprake is van een volkomen uit de hand gelopen strijd en wordt generaal Erich von Falkenhayn vervangen door
maarschalk von Hindenburg en zijn rechterhand Ludendorff. Dit tandem besluit af te zien van verdere aanvallen en stelt zich bij Verdun defensief op. Als uiteindelijk in december de slag luwt en de balans wordt opgemaakt kunnen beide partijen terugkijken op een eerder ongekend bloedbad met 700.000 slachtoffers op een terrein van enkele tientallen vierkante kilometers. De meesten hebben nooit een vijand van dichtbij gezien…

Bij zijn soldaten heeft kroonprins Wilhelm weinig aan populariteit verloren. Hij is vaak bij hen te vinden, maakt dan een praatje en deelt sigaretten uit. Ook weten ze van zijn bezorgdheid over hun welbevinden. Doordat hij door Falkenhayn en Schmidt von Knobelsdorff als een soort marionet werd gebruikt, is hij maar voor een deel verantwoordelijk voor de slachting die plaatsvond. Zijn invloed was te beperkt om van doorslaggevende betekenis te kunnen zijn. De verwachte eervolle uitstraling, die de geplande overwinning bij Verdun op de keizerlijke familie moest hebben, bleef uit. In plaats daarvan maakt de geallieerde propagandamachine handig gebruik van het Duitse falen en schuift het de kroonprins alle schuld in de schoenen. De paladijn die eerder bij voorkeur ‘de imbeciel’ werd genoemd, krijgt nu de bijnaam ‘Slachter van Verdun’. In het Duitse vaderland verliezen de Hohenzollerns geleidelijk aan populariteit.

DE KROONPRINS ‘EENZAAM’ AAN HET FRONT
Een ander dankbaar onderwerp waar de Britse en Franse pers graag over schrijft, is het losbandige seksuele leven van de Duitse kroonprins. In 1905 trouwt hij met de mooie hertogin Cecilie zu Mecklenburg en krijgt van haar zes kinderen. Als vrijgezel heeft de man een bijna spreekwoordelijke reputatie als vrouwenverslinder. Niemand in een rok, van hofdame tot dienstmeid en van Sint-Petersburg tot Potsdam, is veilig voor hem. Ook Cecilie lukt het niet verandering in deze levenswijze te brengen. De Duitse Don Juan gaat in hoog tempo door vrouwen zijn bed in te kletsen en vrouwelijke harten op hol te brengen. Dat wat voor de oorlog door de Franse en Britse pers met enige bewondering werd gade geslagen, keert zich tegen hem en wordt tijdens de oorlog gebruikt om een hetze tegen hem te beginnen. De verhalen - deels roddels, deels waarheid – komen op den duur ook het Duitse publiek ten ore en ook zij keren zich langzaam tegen hem. Door schaarste is de bevolking gedwongen de broekriem flink aan te halen. Dat verlangen ze – in dit geval in de meest letterlijke vorm – ook van hun aanstaande troonopvolger.

In 1914 slaat Little Willy, zoals de Britten hem noemen, zijn hoofdkwartier op in het Franse Stenay. Zo matig als hij wat betreft eten en drinken is, zo grenzeloos is hij wat betreft andere aardse geneugten. In zijn woning, Château des Tilleuls, ontbreekt het hem aan niets. Zelfs zijn paarden en hazewindhonden zijn uit Duitsland overgekomen. In de vier jaar die de Eerste Wereldoorlog duurt, neemt hij geen enkele keer langdurig verlof op om zijn vrouw en kinderen te bezoeken. Hij heeft allerminst tijd zich te vervelen of zich eenzaam te voelen. Heel wat inwoonsters van Stenay en omgeving vallen ten prooi aan de lusten van de Duitse troonopvolger en menig prostituee deelt de lakens met hem. Slechts één keer komt zijn vrouw naar Stenay. Het bezoek in 1915 duurt maar twee dagen en uitgerekend op de tweede dag vallen de Fransen, die natuurlijk ook weten waar de kroonprins zijn bivak heeft opgeslagen, het kasteeltje met vliegtuigen aan. Wilhelm schrijft erover in zijn memoires:

Quote:
‘In de morgen van de tweede dag om vier uur begon een aanval van Franse vliegtuigen. Het was blijkbaar alleen op mijn huis gemunt dat toen nog geen kelder had die veilig voor bommen was. Een goedgeplaatste bom zou zeker geen half werk hebben gedaan. De aanval duurde twee uur. Vierentwintig vliegtuigen wierpen hun bommen rondom het huis, er werden honderdtwintig bommen geteld. Verschillende sloegen slechts op enkele meters van ons huis in. Helaas kostte dit enkele mensenlevens. Het was de zwaarste aanval met vliegtuigen die ik tot dan toe had meegemaakt. Mijn vrouw hield zich tijdens deze beproeving van de zenuwen dapper, kalm en kranig.’


In februari 1918 verlaat de Kronprinz met tegenzin het château dat zolang zijn thuis is geweest. Het wordt er te gevaarlijk, de vijand komt te dichtbij. De Duitse legers zijn in de verdediging gedwongen en verliezen grondgebied. Tijdens de Kaiserschlacht, Operatie Michael, laten de Duitsers voor de laatste keer op grote schaal hun tanden zien. Het wanhoopsoffensief, dat op 21 maart 1918 begint en waarbij het front binnen een week plaatselijk maar liefst zestig kilometer wordt opgeschoven, loopt uiteindelijk vast. De Fransen en Engelsen hernemen het initiatief, ze gaan in de tegenaanval en dringen de Duitsers overal terug. Met name het geallieerde offensief van 8 augustus tussen Arras en Noyon maakt zo’n diepe indruk op de Duitsers dat generaal Ludendorff, de rechterhand van chef-staf Hindenburg, het de zwartste dag van het Duitse leger noemt. Zijn legers kunnen niet langer voldoende bevoorraad worden, het moreel is op een dieptepunt en in het thuisland breken stakingen uit. Het is duidelijk: Duitsland kan de oorlog niet meer winnen.
Voor de keizerlijke familie is in Duitsland amper nog draagkracht en hun aanwezigheid is een sta in de weg voor vredesonderhandelingen en een wapenstilstand geworden. Gedwongen door deze voor hem rampzalige politieke- en militaire verhoudingen vlucht de Duitse keizer Wilhelm II op 10 november 1918 – een dag voor de wapenstilstand - naar Nederland waar hem asiel wordt verleend.

VLUCHT NAAR NEDERLAND
Ook zijn zoon, kroonprins Wilhelm, wordt duidelijk gemaakt dat hij maar beter kan vertrekken. Op 12 november 1918 neemt junior door middel van een laatste legerbevel afscheid van zijn soldaten:

Quote:
Aan mijn legers!

Nadat Zijne Majesteit de keizer het opperbevel heeft neergelegd, ben ook ik door de omstandigheden gedwongen, nu, omdat de wapens zwijgen, me uit de leiding van de legergroep terug te trekken. Zoals tot nu toe altijd, kan ik ook vandaag mijn dappere legers, iedere enkele man, alleen maar vanuit het diepst van mijn hart bedanken voor hun heldenmoed, hun opofferingsgezindheid en zelfverloochening waarmee ze alle gevaren en alle ontberingen bereidwillig voor het vaderland verdragen hebben, in goede en slechte dagen.
Het leger is niet door wapens bedwongen! Honger en tekorten hebben ons bedwongen! Trots en met opgeheven hoofd kan mijn legergroep de met het beste Duitse bloed veroverde Franse grond verlaten. Hun blazoen, hun soldateneer is vlekkeloos en rein. Laat iedereen er voor zorgen dat dit zo blijft, hier en later thuis.
Vier lange, zware jaren mocht ik met mijn legers overwinnen en in nood zijn. Vier lange jaren behoorde ik met heel mijn hart tot mijn trouwe troepen.
Diep bedroefd neem ik vandaag afscheid van u en buig ik voor uw daden, die eens door de geschiedschrijving in vlammende woorden aan latere geslachten verteld zal worden.
Blijf nu zoals altijd trouw aan uw leiders, totdat een bevel u vrijgeeft aan uw vrouwen en kinderen, aan huis en haard. God zij met u en met ons Duitse vaderland!


Nog dezelfde dag meldt ook kroonprins Wilhelm zich aan de Nederlandse grens. Na een uur verschijnt een landmachtkapitein die als een soort symbolisch gebaar de degen van de prins opeist. Door bemiddeling van de Nederlandse koningin Wilhelmina krijgt Wilhelm zijn degen overigens na acht maanden weer terug. Maar goed, via enige omwegen wordt de Duitse troonopvolger overgebracht naar kasteel Hillenraad in het kerkdorp Boukoul bij Roermond. Tien dagen lang moet hij daar wachten, terwijl de Nederlandse regering een besluit neemt. Na lang wikken en wegen krijgt de Duitse troonopvolger onderdak aangeboden in Oosterland op het eiland Wieringen. Een eilandje van amper tien bij vijf kilometer waar zo’n drieduizend inwoners, verdeeld over acht dorpjes en stadjes, voornamelijk van visserij en landbouw leven. Het is zo afgelegen dat het ideaal is als verbanningsoord. Wilhelm is stomverbaasd en had zelfs nooit eerder van het eiland gehoord. Per trein wordt de tocht van Roermond naar Amsterdam afgelegd. Eenmaal in de hoofdstad aangekomen wordt, onder toeziend oog van een enorme massa nieuwsgierigen die door het leger op afstand moet worden gehouden, overgestapt in de richting Enkhuizen waar de prins om drie uur aankomt. Van hieruit moet de reis per stoomjacht van Rijkswaterstaat worden voortgezet. Door dichte mist is dit schip echter op een zandbank voor de kust gelopen. De plaatselijke bevolking maakt van de gelegenheid gebruik door te joelen, te schelden, te fluiten en gebaren te maken die het doorsnijden van een keel verbeelden. Wilhelm krijgt niet bepaald een warm welkom in Nederland. Hij noteert later in zijn memoires:

Quote:
‘Het maakt me duidelijk hoe diep de karikatuur van mij, door de ententepropaganda getekend en verspreid, ook in het neutrale buitenland wortel heeft geschoten.’


Na druk overleg wordt besloten aan boord van een sleepboot te gaan die het gestrande stoomjacht zal lostrekken. Urenlang varen de prins en zijn gezelschap op de Zuiderzee, waar door de mist nog geen twintig meter zicht is, op zoek naar het stoomjacht. Als het jacht eindelijk gevonden is, blijkt dat de schroef gebroken is. Vandaar dat het stoomjacht eerst vlot getrokken wordt om daarna langszij aan de sleepboot te worden gebonden. Dan kan koers worden gezet naar Wieringen. Ware het niet dat de mist, het invallen van de duisternis, een storm en de sterke zeegang de zeemannen parten speelt. Na een zoektocht van uren, het is ondertussen tien uur ’s avonds, geven de schippers het op en besluiten ze het anker uit te werpen om vervolgens de nacht af te wachten. Dat lijkt verstandiger dan het is, want door de hoge golven slaan de twee schepen keer op keer op elkaar en schieten klinknagels los. Met als gevolg dat hierdoor het risico ontstaat dat beide boten zullen vergaan. Waarop de beslissing wordt genomen het anker te lichten en koers te zetten naar de haven van Medemblik op het vasteland. Rond middernacht wordt daar aangelegd.
De volgende ochtend maakt Wilhelm opnieuw kennis met het wereldberoemde Nederlandse zeemanschap. Nu de zee kalm is en de mist is verdwenen, lukt het de haven van Wieringen te bereiken. Enigszins tot opluchting van Wilhelm verschijnt hier geen joelende menigte op de kade, maar wordt hij verwelkomt door stille inwoners die hem met wantrouwige blikken aanstaren en door journalisten uit de hele wereld die er na het bekend worden van zijn reisbestemming wél in slaagden het eiland te bereiken. Het asiel van de kroonprins in Nederland is wereldnieuws en even staat het slaperige Wieringen in het middelpunt van de belangstelling.
Een paard en wagen brengt prins Wilhelm naar de oude leegstaande pastorie aan de Akkerweg in het dorpje Oosterland. Later schrijft hij in zijn Erinnerungen:

Quote:
‘Voor de kleine uitgewoonde pastorie worden we uitgeladen. Alles is kaal en leeg. Een paar oude kapotte meubels, rotzooi! En daartussen, als spoken, kou en eenzaamheid. Buiten voor het huis draait de gebrekkige kar steunend en kreunend om en slingert door de modder weg, de deken van mist in.
Thuis!
Bij deze gedachte wordt mij de keel dichtgesnoerd. Dagen en weken, zo donker, zo loodzwaar, dat ze bijna niet te dragen zijn. Als een gevangene, geminacht, beweegt men zich in deze kleine kring tussen mensen, die somber en schuw wegkijken als men ze passeert. Die nieuwsgierig soms een blik wagen uit half gesloten ogen. Ik ben de bloedzuiger en kindermoordenaar. Men is kwaad op de regering die mij vrij laat rondlopen op dit eiland. Boos op mij die dit eiland zo’n overlast bezorgt.’


De inboedel van zijn nieuwe residentie is inderdaad karig en weinig sfeervol. Als inrichting waren een stalen bed, een tafel, twee stoelen, een waskom met kan en een smalle kast bezorgd, afkomstig uit een legermagazijn. Pas een jaar later, als zijn moeder keizerin Augusta-Victoria, wat meubels vanuit Huis Doorn stuurt, lukt het de woning een beetje comfortabel aan te kleden.

AAN DE ZWIER OP WIER
Een moeizame start dus, maar Wilhelm is er de man niet naar om zich de moed in de schoenen te laten zinken. Hij stelt zich onbevangen op, gaat op bezoek bij zijn buren en langzamerhand breidt zijn kennissenkring zich uit. Burgemeester Peereboom wordt een vriend, maar vooral dorpssmid Luijt uit Hippolytushoef mag zich op de belangstelling en de vriendschap van ‘de kleine Keizer’ verheugen. Net als zijn vader, die zodra hij de kans krijgt voor zijn lol vrijwel het complete bos rondom Huis Doorn weghakt en verzaagt, heeft Wilhelm-junior een voorliefde voor zware lichamelijke arbeid. Het duurt niet lang voordat de kroonprins vrijwel iedere morgen met een hamer in zijn hand aan een aambeeld van smid Luijt te vinden is. Na verloop van tijd lukt het hem een volwaardig hoefijzer te smeden. Dit tot groot genoegen van de voornamelijk Amerikaanse toeristen die per dagtocht ‘kroonprinsje komen kijken’. De hoefijzers krijgen een grote ‘W’ ingeslagen en worden verkocht voor het in die tijd aanzienlijke bedrag van tien gulden. De helft ervan verdwijnt in de spaarpot van Luijt, de andere helft gaat naar de armenzorg van Wieringen. De vraag naar dit product is zo groot dat de dorpssmid in zijn eentje na sluitingstijd overuren maakt om aan de vraag te kunnen voldoen. Als de prins van deze vorm van fraude hoort, kan hij er niet kwaad om worden. Zolang zijn aandeel, de vijf guldens per ijzer, maar steeds in de armenkas wordt gestort maakt hij zich er niet druk om.
Het smeden van de hoefijzers voor het goede doel levert de Wilhelm bij de eilandbewoners een hoop goodwill op. Zijn charmante omgangsvormen en de oprechte belangstelling waarmee hij ze benadert doen de rest. Hij blijft een vreemde eend in de bijt op Wieringen, maar het aanvankelijke wantrouwen maakt op den duur plaats voor een zekere sympathie. Tijdens zijn toertochtjes over het eiland op zijn Indian Scout motorfiets of in zijn Dürkopp sportauto stopt hij regelmatig om een praatje te maken en, net als hij bij zijn soldaten deed, wat sigaretten en snoep uit de delen. Zoals gezegd: tijdens zijn verbanning houdt Wilhelm zich graag bezig met zware lichamelijke arbeid. Maar ook een andere lichamelijke bezigheid, de oude gewoonte van het rokkenjagen, neemt hij al snel weer op. De bekendste slachtoffers van zijn overactieve hormonen zijn z’n secretaresse en zijn werkster. Het zijn slechts twee dames die een plaats krijgen op de nieuwe en lange lijst van veroveringen. Het verhaal gaat zelfs dat de kroonprins op een dag aan meisjes van Wieringen mooie badpakken uitdeelt. Als de jongedames er opgetogen mee de zee ingaan, blijken ze van een soort papier te zijn gemaakt en in het water op te lossen. Onnodig te zeggen dat de prins verheugd en zéér belangstellend toekijkt…

ONTSNAPPEN?
De Nederlandse autoriteiten nemen aan dat prins Wilhelm, met zijn gewenning aan een flamboyante levensstijl, al snel zal verkommeren op Wieringen en dus vluchtpogingen zal gaan ondernemen. Om dat te voorkomen, en dus internationale discussies te vermijden, varen voor de kust van het eiland voortdurend politieboten die, bij wijze van spreken, tot in zijn woonkamer kunnen kijken. In de periode na de Kapp-Putsch van 1920 – een poging tot staatsgreep in Duitsland – wordt de bewaking van het eiland zelfs opgevoerd. De wateren rondom het eiland worden voortdurend doorkruist door een torpedoboot die het in- en uitgaande scheepsverkeer in de gaten houdt. Zelfs een ontsnapping via de lucht lijkt de Nederlandse bewakers niet uitgesloten. Vandaar dat ook het luchtruim op speciale belangstelling mag rekenen. Als de militairen hun zenuwen niet helemaal onder controle blijken te kunnen houden, leidt dat zelfs tot een ongeluk. Kronprinzessin Cecilie schrijft in haar ‘Erinnerungen an den deutschen Kronprinzen’:

Quote:
‘Plotseling verscheen aan de hemel daadwerkelijk een vliegtuig. In verband met de gespannen sfeer is het niet moeilijk de opwinding van de Nederlanders voor te stellen. De torpedoboot opende onmiddellijk het vuur. Het vliegtuig werd getroffen en stortte neer. Maar – het was geen Duits vliegtuig. Ze hadden een Nederlands toestel neergeschoten.’


Pas in 1922 begint de Duitse prins serieuze plannen te maken voor een heimelijk vertrek. Volgens hem heeft het niet langer zin te verkommeren op het eiland en denkt hij dat de tijd nu eindelijk rijp is om te ontsnappen en naar zijn vaderland terug te keren. Hij neemt een bevriende visser in vertrouwen en bespreekt met hem zijn voornemen. De visser stelt voor een zeewaardig jacht te kopen, waarmee hij dan de kroonprins naar Duitse wateren zal varen. Om de Nederlandse autoriteiten te misleiden lijkt het beiden het beste het jacht op de naam van de visser te laten registreren.
Prins Wilhelm schraapt het benodigde geld bij elkaar, schaft zich ter vermomming typische visserskledij aan en bereidt zich voor op een rentree in Duitsland. Maar tot zijn diepe teleurstelling gaat de reis niet door. Als het schip eenmaal in de haven ligt, blijkt de hebzucht van de visser groter dan de vriendschap met de zoon van de Duitse ex-keizer. Hij maakt duidelijk dat hij absoluut niet van plan is zich aan zijn belofte te houden en bijt de kroonprins toe:

Quote:
‘Wat wilt u? Dat schip is op mijn naam geregistreerd. Als u daar iets aan wilt doen, zult u uw vluchtplan bekend moeten maken.’


Wilhelm kan geen kant uit en is diep teleurgesteld. Zijn plan is in duigen gevallen, hij is zijn geld kwijt en voelt zich ellendig omdat hij veel te goedgelovig is geweest.

DAN MAAR LANGS OFFICIELE WEG
Ondertussen zijn oude vrienden van de Duitse kroonprins al jarenlang in zijn vaderland bezig een terugkeer voor te bereiden. Na bemiddeling van de persoonlijke adjudant van Wilhelm, majoor buiten dienst von Müldner, gaat de Duitse rijkspresident Friedrich Ebert eind 1923 overstag. Prins Wilhelm, die al in 1918 officieel afstand deed van zijn rechten als troonopvolger, is weer welkom als Duitse staatsburger. Wel stelt Ebert een paar voorwaarden: de aankomst van Wilhelm moet in alle stilte plaatsvinden en de prins moet beloven zich nooit meer met politieke zaken te bemoeien. Hoe de prins uit Nederland vertrekt, is wat betreft president Ebert zijn eigen zaak. Duitsland zal niet actief tussen Wilhelm en de Nederlandse staat bemiddelen. Maar ook van Nederlandse kant komt er geen tegenwerking, al moet er wel alles aan worden gedaan met stille trom te vertrekken. Het moet voorkomen worden dat de pers gealarmeerd wordt. De voormalige geallieerden, en met name Frankrijk, moeten voor een voldongen feit geplaatst worden zodat ze niet de kans krijgen te protesteren. De prins van Wieringen mag terug naar vrouw en kinderen.

Het Duitse consulaat in Amsterdam verstrekt een paspoort op naam van Graf von Gelder, een van de vele titels die prins Wilhelm mag dragen. Op 10 november 1923, om vier uur ‘s nachts stapt hij op de boot naar het vasteland. Het zal de laatste keer zijn dat hij het eiland, waar hij volgens zeer hardnekkige geruchten een aantal bastaardprinsjes en -prinsesjes verwekt heeft, ziet.
De paar Wieringers die belangstelling tonen, vertelt hij dat hij op bezoek gaat bij zijn zieke vader, Niemand krijgt bij dit verhaal argwaan, want het zou niet voor het eerst zijn dat hij met toestemming van de Nederlandse overheid naar de Duitse ex-keizer in Huis Doorn reist.
Als hij twee uur later in Ewijcksluis, op het vasteland van de Kop van Noord-Holland, aankomt, staan daar twee auto’s met chauffeurs klaar. Zijn vrienden Von Müldner, de burgemeester van Wieringen en een Nederlandse officier zullen hem begeleiden. Een van de twee chauffeurs is de bijna zestig jaar oude heer Stühr, in Nederland hoofdvertegenwoordiger van de Dürkopp-Automobil-Werke, het automerk van beide wagens.
Uit angst dat Frankrijk alsnog lucht krijgt van het vertrek uit Nederland en alsnog formeel zou kunnen protesteren, wordt met hoge snelheid – ‘alsof de duivel ons op de hielen zat’, volgens Müldner - naar de Duitse grens gereden. Kort voor twaalf uur bereikt het gezelschap de grens bij Oldenzaal. Terwijl de kroonprins afscheid neemt van zijn vriend Peereboom en hem bedankt voor de jarenlange goede zorgen, handelen de Nederlandse douaniers zonder veel vragen de formaliteiten af.

TERUGKEER IN DE HEIMAT
Aan de andere kant van de grens, in Bentheim, wachten de uit Hamburg afkomstige Kommerzienrat Bödiker en majoor buiten dienst Eberhard von Selasinsky uit Paderborn. Nadat ook de Duitse douanebeambten geen bezwaar hebben gemaakt tegen Wilhelms terugkeer op Duitse bodem kan de reis van in totaal tweeduizend kilometer worden vervolgd.
De mannen worden ’s avonds hartelijk ontvangen door Freihernn von Rüxleber, de eigenaar van Schloß Hamborn in Paderborn waar ze overnachten.
Pas de volgende middag, nadat een andere vriend - majoor buiten dienst von Schutz - zich bij het gezelschap heeft aangesloten en nadat de twee zescilinders grondig zijn nagekeken, reizen ze verder. Al na een paar uurtjes rijden besluiten ze van de gastvrijheid van Freiherrn von Cramm gebruik te maken en Schloß Brüggen, in de buurt van Alfeld a/d Leine als slaapplaats te benutten. Dit keer nemen ze zich voor de volgende dag vroeg op te staan en minstens vijfhonderd kilometer af te leggen.
Zo gezegd, zo gedaan. Op 12 november starten de heren om zeven uur in de morgen de motoren van de auto’s en gaan op weg. Het aanvankelijk stralende weer slaat echter om. Er komt een dichte mist op. Bovendien maakt het rijden op de kinderkopjes een oorverdovende herrie. Ondanks dat er amper een hand voor ogen kan worden gezien, en er zo nu en dan als uit het niets ander verkeer opduikt, wordt stevig doorgereden. Eberhard von Selasinsky noteert later: ‘Het was een echte oorlogsrit, waarmee ik wil zeggen dat het een reis was die onder alle omstandigheden moest doorgaan.’ Pas als de twee wagens tegen de middag Helmstadt passeren, trekt de mist langzaam op. Om half zeven ’s avonds komen ze aan in Baruth. In het kasteeltje van de Fürsten Solms worden de prins en zijn gevolg buitengewoon vriendelijk ontvangen. Dat is niet eens ze vreemd: de Duitse kroonprins en de vrouw van de eigenaar, een prinses van Sleeswijk-Holstein, zijn rechtstreeks familie van elkaar. Ze hebben elkaar tijdens de vier jaar oorlog en de vijf jaar ballingschap niet gezien en hebben een hoop bij te kletsen.

Ook de volgende morgen wordt vroeg opgestaan. Een van de twee auto’s kan wegens een vastgelopen cilinder niet verder en samen met Stühr, Von Müldner en Von Selasinsky zet de Kronprinz zijn reis voort. Na een reis zonder noemenswaardige problemen komt het gezelschap tenslotte om zes uur in de avond aan op het terrein van Schloß Oels, dertig kilometer ten oosten van Breslau. Het wemelt er van de nieuwsgierigen. Meer dan honderd journalisten en fotografen zijn aanwezig.
Wilhelm stelt de toeschouwers teleur. Zoals het een goed echtgenoot en kasteelheer betaamt gaat zijn aandacht op de eerste plaats uit naar zijn vrouw, zijn kinderen en het personeel. Ze hebben zich na het bericht van een dienaar - die al urenlang in een torentje op de uitkijk stond -, dat er in de verte een auto aankomt, keurig in gelid op het bordes opgesteld. Prins Wilhelm is doodmoe, te moe om de pers te woord te staan en het is bovendien te donker om te poseren. Een kwestie van prioriteiten stellen dus. Want er is een heleboel in te halen: de meesten van zijn kinderen zou hij maar amper herkennen als hij ze ergens anders zou zijn tegen gekomen; zijn vrouw en zijn twee jongste kinderen hebben hem in Wieringen slechts een paar keer bezocht. De man die als tweeëndertigjarige jongeman in 1914 ten strijde trok, komt als eenenveertigjarige eindelijk weer thuis. Zoals zijn vrouw Cecilie opmerkt, beginnen zijn haren grijs te worden.
De volgende dag houdt Wilhelm een persconferentie en opnieuw is hij voor even wereldnieuws.

IN DE VERGETELHEID
Ook voor zijn vader, de voormalige Duitse keizer Wilhelm II, had de kroonprins de plannen om uit Nederland te vertrekken geheimgehouden. Al was het maar omdat hij van tevoren wist dat de oude monarch het er niet mee eens zou zijn. Enkele uren nadat zoonlief de grens met Duitsland is overgestoken, wordt bij de voormalige keizer een afscheidsbrief van Wilhelm junior bezorgd. De oude keizer krijgt, zoals verwacht, een woedeaanval en briest:

‘Als een van ons tweeën terugkeert, zou ik toch zeker de eerste moeten zijn!’

De oude man blijft vanuit zijn ballingsoord in Doorn, tot aan zijn dood op 4 juni 1941, de ijdele hoop koesteren dat zijn keizerschap uiteindelijk in ere hersteld zal worden. In zijn testament laat hij een clausule opnemen dat zijn lichaam in Doorn een laatste rustplaats moet vinden en pas na het herstellen van de Duitse monarchie in Potsdam bij Berlijn herbegraven mag worden. De resten van zijn lichaam rusten nog steeds in een mausoleum op het terrein van Huis Doorn.

Zijn oudste zoon en troonopvolger weigert zich ook lange tijd neer te leggen bij de teloorgang van de keizerlijke familie. Na de opkomst van de NSDAP, de partij van Adolf Hitler, vergeet Wilhelm maar al te makkelijk de belofte die hij aan Reichspräsident Ebert deed. Het niet ontplooien van politieke activiteiten was een voorwaarde om weer naar Duitsland terug te mogen keren. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en Wilhelm denkt kansjes te zien de Hohenzollerns opnieuw op de troon te krijgen. Pas nadat Hitler in 1934, tijdens de Nacht van de Lange Messen, afrekent met de kopstukken van de SA ziet Wilhelm in dat zijn pogingen zullen mislukken. Zijn oude vriend en groot voorstander van de monarchie, ex-kanselier Kurt von Schleicher, is een van de velen die deze nacht vermoord worden en omdat Hitler al eerder heeft aangegeven niets in de terugkeer van de keizer te zien, lijkt het de opportunist Wilhelm het beste zich verder onopvallend te gedragen. Hij bemoeit zich niet actief met de Tweede Wereldoorlog en sterft verarmt op 20 juli 1951 aan een hartaanval in een huis aan de voet van Burg Hohenzollern, dat eens het stamslot van zijn familie was. Tien dagen later wordt hij bijgezet in een graf van de St. Michaels-Bastie, onderdeel van de burcht.
De kettingroker en levensgenieter pur sang overleeft zijn vader keizer Wilhelm II net iets langer dan tien jaar en wordt negenenzestig jaar.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Personen Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group