Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

4 oktober 1917 - Unternehmung Höhensturm

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Ieper en de Westhoek Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
AOK4



Geregistreerd op: 10-11-2006
Berichten: 2420
Woonplaats: Wevelgem

BerichtGeplaatst: 28 Nov 2007 8:30    Onderwerp: 4 oktober 1917 - Unternehmung Höhensturm Reageer met quote

Zoals een tijdje terug beloofd, volgt hier mijn artikel i.v.m. de gebeurtenissen op 4 oktober 1917. Het artikel is verschenen in 'Shranel' en het tijdschrift van de Zonnebeekse heemkring.
Enkel ernstige reacties in dit topic graag...


Laatst aangepast door AOK4 op 28 Nov 2007 8:43, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
AOK4



Geregistreerd op: 10-11-2006
Berichten: 2420
Woonplaats: Wevelgem

BerichtGeplaatst: 28 Nov 2007 8:41    Onderwerp: Reageer met quote

Unternehmung “Höhensturm” – het verhaal van een aangekondigd fiasco
De mislukte tegenaanval van de 4. Garde-Infanterie-Division en de 45. Reserve-Division op 4 oktober 1917 bij Zonnebeke

Tijdens de Derde Ieperslag verloren de Duitsers bij iedere Britse aanval terrein. Hierdoor kregen de Britten langzaam greep op de hoogtes rond Ieper, vooral in het midden van het front. Voor de Duitsers betekende dit dat de aanvoerlijnen onder observatie kwamen en daardoor ook sterk beschoten werden. Hier en daar zaten de Britten al in of tegen de Flandern-I-Stellung. Eind september en begin oktober zetten de Duitsers daarom een aantal tegenaanvallen in met als doel te proberen de Britten te verdrijven van enkele hoogtes.



Eerste bedrijf: 25 september – Polygonebos
De aanval van de, hoofdzakelijk, Australiërs ten noorden van de Meenseweg op 20 september 1917 had de Duitse lijnen een stuk teruggedrongen tot in het Polygonebos. Op 25 september trokken de 3. Reserve-Division (Polygonebos – Zonnebeke) en de 50. Reserve-Division (ten zuiden van het Polygonebos) ten aanval. Enkel de 50. Reserve-Division kon hierbij noemenswaardige terreinwinst boeken1.
Op 26 september volgde een nieuwe Britse aanval, waarbij Australische troepen bijzonder dicht kwamen van Zonnebeke en het Polygonebos helemaal in handen kregen en zelfs de Flandern-I-Stellung bereikten. Deze stelling was in feite de laatste Duitse verdedigingslijn rond Ieper die op dat moment min of meer af was. Het bezit ervan was voor de Duitsers van groot belang.
De 3. Reserve-Division werd daarop van Zonnebeke tot “In de Ster” afgelost door de 4. Garde-Infanterie-Division. De stellingen van de divisie bevonden zich aan de voorkant van de hoogtes bij Broodseinde. Dit betekende dat ze door de Britten goed te observeren waren en dat de aanvoer van reserves en materiaal over de hoogte uiterst moeilijk was. De Gruppe Ypern (Generalkommando des Gardekorps – General der Kavallere zu Dohna-Schlobitten) besliste daarom dat er door middel van een tegenaanval wat meer ademruimte moest komen om de belangrijke hoogtes van Broodseinde te kunnen behouden bij een nieuwe Britse aanval.



Tweede bedrijf: 1 oktober - Polygonebos
Op 1 oktober volgde een eerste Duitse tegenaanval, in de sector ten zuiden van de 4. Garde-Infanterie-Division, met onder meer als doel een gunstiger stelling in te nemen met het oog op de latere operatie “Höhensturm”. De aanval van de 8. Infanterie-Division en de 45. Reserve-Division mislukte evenwel compleet en een tweede poging ‘s namiddags was hetzelfde lot beschoren. Niettegenstaande het fiasco hield de Gruppe Ypern vast aan het plan om in de sector van de 4. Garde-Infanterie-Division ten aanval te trekken.

Plannen voor “Höhensturm”
De aanval in de sector van de 4. Garde-Infanterie-Division was voorzien voor 4 oktober. Het doel was om de Duitse linies, die op dat moment ter hoogte van de hudige Foreststraat lagen, op te schuiven naar de omgeving van de huidige Berten Pilstraat-Plasstraat. Hierdoor zou de hoogte die liep van het zuidelijk deel van Zonnebeke tot aan het westelijke einde van de Molenaarelst (het gehucht met die naam bevond zich toen niet langs de grote weg Passendale – Beselare, maar wel ter hoogte van de Berten Pilstraat-Plasstraat-Foreststraat-Spilstraat) terug in Duitse handen komen. Om deze aanval uit te voeren werd de 4. Garde-Infanterie-Division versterkt met het Reserve-Infanterie-Regiment 212 (van de 45. Reserve-Division), acht Trupps van Sturm-Bataillon 4 en een Minenwerferkompagnie.
De aanval moest uitgevoerd worden na een voorbereidende artilleriebeschieting van een half uur, waarna de drie bataljons van RIR 212 ten aanval moesten trekken vanuit een aanvalsstelling ndie net voor de eigenlijke frontlijn lag. Deze vooruitgeschoven aanvalsstelling moest het mogelijk maken om in dichte aanvalsrijen het vijandelijke spervuur voor te blijven. De aanvallers moesten het eigen artillerievuur zo dicht mogelijk volgen en bovendien mocht men geen acht slaan op de gebeurtenissen op de flanken om het verrassingseffect te behouden.
In en bij Zonnebeke zorgden twee zaken voor extra moeilijkheden. Enerzijds zorgde de vijver ervoor dat de aanvallers links en rechts van de vijver moesten optrekken met een smal front om dan aan de andere kant uit te dijen. Anderzijds was het duidelijk dat de ruïnes van Zonnebeke zelf een formidabele verdediging boden. Hier en daar waren er betonconstructies en mitrailleursnesten vastgesteld met als belangrijkste steunpunt de ruïnes van de kerk. Tegen deze posities moesten de vlammenwerpers in actie treden.
Om de actie voor te bereiden werd er op 2 oktober bij Sint-Pieter een grootschalige oefening gehouden (weliswaar enkel door RIR 212, aangezien de eenheden van de 4. GID niet gemist konden worden in de frontlijn) onder leiding van de bevelhebber van de 4. GID, Generalmajor Fink von Finkenstein, en in aanwezigheid van General der Kavallerie Graf zu Dohna. Onder leiding van Oberstleutnant Rave (RIR 212) werd de oefening op 3 oktober nog eens overgedaan.
Toch verliep de voorbereiding niet als gewenst. RIR 212 had immers ook nog de opdracht om de reservestellingen te bemannen en kreeg daarbij af te rekenen met gas- en artilleriebeschietingen, waardoor er verliezen optraden. Daarenboven zorgden de fysieke inspanningen (aflossingen in de stellingen, heen en weer marcheren tussen de reservestellingen en het oefenterrein en de voortdurende beschietingen) voor een zekere mate van vermoeidheid. De toenemende artilleriebeschietingen wezen ondertussen op een naderende geallieerde aanval.



De nachtelijke opstelling
In de nacht van 3 op 4 oktober 1917 nam RIR 212 zijn plaats in in de frontlijn. 9/RIR 212 en 10/RIR 212 werden met vrachtwagens tot aan de Waterdamhoek gebracht, II/RIR 212 bereikte te voet de frontlijn. I/RIR 212 stond om 23 uur klaar in Beitem om met vrachtwagens naar het front vervoerd te worden. Door een gebrek aan vrachtwagens konden aanvankelijk slechts 1/RIR 212 en 2/RIR 212 afgevoerd worden. Een half uur later kwamen nog enkele vrachtwagens aan, die 3/RIR 212 vervoerden en de bataljonsstaf en 4/RIR 212 marcheerden daarop ook al in de richting van het front. In Moorslede kwamen zij de eerste terugkerende vrachtwagens tegen die hen daarop de laatste twee kilometer tot de Waterdamhoek voerden. Een deel van de vrachtwagens was evenwel verloren gereden en zo duurde het tot 3.30 uur vooraleer RIR 212 zoals gepland klaar stond.
In het noorden bevond zich I/RIR 212, dat onder bevel stond van Major von Scheinitz, bevelhebber van Garde-Grenadier-Regiment 5. 1/RIR 212, 2/RIR 212 en 3/RIR 212 moesten hier ten noorden van de vijver aanvallen, 4/RIR 212 ten zuiden. Centraal was II/RIR 212 opgesteld, met 11/RIR 212 en 12/RIR 212 in reserve. In het zuiden moesten 9/RIR 212 en 10/RIR 212 de Molenaarelsthoek innemen.
De nachtelijke voorbereidingen verliepen uiterst rustig. De complete stilte aan geallieerde kant voorspelde weinig goeds. Op de hoogte ten zuiden van Broodseinde bezocht Major Lincke, bevelhebber van II/RIR 212, nog alle compagnies voor deze naar het front trokken.
Om 5.15 uur had een patrouille van het 5th Australian Infantry Battalion vijf Duitsers gevangen genomen. Deze waren blijkbaar enorm angstig om naar achter gestuurd te worden en verdere ondervragingen wezen uit dat een Duitse artilleriebeschieting zou volgen vanaf 5.30 uur. Daarop werd dit bericht doorgestuurd naar de brigade, maar over de aanval werd met geen woord gerept.

De uitvoering van “Höhensturm”
Kort voor de aanval slopen de aanvallers naar de vooruitgeschoven aanvalsstellingen. Het Duitse artillerievuur begon op tijd (om 5.35 uur) en was ook behoorlijk krachtig, maar lag vaak te kort. Daarop trokken de Duitsers zich hier en daar 50 meter terug en schoten gele lichtkogels af om de Duitse artillerie te vragen het vuur naar voor te verleggen. Tijdens deze voorbereidingen waren er ook Duitse vooruitgeschoven patrouilles op pad, die heel wat beweging vaststelden in de Britse stellingen, waarvan vermoed werd dat het om aflossingen ging.
De Australiërs van de 1st en 2nd Australian Infantry Division (I ANZAC) waren behoorlijk onder de indruk van deze barrage en vermoedden dat hun aanvalsplannen ontdekt waren. Verrassend was wel dat de divisies op de flanken, de 3rd Australian Infantry Division en 7th Infantry Division, helemaal geen barrage te verwerken hadden. Er restte de Australiërs bij Zonnebeke en de Molenaarelsthoek niets anders dan af te wachten in de obusputten, enkel beschermd door hun regencape. Het artillerievuur maakte intussen slachtoffers, een twintigtal officieren kwam hierdoor om en ongeveer een zevende van de Australische aanvallers werd uitgeschakeld. Tegen de tijd dat de Australiërs begrepen dat de drukke bewegingen in de Duitse lijnen even voordien geen gewone aflossing waren, maar de voorbereidingen voor een aanval, was het te laat om de eigen artillerie te verwittigen. Deze had immers het bevel gekregen om in de laatste tien minuten voor de aanval niet te reageren op eigen SOS-signalen.
De Duitse aanval was gepland om 6.10 uur, maar vanaf 5.55 uur kwam er Brits trommelvuur neer op de Duitse lijnen, kort daarop gevolgd door een Britse infanterieaanval.
In tegenstelling tot vorige aanvallen veroorzaakte de geallieerde artilleriebarrage geen stofwolken, maar enkel rook en stoom, door de natte grond. Ook was de barrage niet zo hevig als vorige artilleriebeschietingen. Toch volgden de Australische troepen zo goed mogelijk hun artillerievuur. Toen de Australiërs optrokken, bemerkten ze plots op korte afstand een andere aanvalslijn die uit de granaattrechters klom. Heel snel kwam het besef dat dit Duitsers zijn en het vuur werd onmiddellijk geopend, vaak nog rechtstaand, zodat er ook geen tijd werd verloren waardoor de voeling met de artilleriebarrage verloren zou kunnen gaan. De Australiërs wonnen al snel de overhand in dit gevecht.
Ook bij de Australiërs zorgde de kasteelvijver voor moeilijkheden. Een vooruitgeschoven post ter hoogte van het kasteel was ’s nachts teruggetrokken om de Britse artillerie toe te laten het gebied meer onder vuur te nemen en zodus moest er van de bataljons ten noorden en ten zuiden van de vijver telkens een peloton kort voor de aanval de vijver omtrekken en verbinding maken aan de overzijde. Van Lieutenant Blanchard (22nd Australian Infantry Battalion) nooit meer iets vernomen en enkele van zijn soldaten keerden later naar de lijnen terug in shock. Dit bataljon bevond zich ten zuiden van de vijver en het peloton Blanchard was ten noorden van de vijver vertrokken om aan de overzijde in zuidelijke richting te trekken. Ten noorden van de vijver bevond zich 25/AIB, dat vanuit het zuiden een peloton onder leiding van Major Page op pad had gestuurd. Major Page zag plots enkele figuren en nam aan dat deze Australiërs waren, maar werd in de plaats daarvan gevangen genomen door Duitsers. de verwarring, veroorzaakt door een exploderende granaat, dreef deze Duitsers uiteen en Page kon zijn revolver grijpen en vuren. Hierdoor kon hij ontsnappen.
De Australiërs konden dus behoorlijk snel de Duitse troepen in de frontlijn overrompelen en stootten snel door, enkel in Zonnebeke zelf was de tegenstand feller, vooral vanuit de ruïnes, die later één voor één ingenomen werden. Ook de tweede Duitse lijn werd onder de voet gelopen en zo kwam de Broodseinde Ridge in Australische handen. De inzet van de rest van de 45. Reserve-Division in de sector van de 4. GID kon de Australische opmars uiteindelijk een halt toeroepen.
De 4. GID dreigde even volledig opgeslorpt te worden door het oorlogsgeweld, wanneer ook de divisies zowel links als rechts achteruit moesten. Op links werd de situatie gered door een tegenaanval van het reservebataljon van RIR 93 op het Pionierpark ‘In de Ster’. Op rechts door het aankomen van het 5. bayerische Infanterie-Regiment, eigenlijk in de sector van de rechterbuurdivisie, maar Major von Schleinitz riep deze eenheid op om in zijn sector tot de tegenaanval over te gaan. Met de hulp van de Beieren werd het gat gestopt en een Britse doorbraak vermeden. Major von Schleinitz kreeg later de “pour le Mérite” voor zijn handelen, de hoogste Pruisische onderscheiding voor officieren.

Verliezen
De verliezen bij de 4. GID en de 45. RD waren zeer hoog, vooral bij RIR 212, waar bepaalde compagnies tot 95% van hun gevechtssterkte verloren hadden.
RIR 212 verloor in totaal 41 officieren en 1.009 onderofficieren en manschappen, waarvan 341 doden, 107 gewonden, 596 vermisten en 6 zieken. De bevelhebber, Oberstleutnant Rave was één van de gesneuvelden. Hij werd later op de Duitse begraafplaats in Ingelmunster begraven.
Bij de 4. GID bedroegen de verliezen die dag 86 officieren en 2.700 onderofficieren en manschappen. RIR 210 telde op 30 september 1917 nog 31 officieren en 1.432 man (combattanten), op 6 oktober telde het nog 11 officieren en 447 man, waarvan er in die periode twee officieren en 200 man teruggekeerd waren bij de eenheid na te zijn genezen of teruggekeerd te zijn uit verlof. De verliezen in die week liepen dus op tot 16 officieren en 1.045 man. De verliezen van RIR 211 bedroegen wellicht ongeveer 500 man die dag, maar hierbij moet wel rekening gehouden worden dat het regiment tijdens de catastrofale aanval op 1 oktober al een 400 man verloren had. BIR 5 verloor van 4 tot 7 oktober 653 man.
Bij de Australiërs waren de verliezen ongeveer even hoog: de 1st AID verloor 2.448 man, de 2nd AID 2.174.



Gevolgen
Er wordt wel eens beweerd dat 4 oktober 1917 een zwarte dag was voor het Duitse leger. Nergens is dat in de memoires van bijv. Ludendorff, von Loßberg of Kronprinz Rupprecht von Bayern terug te vinden. Wel geven zij aan dat 4 oktober één van de meest ernstige dagen was uit die Flandernschlacht. Er was opnieuw gebied verloren gegaan, maar er was op geen enkel ogenblik een dreiging geweest van een ernstige Britse doorbraak. De Duitse nieuwe tactiek om de frontlijn dichter te bezetten, had gefaald. Dit slaat niet specifiek op de sector van de 4. GID, omdat daar een plaatselijke aanval gepland was en de lijnen daardoor twee maal zo dicht bezet waren als normaal. Ook de tactiek van plaatselijke tegenaanvallen, zelfs na behoorlijke voorbereidingen, bleek niet opgewassen tegen de Britse overmacht. Er werd dus stilaan overgegaan naar een tactiek waarbij een zwak bezet Vorfeld werd gebruikt, dat bij vijandelijke aanvallen opgegeven mocht worden en waarna de verdedigers ervan konden uitwijken naar een sterkere hoofdweerstandslijn. Deze tactiek zou ook extra tijd geven aan de eigen artillerie om de aanvallers onder vuur te nemen. Daarenboven zou de verdediging nog meer in de diepte worden uitgebouwd door in actieve sectoren een tweede divisie in reserve te plaatsen achter de frontdivisie. Hierdoor kon er ook behoorlijk snel een krachtige plaatselijke aanval uitgevoerd worden om het verloren gebied terug in te nemen.

Bibliografie
Bean, C. The Australian Imperial Force in France, 1917. Official History of Australia in the War of 1914-1918 deel 4. Sydney, 1941.
Edmonds, James. Military Operations France and Belgium 1917 Volume II 7th June – 10th November. Messines and Third Ypres (Paschendaele). History of the Great War. Londen-Nashville, 1991.
Fuhrmann, Hans; Pfoertner, Otto en Fries, Nikolaus. Königlich Preußisches Reserve Infanterie-Rgt. Nr. 211 im Weltkriege 1914-1918. Deutsche Tat im Weltkrieg 1914/1918 deel 18. Berlijn, 1933.
Gabriel, Kurt. Die 4. Garde-Infanterie-Division. Der Ruhmesweg einer bewährten Kampftruppe durch den Weltkrieg. Berlijn, 1920.
Gieraths, Günther. Geschichte des Res.-Infanterie-Regiments Nr. 210 und seiner Grenzschutz-Formationen (1914-1920). Erinnerungsblätter Preußen deel 231. Oldenburg-Berlijn, 1928.
Makoben, Ernst. Geschichte des Reserve-Infanterie-Regiments Nr. 212 im Weltkriege 1914-1918. Erinnerungsblätter Preußendeel 352. Oldenburg, 1933.
Sievers, Adolf. R.-I.-R. 93. Geschichte eines Regiments im Weltkriege. Wilster, 1934.
Von Stosch, Albrecht. Das Garde-Grenadier-Regiment Nr. 5 1897-1918. Erinnerungsblätter Preußen deel 122. Oldenburg, 1925.
Von Stosch, Albrecht. Das Königlich Preußische 5. Garde-Regiment zu Fuß 1897-1918. Berlijn, 1930.
Weniger, Heinrich ; Zobel, Artur en Fels, Maximilian. Das K. B. 5. Infanterie-Regiment Großherzog Ernst Ludwig von Hessen. Erinnerungsblätter Bayern deel 59. München, 1929.

© Jan Vancoillie 2007
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Spiling



Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 998
Woonplaats: Coast

BerichtGeplaatst: 28 Nov 2007 8:44    Onderwerp: Reageer met quote

Prachtig stuk, Jan.

Mooi stukje geschiedkundig onerzoek.

Gr

Kristof J.
_________________
"Less is More" (Mies van der Rohe)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
ferd.



Geregistreerd op: 2-9-2006
Berichten: 178
Woonplaats: someren

BerichtGeplaatst: 28 Nov 2007 8:57    Onderwerp: Reageer met quote

Cool Goed, ja zeer goed stuk!! Mooie plaatjes erbij gedaan ook.

groeten van Ferd. Wink
_________________
make love not war
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 28 Nov 2007 10:24    Onderwerp: Reageer met quote

Sheldon heeft Kronprinz Rupprechts dagboekaantekening van 4 oktober 1917 aldus weergegeven (in het Engels), pagina 207:

A major enemy offensive was launched between the Ypres Staden railway and the Ypres-Menen road.
The enemy succeeded in advancing about one kilometre. We still hold Poelkapelle, Broodseinde was unfortunately lost, but we held on to Geluveld.
The salient which has been pushed into our lines has increased the length of our front and so made the overall situation more difficult.
Fortunately the break in point by Broodseinde is directly opposite the reinforced Flandern ll position, which stretches from Passchendaele as far as Keiberg [i.e. about 3,500 metres].
Because this is the final ridge before the plain, we must push the enemy back off the heights he gained yesterday.
This can best be achieved by means of a counter-attack into his right flank, launched from the direction Beselare-Geluveld.

Ter bevestiging van je conclusie in dit prima stuk, Jan.

(Overigens is het officiële Heeresbericht over die dag bijna laconiek te noemen; ik denk dat de merites van de slagwisseling door Rupprecht beter ingeschat wordt.)
Naar boven
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Ieper en de Westhoek Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group